mijnloonbrief.be

PC 145 — PARITAIR COMITE VOOR HET TUINBOUWBEDRIJF

Minimumloon dat wij toetsen

€ 12,51 per uur

PC 145: laagste van de zeven arbeidersbarema's — paddenstoelenteelt (barema 145.7), categorie 1, 12,51 €/u in een 38-urenstelsel op 01/01/2026 (cao van 18/12/2025, neerlegging 196983, art. 16). De zes andere arbeidersbarema's (bloemisterij, bosboomkwekerij, boomkwekerij, parken en tuinen, fruitteelt, groenteteelt) starten hoger. Voor bedienden, functieklasse A met 0 jaar ervaring: 2 249,89 €/maand voltijds op 01/01/2026 (cao van 18/12/2025, neerlegging 196984, bijlage 1a, barema I); de klassen B/C/D en anciënniteit geven recht op meer.

Bron: CAO van 18 december 2025 "Fixation du salaire et des conditions de travail" (PC 145, arbeiders), neerlegging 196983, geregistreerd op 07/01/2026; gekruist met de CAO van 18 december 2025 "Fixation des barèmes minimums sectoriels pour les employés sur la base de l'expérience professionnelle", neerlegging 196984, zelfde registratie, art. 16 (champignonteelt, barema 145.7, categorie 1, regime 38u) voor de arbeiders; bijlage 1a « Barèmes liés à l'expérience professionnelle : barème I », klasse A, 0 jaar beroepservaring, voor de bedienden (neerlegging 196983) — van kracht op 2026-01-01 de tekst lezen

Wat de loonbrief berekent

  • het minimumloon
  • de Dimona

Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen

  • het flexiloon
  • de eindejaarspremie
  • de uurpremies
  • de maaltijdcheques
  • de ecocheques
  • de verplaatsingskosten
  • het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
  • zondag en feestdagen
  • de tijdelijke werkloosheid
  • de sectorale bijdragen
  • de DmfA

Identiteit en indexering

  • Officiële benaming : PARITAIR COMITE VOOR HET TUINBOUWBEDRIJF
  • Registercode : 1450000
  • Statuten : arbeiders en bedienden
  • Indexering : 01 — laatst toegepast 2026-01-01

Wat het arbeidsreglement moet vermelden

Wekelijkse arbeidsduur: 38 uur

Referteperiode : één jaar : van 1 oktober tot 30 september ; van 1 april tot 31 maart voor de groenteteelt, de witloofteelt, de champignon- en fruitteelt, en voor de parken en tuinen ; in het arbeidsreglement kan een andere referteperiode van één jaar worden opgenomen

Voor de regelmatige werknemers — de arbeiders en arbeidsters, met uitzondering van de werknemers bedoeld in artikel 8bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969 — van de andere ondernemingen dan die waarvan de hoofdactiviteit bestaat in het aanleggen en het onderhouden van parken en tuinen, bedraagt de wekelijkse arbeidsduur bedoeld in artikel 19 en artikel 20 § 1 van de arbeidswet van 16 maart 1971 gemiddeld 38 uur per week, bereikt als een gemiddelde op jaarbasis. In elke individuele onderneming wordt afgesproken of men de normale wekelijkse arbeidsduur van 40 uur met 12 onbetaalde compensatiedagen behoudt, dan wel de normale wekelijkse arbeidsduur van 39 uur met 6 onbetaalde compensatiedagen, dan wel of de normale arbeidsduur per week op 38 uur zonder compensatiedagen wordt bepaald.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 9 janvier 2014 relative à l'organisation de l'horaire de travail de 38 heures par semaine, art. 1er et art. 2 §§ 1er et 2 · dépôt 119546/CO/145 · avis de dépôt au M.B. du 10 mars 2014, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 26 octobre 2015 · gelezen op 2026-09-05

