mijnloonbrief.be

PC 105 — PARITAIR COMITE VOOR DE NON-FERRO METALEN

Minimumloon dat wij toetsen

€ 16,32 per uur · € 2 687,33 per maand

PC 105: gewaarborgd minimumloon, alle arbeiders, 38-urenweek, alle productiepremies inbegrepen. Letterlijk bedrag uit de cao van 20/12/2021 (depot 171558/CO/105): 2.151,00 €/maand of 13,06 €/u bruto op 01/01/2022. Na de vijf door de FOD Werkgelegenheid gedateerde sectorale indexeringen (7,54 % in 5/2022, 7,1 % in 5/2023, 2,83 % in 5/2024, 3,48 % in 5/2025, 1,94 % in 5/2026): 2.687,33 €/maand of 16,32 €/u bruto op 01/05/2026.

Bron: CAO van 20/12/2021, "Salaire minimum garanti", PC 105 (letterlijk bedrag); databank "Minimumlonen" van de FOD Werkgelegenheid, comité 1050000, toestand gepubliceerd op 01/05/2026 (geïndexeerde trap), Art. 2 en 3 (neerlegging 171558) — van kracht op 2022-01-01 de tekst lezen

Wat de loonbrief berekent

  • het minimumloon
  • de Dimona

Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen

  • het flexiloon
  • de eindejaarspremie
  • de uurpremies
  • de maaltijdcheques
  • de ecocheques
  • de verplaatsingskosten
  • het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
  • de tijdelijke werkloosheid
  • de sectorale bijdragen

Identiteit en indexering

  • Officiële benaming : PARITAIR COMITE VOOR DE NON-FERRO METALEN
  • Registercode : 1050000
  • Statuten : arbeiders

Wat het arbeidsreglement moet vermelden

Dit paritair comité stelt geen wekelijkse arbeidsduur vast voor zijn hele toepassingsgebied. Neem de 38 uur van een model niet zomaar over: lees hieronder wat het comité wél schrijft.

Referteperiode : het paritair comité legt geen algemene referteperiode vast ; maar in geval van toepassing van de artikelen 25 en 26, § 1, 3° en § 2 van de arbeidswet van 16 maart 1971 wordt het trimester van artikel 26bis, § 1 voor deze sector op ZES MAANDEN gebracht, en eveneens de periode van drie maanden van artikel 26bis, § 3

Het paritair comité legt de wekelijkse arbeidsduur niet zelf vast : het waarborgt een minimum maandloon en zet dat om in een uurtarief « op basis van 38 uren per week ». Het werkelijke uurrooster — begin en einde van de gewone arbeidsdag, tijdstip en duur van de rustpauzes, dagen van regelmatige arbeidsonderbreking — is dat wat het arbeidsreglement van de onderneming vaststelt. De arbeidsduur die overigens geldt, is de wettelijke duur van 38 uren per week.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 20 décembre 2021 « Salaire minimum garanti », art. 2 : « À partir du 1er janvier 2022 il est assuré un salaire brut mensuel de 2 151 EUR (toutes primes de production incluses) sous forme d'une contre-valeur horaire de 13,06 EUR bruts (base 38 heures par semaine). » / « Vanaf 1 januari 2022 wordt een bruto maandloon verzekerd van 2 151 EUR (alle productiepremies inbegrepen) in de vorm van een tegenwaarde per uur van 13,06 EUR bruto (basis 38 uren per week). » — art. 5 : en vigueur le 1er janvier 2022, DURÉE INDÉTERMINÉE · dépôt 171558/CO/105 · avis de dépôt MB 20/04/2022 · A.R. publié MB 10/02/2023, NUMAC 2022205079 · un erratum du greffe du SPF corrige la date de conclusion du texte français en « 20 décembre 2021 » · remplace la CCT du 2 septembre 2019 (153970/CO/105) et n'est remplacée par aucune CCT postérieure, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 7 octobre 2022 · gelezen op 2026-09-05

