mijnloonbrief.be

PC 124 — PARITAIR COMITE VOOR HET BOUWBEDRIJF

Minimumloon dat wij toetsen

€ 18,592 per uur

PC 124: categorie I handlanger, 40-urenstelsel (18,592 €/u op 01/07/2026, driemaandelijkse indexering — volgende op 01/10/2026). Barema's vastgesteld door de cao van 12/06/2014 nr. 123027/CO/124, gewijzigd door de cao van 19/03/2026 nr. 199089/CO/124 (in werking op 01/04/2026). Student: 16,1755 €/u, basisbedrag 16,000 € op 01/04/2026, elk jaar op 1 juli geïndexeerd op het gemiddelde van de viermaandelijkse gezondheidsindexcijfers van april en mei, aanvangsindexcijfer 98,935 (basisjaar 2025 = 100). Ploegbaas: minstens 10 % meer dan het loon van zijn eigen kwalificatie ÉN minstens 10 % meer dan dat van de hoogste kwalificatie in zijn ploeg — die ondergrens berekent de loonafrekening niet.

Bron: CAO van 12/06/2014 nr. 123027/CO/124 (barema en driemaandelijks mechanisme, art. 4-5), gewijzigd door de CAO van 19/03/2026 nr. 199089/CO/124 (art. 4, studentenformule) — zie de commentaren RECHERCHE-INFRUCTUEUSE hierboven, 123027: art. 4 (barema 2014) en art. 5 (driemaandelijks mechanisme); 199089: art. 4 (nieuw art. 10, studentenformule) (neerlegging 199089) — van kracht op 2026-07-01 de tekst lezen

Wat de loonbrief berekent

  • het minimumloon
  • de maaltijdcheques
  • de verplaatsingskosten
  • de sectorale bijdragen
  • de vermeldingen op de afrekening
  • de Dimona

Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen

  • het flexiloon
  • de eindejaarspremie
  • de uurpremies
  • de ecocheques
  • het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
  • de tijdelijke werkloosheid
  • de DmfA

Identiteit en indexering

  • Officiële benaming : PARITAIR COMITE VOOR HET BOUWBEDRIJF
  • Registercode : 1240000
  • Statuten : arbeiders
  • Indexering : 01, 04, 07, 10 — laatst toegepast 2026-07-01

Wat het arbeidsreglement moet vermelden

Wekelijkse arbeidsduur: 40 uur

Hoger dan 38 uur: de arbeidsduurvermindering gebeurt hier via rustdagen waarvan het comité de data vaststelt. Een reglement dat 38 uur vermeldt, stemt noch met het uurrooster noch met die rustdagen overeen.

Referteperiode : het gemiddelde van 40 uur moet worden nageleefd over een ononderbroken periode van 12 maanden ; bij gebrek aan een door de werkgever in zijn toepassingsakte vastgestelde periode, van 1 april tot 31 maart van het volgende jaar

De normale wekelijkse arbeidsduur is vastgesteld op 40 uur en is verdeeld over de eerste vijf dagen van de week, met verplichte rust op zaterdag en op zondag.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 22 décembre 2005 relative à l'organisation du temps de travail, art. 8 · dépôt 78810/CO/124 · A.R. publié au M.B. du 15 décembre 2006, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 24 septembre 2006 · gelezen op 2026-09-05

De gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van 40 uur moet worden nageleefd over een ononderbroken periode van 12 maanden. De werkgever bepaalt begin en einde van deze periode in zijn toepassingsakte ; laat hij dit na, dan wordt de periode vastgesteld van 1 april tot 31 maart van het volgende jaar.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 22 décembre 2005 relative à l'organisation du temps de travail, art. 48 · dépôt 78810/CO/124 · A.R. publié au M.B. du 15 décembre 2006, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 24 septembre 2006 · gelezen op 2026-09-05

Overeenkomstig artikel 7 van het koninklijk besluit nr. 213 van 26 september 1983 kan de dagelijkse arbeidsduur worden vastgesteld op 9 uur.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 22 décembre 2005 relative à l'organisation du temps de travail, art. 9 · dépôt 78810/CO/124 · A.R. publié au M.B. du 15 décembre 2006, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 24 septembre 2006 · gelezen op 2026-09-05

In afwijking van artikel 4 van de wet van 6 april 1960 betreffende de uitvoering van bouwwerken worden de grenzen voor het begin en het einde van de arbeidsdag vastgesteld op 6 uur en 19 uur. Voor de ondernemingen van de bouwmaterialenhandel worden zij, tijdens de periode van 1 april tot en met 31 oktober, vastgesteld op 5 uur en 19.30 uur voor de arbeiders die betrokken zijn bij de levering van bouwmaterialen ; die regeling kan evenwel maar ingaan indien de werkgever daaromtrent een aanvraag heeft ingediend bij het Paritair Comité voor het Bouwbedrijf.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 22 décembre 2005 relative à l'organisation du temps de travail, art. 55 · dépôt 78810/CO/124 · A.R. publié au M.B. du 15 décembre 2006, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 24 septembre 2006 · gelezen op 2026-09-05