In toepassing van artikel 26bis van de arbeidswet van 16 maart 1971 wordt de referteperiode waarin de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van 38 uur bereikt wordt, vastgesteld op een jaar. Het jaar neemt een aanvang op 1 oktober en eindigt op 30 september van het daaropvolgende kalenderjaar ; voor de groenteteelt, de witloofteelt, de champignon- en fruitteelt neemt de referteperiode een aanvang op 1 april en loopt zij af op 31 maart van het daaropvolgende jaar. Op ondernemingsvlak kan in het arbeidsreglement een andere referteperiode van een jaar worden opgenomen, en dit geldt voor alle werkgevers die onder het toepassingsgebied van de overeenkomst vallen. Gedurende deze referteperiode van een jaar kan de gemiddelde arbeidsduur van 38 uur per week overschreden worden in uitvoering van het koninklijk besluit van 28 september 2003 genomen in uitvoering van artikel 23 van de arbeidswet van 16 maart 1971.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 9 janvier 2014 relative à l'organisation de l'horaire de travail de 38 heures par semaine, art. 3 · dépôt 119546/CO/145 · avis de dépôt au M.B. du 10 mars 2014, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 26 octobre 2015 · gelezen op 2026-09-05

Wanneer de arbeidsregeling onbetaalde compensatiedagen omvat, hebben de werknemers die het ganse jaar in dienst zijn van dezelfde werkgever recht op 6 (regime van 39 uur per week) of 12 (regime van 40 uur per week) compensatiedagen ; de deeltijdse werknemers hebben dit recht in verhouding tot hun arbeidsduurregime, en wie in de loop van het jaar in dienst komt of uit dienst gaat, heeft recht op één of twee compensatiedagen per schijf van twee maanden dienst. Voor de vaststelling van het aantal compensatiedagen wordt rekening gehouden met de effectieve prestaties, met de periodes van jaarlijkse vakantie, de feestdagen en met alle schorsingen van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst die recht geven op de betaling van gewaarborgd loon ten laste van de werkgever. De compensatiedagen worden opgenomen overeenkomstig de op ondernemingsvlak tussen werkgever en werknemer gemaakte afspraken ; de resterende verworven compensatiedagen worden uitgeput in de loop van het eerste kwartaal van het nieuwe jaar.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 9 janvier 2014 relative à l'organisation de l'horaire de travail de 38 heures par semaine, art. 4 · dépôt 119546/CO/145 · avis de dépôt au M.B. du 10 mars 2014, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 26 octobre 2015 · gelezen op 2026-09-05

In de ondernemingen waarvan de hoofdactiviteit bestaat in het aanleggen en het onderhouden van parken en tuinen bedraagt de arbeidsduur van de arbeiders bedoeld in artikel 19 en artikel 20 § 1 van de arbeidswet van 16 maart 1971 38 uur, bereikt als een gemiddelde op jaarbasis. De referteperiode van één jaar wordt op ondernemingsvlak in het arbeidsreglement vastgesteld ; bij ontstentenis van een andere aanduiding in het arbeidsreglement neemt zij een aanvang op 1 april en eindigt zij op 31 maart van het volgende kalenderjaar. Om dat gemiddelde te bereiken kan de werkgever kiezen uit de volgende vier mogelijkheden : 38 uur per week zonder compensatiedagen, uurloon uitgedrukt in het regime van de 38-urenweek ; 40 uur per week met 12 onbetaalde compensatiedagen, uurloon uitgedrukt in het regime van de 38-urenweek ; 39 uur per week met 6 onbetaalde compensatiedagen, uurloon uitgedrukt in het regime van de 38-urenweek ; 39 uur per week met 6 betaalde compensatiedagen, uurloon uitgedrukt in het regime van de 39-urenweek. Er worden dan ook twee loonbarema's gepubliceerd : regime van 38 uur per week en van 39 uur per week. deze keuze moet worden opgenomen in het arbeidsreglement en in de individuele arbeidsovereenkomst ; indien dit niet het geval is, wordt verondersteld dat de werknemer wordt tewerkgesteld en betaald in het stelsel van de 38-urenweek. Gedurende de referteperiode kan die gemiddelde arbeidsduur overschreden worden in toepassing van het koninklijk besluit van 28 september 2003 genomen in uitvoering van artikel 23 van de arbeidswet van 16 maart 1971.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 16 janvier 2020 relative à la durée de travail dans le secteur « implantation et entretien de parcs et jardins », art. 2 §§ 1er à 5 · dépôt 157479/CO/145 · avis de dépôt au M.B. du 30 mars 2020, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 22 juin 2020 · gelezen op 2026-09-05

