mijnloonbrief.be

PC 143 — PARITAIR COMITE VOOR DE ZEEVISSERIJ

Geen sectoraal barema toegepast

PC 143 is erkend en gedocumenteerd, maar er wordt hier geen sectorale loonschaal toegepast. Meestal is dat geen achterstand van ons: de FOD Werk actualiseert sinds september 2022 enkel nog de barema's van de comités met meer dan 2 000 werknemers, en waar er nog een schaal bestaat, is die soms ouder — en dus lager — dan het interprofessioneel gewaarborgd minimum. In dat geval blijft dat minimum de beste bescherming, en het is dat wat de loonbrief toepast.

De afrekening vermeldt duidelijk welke sectorale elementen niet werden toegepast. Publiceert uw comité een schaal die wij niet hebben gezien? Zeg het ons — wij lezen ze.

Wat de loonbrief berekent

  • de Dimona

Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen

  • het minimumloon
  • het flexiloon
  • de eindejaarspremie
  • de uurpremies
  • de ecocheques
  • de verplaatsingskosten
  • het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
  • zondag en feestdagen
  • de tijdelijke werkloosheid
  • de sectorale bijdragen
  • de DmfA

Identiteit en indexering

  • Officiële benaming : PARITAIR COMITE VOOR DE ZEEVISSERIJ
  • Registercode : 1430000
  • Statuten : arbeiders
  • Indexering : 04, 10 — laatst toegepast 2026-04-01

Wat het arbeidsreglement moet vermelden

Geen enkele arbeidsduur geldt voor het hele paritair comité: hij verschilt per activiteit. Elke arbeidsduur hieronder geldt voor het toepassingsgebied dat erbij vermeld staat.

erkende vislossers en vissorteerders, tewerkgesteld in de visveilingen te Nieuwpoort, Oostende en Zeebrugge: 38 uur
CCT du 26 mars 2015, « Dispense d'établissement d'un contrat de travail écrit », préambule et art. 1er · dépôt 126635/CO/143 · avis de dépôt M.B. du 5 mai 2015 · A.R. publié au M.B. du 7 octobre 2015 · art. 3 : durée indéterminée, dénonciation par préavis de six mois, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 23 août 2015 · gelezen op 2026-09-05

Referteperiode : maximaal twaalf maanden, en enkel voor de grens van gemiddeld 48 arbeidsuren per week van de werknemers aan boord van zeevissersvaartuigen

De werknemers aan boord van zeevissersvaartuigen hebben recht op een passende rusttijd. Om dit recht te garanderen wordt het aantal arbeidsuren beperkt tot gemiddeld 48 uren per week, berekend over een referentieperiode van maximaal 12 maanden.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 14 novembre 2019 relative à l'exécution de la directive 2017/159/CE du Parlement européen et du Conseil du 19 décembre 2016, art. 2 ; art. 1er : s'applique aux employeurs et aux travailleurs qui ressortissent à la commission paritaire de la pêche maritime · dépôt 157446/CO/143 · avis de dépôt M.B. du 30 mars 2020 · A.R. publié au M.B. du 4 août 2020 · art. 4 : prend cours le 1er novembre 2019, durée indéterminée, remplace la CCT du 5 octobre 2017 (enregistrement 142819/CO/143), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 26 juin 2020 · gelezen op 2026-09-05

Het maximumaantal werkuren mag niet meer bedragen dan 14 uur in elke periode van 24 uur en 72 uur in elke periode van 7 dagen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 14 novembre 2019 relative à l'exécution de la directive 2017/159/CE, art. 3 · dépôt 157446/CO/143 · avis de dépôt M.B. du 30 mars 2020 · A.R. publié au M.B. du 4 août 2020 · art. 4 : prend cours le 1er novembre 2019, durée indéterminée, remplace la CCT du 5 octobre 2017 (enregistrement 142819/CO/143), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 26 juin 2020 · gelezen op 2026-09-05

