mijnloonbrief.be

PC 117 — PARITAIR COMITE VOOR DE PETROLEUMNIJVERHEID EN -HANDEL (SEDERT 01/04/2023 OPGEHEVEN)

Geen sectoraal barema toegepast

PC 117 is erkend en gedocumenteerd, maar er wordt hier geen sectorale loonschaal toegepast. Meestal is dat geen achterstand van ons: de FOD Werk actualiseert sinds september 2022 enkel nog de barema's van de comités met meer dan 2 000 werknemers, en waar er nog een schaal bestaat, is die soms ouder — en dus lager — dan het interprofessioneel gewaarborgd minimum. In dat geval blijft dat minimum de beste bescherming, en het is dat wat de loonbrief toepast.

De afrekening vermeldt duidelijk welke sectorale elementen niet werden toegepast. Publiceert uw comité een schaal die wij niet hebben gezien? Zeg het ons — wij lezen ze.

Wat de loonbrief berekent

  • het minimumloon
  • de Dimona

Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen

  • de eindejaarspremie
  • de uurpremies
  • de verplaatsingskosten
  • het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
  • zondag en feestdagen
  • de sectorale bijdragen

Identiteit en indexering

  • Officiële benaming : PARITAIR COMITE VOOR DE PETROLEUMNIJVERHEID EN -HANDEL (SEDERT 01/04/2023 OPGEHEVEN)
  • Registercode : 1170000
  • Statuten : arbeiders

Wat het arbeidsreglement moet vermelden

Wekelijkse arbeidsduur: 38 uur

Referteperiode : de arbeidsduur van 38 uur is wekelijks ; de twaalf dagen arbeidsduurvermindering worden over het kalenderjaar opgenomen, pro rata temporis van de effectieve prestaties. Elke afwijking heeft haar eigen periode : twaalf maanden in de distributie, twaalf maanden vanaf 1 november voor vervoer, laden en lossen, maximum één jaar bij « shut-down », en maximum achtentwintig weken voor de ononderbroken werken in de raffinage

De wekelijkse arbeidsduur wordt bepaald op 38 uur. Twaalf dagen bij wijze van arbeidsduurvermindering worden toegekend, pro rata temporis van de effectieve prestaties voor wie slechts een deel van het jaar in dienst is ; deze arbeidsduur stemt overeen met een gemiddelde van 36 uur, waarbij de « wettelijke » wekelijkse arbeidsduur op 38 uur behouden blijft. De toekenningsmodaliteiten van deze dagen worden op ondernemingsniveau bepaald samen met de vertegenwoordigende werknemersinstanties, rekening houdend met de noodwendigheden van de dienst ; de laatste drie dagen worden collectief opgenomen, tenzij in unaniem akkoord met de lokale ondernemingsraad wordt overeengekomen ze niet collectief vast te leggen. De twaalf dagen worden betaald volgens het regime « Petroleumakkoord-dagen ».
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 25 janvier 2022, « Conditions de salaire et de travail pour les années 2021-2022 » (effets au 1er janvier 2021, cesse de produire ses effets le 31 décembre 2022 — art. 105), art. 6, §§ 1er et 2 · dépôt 171513/CO/117 du 28/01/2022, enregistrement 30/03/2022 · avis de dépôt MB 20/04/2022 · A.R. publié MB 06/01/2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 30 octobre 2022 · gelezen op 2026-09-05

In de distributie mag de arbeidsduur op ongelijke wijze verdeeld worden over de eerste vijf dagen van de week, op voorwaarde dat een rustpauze van minstens twaalf uur wordt verzekerd tussen het einde en het hervatten van de dagelijkse arbeid. In de raffinaderijen wordt minstens tien uur rust verzekerd voor de ploegenarbeider of bij oproep na de dagtaak, na de in het arbeidsreglement vastgelegde uren.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 25 janvier 2022, « Conditions de salaire et de travail pour les années 2021-2022 » (effets au 1er janvier 2021, cesse de produire ses effets le 31 décembre 2022 — art. 105), art. 6, § 3, al. 1er et 2 · dépôt 171513/CO/117 du 28/01/2022, enregistrement 30/03/2022 · avis de dépôt MB 20/04/2022 · A.R. publié MB 06/01/2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 30 octobre 2022 · gelezen op 2026-09-05

