PC 132 — PARITAIR COMITE VOOR DE ONDERNEMINGEN VAN TECHNISCHE LAND- EN TUINBOUWWERKEN
Minimumloon dat wij toetsen
€ 12,22 per uur
PC 132: ondergrens = categorie 1A, 12,22 €/u op 01/10/2025, regime maximum 38 u/week (cao 198048/CO/132, art. 3). Dit is een NAUWE categorie: tijdelijke werknemers die enkel bijspringen in drukke periodes, op basis van schriftelijke dagcontracten aangemeld via Dimona, maximum 25 dagen per jaar in de sector — daarna, of bij een contract van onbepaalde duur, valt de werknemer automatisch onder categorie 1B (14,36 €/u), de eigenlijke ondergrens voor een gewone nieuwe aanwerving. Hogere categorieën: 2 (15,11 €), 3 (15,85 €), 4 (17,43 €), 5 (19,11 €). Een afzonderlijke cao legt een barema vast voor de BEDIENDEN van dit PC (187917/CO/132): niet gelezen, hier geen bedrag uit overgenomen.
Bron: CAO van 18 december 2025 "Loon- en arbeidsvoorwaarden / Conditions de salaires et de travail" (PC 132), art. 1 (toepassingsgebied, arbeiders), art. 2 (categorieën 1A tot 5), art. 3 (minimumuurlonen op 01/10/2025) (neerlegging 198048) — van kracht op 2025-10-01 de tekst lezen
Wat de loonbrief berekent
- het minimumloon
- de Dimona
- de DmfA
Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen
- het flexiloon
- de eindejaarspremie
- de uurpremies
- de maaltijdcheques
- de ecocheques
- de verplaatsingskosten
- het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
- de sectorale bijdragen
Identiteit en indexering
- Officiële benaming : PARITAIR COMITE VOOR DE ONDERNEMINGEN VAN TECHNISCHE LAND- EN TUINBOUWWERKEN
- Registercode : 1320000
- Statuten : arbeiders en bedienden
Wat het arbeidsreglement moet vermelden
Wekelijkse arbeidsduur: 38 uur
Referteperiode : het gemiddelde van 38 uur wordt op jaarbasis bereikt ; het saldo van de niet opgenomen compensatiedagen wordt uitgeput in de loop van het eerste kwartaal van het volgende kalenderjaar
Voor de arbeiders : de wekelijkse arbeidsduur bedoeld in artikel 19 van de arbeidswet van 16 maart 1971 bedraagt gemiddeld 38 uren per week, bereikt als een gemiddelde op jaarbasis, terwijl de werkelijke prestatieduur per week 40 uren bedraagt. Het gemiddelde wordt bereikt door de invoering, sinds 1 oktober 2002, van twaalf onbetaalde compensatiedagen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 1er septembre 2023 relative à la durée du travail (ouvriers), art. 2 (en vigueur le 1er juillet 2023, durée indéterminée ; remplace la CCT du 8 janvier 2002, dépôt 60905) · dépôt 182507/CO/132 · avis de dépôt MB 25/09/2023 · A.R. publié MB 15/02/2024, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 24 janvier 2024 · gelezen op 2026-09-05
Voor de bedienden : de wekelijkse arbeidsduur bedoeld in artikel 19 van de arbeidswet van 16 maart 1971 bedraagt gemiddeld 38 uren per week, bereikt als een gemiddelde op jaarbasis, terwijl de werkelijke prestatieduur per week 40 uren bedraagt. Het gemiddelde wordt bereikt door de invoering van twaalf betaalde compensatiedagen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 1er septembre 2023 relative à la durée du travail (employés), art. 2 (en vigueur le 1er juillet 2023, durée indéterminée) · dépôt 182508/CO/132 · avis de dépôt MB 25/09/2023 · A.R. publié MB 09/02/2024, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 24 janvier 2024 · gelezen op 2026-09-05