Erkende vislossers en vissorteerders van de visveilingen te Nieuwpoort, Oostende en Zeebrugge : zij worden door de visveilingen opgeroepen in functie van het volume aangevoerde visvangsten ; de begin- en eindtijden zijn afhankelijk van de aanvoer. Arbeid wordt geleverd in het kader van een dagcontract, en de oproepingen gelden telkens voor een voltijdse tewerkstellingsperiode van één shift of één dagtaak. Deze arbeidsovereenkomst betreft een voltijdse tewerkstelling van 1 dag waarbij het wekelijks voltijds uurrooster 38 uren per week bedraagt in een 6-dagen week ; de vislossers/vissorteerders staan gedurende deze 6-dagen week ter beschikking van de visveilingen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 26 mars 2015, « Dispense d'établissement d'un contrat de travail écrit », préambule et art. 1er · dépôt 126635/CO/143 · avis de dépôt M.B. du 5 mai 2015 · A.R. publié au M.B. du 7 octobre 2015 · art. 3 : durée indéterminée, dénonciation par préavis de six mois, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 23 août 2015 · gelezen op 2026-09-05

Werklieden en werksters van de ondernemingen gekend onder het kerngetal van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid 086 (sector pakhuizen) : voor prestaties op feestdagen wordt een toeslag toegekend van 100 % op het werkelijke uurloon.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 8 septembre 2011 relative à la prime pour le travail effectué les jours fériés, art. 1er et 2 · dépôt 106634/CO/143 · avis de dépôt M.B. du 17 novembre 2011 · A.R. publié au M.B. du 25 avril 2013 · art. 3 : produit ses effets à partir du 1er janvier 2011, durée indéterminée, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 9 janvier 2013 · gelezen op 2026-09-05

Zeevissers : teneinde de controle op de naleving van de minimumrusttijden te veroorloven, wordt een systeem van werk- en rusttijdsopvolging ingevoerd aan boord van elk vissersschip. Het bevat, voor elke betrokken zeevisser en per zeereis, de naam, voornaam en geboortedatum van de zeevisser ; per dag het begin en einde van zijn prestaties en zijn rustpauzes, opgetekend op het ogenblik dat de prestaties beginnen, dat ze eindigen en bij het begin en einde van elke rustpauze ; en de periode waarop de opgetekende gegevens betrekking hebben. Het systeem moet kunnen geraadpleegd worden door de zeevisser, door de ambtenaren die met het toezicht belast zijn en door de vertegenwoordigers van de zeevissers en van de reders, waarbij elke zeevisser enkel toegang mag hebben tot zijn eigen gegevens. De opgetekende gegevens worden door de reder bewaard gedurende de gehele periode die begint op de datum van de inschrijving van de laatste verplichte vermelding en eindigt drie jaar na het einde van de maand die volgt op het kwartaal waarin deze inschrijving wordt uitgevoerd.
Rubriek 2° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — Loi du 3 mai 2003, art. 27/6, inséré par l'art. 86 de la loi du 12 juin 2020, en vigueur le 26 juin 2020 · loi du 3 mai 2003 portant réglementation du contrat d'engagement maritime pour la pêche maritime et améliorant le statut social du marin pêcheur · NUMAC 2003012246 · M.B. du 20 juin 2003, p. 33166 · dossier Justel 2003-05-03/55 · texte consolidé lu dans ses deux versions linguistiques · gelezen op 2026-09-05

Zeevissers : de zeevisser wordt vergoed op basis van een variabel loon gelijk aan een procentueel aandeel in de totale bruto-opbrengst van de tijdens de betrokken zeereis gerealiseerde vangst. Voor de berekening van dit variabel loon worden volgende minimum percentages vastgelegd. Klasse A (minder dan 132 kW) en klasse B (132 tot 221 kW) : schipper 5,5 pct., stuurman 4,5 pct., motorist 5 pct., roerganger 4,5 pct., matroos 4,5 pct., lichtmatroos 2,5 pct., scheepsjongen 2 pct. Klasse C (meer dan 221 kW) : schipper 4,5 pct., stuurman 3,5 pct., motorist 4 pct., roerganger 3,5 pct., matroos 3,5 pct., lichtmatroos 1,5 pct., scheepsjongen 1 pct.
Rubriek 2° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 4 décembre 2018 fixant le pourcentage minimum pour le calcul du salaire variable du marin pêcheur en application de l'article 29 de la loi du 3 mai 2003, art. 1er et 2 — remplace la CCT du 4 juillet 2013 (enregistrement 116311/CO/143) · dépôt 150609/CO/143 · avis de dépôt M.B. du 7 mars 2019 · A.R. publié au M.B. du 20 juin 2019 · art. 3 : entrée en vigueur le 1er janvier 2019, durée indéterminée, dénonciation par préavis d'un an. ⚠️ Le tableau de l'art. 2 fusionne les classes A et B sur une même ligne ; `pdftotext -layout` le rend en deux blocs sans le dire, la page a été rendue en image (PyMuPDF, 170 dpi) pour le vérifier, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 2 juin 2019 · gelezen op 2026-09-05