Referteperiode en interne grens eigen aan de sector. In geval van toepassing van de artikelen 25 en 26, § 1, 3° en § 2, van de arbeidswet van 16 maart 1971 wordt de duur van de periode van een trimester, vastgesteld bij artikel 26bis, § 1 van dezelfde wet, op zes maanden gebracht ; in geval van toepassing van de artikelen 25 en 26, § 2 wordt de duur van de periode van drie maanden, vastgesteld bij artikel 26bis, § 3, eveneens op zes maanden gebracht. In geval van toepassing van de artikelen 25 en 26, § 2 wordt de grens van vijfenzestig uren, vastgesteld bij artikel 26bis, § 3, eerste lid, op honderddertig uren gebracht.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — Arrêté royal du 22 juin 1988 relatif à la durée du travail de certains ouvriers occupés par les entreprises ressortissant à la Commission paritaire des métaux non-ferreux, art. 2 et art. 3, alinéa 1er / Koninklijk besluit van 22 juni 1988 betreffende de arbeidsduur van sommige werklieden tewerkgesteld in de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor de non-ferro metalen — ⚠️ le TITRE ment sur le contenu : cet arrêté ne fixe aucune durée hebdomadaire, il déroge à la période de référence et à la limite interne · A.R. du 22 juin 1988, NUMAC 1988012682, dossier 1988-06-22/34, MB 08/07/1988 p. 9970, en vigueur le 08/07/1988 · texte consolidé Justel à jour au 03/07/2014 : l'alinéa 2 de l'art. 3 a été abrogé par l'A.R. du 27 mai 2014 (NUMAC 2014203266, MB 03/07/2014 p. 51134) ; le reste est inchangé et aucun acte royal ne l'abroge, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 22 juin 1988 · gelezen op 2026-09-05

Inhaalrust voor zondagsarbeid. De inhaalrust waarop de werklieden recht hebben die 's zondags tewerkgesteld worden krachtens artikel 16, eerste lid, van de arbeidswet van 16 maart 1971 wordt toegekend binnen de zeven weken welke op die zondag volgen. De duur ervan is gelijk aan die van de verrichte zondagsarbeid.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — Arrêté royal du 11 octobre 1993 relatif au repos du dimanche dans les entreprises ressortissant à la Commission paritaire nationale des métaux non ferreux, art. 2 et art. 3 / Koninklijk besluit van 11 oktober 1993 betreffende de zondagsrust, artikelen 2 en 3 — pris en exécution de l'art. 16, alinéa 3, de la loi du 16 mars 1971 · NUMAC 1993012519, dossier 1993-10-11/32, MB 19/11/1993 p. 25037, en vigueur le 29/11/1993 · Justel ne signale aucune version antérieure ni aucune modification : aucun acte royal ne l'abroge, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 11 octobre 1993 · gelezen op 2026-09-05

Onverwachte terugroeping van een ploegenwerker. Een forfaitaire storingsvergoeding gelijk aan drie uren loon wordt toegekend aan de werklieden van opeenvolgende ploegen die onverwacht teruggeroepen worden terwijl ze van een rustdag genieten.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 19 juin 2001 « Indemnité de dérangement pour travailleurs en équipes » / « Storingsvergoeding voor ploegenwerkers », art. 2 — art. 3 : entrée en vigueur le 1er janvier 2002, DURÉE INDÉTERMINÉE, dénonciation moyennant préavis de trois mois ; remplace la CCT du 22 juin 1993 · PDF sans couche de texte, rendu en image (PyMuPDF, 170 dpi) et lu · dépôt 58387/CO/105 · avis de dépôt MB 29/08/2001 · A.R. publié MB 17/04/2002 · aucune date de fin de validité au registre, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 23 janvier 2002 · gelezen op 2026-09-05