De grenzen van de arbeidsduur mogen bij « shut-down »-werken overschreden worden op voorwaarde dat de wekelijkse arbeidsduur, berekend over een periode van maximum één jaar, de gemiddelde arbeidsduur niet overschrijdt. Zij mogen eveneens overschreden worden voor de werklieden tewerkgesteld voor werken van vervoer, laden en lossen, op voorwaarde dat de wekelijkse arbeidsduur, berekend over een periode van maximum één jaar ingaande op 1 november van elk jaar, de gemiddelde arbeidsduur vastgesteld door de collectieve arbeidsovereenkomst niet overschrijdt.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 25 janvier 2022, « Conditions de salaire et de travail pour les années 2021-2022 » (effets au 1er janvier 2021, cesse de produire ses effets le 31 décembre 2022 — art. 105), art. 6, § 3, al. 3 et 4 · dépôt 171513/CO/117 du 28/01/2022, enregistrement 30/03/2022 · avis de dépôt MB 20/04/2022 · A.R. publié MB 06/01/2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 30 octobre 2022 · gelezen op 2026-09-05

Raffinage — de arbeiders die belast zijn met werken waarvan de uitvoering wegens hun aard niet mag onderbroken worden, mogen werken gedurende de zeven dagen van de week en de grenzen van de arbeidsduur bepaald door artikel 6, § 1, overschrijden, op voorwaarde dat de gemiddelde wekelijkse duur van hun arbeid, berekend over een periode van maximum 28 weken, geen veertig uur overschrijdt. De hieruit voortvloeiende verkorting van de arbeidsduur mag in geen geval loonsvermindering tot gevolg hebben.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 25 janvier 2022, « Conditions de salaire et de travail pour les années 2021-2022 » (effets au 1er janvier 2021, cesse de produire ses effets le 31 décembre 2022 — art. 105), art. 6, § 4 · dépôt 171513/CO/117 du 28/01/2022, enregistrement 30/03/2022 · avis de dépôt MB 20/04/2022 · A.R. publié MB 06/01/2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 30 octobre 2022 · gelezen op 2026-09-05

Het werkliedenpersoneel, ander dan de werklieden bedoeld in artikel 4 van de beslissing van 12 maart 1959 van het Nationaal Paritair Comité voor de petroleumnijverheid en -handel betreffende de verkorting van de arbeidsduur, kan op zaterdag worden tewerkgesteld aan sommige werken, op voorwaarde dat die tewerkstelling noodzakelijk is voor de goede gang van de onderneming en dat, in de mate van het mogelijke en per categorie van werklieden, een regeling wordt getroffen zodat elk personeelslid beurtelings aan de uitvoering van deze werken deelneemt. In dat geval mogen de prestaties, berekend over een periode van twee opeenvolgende weken, zesenzeventig uur niet te boven gaan, en heeft de werkman recht op een inhaalrustdag op de maandag van de tweede week ; behoudens akkoord tussen de syndicale afvaardiging en de directie van de onderneming kan die inhaalrustdag worden toegestaan binnen een maximumtermijn van vier weken die onmiddellijk volgen op de week waarin op zaterdag werd gewerkt.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 25 janvier 2022, « Conditions de salaire et de travail pour les années 2021-2022 » (effets au 1er janvier 2021, cesse de produire ses effets le 31 décembre 2022 — art. 105), art. 7 et 8 · dépôt 171513/CO/117 du 28/01/2022, enregistrement 30/03/2022 · avis de dépôt MB 20/04/2022 · A.R. publié MB 06/01/2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 30 octobre 2022 · gelezen op 2026-09-05

Distributie — de conventionele arbeidsduur mag overschreden worden op voorwaarde dat gedurende een periode van twaalf maanden gemiddeld niet langer dan achtendertig uur per week wordt gewerkt. De grens van de wekelijkse arbeidsduur mag worden overschreden naar rato van honderdvijfennegentig uur per periode van twaalf maanden ingaande op 1 november van elk jaar.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 25 janvier 2022, « Conditions de salaire et de travail pour les années 2021-2022 » (effets au 1er janvier 2021, cesse de produire ses effets le 31 décembre 2022 — art. 105), art. 9 · dépôt 171513/CO/117 du 28/01/2022, enregistrement 30/03/2022 · avis de dépôt MB 20/04/2022 · A.R. publié MB 06/01/2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 30 octobre 2022 · gelezen op 2026-09-05