Zeevissers : het loon moet worden uitbetaald in munt die wettelijk gangbaar is in België, behoudens andersluidende overeenkomst tussen partijen ; geen enkel deel daarvan mag in natura worden betaald, en in de arbeidsovereenkomst mogen geen bepalingen voorkomen die de reder toelaten voorwaarden op te leggen waardoor de zeevisser niet vrij over het loon zou kunnen beschikken. Indien de uitbetaling in speciën gebeurt, mag deze niet worden verricht in een kantine of in een lokaal waar dranken, eetwaren of andere goederen worden verkocht, noch in vermaakgelegenheden, noch in lokalen palend aan die plaatsen of in aanhorigheden daarvan. Het loon dient te worden uitbetaald hetzij op het tijdstip bepaald in de arbeidsovereenkomst, hetzij uiterlijk vijf werkdagen na het einde van de arbeidsovereenkomst, en op de wijze bepaald in de arbeidsovereenkomst. Indien de zeevisser naar de haven van inscheping wordt teruggezonden, geschiedt de uitbetaling slechts bij de terugkeer in België.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — Loi du 3 mai 2003, art. 37 §§ 1er et 2 et art. 38 §§ 1er et 2 — l'art. 38 § 3 réserve à une CCT rendue obligatoire par le Roi le soin de définir d'autres modalités de paiement, et la commission ne l'a jamais fait · loi du 3 mai 2003 portant réglementation du contrat d'engagement maritime pour la pêche maritime et améliorant le statut social du marin pêcheur · NUMAC 2003012246 · M.B. du 20 juin 2003, p. 33166 · dossier Justel 2003-05-03/55 · texte consolidé lu dans ses deux versions linguistiques · gelezen op 2026-09-05

De rusttijd van de zeevisser mag in beginsel in niet meer dan twee perioden worden opgedeeld, waarvan er één minstens zes uur moet bedragen, en de tijd tussen twee opeenvolgende rustperioden mag niet meer dan veertien uur bedragen. Daarvan wordt afgeweken in omstandigheden waarin een vaartuig op economisch rendabele visgronden stuit die onmiddellijk moeten kunnen worden bevist : de rusttijd mag dan in meer dan twee perioden worden opgedeeld, mits op die werkdag door de bemanningsleden wier rusttijd zo wordt opgedeeld niet meer dan twaalf uur wordt gewerkt. In die gevallen van afwijking worden aan de zeevissers zo snel mogelijk compenserende rusttijden toegestaan.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — A.R. du 24 juin 2022 relatif aux temps de repos des marins pêcheurs occupés par les entreprises ressortissant à la Commission paritaire de la pêche maritime (CP 143), art. 1er et 2 — pris sur l'art. 27/4 de la loi du 3 mai 2003, après avis de la commission paritaire ; il déroge à l'art. 27/3 de la même loi, qui porte la règle de principe citée en tête, et l'art. 27/4 alinéa 2 impose le repos compensatoire dans tout cas de dérogation. 🛑 Ce texte n'est PAS au registre des CCT : ce n'est pas une convention, c'est un arrêté royal. Le chercher au registre seul l'aurait fait manquer, et on aurait écrit la règle des deux périodes comme absolue alors qu'elle ne l'est pas · NUMAC 2022203395 · dossier Justel 2022-06-24/05 · M.B. du 5 juillet 2022, p. 54516 · entrée en vigueur le 15 juillet 2022 · art. 27/3 et 27/4 insérés dans la loi du 3 mai 2003 par la loi du 12 juin 2020, art. 86, en vigueur le 26 juin 2020 · lu dans ses deux versions linguistiques, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 24 juin 2022 · gelezen op 2026-09-05

