PC 144 — PARITAIR COMITE VOOR DE LANDBOUW
Minimumloon dat wij toetsen
€ 12,43 per uur · € 2 249,89 per maand
PC 144: twee afzonderlijke ondergrenzen. Werklieden (cao 197105/CO/144, vlas-/hennepteelt uitgezonderd): 12,43 €/u op 01/01/2026, categorie "ongeschoolden", 38-urenregime — geoefenden 13,10 €, geschoolden en meergeschoolden 13,70 €. Bedienden (cao 197106/CO/144, loonschaal I): 2 249,89 €/maand op 01/01/2026, klasse A, 0 tot 1 jaar beroepservaring — hogere klassen en anciënniteit geven recht op meer, tot 3 633,86 € in klasse D bij 14 jaar. Een apart regime bestaat voor seizoen-/gelegenheidswerknemers en voor de vlassector: hier niet gelezen.
Bron: CAO van 18 december 2025 "Fixation des conditions de salaire et de travail" (arbeiders, PC 144), neerlegging 197105; gekruist met de CAO van 18 december 2025 "Fixation des barèmes minimums sectoriels pour les employés sur la base de l'expérience professionnelle", neerlegging 197106, 197105: art. 1 (toepassingsgebied, arbeiders buiten vlas/hennep), art. 3 (minimumuurlonen, vier categorieën); 197106 (https://public-search.emploi.belgique.be/website-download-service/joint-work-convention/144/144-2025-015083.pdf): art. 2 (basis op de beroepservaring) en bijlage 1a « Barema's gebaseerd op beroepservaring : loonschaal I », rij 0-1 jaar, klasse A (neerlegging 197105) — van kracht op 2026-01-01 de tekst lezen
Wat de loonbrief berekent
- het minimumloon
- de Dimona
Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen
- het flexiloon
- de eindejaarspremie
- de uurpremies
- de maaltijdcheques
- de ecocheques
- de verplaatsingskosten
- het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
- zondag en feestdagen
- de tijdelijke werkloosheid
- de sectorale bijdragen
- de DmfA
Identiteit en indexering
- Officiële benaming : PARITAIR COMITE VOOR DE LANDBOUW
- Registercode : 1440000
- Statuten : arbeiders en bedienden
- Indexering : 01 — laatst toegepast 2026-01-01
Wat het arbeidsreglement moet vermelden
Wekelijkse arbeidsduur: 38 uur
Vlasteelt, hennepteelt en de eerste verwerking ervan: 37 u 50
CCT du 4 juillet 2019 relative à la durée du travail (lin), art. 1er et art. 2 §§ 1er et 2 — « 37 heures et 50 minutes » · dépôt 153337/CO/144 · avis de dépôt au M.B. du 14 août 2019, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 7 janvier 2020 · gelezen op 2026-09-05
Referteperiode : het gemiddelde van 38 uur wordt bereikt op jaarbasis ; voor vlas, hennep en de eerste verwerking ervan bedraagt het gemiddelde 37 uur en 50 minuten en wordt de referteperiode van één jaar in het arbeidsreglement vastgesteld, bij ontstentenis waarvan zij loopt van 1 januari tot 31 december
Voor de arbeiders, met uitzondering van de werkgevers waarvan de hoofdactiviteit bestaat uit de vlasteelt, de hennepteelt of de eerste verwerking van vlas en/of hennep, bedraagt de wekelijkse arbeidsduur bedoeld in artikel 19 van de arbeidswet van 16 maart 1971 sedert 1 oktober 2002 gemiddeld 38 uur per week. Die arbeidsduur van 38 uur per week wordt bereikt als een gemiddelde op jaarbasis.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 4 juillet 2019 relative à la durée du travail (à l'exception du lin), art. 2 · dépôt 153332/CO/144 · avis de dépôt au M.B. du 14 août 2019, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 20 novembre 2019 · gelezen op 2026-09-05
In elke individuele onderneming wordt afgesproken of men de normale arbeidsduur van 40 uur met 12 onbetaalde compensatiedagen behoudt, dan wel de normale arbeidsduur van 39 uur met 6 onbetaalde compensatiedagen, dan wel of de normale wekelijkse arbeidsduur op 38 uur zonder compensatiedagen wordt bepaald. De werknemers die het ganse jaar in dienst zijn van dezelfde werkgever hebben recht op zes (regime van 39 uur per week) of twaalf (regime van 40 uur per week) compensatiedagen ; wie in de loop van het jaar in dienst komt of uit dienst gaat, heeft recht op één of twee compensatiedagen per schijf van twee maanden dat hij in de onderneming in dienst was. De compensatiedagen worden genomen overeenkomstig de op ondernemingsvlak tussen werkgever en werknemer gemaakte afspraken ; wat niet integraal in het betrokken jaar werd opgenomen, wordt verder uitgeput in de loop van het eerste kwartaal van het daaropvolgende jaar.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 4 juillet 2019 relative à la durée du travail (à l'exception du lin), art. 3 et art. 4 §§ 1er et 3 · dépôt 153332/CO/144 · avis de dépôt au M.B. du 14 août 2019, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 20 novembre 2019 · gelezen op 2026-09-05
