mijnloonbrief.be

PC 126 — PARITAIR COMITE VOOR DE STOFFERING EN DE HOUTBEWERKING

Minimumloon dat wij toetsen

€ 17,304 per uur

PC 126 (stoffering en houtbewerking, arbeiders): ondergrens = categorie V, de laagste van de vijf, 17,304 €/u op 01/07/2026 (stelsel van 37 u 20/week; bron: salairesminimums.be, FOD WASO, "Indexering van 1,1% in 7/2026"). Volledig rooster op deze datum: categorie I 19,433 €/u, II 18,917 €/u, III 18,420 €/u, IV 17,869 €/u, V 17,304 €/u. Arbeiders ingeschaald in categorie V schuiven na 5 jaar anciënniteit in de onderneming door naar categorie IV. Het driemaandelijkse indexeringsmechanisme dat dit bedrag oplevert is algemeen verbindend verklaard bij cao 191993/CO/126 (K.B. van 29/08/2025); de recentere cao 198680/CO/126 (11/03/2026) neemt de categorieën I tot IV over maar publiceert categorie V niet meer — zonder ze af te schaffen — en heeft zelf nog geen koninklijk besluit.

Bron: salairesminimums.be (FOD Werkgelegenheid), pagina "Commission paritaire 1260000", van kracht op 01/07/2026 — mechanisme van driemaandelijkse indexering algemeen verbindend verklaard bij de CAO 191993/CO/126 van 27/01/2025 (K.B. van 29/08/2025, B.S. van 18/09/2025), die ook categorie V becijfert (16,6110 €/h op 01/01/2025) die de CAO 198680/CO/126 van 11/03/2026 (neergelegd, nog niet algemeen verbindend verklaard) niet meer herpubliceert, tabel van de minimumuurlonen, categorie V (37 u 20/week) — van kracht op 2026-07-01 de tekst lezen

Wat de loonbrief berekent

  • het minimumloon
  • de Dimona

Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen

  • het flexiloon
  • de eindejaarspremie
  • de uurpremies
  • de maaltijdcheques
  • de ecocheques
  • de verplaatsingskosten
  • het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
  • zondag en feestdagen
  • de tijdelijke werkloosheid
  • de sectorale bijdragen

Identiteit en indexering

  • Officiële benaming : PARITAIR COMITE VOOR DE STOFFERING EN DE HOUTBEWERKING
  • Registercode : 1260000
  • Statuten : arbeiders
  • Indexering : 01, 04, 07, 10 — laatst toegepast 2026-07-01

Wat het arbeidsreglement moet vermelden

Wekelijkse arbeidsduur: 37 u 20

Lager dan het wettelijke maximum van 38 uur. Een reglement dat 38 uur vermeldt, is voor dit comité onwettig.

Referteperiode : de in de onderneming toegepaste wekelijkse arbeidsduur moet gemiddeld over twaalf maanden worden nageleefd, van 1 juli van een jaar tot en met 30 juni van het volgende ; de onderneming die van deze periode afwijkt, moet het begin en het einde van haar periode van twaalf maanden in het arbeidsreglement vermelden

De conventionele arbeidsduur van de arbeiders is vastgesteld op gemiddeld 37 uur 20 per week. De wekelijkse arbeidsduur blijft gespreid over de eerste vijf dagen van de week ; enkel het Paritair Comité voor de stoffering en de houtbewerking kan hierop, per onderneming, een afwijking toestaan, op aanvraag gericht bij aangetekend schrijven aan zijn voorzitter en vergezeld van het akkoord van de betrokken arbeiders.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 15 juin 2011 relative à la durée du travail, art. 2, 8, 9 et 10 (en vigueur le 1er janvier 2011, durée indéterminée) · dépôt 104748/CO/126 · avis de dépôt MB 29/07/2011 · A.R. publié MB 18/01/2013, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 20 décembre 2012 · gelezen op 2026-09-05

In afwijking hiervan kan de wekelijkse arbeidsduur worden verhoogd tot 38 uur per week. De onderneming moet daartoe een ondernemings-collectieve arbeidsovereenkomst sluiten, deze binnen de tien dagen ter kennisgeving overmaken aan de voorzitter van het paritair comité en ter registratie neerleggen bij de Griffie van de Dienst Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de FOD Werkgelegenheid. In de ondernemingen met een syndicale afvaardiging voor arbeiders wordt deze overeenkomst ondertekend door de gewestelijke secretarissen van de daarin vertegenwoordigde vakorganisaties ; bij ontstentenis van een syndicale afvaardiging, door de gewestelijke secretarissen van ten minste twee vakorganisaties. Zij treedt in werking zodra zij is geregistreerd.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 15 juin 2011 relative à la durée du travail, art. 2bis · dépôt 104748/CO/126 · avis de dépôt MB 29/07/2011 · A.R. publié MB 18/01/2013, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 20 décembre 2012 · gelezen op 2026-09-05