Wanneer een feestdag samenvalt met een normale wekelijkse rustdag, andere dan de zondag, ontvangt de werkman of werkster een loon dat overeenstemt met het loon voor een normale werkdag. Dat loon wordt bepaald overeenkomstig de algemene modaliteiten van uitvoering van de besluitwet van 25 februari 1947 betreffende het toekennen aan de arbeiders van loon voor een bepaald aantal feestdagen per jaar. En de normale werkdag wordt op het arbeidsreglement zelf berekend : het is het aantal werkuren per week dat het voorziet, gedeeld door het aantal werkdagen per week voorzien in datzelfde reglement.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 5 décembre 1969 de la Commission paritaire nationale de la pêche maritime, « Paiement des jours fériés coïncidant avec un jour de repos, autre que le dimanche », art. 1er, 2 et 3 — conclue en application de l'accord interprofessionnel du 7 février 1969 ; art. 4 : effets au 1er novembre 1969, durée indéterminée, dénonçable moyennant un préavis de trois mois adressé par lettre recommandée au président de la commission, et aucune dénonciation n'a été trouvée sur les soixante-sept années dépouillées. 🛑 Justel affiche « page : 88888 » pour cet arrêté et n'offre aucun lien Moniteur : le texte a été lu sur le fac-similé `/mopdf/1970/03/03_1.pdf`, page imprimée 2057, rendu en image, dans ses deux colonnes · A.R. du 11 février 1970 · NUMAC 1970021105 · dossier Justel 1970-02-11/01 · M.B. du 3 mars 1970, arrêté p. 2056, annexe p. 2057 · pris sur l'art. 28 de la loi du 5 décembre 1968, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 11 février 1970 · gelezen op 2026-09-05

Enkel vislossers, visrapers en vissorteerders — het voor een feestdag te verlenen loon is niet het werkelijke loon : het is een forfaitair dagloon, bij koninklijk besluit vastgesteld. Dit dagloon wordt op 1 april en op 1 oktober van elk jaar verhoogd of verlaagd volgens de schommeling van het indexcijfer van de consumptieprijzen, waarbij het produkt wordt afgerond naar de hogere of de lagere eenheid naargelang de eerste decimaal gelijk is aan of hoger is dan 5, of lager dan 5 ; de verhoging of verlaging geldt voor de zes maanden die volgen. Het in het besluit geschreven bedrag is 3 000 F, gekoppeld aan het indexcijfer 130,83 van de maand september 1985, zoals vervangen op 1 juli 1987 : het vandaag verschuldigde bedrag volgt uit die opeenvolgende halfjaarlijkse indexeringen, te berekenen op de in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakte indexcijfers en niet over te schrijven uit het besluit.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — A.R. du 30 octobre 1986 fixant, en exécution de la loi du 4 janvier 1974 relative aux jours fériés, un salaire journalier forfaitaire pour les déchargeurs, rassembleurs et trieurs de poissons qui ressortissent à la Commission paritaire de la pêche maritime, art. 1er et art. 2 — pris sur avis de la commission paritaire, en exécution de l'art. 14 § 2 de la loi du 4 janvier 1974 et de l'art. 6 de l'A.R. du 18 avril 1974 ; son art. 3 abroge l'A.R. du 10 juin 1976 qui le précédait · NUMAC 1986012733 · M.B. du 20 décembre 1986, p. 17461 · dossier Justel 1986-10-30/30 · effets au 1er janvier 1986 · montant de l'art. 1er remplacé par l'A.R. du 10 septembre 1987 (dossier 1987-09-10/34), en vigueur le 1er juillet 1987, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 30 octobre 1986 · gelezen op 2026-09-05

De arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij wordt gesloten voor de duur van een zeereis en is hernieuwbaar ; zij omvat tevens de werkzaamheden die nodig zijn om het vissersschip zeeklaar te maken en sommige werkzaamheden die na het aanleggen moeten worden verricht. Er is dus geen opzeggingstermijn. De verbintenissen nemen een einde door de voltooiing van de zeereis waarvoor de overeenkomst werd gesloten, de werkzaamheden na het aanleggen inbegrepen, door de dood van de zeevisser, door het vergaan van het vissersschip, door het in hechtenis nemen van de zeevisser als dader of medeplichtige van een misdrijf, door zijn ontscheping wegens ziekte of verwonding, door zijn onmiddellijke ontscheping om ernstige reden, door de wil van een van de partijen bij een dringende reden in de zin van artikel 35 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, en door overmacht. De reder of zijn aangestelde mag de onmiddellijke ontscheping slechts eisen indien een ernstige reden, zoals de veiligheid van het schip of de rust van de bemanning, dit vereist, en de reden moet dan in het scheepsdagboek worden ingeschreven. Wordt de overeenkomst beëindigd door de wil van een van de partijen of in onderling akkoord terwijl de zeevisser op zee is, dan neemt zij pas een einde bij de aankomst van het schip in de eerstvolgende haven. De partij die de overeenkomst voortijdig beëindigt, is de andere een vergoeding verschuldigd gelijk aan het loon dat verschuldigd is tot het einde van de betrokken zeereis, behalve bij beëindiging om een dringende reden, bij onmiddellijke ontscheping om ernstige reden, of bij toepassing van de artikelen 15, §§ 2 en 3, en 32, § 2 van dezelfde wet.
Rubriek 4° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — Loi du 3 mai 2003, art. 8 alinéas 1er et 2, art. 52 1° à 8°, art. 53, art. 54 et art. 55 §§ 1er et 2 — aucune convention de la commission ne fixe de délai de préavis, et les soixante-sept années de l'index ELI du Moniteur n'en portent aucune trace : le contrat n'est pas à durée indéterminée · loi du 3 mai 2003 portant réglementation du contrat d'engagement maritime pour la pêche maritime et améliorant le statut social du marin pêcheur · NUMAC 2003012246 · M.B. du 20 juin 2003, p. 33166 · dossier Justel 2003-05-03/55 · texte consolidé lu dans ses deux versions linguistiques · gelezen op 2026-09-05