Flexi-jobs en vrijwillige overuren. Op voorwaarde dat de toekomstige wetgeving dienaangaande het toelaat, worden voor de looptijd van het sectorakkoord 2025-2026 de flexi-jobs in onze sector tot eind 2026 uitgesloten, behalve in de ondernemingen waarin hierover met de syndicale delegatie, bij gebreke hieraan de vertegenwoordigers van de vakorganisaties, een ander akkoord gesloten wordt. Voor de vrijwillige overuren, en tot het volgende sectoraal akkoord en uiterlijk 31 december 2027 : een opvolging van het gebruik ervan gebeurt via een trimestriële bespreking in de bestaande overlegorganen ; het individueel akkoord geldt één jaar en wordt stilzwijgend verlengd voor opnieuw een periode van één jaar, tenzij kennisgeving van uitstap één maand vóór het verstrijken van het jaar, na hierover verwittigd te zijn uiterlijk drie maanden vóór dat verstrijken, met vermelding dat de werknemer zich kan informeren bij de syndicale delegatie ; de kennisgeving en de verwittiging gebeuren per mail of schriftelijk voor wie geen toegang heeft tot mail.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 9 février 2026 « Protocole d'accord sectoriel 2025-2026 », art. 21 (chapitre 8) — art. 24 : la convention produit ses effets le 1er janvier 2026 et cesse d'être en vigueur le 31 décembre 2026, sauf stipulation contraire ; l'art. 21 ne figure NI parmi les articles à durée indéterminée (1, 3, 4, 5, 6, 8, 9, 12, 13, 14, 16, 17) NI parmi ceux prorogés au 30 juin 2027 (10, 11, 18, 19, 20), mais la clause « heures supplémentaires volontaires » qu'il porte fixe elle-même son terme au 31 décembre 2027 · dépôt 197960/CO/105 · avis de dépôt MB 25/02/2026 — les clauses de relations individuelles lient tous les employeurs de la commission depuis le 12/03/2026 (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · AUCUN arrêté royal à la date de lecture · gelezen op 2026-09-05

Tijdstip van betaling van de eindejaarspremie. Onverminderd gunstigere bepalingen op ondernemingsvlak wordt in ondernemingen waar een eindejaarspremie of een gelijkwaardig voordeel bestaat, de premie pro rata uitbetaald bij uitdiensttreding, uitgezonderd bij ontslag om een dringende reden, ongeacht het soort arbeidsovereenkomst. De dagen van ziekte, van ongeval van gemeen recht, van arbeidsongeval en van beroepsziekte worden gelijkgesteld, doch beperkt tot de eerste periode van zes maanden en tot maximaal zes maanden in totaal per referteperiode ; de dagen profylactisch verlof, pleegouderverlof en adoptieverlof worden gelijkgesteld. ⚠️ Het paritair comité voert de premie zelf niet in : het regelt die welke in de onderneming al bestaat.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 20 décembre 2021 « Prime de fin d'année » / « Eindejaarspremie », art. 2 (paiement pro rata à la sortie), art. 3 (assimilation maladie, accident, accident du travail, maladie professionnelle) et art. 4 (congé prophylactique, parental d'accueil, adoption) — art. 5 : en vigueur le 20 décembre 2021, DURÉE INDÉTERMINÉE ; remplace la CCT du 21 mars 2014 (121150/CO/105) · dépôt 171556/CO/105 · avis de dépôt MB 20/04/2022 · aucune date de fin de validité au registre, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 9 octobre 2022 · gelezen op 2026-09-05

Tijdstip van overhandiging van de ecocheques. Sinds 2012 worden MET DE loonafrekening van oktober aan alle voltijds tewerkgestelde werklieden ecocheques overhandigd ten belope van een totale waarde van 250 EUR. De referteperiode bedraagt één jaar en loopt telkens van 1 oktober van een bepaald jaar tot en met 30 september van het daaropvolgend jaar. Het bedrag van 250 EUR wordt aangepast pro rata het aantal gewerkte of gelijkgestelde dagen in de referteperiode ; worden onder meer gelijkgesteld alle dagen van tijdelijke werkloosheid en alle dagen van afwezigheid wegens een arbeidsongeval, voor zover er in de referteperiode één dag gewaarborgd loon wegens arbeidsongeval wordt betaald.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 28 août 2023 relative au système sectoriel des écochèques, art. 3 — art. 7 : produit ses effets le 28 août 2023, DURÉE INDÉTERMINÉE ; remplace la CCT du 20 décembre 2021 (171550/CO/105) · dépôt 182474/CO/105 · avis de dépôt MB 25/09/2023 · A.R. publié MB 12/02/2024 · aucune date de fin de validité au registre, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 24 janvier 2024 · gelezen op 2026-09-05