Ploegenarbeid — onder « dagploeg » wordt verstaan een ploeg die werkt van 6 tot 14 uur of van 14 tot 22 uur ; onder « nachtploeg », een ploeg die werkt tussen 22 en 6 uur. Indien het werk door twee ploegen wordt verricht, de eerste aanvangend vóór 7 uur en de tweede eindigend na 20 uur maar niet later dan 22 uur, is de vergoeding voor de dagploeg verschuldigd voor beide ploegen. Wordt beschouwd als gelegenheidsshiftwerk, elk werk met een maximumduur van zeven opeenvolgende werkdagen ; vanaf de achtste werkdag zijn de gewone vergoedingen voor ploegenarbeid verschuldigd. Het begin en het einde van de ploegenarbeid op zaterdag en op zondag (24 uur) worden op het vlak van de onderneming vastgesteld.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 25 janvier 2022, « Conditions de salaire et de travail pour les années 2021-2022 » (effets au 1er janvier 2021, cesse de produire ses effets le 31 décembre 2022 — art. 105), art. 33 (définitions), 34, 37, 39, § 2, et 40, § 1er · dépôt 171513/CO/117 du 28/01/2022, enregistrement 30/03/2022 · avis de dépôt MB 20/04/2022 · A.R. publié MB 06/01/2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 30 octobre 2022 · gelezen op 2026-09-05

Overuren — het bij de wet van 16 maart 1971 voorziene overloon is verschuldigd wanneer de prestaties langer zijn dan hetzij de dagelijkse duur van 8 uur, hetzij de wekelijkse duur van 40 uur, hetzij het gemiddelde van 38 uur ; voor de arbeiders die op grond van artikel 6 op zaterdag worden tewerkgesteld, wanneer de prestaties hetzij 8 uur per dag, hetzij 48 uur per week, hetzij 80 uur berekend over twee weken overschrijden. Slechts de overuren gepresteerd boven de dagelijkse en wekelijkse grenzen van de arbeidsduur die op het vlak van de onderneming bepaald zijn en die in het arbeidsreglement zijn opgenomen, geven aanleiding tot betaling met overloon.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 25 janvier 2022, « Conditions de salaire et de travail pour les années 2021-2022 » (effets au 1er janvier 2021, cesse de produire ses effets le 31 décembre 2022 — art. 105), art. 44 et 45 · dépôt 171513/CO/117 du 28/01/2022, enregistrement 30/03/2022 · avis de dépôt MB 20/04/2022 · A.R. publié MB 06/01/2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 30 octobre 2022 · gelezen op 2026-09-05

De grens van 65 uur boven de gemiddelde arbeidsduur toegestaan gedurende de toepasselijke referteperiode wordt op 130 uur gebracht, en dit enkel voor de overuren die gebaseerd zijn op de artikelen 25 en 26, § 1, 3°, van de wet van 16 maart 1971. Het quotum overuren waarvoor de werknemer kan afzien van de inhaalrust wordt op 92 gebracht.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 12 décembre 2005 augmentant le quota d'heures supplémentaires pour lesquelles le travailleur peut renoncer à la récupération, art. 2 et 3 (effets au 1er octobre 2005, durée indéterminée), telle que modifiée par la CCT du 16 avril 2014, art. 2, qui y remplace le chiffre « 66 » par « 92 » · dépôts 78209/CO/117 et 121760/CO/117, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 15 juin 2006 et A.R. du 14 novembre 2014 · gelezen op 2026-09-05