Voor de bedienden bedraagt de wekelijkse arbeidsduur bedoeld in artikel 19 van de arbeidswet van 16 maart 1971 gemiddeld 38 uur per week, bereikt als een gemiddelde op jaarbasis. In elke individuele onderneming wordt afgesproken of men de normale arbeidsduur van 40 uur met 12 compensatiedagen behoudt, dan wel de normale arbeidsduur van 39 uur met 6 compensatiedagen, dan wel of de normale wekelijkse arbeidsduur op 38 uur zonder compensatiedagen wordt bepaald. De keuze voor één van deze arbeidsregelingen heeft geen invloed op het gewone maandloon van de werknemer en blijft in elk van de drie gevallen gelijk.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 24 mai 2023 relative à la durée du travail (employés), art. 2 et 3 · dépôt 180765/CO/144 · avis de dépôt au M.B. du 19 juillet 2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 11 janvier 2024 · gelezen op 2026-09-05
Voor de werkgevers waarvan de hoofdactiviteit bestaat uit de vlasteelt, de hennepteelt of de eerste verwerking van vlas en/of hennep — waarbij onder eerste verwerking het scheiden van de verschillende onderdelen van de plant wordt verstaan — en voor de arbeiders die zij tewerkstellen, bedraagt de normale wekelijkse arbeidsduur bedoeld in de artikelen 19 en 20 § 1 van de arbeidswet van 16 maart 1971 37 uur en 50 minuten. Zij wordt bereikt als een gemiddelde op jaarbasis. De referteperiode van een jaar wordt op ondernemingsvlak in het arbeidsreglement vastgesteld ; bij ontstentenis van een andere aanduiding in het arbeidsreglement neemt zij een aanvang op 1 januari en eindigt zij op 31 december.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 4 juillet 2019 relative à la durée du travail (lin), art. 1er et art. 2 §§ 1er et 2 · dépôt 153337/CO/144 · avis de dépôt au M.B. du 14 août 2019, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 7 janvier 2020 · gelezen op 2026-09-05
Vlas, hennep en eerste verwerking : om de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van 37 uur en 50 minuten te bereiken, kiest de werkgever tussen een effectieve gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van 40 uur per week met 6 onbetaalde en 7 betaalde compensatiedagen, of van 39 uur per week met 7 betaalde compensatiedagen ; in beide gevallen wordt het loon uitgedrukt in de 39-urenweek. Wat de onbetaalde compensatiedagen betreft, heeft de werknemer die in de loop van het jaar in dienst komt of uit dienst gaat recht op 1 dag per schijf van twee maanden effectieve prestaties, waarbij onder een maand een periode van 30 kalenderdagen wordt verstaan. Wat de betaalde compensatiedagen betreft, wordt het recht bepaald op basis van de effectieve prestaties : 7 dagen vanaf 242 arbeidsdagen, 6 van 205 tot 241 dagen, 5 van 168 tot 204, 4 van 130 tot 167, 3 van 93 tot 129, 2 van 56 tot 92, 1 van 19 tot 55, geen enkele onder 19 dagen. Deeltijdse werknemers hebben deze rechten in verhouding tot hun arbeidsregime. Waar het organisatorisch mogelijk is, wordt voor de individuele toekenning van de compensatiedagen een planning opgesteld ; in alle andere gevallen worden zij vastgelegd tijdens periodes van minder activiteit of stille tijden. In elke onderneming wordt een register bijgehouden met aanduiding van de compensatiedagen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 4 juillet 2019 relative à la durée du travail (lin), art. 2 § 3 et art. 3 · dépôt 153337/CO/144 · avis de dépôt au M.B. du 14 août 2019, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 7 janvier 2020 · gelezen op 2026-09-05