Te volgen procedure vóór een meervoudig ontslag. Wanneer de tewerkstellingsbehoudende maatregelen onvoldoende zijn of sociaal-economisch onhoudbaar worden en de werkgever het voornemen heeft over te gaan tot meervoudig ontslag, wordt vooraleer over te gaan tot ontslag de volgende procedure nageleefd : 1° de werkgever licht voorafgaandelijk de ondernemingsraad of, bij ontstentenis, de syndicale delegatie, of bij ontstentenis, de betrokken werklieden schriftelijk in ; 2° binnen de 15 kalenderdagen dienen de partijen op ondernemingsvlak besprekingen te starten over de maatregelen die kunnen genomen worden, alsook de sociale begeleiding ervan — die onder meer betrekking kan hebben op financiële tegemoetkomingen, brugpensioen en outplacement ; 3° indien dit overleg niet tot een oplossing leidt, wordt binnen de 8 kalenderdagen na het vaststellen van een niet-akkoord een beroep gedaan op het verzoeningsbureau op initiatief van de meest gerede partij ; 4° indien er geen ondernemingsraad of syndicale delegatie bestaat, kan dezelfde overlegprocedure worden ingeleid op initiatief van de vakbondsorganisaties binnen de 15 kalenderdagen na de informatie aan de werklieden. Onder « meervoudig ontslag » wordt begrepen : de ontslagen om economische redenen die in de loop van een periode van 60 kalenderdagen een aantal werklieden treffen dat ten minste 10 pct. bedraagt van het gemiddelde werkliedenbestand van het voorafgaande kalenderjaar, met een minimum van 3 werklieden voor ondernemingen met minder dan 30 werklieden ; ook ontslag ingevolge sluiting valt eronder. Onverminderd de opzeg dient de in gebreke zijnde werkgever aan de betrokken werkman een schadevergoeding te betalen gelijk aan zes maanden loon. Deze bepalingen hebben geen betrekking op individuele ontslagen om redenen te wijten aan de werknemer, noch op de beëindiging in het raam van het SWT.
Rubriek 4° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 28 août 2023 « Sécurité d'emploi » / « Werkzekerheid », art. 4, § 1er, § 2 et § 3, et art. 5 · dépôt 182478/CO/105 · avis de dépôt MB 25/09/2023 · A.R. publié MB 12/02/2024 · art. 6 : en vigueur le 1er juillet 2023, DURÉE INDÉTERMINÉE ; remplace la CCT du 20 décembre 2021 (171932/CO/105), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 24 janvier 2024 · gelezen op 2026-09-05

In het arbeidsreglement op te nemen niet-discriminatieclausule. De volgende clausule moet worden opgenomen in het arbeidsreglement van elk bedrijf dat ressorteert onder de bevoegdheid van het paritair comité : « werknemers en werkgevers zijn ertoe gehouden alle regels van welvoegelijkheid, goede zeden en beleefdheid in acht te nemen, inclusief ten aanzien van bezoekers. Dit impliceert ook een zich onthouden van elke vorm van racisme en discriminatie en een bejegenen van iedereen met dezelfde nodige menselijke eerbied voor éénieders waardigheid, gevoelens en overtuiging. Verboden is bijgevolg elke vorm van verbaal racisme, alsook het verspreiden van racistische lectuur en pamfletten. Ook elke discriminatie op grond van geslacht, seksuele geaardheid, ras, huidskleur, afstamming, afkomst, nationaliteit en overtuiging is verboden. »
Rubriek 6° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 21 juin 1999 « Intégration des migrants » / « Integratie van migranten », art. 2, qui fixait l'échéance d'insertion au 1er octobre 2000 au plus tard — art. 3 : produit ses effets le 29 avril 1999, DURÉE INDÉTERMINÉE, dénonciation moyennant préavis de trois mois · texte lu EN IMAGE (PyMuPDF, 200 dpi), la couche de texte du PDF étant lacunaire en néerlandais · dépôt 51605/CO/105 · dépôt le 28/06/1999, enregistrement le 26/07/1999 · avis de dépôt MB 17/08/1999 — les clauses de relations individuelles lient tous les employeurs de la commission depuis le 01/09/1999 (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · AUCUN arrêté royal · seule convention de la CP 105 que le registre range sous le thème « RÈGLEMENT DE TRAVAIL » · gelezen op 2026-09-05

