PC 110 — PARITAIR COMITE VOOR DE TEXTIELVERZORGING
Minimumloon dat wij toetsen
€ 14,3223 per uur
PC 110: loonschaal 1, ondernemingen met minder dan 50 werknemers, arbeidsstelsel van 38 u/week — de laagste van de twee gepubliceerde stelsels (14,3223 €/u op 01/01/2026, indexering van 2,19 % in 1/2026, exacte waarde behouden zonder afronding). De jaarlijkse indexeringsclausule (cao van 23/06/2011, neerlegging 105779, art. 3) is algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit (24/10/2012), net als de cao die het barema vastlegt (170670, art. 2 § 2, KB van 07/10/2022): het geïndexeerde bedrag geldt zonder nieuwe neerlegging. Ondernemingen met 50 werknemers of meer (of toegetreden tot de cao van 9/03/1983) passen een stelsel van 37,5 u toe met een hoger barema (14,5192 €/u). Loonschalen 2 tot 8 liggen allemaal hoger (tot 18,9657 €/u bij 38 u). Bron: Databank Minimumlonen van de FOD Werkgelegenheid, minimumlonen.be, jcId 1100000, geraadpleegd op 05/09/2026.
Bron: CAO van 8/12/2021 "Conditions de travail et de salaire" (Paritair Comité voor de textielverzorging), bedrag bijgehouden door de databank Minimumlonen van de FOD Werkgelegenheid (salairesminimums.be, jcId 1100000), art. 2, § 2 — uurbarema's, regime < 50 werknemers, 38 u/week; indexering art. 3 van de CAO van 23/06/2011 (neerlegging 105779) (neerlegging 170670) — van kracht op 2026-01-01 de tekst lezen
Wat de loonbrief berekent
- het minimumloon
- de Dimona
Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen
- het flexiloon
- de eindejaarspremie
- de uurpremies
- de maaltijdcheques
- de verplaatsingskosten
- het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
- de tijdelijke werkloosheid
- de sectorale bijdragen
- de vermeldingen op de afrekening
- de DmfA
Identiteit en indexering
- Officiële benaming : PARITAIR COMITE VOOR DE TEXTIELVERZORGING
- Registercode : 1100000
- Statuten : arbeiders
- Indexering : 01 — laatst toegepast 2026-01-01
Wat het arbeidsreglement moet vermelden
Geen enkele arbeidsduur geldt voor het hele paritair comité: hij verschilt per activiteit. Elke arbeidsduur hieronder geldt voor het toepassingsgebied dat erbij vermeld staat.
Ondernemingen met minder dan 50 werknemers: 38 uur
CCT du 18 février 2026, « Durée du travail et répartition de la durée du travail hebdomadaire », art. 3, § 1er · dépôt 198659/CO/110 · avis de dépôt au Moniteur belge du 1er avril 2026 (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · remplace la CCT du 28 juin 2016, dépôt 134343/CO/110, A.R. du 2 mai 2017 · gelezen op 2026-09-05
Ondernemingen met 50 werknemers of meer, en die welke zijn toegetreden tot de cao van 9 maart 1983: 37 u 30
CCT du 18 février 2026, « Durée du travail et répartition de la durée du travail hebdomadaire », art. 3, § 1er · dépôt 198659/CO/110 · avis de dépôt au Moniteur belge du 1er avril 2026 (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · remplace la CCT du 28 juin 2016, dépôt 134343/CO/110, A.R. du 2 mai 2017 · gelezen op 2026-09-05
Referteperiode : één jaar wanneer de onderneming flexibele uurroosters invoert: het aantal te presteren arbeidsuren over de referteperiode bedraagt 52 maal de wekelijkse arbeidsduur
De maximumgrens van de wekelijkse arbeidsduur wordt vastgesteld op 38 uur voor de ondernemingen met minder dan 50 werknemers, en op 37,50 uur voor de ondernemingen van 50 werknemers en meer alsook voor de andere ondernemingen die toegetreden zijn in het kader van de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 maart 1983.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 18 février 2026, « Durée du travail et répartition de la durée du travail hebdomadaire », art. 3, § 1er · dépôt 198659/CO/110 · avis de dépôt au Moniteur belge du 1er avril 2026 (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · remplace la CCT du 28 juin 2016, dépôt 134343/CO/110, A.R. du 2 mai 2017 · gelezen op 2026-09-05
De maximumgrens van de wekelijkse arbeidsduur kan tot 40 uur worden gebracht, op voorwaarde dat deze verhoging bij ondernemings-cao wordt bepaald, om via ADV-dagen tot een gemiddelde jaarlijkse arbeidsduur te komen: per tien minuten die wekelijks bovenop de gemiddelde arbeidsduur worden gepresteerd wordt één ADV-dag toegekend (een arbeidsduur van 38 uur gebracht op 39 uur geeft recht op 6 ADV-dagen per jaar; een arbeidsduur van 37,50 uur gebracht op 40 uur, op 15 dagen). Die ADV-dagen zijn betaald, behoudens andere afspraken op ondernemingsvlak, en het loon wordt berekend overeenkomstig het koninklijk besluit van 18 april 1974.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 18 février 2026, « Durée du travail et répartition de la durée du travail hebdomadaire », art. 3, § 2 · dépôt 198659/CO/110 · avis de dépôt au Moniteur belge du 1er avril 2026 (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · gelezen op 2026-09-05