De arbeidsduurvermindering kan op ondernemingsvlak worden verwezenlijkt door de toekenning van compensatiedagen. Er zijn slechts acht regelingen mogelijk, en het aantal compensatiedagen hangt vast aan het gekozen uurrooster : week van 37 u 20, geen dag ; 37 u 30, 1 dag verworven per 260 arbeidsdagen ; 38 uur, 4 dagen (één per 65 dagen) ; 38 u 20, 6 dagen (één per 43 dagen) ; 38 u 30, 7 dagen (één per 37 dagen) ; 39 uur, 10 dagen (één per 26 dagen) ; 39 u 30, 13 dagen (één per 20 dagen) ; 40 uur, 16 dagen (één per 16 dagen). Het recht wordt verkregen naar rata van de werkelijk gepresteerde of daarmee gelijkgestelde dagen, de deeltijdse werknemer heeft er geproratiseerd recht op, en de compensatiedagen mogen niet van het ene jaar naar het volgende worden overgedragen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 23 novembre 2011 réglant les modalités de la CCT du 15 juin 2011 concernant la durée du travail, art. 2 et 3 ; CCT du 15 juin 2011, art. 3, 4 et 7 · dépôt 107551/CO/126 · avis de dépôt MB 20/01/2012 · A.R. publié MB 11/06/2013 (modalités) — dépôt 104748/CO/126 (durée), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 20 février 2013 · gelezen op 2026-09-05

De in de onderneming toegepaste wekelijkse arbeidsduur moet gemiddeld over een jaar worden nageleefd ; deze referteperiode loopt van 1 juli van een jaar tot en met 30 juni van het volgende jaar. Wordt in de onderneming van deze regeling afgeweken, dan moet het arbeidsreglement het begin en het einde vermelden van de periode van twaalf maanden waarbinnen de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur moet worden gerealiseerd. In de loop van die periode mag de totale duur van de verrichte arbeid op geen enkel ogenblik de toegelaten gemiddelde arbeidsduur met meer dan 143 uur overschrijden, en elk uur gepresteerd boven het normale dag- of weekuurrooster geeft recht op inhaalrust binnen diezelfde in het arbeidsreglement vastgelegde periode van twaalf maanden.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 11 mars 2026 relative à l'assouplissement de la durée du travail (ouvriers), art. 3 § 3, art. 4 § 1er et art. 7 § 1er (en vigueur le 1er janvier 2026, durée indéterminée ; remplace la CCT du 6 mars 2024, dépôt 186878) · dépôt 199495/CO/126 · avis de dépôt MB 07/05/2026 — opposable à tous les employeurs de la commission à partir du 22 mai 2026 (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · gelezen op 2026-09-05

In de uurroosters die met toepassing van artikel 20bis van de arbeidswet van 16 maart 1971 worden ingevoerd, mag de overschrijding van de normale uurroosters niet meer dan twee uur per dag en vijf uur per week bedragen, zonder dat de dagelijkse arbeidsduur 9 uur en de wekelijkse arbeidsduur 45 uur mag overschrijden. De tewerkstelling op zaterdag is er voor de productie beperkt tot maximum twaalf zaterdagen per jaar, à rato van vijf uur per zaterdag. In de nieuwe arbeidsregelingen gesloten in het kader van de wet van 17 maart 1987 en van CAO nr. 42 mag de overschrijding niet meer dan twee uur per dag en acht uur per week bedragen, zonder dat de dagelijkse arbeidsduur 10 uur en de wekelijkse arbeidsduur 47 uur mag overschrijden. De invoering van deze uurroosters gebeurt volgens de procedure tot wijziging van het arbeidsreglement.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 11 mars 2026 relative à l'assouplissement de la durée du travail (ouvriers), art. 5 §§ 1er, 2 et 4, art. 6 § 1er et art. 9 §§ 1er et 2 · dépôt 199495/CO/126 · avis de dépôt MB 07/05/2026 — opposable à partir du 22 mai 2026 (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · gelezen op 2026-09-05

Bij werk met opeenvolgende ploegen moet het werk op zaterdag uiterlijk om 13 uur eindigen, en hebben de betrokken arbeiders per arbeidsdag recht op een rusttijd van vijftien minuten, die op de duur van hun prestaties wordt aangerekend en als arbeidstijd wordt bezoldigd. Die arbeiders hebben bovendien recht op een loonbijslag van 7,5 pct. per uur voor de arbeidsuren tussen 5 en 21 uur of tussen 6 en 22 uur, en van 22,5 pct. per uur voor de arbeidsuren tussen 21 en 5 uur of tussen 22 en 6 uur (nachtarbeid) ; deze bijslagen zijn niet van toepassing op de ondernemingen die reeds evenwaardige bijslagen toekennen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 11 mars 2026 fixant les conditions salariales et de travail (ouvriers), art. 11 et 12 (en vigueur du 1er janvier au 31 décembre 2026) — clauses identiques à celles de la CCT du 28 septembre 2023 (dépôt 183384), rendue obligatoire par A.R. du 26 mars 2024, M.B. du 6 mai 2024 · dépôt 198680/CO/126 · avis de dépôt MB 23/04/2026 — opposable à partir du 8 mai 2026 (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · gelezen op 2026-09-05

Alle 177 paritaire comités

Een loonbrief maken voor PC 126