Beroep op het verzoeningsbureau. In geval van betwisting over de naleving van de procedure van meervoudig ontslag wordt een beroep gedaan op het verzoeningsbureau op verzoek van de meest gerede partij. De afwezigheid van een werkgever op de bijeenkomst van het verzoeningsbureau alsook de niet-naleving van hun eenparige aanbeveling worden beschouwd als een niet-naleving van de procedure — en openen dus het recht op de schadevergoeding van zes maanden loon.
Rubriek 7° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 28 août 2023 « Sécurité d'emploi » / « Werkzekerheid », art. 4, § 2, alinéas 2 à 4 · dépôt 182478/CO/105 · avis de dépôt MB 25/09/2023 · A.R. publié MB 12/02/2024 · art. 6 : en vigueur le 1er juillet 2023, DURÉE INDÉTERMINÉE ; remplace la CCT du 20 décembre 2021 (171932/CO/105), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 24 janvier 2024 · gelezen op 2026-09-05

Anciënniteitsverlof. Vanaf 1 januari 2026 wordt de integratie van een 5de dag anciënniteitsverlof voorzien zodat het sectoraal voorziene anciënniteitsverlof er als volgt uitziet : 1 dag na 5 jaar, 2 dagen na 10 jaar, 3 dagen na 15 jaar, 4 dagen na 20 jaar, 5 dagen na 25 jaar. Deze regeling is niet van toepassing indien er in het bedrijf al een gunstigere regeling geldt ; om te bepalen of een bestaande regeling gunstiger is, worden alle anciënniteitsdagen die bekomen worden door de bedrijfsregeling samengeteld en vergeleken met het samengeteld aantal van de sectorale regeling — op 20 jaar komt het sectoraal opgebouwd anciënniteitsverlof uit op 34 dagen. De toepassing daarvan kan niet leiden tot een aantal dagen dat kleiner is dan het aantal dat werd toegekend vóór de inwerkingtreding van deze collectieve arbeidsovereenkomst.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 2 mars 2026 concernant le congé d'ancienneté / betreffende het anciënniteitsverlof, art. 2, §§ 1er à 3 — entrée en vigueur le 1er janvier 2026, DURÉE INDÉTERMINÉE, dénonciation moyennant préavis de trois mois ; remplace la CCT du 28 août 2023 (182475/CO/105) · dépôt 199176/CO/105 · dépôt le 05/03/2026, enregistrement le 15/04/2026 · avis de dépôt MB 23/04/2026 — les clauses de relations individuelles lient tous les employeurs de la commission depuis le 08/05/2026 (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · AUCUN arrêté royal à la date de lecture · gelezen op 2026-09-05

Loopbaanverlof. Vanaf 1 januari 2024 heeft iedere werkman recht op 1 extralegale verlofdag per jaar bij het bereiken van de leeftijd van 54 jaar (54, 55 en 56 jaar), 2 extralegale verlofdagen per jaar vanaf het bereiken van de leeftijd van 57 jaar (57, 58 en 59 jaar), 3 extralegale verlofdagen per jaar vanaf 60 jaar, en 4 extralegale verlofdagen in het laatste jaar in de aanloop naar SWT of vervroegd of wettelijk pensioen. Deze regeling is suppletief : ondernemingsregelingen betreffende een loopbaanverlof, welke benaming er ook aan gegeven wordt, die gunstiger zijn, blijven integraal van toepassing en worden niet beïnvloed door deze overeenkomst.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 28 août 2023 « Congé de carrière » / « Loopbaanverlof », art. 2 — art. 3 : produit ses effets le 1er janvier 2024, DURÉE INDÉTERMINÉE, dénonciation moyennant préavis de trois mois ; remplace la CCT du 20 décembre 2021 (171551/CO/105) · dépôt 182476/CO/105 · avis de dépôt MB 25/09/2023 · A.R. publié MB 10/07/2024 · aucune date de fin de validité au registre, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 30 mai 2024 · gelezen op 2026-09-05

