PC 114 — PARITAIR COMITE VOOR DE STEENBAKKERIJ
Minimumloon dat wij toetsen
€ 17,68 per uur
PC 114: functieklasse 1 (de laagste van de 8 klassen van de loonschaal), 17,68 €/u op 01/01/2026. Klassen 2 tot 8 geven recht op meer (tot 21,55 €/u in klasse 8). Cao van 05/02/2026, depot 197798/CO/114, hoofdstuk IV art. 8.
Bron: CAO van 05/02/2026, "Conditions de travail, l'emploi et les circonstances de travail 2025-2026", PC 114 (neerlegging 197798) — van kracht op 2026-01-01 de tekst lezen
Wat de loonbrief berekent
- het minimumloon
- de uurpremies
- de maaltijdcheques
- het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
- zondag en feestdagen
- de Dimona
Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen
- het flexiloon
- de eindejaarspremie
- de verplaatsingskosten
- de tijdelijke werkloosheid
- de sectorale bijdragen
- de DmfA
Identiteit en indexering
- Officiële benaming : PARITAIR COMITE VOOR DE STEENBAKKERIJ
- Registercode : 1140000
- Statuten : arbeiders
Wat het arbeidsreglement moet vermelden
Wekelijkse arbeidsduur: 38 uur
De gemiddelde wekelijkse arbeidsduur is vastgesteld op 38 uur.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 5 février 2026, « Conditions de travail, emploi et circonstances de travail », chapitre II, art. 2 · dépôt 197798/CO/114 · avis de dépôt au Moniteur belge du 25 février 2026 · cesse ses effets le 31 décembre 2026 · même article dans la CCT du 11 septembre 2023, dépôt 183719/CO/114, A.R. du 12 mai 2024, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 27 août 2026 · gelezen op 2026-09-05
De arbeiders die in ploegen werken ontvangen een ploegenpremie die per uurschijf is vastgesteld: 4,5 % van het barema-uurloon van functieklasse 5 voor de uren gepresteerd tussen 6 uur en 22 uur, voor zover het om opeenvolgende en afwisselende ploegen gaat, zowel voor de morgenploeg als voor de namiddagploeg; 18 % voor de uren gepresteerd tussen 22 uur en 6 uur, voor de nachtploeg; 4 % voor het werk dat vóór 7 uur of vanaf 9 uur aanvangt, uitgezonderd de voorbereidende en aanvullende werkzaamheden die noodzakelijk zijn om de productie op het vastgestelde uur te kunnen aanvangen. De berekening geschiedt tot de tweede decimaal.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 5 février 2026, « Conditions de travail, emploi et circonstances de travail », chapitre VII, art. 14 · dépôt 197798/CO/114 · avis de dépôt au Moniteur belge du 25 février 2026, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 27 août 2026 · gelezen op 2026-09-05
Aan alle arbeiders die op zaterdag worden tewerkgesteld wordt een toeslag van 33,33 % betaald, berekend op het werkelijk betaalde uurloon, ploegenpremie uitgezonderd; die toeslag is niet verschuldigd wanneer het zaterdagwerk geschiedt boven de van kracht zijnde wekelijkse maximumarbeidsduur, waarvoor dan overloon wordt betaald bij toepassing van hoofdstuk III, afdeling II, van de arbeidswet van 16 maart 1971. Voor het werk op zondag en op een wettelijke feestdag wordt een extrawettelijke toeslag van 100 % van het loon betaald.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 5 février 2026, « Conditions de travail, emploi et circonstances de travail », chapitre VI, art. 12 et 13 · dépôt 197798/CO/114 · avis de dépôt au Moniteur belge du 25 février 2026, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 27 août 2026 · gelezen op 2026-09-05
De loonsvoorwaarden van arbeiders die in een overbruggingsploeg werken — op zaterdag en zondag — in bedrijven die in een volcontinu arbeidssysteem werken, kunnen op ondernemingsvlak bij collectieve arbeidsovereenkomst worden vastgelegd.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 5 février 2026, « Conditions de travail, emploi et circonstances de travail », chapitre XVII, art. 37 · dépôt 197798/CO/114 · avis de dépôt au Moniteur belge du 25 février 2026, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 27 août 2026 · gelezen op 2026-09-05
De betaling van de eindejaarspremie gebeurt vóór 20 december. Onder dienstjaar wordt de periode verstaan die loopt van 1 december tot en met 30 november van het daaropvolgende kalenderjaar.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 5 février 2026, « Conditions de travail, emploi et circonstances de travail », chapitre XIII, art. 30 et 31 · dépôt 197798/CO/114 · avis de dépôt au Moniteur belge du 25 février 2026, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 27 août 2026 · gelezen op 2026-09-05
De ontslagpremie die verschuldigd is bij de definitieve verbreking van de arbeidsovereenkomst door de werkgever wordt in één keer betaald, bij de laatste loonuitbetaling die het definitieve vertrek van de arbeider voorafgaat.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 5 février 2026, « Conditions de travail, emploi et circonstances de travail », chapitre XI, art. 21, 2 · dépôt 197798/CO/114 · avis de dépôt au Moniteur belge du 25 février 2026, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 27 août 2026 · gelezen op 2026-09-05
In de continubedrijven wordt één conventionele verlofdag toegekend aan de arbeiders met 10 jaar anciënniteit, een tweede na 20 jaar en een derde na 25 jaar; vanaf 1 januari 2026 wordt een bijkomende conventionele verlofdag toegekend aan de arbeiders die aan de voorwaarden van het vervroegd pensioen voldoen doch tewerkgesteld blijven, behalve in de bedrijven die reeds bijkomende verlofdagen toekennen in het kader van een werkgelegenheidsplan voor oudere werknemers opgemaakt in uitvoering van collectieve arbeidsovereenkomst nr. 104. In de seizoensgebonden bedrijven — die waar de bakstenen met natuurlijke middelen worden gedroogd — wordt één dag toegekend na 10 jaar anciënniteit en een tweede na 25 jaar. Voor de toekenning van deze conventionele verlofdagen worden dezelfde regels in acht genomen als voor de jaarlijkse vakantie; voor deeltijdse werknemers gebeuren de berekening en de betaling pro rata.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 5 février 2026, « Conditions de travail, emploi et circonstances de travail », chapitre XIX, art. 40 à 42 · dépôt 197798/CO/114 · avis de dépôt au Moniteur belge du 25 février 2026, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 27 août 2026 · gelezen op 2026-09-05