De lonen worden iedere tien dagen uitbetaald. Twee voorschotten, zoveel mogelijk gelijk aan het door de werkman verworven loon, worden de 14de en de 24ste van iedere maand uitbetaald, voor het loon verschuldigd tot de 10de en de 20ste ; de eindafrekening dient te worden vereffend de 4de van de hierop volgende maand, voor het loon verschuldigd tot het einde van de vorige maand. Zo deze data met een zon- of feestdag samenvallen, geschiedt de betaling de hieraan voorafgaande werkdag. Het loon kan maandelijks, op het einde van iedere maand, worden uitbetaald. De afrekening van de premies wordt in dat geval in beginsel op de 26ste van de maand afgesloten, teneinde de uitkering ervan te doen samenvallen met die van het overige loon ; de verrekening van de na de juiste berekening van de overlonen, premies en diverse vergoedingen verschuldigde bedragen gebeurt bij de volgende maandelijkse uitbetaling.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 25 janvier 2022, « Conditions de salaire et de travail pour les années 2021-2022 » (effets au 1er janvier 2021, cesse de produire ses effets le 31 décembre 2022 — art. 105), art. 16 et 17 · dépôt 171513/CO/117 du 28/01/2022, enregistrement 30/03/2022 · avis de dépôt MB 20/04/2022 · A.R. publié MB 06/01/2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 30 octobre 2022 · gelezen op 2026-09-05

Aan de werknemers worden jaarlijks tien wettelijke feestdagen gewaarborgd. Wanneer de arbeiders worden tewerkgesteld op een feestdag, of op een dag die een met een zondag samenvallende feestdag vervangt, hebben zij recht op het loon dat met hun prestaties overeenstemt, verhoogd met 100 %, en daarenboven op een betaalde inhaalrustdag die hun binnen de twee weken volgend op de feestdag moet worden verleend. Wanneer die inhaalrusttijd wegens overmacht niet binnen die termijn kon worden verleend, wordt de loonbijslag op 200 % gebracht.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 25 janvier 2022, « Conditions de salaire et de travail pour les années 2021-2022 » (effets au 1er janvier 2021, cesse de produire ses effets le 31 décembre 2022 — art. 105), art. 42 et 43 · dépôt 171513/CO/117 du 28/01/2022, enregistrement 30/03/2022 · avis de dépôt MB 20/04/2022 · A.R. publié MB 06/01/2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 30 octobre 2022 · gelezen op 2026-09-05

Vakantie- en verlofregeling — op basis van de vijfdagenweek en afgezien van de twee halve dagen van Goede Vrijdag en de vooravond van Kerstmis bedraagt de vakantieduur 20 verplichte dagen bij minder dan 1 jaar anciënniteit (pro rata temporis) en van 1 tot minder dan 5 jaar, 22 dagen van 5 tot minder dan 10 jaar, 24 dagen van 10 tot minder dan 15 jaar en 25 dagen vanaf 15 jaar. Onder « vakantiedagen » wordt verstaan de normale werkdagen, dit wil zeggen de in het arbeidsreglement bepaalde werkdagen. De anciënniteit is die verworven op 31 december van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de vakantie wordt genomen. Twee halve dagen verlof worden toegekend op Goede Vrijdag en op de vooravond van Kerstmis ; de werknemers die op die data in twee of drie ploegen werken, behouden het recht op een inhaalrustdag waarvan de modaliteiten op het vlak van de onderneming worden geregeld, en indien de vooravond van Kerstmis samenvalt met een zaterdag of een zondag wordt die halve vakantiedag gegeven op de vrijdagnamiddag die 24 december voorafgaat. Sinds 1 januari 2006 wordt bovendien één regionaal cultureel bepaalde vrije dag toegekend, te regelen door de ondernemingsraad en betaald op analoge wijze als de « Petroleumakkoord-dagen » ; de opname is collectief te regelen in overleg met de ondernemingsraad.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 25 janvier 2022, « Conditions de salaire et de travail pour les années 2021-2022 » (effets au 1er janvier 2021, cesse de produire ses effets le 31 décembre 2022 — art. 105), art. 70, §§ 1er à 5 · dépôt 171513/CO/117 du 28/01/2022, enregistrement 30/03/2022 · avis de dépôt MB 20/04/2022 · A.R. publié MB 06/01/2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 30 octobre 2022 · gelezen op 2026-09-05

Alle 177 paritaire comités

Een loonbrief maken voor PC 117