Parken en tuinen : de werknemers die het gehele jaar in dienst zijn geweest van dezelfde werkgever en die arbeidsprestaties of daarmee gelijkgestelde periodes kunnen aantonen, hebben recht op respectievelijk 6 of 12 compensatiedagen ; wie in de loop van het jaar in dienst kwam of uit dienst ging, heeft recht op één of twee dagen per schijf van twee maanden dienst, de deeltijdse werknemers in verhouding tot hun arbeidsregime. De niet-opgenomen verworven compensatiedagen dienen verplicht opeenvolgend te worden opgenomen vanaf de arbeidsdag die volgt op de betaalde feestdag van 25 december ; kunnen zij niet allemaal in het betrokken kalenderjaar worden opgenomen, dan worden de resterende dagen verder uitgeput vanaf de eerste arbeidsdag van het volgende kalenderjaar. Betwistingen over het recht op compensatiedagen worden voorgelegd aan het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf ; stelt het comité vast dat de werkgever in gebreke blijft wat de betaling van de voorziene compensatiedagen betreft, dan waarborgt het sociaal fonds de betaling en wordt het gesubrogeerd in de rechten van de werknemer.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 16 janvier 2020 relative à la durée de travail dans le secteur « implantation et entretien de parcs et jardins », art. 3 et 4 · dépôt 157479/CO/145 · avis de dépôt au M.B. du 30 mars 2020, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 22 juin 2020 · gelezen op 2026-09-05

Voor de bedienden bedraagt de wekelijkse arbeidsduur bedoeld in artikel 19 en artikel 20 § 1 van de arbeidswet van 16 maart 1971 gemiddeld 38 uur per week, bereikt als een gemiddelde op jaarbasis. In elke individuele onderneming wordt afgesproken hetzij de normale wekelijkse arbeidsduur vast te leggen op 40 uur met de 12 compensatiedagen, hetzij op 39 uur met 6 compensatiedagen, hetzij op 38 uur zonder compensatiedagen. Deze keuze moet worden opgenomen in het arbeidsreglement en in de individuele arbeidsovereenkomst ; indien dit niet het geval is, wordt verondersteld dat de werknemer wordt tewerkgesteld en betaald in het stelsel van de 38-urenweek. De keuze voor één van deze arbeidsregelingen heeft geen invloed op het gewone maandloon van de werknemer en blijft in elk van de drie gevallen gelijk. De referteperiode neemt een aanvang op 1 oktober en eindigt op 30 september van het daaropvolgende kalenderjaar ; op 1 april en 31 maart voor de groenteteelt, de witloofteelt, de champignon- en fruitteelt ; en, vanaf 1 april 2025, op 1 april en 31 maart voor de sector van de aanleg en het onderhoud van parken en tuinen, waarvan de op 1 oktober 2024 gestarte periode eenmalig tot zes maanden werd ingekort en op 31 maart 2025 werd afgesloten.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 17 décembre 2024 relative à l'organisation de l'horaire de travail de 38 heures par semaine (employés), art. 2 et 3 · dépôt 191536/CO/145 · avis de dépôt au M.B. du 12 février 2025, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 17 mai 2025 · gelezen op 2026-09-05

Parken en tuinen — nachtarbeid : in toepassing van artikel 36 van de arbeidswet van 16 maart 1971 en van artikel 2, 2° van de wet van 17 maart 1987 kan nachtarbeid worden toegepast voor zover het gaat om werken en/of diensten die op geen enkel ander ogenblik kunnen worden uitgevoerd of die als zodanig door de aanbestedende overheid zijn opgenomen. Nachtarbeid kan op ondernemingsvlak pas worden ingevoerd bij een collectieve arbeidsovereenkomst op ondernemingsvlak, gesloten onder de opschortende voorwaarde van bekrachtiging door het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, waarin onder meer de vrijwilligheid moet worden geregeld op basis waarvan de werknemers bij de nachtregeling kunnen worden ingezet. Voor alle gepresteerde en aanwezigheidsuren tussen 20 uur en 6 uur geldt een minimale toeslag van 25 pct. van het geldende uurloon.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 24 mai 2023 fixant les conditions dans lesquelles le travail de nuit et le travail le samedi peuvent être introduits dans le secteur implantation et entretien des parcs et jardins, art. 3 à 5 · dépôt 180783/CO/145 · avis de dépôt au M.B. du 19 juillet 2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 28 septembre 2023 · gelezen op 2026-09-05

