mijnloonbrief.be

PC 109 — PARITAIR COMITE VOOR HET KLEDING- EN CONFECTIEBEDRIJF

Minimumloon dat wij toetsen

€ 14,7012 per uur

PC 109: loongroep 1 (het laagst), 14,7012 €/u op 01/04/2026 (indexering van 1,43 %), barema gepubliceerd voor een stelsel van 37 u 30. De loongroepen 2 tot 9 (tot 20,8664 €/u) geven recht op meer; het rooster geldt niet voor de toeleveringsbedrijven van de auto-industrie, die hun eigen rooster hebben (15,3125 tot 21,3192 €/u). Studenten: 85 % van loongroep 1 op 16 jaar, daarna 88, 91, 94, 97 en 100 % op 21 jaar (art. 4 van de cao van 18/02/2026).

Bron: CAO van 18 februari 2026 betreffende de arbeidsvoorwaarden (neerlegging 198477/CO/109, K.B. van 27/08/2026), geïndexeerd door de CAO van 3 april 2003 betreffende de koppeling van de lonen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen (neerlegging 66284/CO/109, K.B. van 17/12/2003, B.S. van 10/02/2004), art. 4 (studenten) en art. 9 (minimumuurlonen) van CAO 198477; art. 2 tot 4 van CAO 66284 voor de indexering van 01/04/2026 (+1,43 %) (neerlegging 198477) — van kracht op 2026-04-01 de tekst lezen

Wat de loonbrief berekent

  • het minimumloon
  • de Dimona

Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen

  • het flexiloon
  • de uurpremies
  • de maaltijdcheques
  • de verplaatsingskosten
  • het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
  • zondag en feestdagen
  • de tijdelijke werkloosheid
  • de sectorale bijdragen
  • de vermeldingen op de afrekening

Identiteit en indexering

  • Officiële benaming : PARITAIR COMITE VOOR HET KLEDING- EN CONFECTIEBEDRIJF
  • Registercode : 1090000
  • Statuten : arbeiders
  • Indexering : 04, 10 — laatst toegepast 2026-04-01

Wat het arbeidsreglement moet vermelden

Wekelijkse arbeidsduur: 37 u 30

Lager dan het wettelijke maximum van 38 uur. Een reglement dat 38 uur vermeldt, is voor dit comité onwettig.

Referteperiode : het gemiddelde van 37 uur 30 wordt op jaarbasis berekend

De gemiddelde wekelijkse arbeidsduur op jaarbasis bedraagt 37 uur en 30 minuten.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 30 janvier 1987, « Durée du travail », art. 4, tel que remplacé par l'art. 3 de la CCT du 19 avril 1991 · M.B. du 4 février 1992, p. 2314 · NUMAC 1992013115 (A.R. du 17 décembre 1991) · texte de base au M.B. du 14 octobre 1987, p. 14974-14975, NUMAC 1987012693, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 17 décembre 1991 · gelezen op 2026-09-05

De maximumgrens van de wekelijkse arbeidsduur, vastgelegd bij artikel 19 van de arbeidswet van 16 maart 1971, blijft vastgesteld op 40 uur, onverminderd de bepalingen voorzien in de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 februari 1989 betreffende de invoering van nieuwe arbeidsregelingen in de ondernemingen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 30 janvier 1987, « Durée du travail », art. 3, tel que remplacé par l'art. 2 de la CCT du 3 juillet 1991 · M.B. du 17 juin 1992, p. 13824 · NUMAC 1992012415 (A.R. du 27 mai 1992), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 27 mai 1992 · gelezen op 2026-09-05

Sinds 1 mei 1985 is het systeem van de « meerbanendagen » voorzien in de collectieve arbeidsovereenkomst van 14 februari 1983 omgezet in een systeem van onbezoldigde inhaalrustdagen, dat de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 januari 1987 verlengt. Via die dagen wordt de aangeplakte werkweek tot het jaargemiddelde van 37 uur 30 teruggebracht.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 30 janvier 1987, « Durée du travail », art. 5 · M.B. du 14 octobre 1987, p. 14975 · NUMAC 1987012693, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 22 septembre 1987 · gelezen op 2026-09-05

Wanneer de arbeid met twee of meer ploegen is georganiseerd, mag de werkgever de wekelijkse arbeidsduur over de zes werkdagen van de week spreiden. Hij moet vooraf een verzoek richten tot de voorzitter van het paritair comité: dit comité, of sommige door dit laatste in beperkt comité afgevaardigde leden, spreekt zich uit binnen de acht dagen na ontvangst van dit verzoek en kan bijzondere toepassingsmodaliteiten vaststellen, alsmede de datum waarop het afwijkingsstelsel in werking treedt.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 30 janvier 1987, « Durée du travail », art. 7, §§ 1er et 2 · M.B. du 14 octobre 1987, p. 14975 · NUMAC 1987012693, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 22 septembre 1987 · gelezen op 2026-09-05