Vlas, hennep en eerste verwerking : de wekelijkse arbeidsduur wordt gedurende het ganse jaar gespreid over de eerste vijf dagen van de week, van maandag tot vrijdag ; van deze regel kan enkel worden afgeweken in de specifieke waterroot- en/of gemengde ondernemingen, volgens een regeling te treffen in overleg met de betrokken partijen. Wanneer de arbeid met opeenvolgende ploegen is georganiseerd, mag de arbeidsduur niet meer dan 8 uur per dag bedragen ; de arbeidsduur van de morgenploeg, gevoegd bij die van de namiddagploeg, mag in totaal de 80 uur per week niet overschrijden, en de arbeidsduur van de nachtploeg mag 7 uur en 15 minuten per arbeidsprestatie en 36 uur en 15 minuten per week niet te boven gaan. Wanneer de arbeid met kruisende ploegen is georganiseerd — twee ploegen waarvan de dagelijkse arbeidsduur zodanig is geregeld dat de bedrijfsuitrusting 12 uur of meer per dag in activiteit wordt gehouden — mag de arbeidsduur niet meer bedragen dan 8 uur per dag en 40 uur per week. De morgen- en de namiddagploeg presteren 8 effectieve arbeidsuren per dag over de eerste 5 dagen van de week en hun wekelijkse afwisseling is verplicht ; de nachtploeg presteert 7 uur en 15 minuten per ploeg en per dag over de eerste 5 dagen van de week tot en met zaterdagochtend, tussen 21.30 uur en 5 uur, met een onderbreking voor een rusttijd van 15 minuten ; de kruisende ploegen presteren 8 uur per dag over de eerste 5 dagen van de week, tussen 6 uur en 20 uur.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 4 juillet 2019 relative à la durée du travail (lin), art. 4 à 8 · dépôt 153337/CO/144 · avis de dépôt au M.B. du 14 août 2019, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 7 janvier 2020 · gelezen op 2026-09-05
Vlas, hennep en eerste verwerking : de werkgever die met een nachtploeg wenst te werken, moet daartoe een aanvraag richten aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de landbouw. Die aanvraag moet het aantal arbeiders vermelden dat voor de nachtploeg in aanmerking komt en moet nauwkeurig de aard en de duur van de bedoelde arbeid aangeven. Het paritair comité beslist of de aanvragende werkgever al dan niet een nachtploeg mag tewerkstellen ; de beslissing wordt de werkgever door de voorzitter van het paritair comité meegedeeld.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 4 juillet 2019 relative à la durée du travail (lin), art. 9 · dépôt 153337/CO/144 · avis de dépôt au M.B. du 14 août 2019, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 7 janvier 2020 · gelezen op 2026-09-05
De invoering van nieuwe arbeidsregelingen in de zin van de wet van 17 maart 1987 kan op ondernemingsvlak worden onderhandeld, mits drie cumulatief te vervullen voorwaarden : zij kan alleen via de procedure van het sluiten van een collectieve arbeidsovereenkomst worden gerealiseerd ; die op ondernemingsvlak gesloten overeenkomst dient ter goedkeuring te worden voorgelegd aan het Paritair Comité voor de landbouw ; en zij kan pas in werking treden na die goedkeuring.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 24 mai 2023 relative à l'introduction de nouveaux régimes de travail, art. 3 · dépôt 180766/CO/144 · avis de dépôt au M.B. du 19 juillet 2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 28 septembre 2023 · gelezen op 2026-09-05
De seizoen- en gelegenheidswerknemers — het gelegenheidspersoneel tewerkgesteld als arbeider of arbeidster zoals bepaald in artikel 8bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969 — die arbeid verrichten op een feestdag hebben, bovenop het gewone loon voor de effectief gewerkte uren, recht op een feestdagvergoeding gelijk aan het aantal op de feestdag gepresteerde uren vermenigvuldigd met het uurloon. Die feestdagvergoeding wordt betaald bij de eerste loonafrekening volgend op de gepresteerde feestdag.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 13 mai 2022 relative à l'indemnité complémentaire pour un jour férié pour les ouvriers saisonniers, art. 2 à 4 · dépôt 174199/CO/144 · avis de dépôt au M.B. du 5 août 2022, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 12 février 2023 · gelezen op 2026-09-05