Met uitzondering van de boetes wegens inbreuken op de verkeersreglementering zijn zowel de strafrechtelijke als de administratieve boetes met betrekking tot het vissersschip ten laste van de reder. Deze kan zich op de schipper verhalen indien hij bewijst dat de schipper het misdrijf opzettelijk heeft begaan of een zware fout heeft gemaakt. Daarnaast verliest de zeevisser die op het ogenblik dat hij zijn dienst moet beginnen ongerechtvaardigd afwezig is, of die zich tijdens de duur van zijn overeenkomst zonder toelating van de schipper van boord verwijdert, het recht op loon voor de duur van die afwezigheid, onverminderd de schadeloosstelling welke door de reder of de andere bemanningsleden zou kunnen worden gevorderd.
Rubriek 6° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — Loi du 3 mai 2003, art. 56 et art. 36 — aucune convention de la commission ne règle les amendes ni les pénalités sur les soixante-sept années dépouillées ; le volet disciplinaire de la loi du 5 juin 1928 (art. 6, 9 et 10 à 45) est abrogé depuis le 1er septembre 2020 par les art. 25 et 26 de la loi du 8 mai 2019 introduisant le Code belge de la Navigation · loi du 3 mai 2003 portant réglementation du contrat d'engagement maritime pour la pêche maritime et améliorant le statut social du marin pêcheur · NUMAC 2003012246 · M.B. du 20 juin 2003, p. 33166 · dossier Justel 2003-05-03/55 · texte consolidé lu dans ses deux versions linguistiques · gelezen op 2026-09-05

Reders en werknemers gekend onder het kengetal 019 van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid en vallend onder het toepassingsgebied van het koninklijk besluit van 17 februari 2005 : er wordt een sectoraal preventief alcohol- en drugsbeleid in de onderneming voorzien, in uitvoering van het koninklijk besluit van 28 juni 2009, en alle praktische modaliteiten worden uitgewerkt door de raad van bestuur van het « Zeevissersfonds », waarvan de tekst als bijlage is gevoegd. Deze regelgeving is opgenomen in het arbeidsreglement, een document dat ieder bemanningslid bij het ondertekenen van de arbeidsovereenkomst ontvangt. De zeevisser die de bepalingen van artikel 18 van de wet van 3 mei 2003 overtreedt, is aansprakelijk voor alle schade, fiscale geldboeten of straffen door het vissersschip daardoor opgelopen, onverminderd het recht van de schipper om die stoffen in beslag te nemen of te vernietigen.
Rubriek 6° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 3 mai 2018 concernant la mise en œuvre d'une politique préventive en matière d'alcool et de drogues, art. 1er, 2 et 3, et son annexe, point 4.2 — annexe remplacée par la CCT du 21 décembre 2023 (dépôt 186173/CO/143, avis de dépôt M.B. du 11 mars 2024, A.R. du 1er octobre 2024, effet au 1er décembre 2023, durée indéterminée), dont le point 4.2 est identique · dépôt 146442/CO/143 · avis de dépôt M.B. du 28 juin 2018 · A.R. publié au M.B. du 14 septembre 2018 · art. 4 : entrée en vigueur le 1er janvier 2018, durée indéterminée, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 5 septembre 2018 · gelezen op 2026-09-05

Alle 177 paritaire comités

Een loonbrief maken voor PC 143