In de ondernemingen die eigen detailwinkels uitbaten mag de wekelijkse arbeidsduur over vijf werkdagen van de week worden gespreid, met dien verstande dat ook 's zaterdags wordt gewerkt. De werkgever mag daartoe onder het betrokken personeel een beurtstelsel invoeren, derwijze dat een gedeelte ervan wordt tewerkgesteld gedurende de dag van de week waarop het andere gedeelte een rustdag geniet, en omgekeerd; die rustdagen worden door de werkgever vastgesteld in overleg met de vakbonden. De werkgever die van deze afwijking gebruik maakt, is ertoe gehouden hiervan vooraf kennis te geven aan de voorzitter van het paritair comité, die op zijn beurt de erin vertegenwoordigde werkgevers- en werknemersorganisaties hiervan in kennis stelt.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 30 janvier 1987, « Durée du travail », art. 8 · M.B. du 14 octobre 1987, p. 14975 · NUMAC 1987012693, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 22 septembre 1987 · gelezen op 2026-09-05

Overwerk wordt betaald bij overschrijding van de dagelijkse of wekelijkse grenzen zoals deze op het vlak van de onderneming zijn bepaald, overeenkomstig artikel 29 van de arbeidswet van 16 maart 1971. Ingeval de onderneming haar toevlucht moet nemen tot overuren in de zin van die wet, onderzoeken de plaatselijke afgevaardigden van de representatieve werknemersorganisaties elke aanvraag daartoe welwillend.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 30 janvier 1987, « Durée du travail », art. 6 et art. 9, ce dernier tel que remplacé par l'art. 3 de la CCT du 3 juillet 1991 · M.B. du 14 octobre 1987, p. 14975 (art. 6) et M.B. du 17 juin 1992, p. 13824 (art. 9) · NUMAC 1987012693 et 1992012415, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 22 septembre 1987 et A.R. du 27 mai 1992 · gelezen op 2026-09-05

Het sectorale stelsel van arbeidsduur is van toepassing op de werklieden en werksters, met inbegrip van de huisarbeid(st)ers, maar het is niet van toepassing op de ondernemingen die tenten vervaardigen, behandelen, herstellen, onderhouden, verhuren, plaatsen of verhandelen, noch op de werknemers die zij tewerkstellen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 30 janvier 1987, « Durée du travail », art. 1er, tel que remplacé par l'art. 2 de la CCT du 19 avril 1991 et complété par l'art. 3 de la CCT du 16 décembre 1993 · M.B. du 4 février 1992, p. 2314 (NUMAC 1992013115) et M.B. du 6 juillet 1995, p. 18974 (NUMAC 1995012082, dépôt 34855/CO/109), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 17 décembre 1991 et A.R. du 1er mars 1995 · gelezen op 2026-09-05

Voor voltijdse arbeid in een arbeidsregime met wisselende opeenvolgende ploegen wordt bovenop het basisloon een ploegenpremie van 6 % betaald. In de ondernemingen die toeleveren aan de auto-industrie wordt voor ploegenarbeid met nachtprestaties, zoals bedoeld in artikel 1 van collectieve arbeidsovereenkomst nr. 49 van 21 mei 1991 gesloten in de Nationale Arbeidsraad, een vergoeding van 18 % toegekend, berekend op het effectieve uurloon.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 18 février 2026, « Conditions de travail », art. 15 et 16 · dépôt 198477/CO/109 · en vigueur le 1er janvier 2026, durée indéterminée · renvoie à la CCT du 22 mars 2004 sur les entreprises-fournisseurs à l'industrie automobile, dépôt 71052/CO/109, A.R. du 1er septembre 2004, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 27 août 2026 · gelezen op 2026-09-05

Tijdens de duurtijd van het akkoord van sociale vrede 2025-2026 is er geen sectorale uitbreiding van de flexibiliteitsregelingen voorzien: op ondernemingsvlak moet constructief overleg kunnen gevoerd worden over de gewenste maatregelen inzake arbeidsorganisatie, en dat overleg verloopt volgens de wettelijke procedure.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 18 février 2026, « Accord de paix sociale 2025-2026 », art. 10, § 1er · dépôt 198446/CO/109, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 31 août 2026 · gelezen op 2026-09-05

Alle loonaanpassingen in uitvoering van de sectorale overeenkomst worden toegepast vanaf de eerste dag van de maand in de ondernemingen waar per maand of per halve maand wordt betaald. In de ondernemingen waar de loonperiode op een andere dag begint, worden de loonaanpassingen toegekend vanaf de eerste dag van de loonperiode waarin de eerste dag van de maand valt, indien het aantal kalenderdagen vóór de eerste dag van de maand kleiner is dan of gelijk is aan het aantal kalenderdagen te rekenen vanaf die eerste dag; in het tegengestelde geval worden zij pas toegepast vanaf de eerste dag van de loonperiode die na de eerste dag van de maand aanvangt.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 18 février 2026, « Conditions de travail », chapitre III, art. 3 · dépôt 198477/CO/109 · en vigueur le 1er janvier 2026, durée indéterminée, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 27 août 2026 · gelezen op 2026-09-05

Voor de huisarbeid(st)ers wordt aan het globale loon een forfaitaire vergoeding van 10 % van het brutoloon toegevoegd als vergoeding voor de algemene kosten die te hunnen laste zijn — verwarming, verlichting, afschrijving van het materieel. Zij wordt op 15 % gebracht wanneer de huisarbeid(st)er die benodigdheden zelf levert. De forfaitaire vergoeding van 10 of 15 % wordt afzonderlijk in het loonboekje ingeschreven.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 18 février 2026, « Conditions de travail », art. 14 · dépôt 198477/CO/109 · en vigueur le 1er janvier 2026, durée indéterminée, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 27 août 2026 · gelezen op 2026-09-05

Alle 177 paritaire comités

Een loonbrief maken voor PC 109