De werknemers die het hele jaar in dienst zijn geweest van dezelfde werkgever en die arbeidsprestaties of daarmee gelijkgestelde periodes kunnen aantonen, hebben recht op twaalf compensatiedagen ; wie in de loop van het jaar in dienst komt of uit dienst gaat, heeft er recht op à rato van twee dagen per schijf van twee maanden dienst, en de deeltijdse werknemers in verhouding tot hun effectieve prestaties. Voor de vaststelling van dat aantal wordt rekening gehouden met de effectieve prestaties, de periodes van jaarlijkse vakantie, de feestdagen en alle schorsingen van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst die recht geven op de betaling van gewaarborgd loon ten laste van de werkgever. De compensatiedagen worden genomen overeenkomstig de afspraken tussen werkgever en werknemer op ondernemingsvlak ; worden zij niet integraal opgenomen in het betrokken jaar, dan wordt het verworven saldo opgenomen in de loop van het eerste kwartaal van het nieuwe kalenderjaar.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 1er septembre 2023 relative à la durée du travail (ouvriers), art. 3, 4 et 5 ; CCT du 1er septembre 2023 relative à la durée du travail (employés), art. 3, 4 et 5 — textes identiques · dépôt 182507/CO/132 et dépôt 182508/CO/132 · avis de dépôt MB 25/09/2023 · A.R. publiés MB 15/02/2024 et 09/02/2024, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 24 janvier 2024 · gelezen op 2026-09-05
Flexibele uurroosters van de arbeiders, in uitvoering van de wet van 17 maart 1987 en van CAO nr. 42 : er mogen twaalf arbeidsuren per dag worden gepresteerd ; de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur over een periode van twaalf maanden mag niet meer dan 38 uren bedragen, en er is geen toeslag voor overuren verschuldigd zolang 12 uren per dag of 1 976 uren per periode van twaalf maanden niet worden overschreden. In de loop van het jaar mag de totale duur van de verrichte arbeid op geen enkel ogenblik de toegelaten gemiddelde arbeidsduur met meer dan 143 uren overschrijden. De rustdagen bepaald bij de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen of krachtens een collectieve arbeidsovereenkomst, met inbegrip van de twaalf compensatiedagen, de periodes van schorsing van de arbeidsovereenkomst en de rustdagen toegekend met toepassing van artikel 29 § 4 van de arbeidswet van 16 maart 1971, gelden als arbeidsduur voor de berekening van dat gemiddelde. De wijzigingen die deze regeling aan het arbeidsreglement oplegt, worden aangebracht door de ondernemingsraad en/of de syndicale afvaardiging ; bij ontstentenis daarvan wordt het arbeidsreglement gewijzigd in overleg tussen werkgever en werknemers, overeenkomstig de wet van 8 april 1965.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 18 décembre 2025 relative aux horaires flexibles, art. 2 à 7 (durée déterminée : en vigueur du 1er janvier 2026 au 31 décembre 2026) · dépôt 197240/CO/132 · avis de dépôt MB 12/02/2026 · A.R. publié MB 11/06/2026, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 25 mai 2026 · gelezen op 2026-09-05
Voor de arbeid verricht tussen 22 uur en 6 uur is de werkgever verplicht de betrokken werknemers een toeslag van 20 pct. op het loon te betalen. Wanneer die nachtarbeid zich slechts uitzonderlijk voordoet en geen normaal en vastgesteld arbeidsstelsel is, mag de werkhervatting voor de werknemers die nachtwerk hebben verricht slechts volgen na een rustperiode van ten minste acht uren.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 18 décembre 2025 relative aux conditions de travail et de rémunération, art. 7 et 8 (en vigueur le 1er octobre 2025, durée indéterminée ; remplace la CCT du 14 janvier 2025, dépôt 191695) · dépôt 198048/CO/132 · avis de dépôt MB 16/03/2026 · A.R. publié MB 17/08/2026, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 16 juillet 2026 · gelezen op 2026-09-05
Voor de berekening van het loon worden al de uren in aanmerking genomen gedurende dewelke de werknemers ter beschikking van de werkgever zijn, mits aftrek van de duur der schafttijden.
Rubriek 2° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 18 décembre 2025 relative aux conditions de travail et de rémunération, art. 5 · dépôt 198048/CO/132 · avis de dépôt MB 16/03/2026 · A.R. publié MB 17/08/2026, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 16 juillet 2026 · gelezen op 2026-09-05