De wijzigingen in de uurregelingen van de onderneming worden doorgevoerd overeenkomstig de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen. De termijn voor de bekendmaking in geval van wijziging van uurregeling wordt in dit arbeidsreglement opgenomen ; behoudens uitzonderlijke situaties bedraagt die termijn ten minste 24 uur vooraf.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 22 décembre 2005 relative à l'organisation du temps de travail, art. 7 §§ 1er et 2 · dépôt 78810/CO/124 · A.R. publié au M.B. du 15 décembre 2006, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 24 septembre 2006 · gelezen op 2026-09-05

Voor elk jaar hebben de arbeiders recht op zes rustdagen. De Koning bepaalt, na advies van het paritair comité, de datum waarop deze rustdagen moeten worden genomen. Deze rustdagen worden voor de sociale zekerheid met arbeidsdagen gelijkgesteld.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — Arrêté royal n° 213 du 26 septembre 1983 relatif à la durée du travail dans les entreprises ressortissant à la commission paritaire de la construction, art. 2, alinéas 5 et 6 (insérés par l'art. 169, 2°, de la loi-programme du 12 août 2000) et alinéa 7 · NUMAC 1983021152 · M.B. 7 octobre 1983, p. 12496 · gelezen op 2026-09-05

Onverminderd het aantal rustdagen vastgesteld in toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 213 van 26 september 1983 hebben de arbeiders recht op zes rustdagen voor elk jaar in de periode 2023-2026. Voor 2026 moeten deze dagen worden genomen — regime A : dinsdag 7 en woensdag 8 april, maandag 28, dinsdag 29, woensdag 30 en donderdag 31 december 2026 ; regime B : woensdag 29 en donderdag 30 april, maandag 28, dinsdag 29, woensdag 30 en donderdag 31 december 2026. Regime A is van toepassing op de vestigingseenheden gelegen in het Vlaamse Gewest en in de gemeenten die behoren tot de Duitstalige Gemeenschap, regime B op die gelegen in het Waalse Gewest ; voor de vestigingseenheden gelegen in het Brussels Gewest wordt het toepasselijke regime op ondernemingsvlak bepaald.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 10 février 2022 relative à la réduction de la durée du travail, art. 2, dernier alinéa, tel que remplacé par l'art. 3 de la CCT du 28 octobre 2025 (jours de repos 2026) · dépôt 172954/CO/124 (A.R. publié au M.B. du 30 mars 2023) · modification dépôt 196413/CO/124 (A.R. publié au M.B. du 17 mars 2026), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 8 janvier 2023 ; modification : A.R. du 5 mars 2026 · gelezen op 2026-09-05

Voor elk jaar van de periode 2027-2028 hebben de arbeiders recht op zes rustdagen. Voor 2027 moeten deze dagen worden genomen — regime A : dinsdag 30 en woensdag 31 maart, dinsdag 28, woensdag 29, donderdag 30 en vrijdag 31 december 2027 ; regime B : dinsdag 4 en woensdag 5 mei, dinsdag 28, woensdag 29, donderdag 30 en vrijdag 31 december 2027. Voor 2028, zonder onderscheid tussen de regimes : dinsdag 31 oktober, donderdag 2 en vrijdag 3 november, woensdag 27, donderdag 28 en vrijdag 29 december 2028.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 2 juillet 2026 relative à la réduction de la durée du travail, art. 2, 3 et 6 · dépôt 200903/CO/124 · avis de dépôt publié au M.B. du 17 août 2026 (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · gelezen op 2026-09-05

Het is verboden de arbeiders tewerk te stellen gedurende de sectorale rustdagen. In afwijking daarvan mogen zij worden tewerkgesteld wanneer de onderneming gewoonlijk een periode van intense activiteit kent op het ogenblik van de toekenning van die dagen, wanneer zij belast zijn met de klantendienst bij handelaars in bouwmaterialen, met uitzondering van het vervoer, en in de gevallen waarin arbeid op zondag is toegestaan bij artikel 12 van de arbeidswet van 16 maart 1971. De aldus tewerkgestelde arbeiders hebben recht op inhaalrust : binnen 7 maanden na de gepresteerde dag in het eerste geval, binnen 6 weken in de twee andere.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 10 février 2022 relative à la réduction de la durée du travail, art. 3 et 4 · dépôt 172954/CO/124 · A.R. publié au M.B. du 30 mars 2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 8 janvier 2023 · gelezen op 2026-09-05

De uitbetaling van het loon aan de arbeiders geschiedt normaal vóór het einde van de arbeidsdag tijdens dewelke het loon overeenkomstig dit arbeidsreglement wordt betaald. Onverminderd de bepalingen van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers wordt, in geval van afdanking van een arbeider, het hem verschuldigde loon vereffend op het einde van de opzeggingstermijn of uiterlijk binnen vier dagen na het einde van deze termijn.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 13 octobre 2011 relative aux conditions de travail et de rémunération, art. 15 (chapitre 6, « Modalités diverses ») · dépôt 106851/CO/124 · A.R. publié au M.B. du 11 octobre 2012, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 20 septembre 2012 · gelezen op 2026-09-05

Alle 177 paritaire comités

Een loonbrief maken voor PC 124