Communicatiemiddelen ter beschikking van de afgevaardigden. Gezien de nieuwe technologische evoluties worden binnen de ondernemingen de digitale en andere nieuwe communicatiemiddelen ter beschikking gesteld van de verkozen werknemersafgevaardigden in de ondernemingsraad en het comité voor preventie en bescherming op het werk en van de vakbondsafgevaardigden, om in het kader van de uitoefening van hun mandaat te kunnen communiceren met de werknemers die zij vertegenwoordigen, onder de volgende voorwaarden : binnen de toepasselijke wettelijke bepalingen waarborgen de syndicale organisaties een controlerecht voor de werkgever op het gebruik en misbruik van deze faciliteiten ; de faciliteiten moeten reeds aanwezig zijn in de ondernemingen en de bepaling mag geen bijzondere investering inhouden ; de regels en goede praktijken met betrekking tot het gebruik van e-mail, internet en sociale media die in de onderneming van toepassing zijn moeten worden nageleefd ; de bestaande collectieve arbeidsovereenkomsten op sector- en ondernemingsvlak betreffende het statuut van de vakbondsafvaardiging en de wetgeving betreffende de ondernemingsraden en de comités voor preventie en bescherming op het werk blijven onverkort van toepassing, en in de mate van het mogelijke zal vooraf aan de werkgever kennis worden gegeven van de mededelingen die aan het personeel worden gericht. Indien blijkt dat deze regeling tot misbruiken leidt, kan de meest gerede partij deze opnieuw bespreekbaar maken op het niveau van het paritair comité.
Rubriek 13° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 2 octobre 2023 « Facilités de travail pour les représentants des travailleurs et pour les délégués syndicaux », art. 2 — art. 3 : produit ses effets le 1er octobre 2023, DURÉE INDÉTERMINÉE, dénonciation moyennant préavis de trois mois · dépôt 183406/CO/105 · dépôt le 04/10/2023, enregistrement le 30/10/2023 · avis de dépôt MB 15/12/2023 · A.R. publié MB 12/02/2024 · aucune date de fin de validité au registre, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 24 janvier 2024 · gelezen op 2026-09-05

Individueel opleidingsrecht. In toepassing van artikel 54, § 1, 1° van de wet van 3 oktober 2022 houdende diverse arbeidsbepalingen heeft elke voltijdse arbeider een individueel opleidingsrecht van 4 dagen in 2023 en 5 dagen vanaf 2024. Het aantal opleidingsdagen voor de arbeider die niet voltijds wordt tewerkgesteld en/of die niet door een arbeidsovereenkomst is verbonden gedurende het ganse kalenderjaar, wordt, rekening houdende met zijn arbeidsovereenkomst, bepaald op basis van de formule opgenomen in artikel 50, § 3 van dezelfde wet. In aanmerking komen de formele en informele opleidingen bedoeld in artikel 50, § 1, a) en b) van die wet, alsook de opleidingen die betrekking hebben op de materies inzake het welzijnsbeleid bedoeld in de wet van 4 augustus 1996. De werkgever bespreekt de algemene opvolging van het individueel opleidingsrecht in de ondernemingsraad naar aanleiding van de jaarlijkse rapportering over het opleidingsplan ; in ondernemingen zonder ondernemingsraad maar met een comité voor preventie en bescherming op het werk bespreekt hij de opvolging met de syndicale afvaardiging van de arbeiders ; in ondernemingen zonder ondernemingsraad en zonder syndicale afvaardiging, binnen het comité voor preventie en bescherming op het werk.
Rubriek 18° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 2 mars 2026 « Formation permanente » / « Permanente vorming », art. 3 et art. 4, §§ 1er et 2 — art. 9 : produit ses effets le 1er janvier 2025 et est conclue pour une DURÉE INDÉTERMINÉE, à l'exception de l'article 5, § 2, en vigueur jusqu'au 31 décembre 2026 ; remplace la CCT du 2 octobre 2023 (183184/CO/105) · dépôt 199177/CO/105 · dépôt le 05/03/2026, enregistrement le 15/04/2026 · avis de dépôt MB 23/04/2026 — les clauses de relations individuelles lient tous les employeurs de la commission depuis le 08/05/2026 (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · AUCUN arrêté royal à la date de lecture · gelezen op 2026-09-05

Alle 177 paritaire comités

Een loonbrief maken voor PC 105