De wekelijkse arbeidsduur wordt over de eerste vijf dagen van de week verdeeld, behoudens voor het personeel van de onderhouds- en leveringsdiensten. De verdeling over de laatste vijf werkdagen is slechts mogelijk ingevolge een toelating van het paritair comité: de werkgever richt zijn verzoek tot de voorzitter door bemiddeling van een erin vertegenwoordigde organisatie, en het comité spreekt zich uit binnen de dertig dagen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 18 février 2026, « Durée du travail et répartition de la durée du travail hebdomadaire », art. 4 et 5 · dépôt 198659/CO/110 · avis de dépôt au Moniteur belge du 1er avril 2026 (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · gelezen op 2026-09-05
De verdelingsregels gelden niet tijdens de weken waarin een betaalde feestdag valt, noch tijdens de week die aan een dergelijke week voorafgaat. Wordt de werkman of werkster dan tewerkgesteld op een dag die normaal een rustdag is, dan mag de arbeidsduur van die dag in geen geval vier uren overschrijden en moet het werk uiterlijk te twaalf uur eindigen; het personeel wordt hiervan ten laatste op donderdag verwittigd.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 18 février 2026, « Durée du travail et répartition de la durée du travail hebdomadaire », art. 6 · dépôt 198659/CO/110 · avis de dépôt au Moniteur belge du 1er avril 2026 (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · gelezen op 2026-09-05
Flexibele uurroosters kunnen slechts worden ingevoerd met toepassing van artikel 20bis van de arbeidswet van 16 maart 1971, door wijziging van het arbeidsreglement volgens de procedure van artikel 12 — of, indien er een ondernemingsraad bestaat, van artikel 11 — van de wet van 8 april 1965. De referteperiode bedraagt één jaar en het aantal erin te presteren arbeidsuren bedraagt 52 maal de wekelijkse arbeidsduur. De prestaties mogen 1,5 uur afwijken van de in het arbeidsreglement vermelde dagelijkse grens, zonder dat de dagelijkse arbeidsduur 9 uur mag overschrijden, en 5 uur van de wekelijkse grens, zonder dat de wekelijkse arbeidsduur 45 uur mag overschrijden; op geen enkel ogenblik mag de over de referteperiode gecumuleerde afwijking meer dan 65 uur in meer of in min bedragen. Het arbeidsreglement vermeldt de alternatieve uurroosters — aanvang en einde van de arbeidsdag, duur van de pauzes, periodes waarin zij kunnen worden toegepast — en de werkgever verwittigt de werknemers ten minste zeven dagen vooraf door een aangeplakt bericht, dat uitgehangen blijft zolang het flexibele uurrooster van toepassing is. In de ondernemingen met minder dan 50 werknemers wordt binnen de drie werkdagen na de aanplakking een afschrift van het bericht van wijziging van het arbeidsreglement aan de voorzitter van het paritair comité bezorgd.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 18 février 2026, « Instauration d'horaires flexibles dans les entreprises », art. 2, 3 et 4 · dépôt 198677/CO/110 · avis de dépôt au Moniteur belge du 23 avril 2026 (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · remplace la CCT du 19 juin 2007, dépôt 85631/CO/110, A.R. du 18 mai 2008 · gelezen op 2026-09-05
Onder « dagploeg » wordt verstaan de ploeg waarvan de normale arbeidsdag ten vroegste om 6 uur begint en ten laatste om 20 uur eindigt; onder « nachtploeg », de ploeg die ten vroegste om 22 uur begint en ten laatste om 6 uur eindigt. Het minimumloon van de werknemers die in wisselende ploegen werken wordt met 10 % verhoogd; voor wie afwisselend in een nachtploeg en in een andere ploeg werkt, wordt het loon voor de uren gepresteerd tussen 22 uur en 6 uur met 25 % en dat voor de overige uren met 10 % verhoogd. Voor werknemers die vast in opeenvolgende ploegen zijn tewerkgesteld, wordt het loon voor de uren gepresteerd tussen 20 en 22 uur met 10 % en dat voor de uren gepresteerd tussen 22 en 6 uur met 25 % verhoogd. Voor andere specifieke arbeidstijden moet het uurloon voor de uren gepresteerd tussen 20 uur en 6 uur minstens 10 % hoger liggen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 8 décembre 2021, « Salaires et conditions de travail », art. 5 · dépôt 170670/CO/110 · durée indéterminée, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 7 octobre 2022 · gelezen op 2026-09-05