Parken en tuinen — zaterdagwerk : in de subsector geldt als basisregel de vijfdagenweek, van maandag tot vrijdag, aangezien artikel 4, 2° van de wet van 6 april 1960 de uitvoering op zaterdag verbiedt van werken voor het aanleggen, inplanten en onderhouden van wegbermen, speel- en sportpleinen, vliegpleinen, parken en tuinen. Hiervan kan enkel worden afgeweken indien het werk tijdens de week onmogelijk is om één van de volgende redenen : regels opgelegd door een publieke overheid ; veiligheid van de werknemer, voor werken waarvan de veiligheid op geen enkele andere dag kan worden gewaarborgd ; noodzakelijke werken die niet anders dan op zaterdag kunnen worden uitgevoerd. In elk van die gevallen moet de werkgever een gemotiveerde aanvraag richten aan de voorzitter van het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, ten minste twee « werkende maanden » (60 kalenderdagen) vóór de uitvoering van de werken, waarbij juli en augustus niet als werkende maanden meetellen ; de aanvraag moet het modelformulier in bijlage bij de overeenkomst gebruiken, vergezeld zijn van het getekende akkoord van de betrokken werknemers en van dat van de syndicale afvaardiging waar deze is aangeduid, en gelinkt zijn aan maximaal één werf. Het paritair comité beslist met eenparigheid van stemmen en de werken kunnen pas van start gaan na ontvangst van een schriftelijke toelating die de periode (maximaal tot het einde van het kalenderjaar), de locaties en de toegestane activiteiten bepaalt. Voor werken op zaterdag is steeds een loontoeslag van 50 pct. verschuldigd.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 24 mai 2023 fixant les conditions dans lesquelles le travail de nuit et le travail le samedi peuvent être introduits dans le secteur implantation et entretien des parcs et jardins, art. 6 à 8 · dépôt 180783/CO/145 · avis de dépôt au M.B. du 19 juillet 2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 28 septembre 2023 · gelezen op 2026-09-05

In de ondernemingen die minder dan 20 werknemers tewerkstellen — de norm van 20 wordt berekend volgens de techniek van de sociale verkiezingen — en voor de werknemers die zij met een deeltijdse arbeidsovereenkomst met variabel werkrooster tewerkstellen, wordt de termijn van vijf werkdagen voor het meedelen van de dagelijkse uurroosters vervangen door 48 UUR, in toepassing van artikel 159 van de programmawet van 22 december 1989. De commentaar bij de overeenkomst licht dit toe : op dinsdag moet worden meegedeeld hoe op donderdag zal kunnen worden gewerkt. Deze regel is niet van toepassing op de werkgevers waarvan de hoofdactiviteit bestaat in het telen van champignons, die onder de overeenkomst van 21 juni 1993 vallen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 9 janvier 2014 relative au travail à temps partiel, art. 1er et 3, prolongée pour une durée indéterminée à partir du 1er octobre 2021 par la CCT du 31 janvier 2022, art. 2 · dépôt 120280/CO/145 · prolongation dépôt 175225/CO/145 · avis de dépôt au M.B. du 22 septembre 2022, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 9 octobre 2014 ; prolongation : A.R. du 16 avril 2023 · gelezen op 2026-09-05

In de ondernemingen die minder dan 20 werklieden tewerkstellen en waarvan de hoofdactiviteit bestaat in het telen van champignons, is de opgelegde termijn van vijf dagen om een aanpassing in het gehanteerde variabele werkrooster aan te kondigen slechts van toepassing wanneer de reden die deze wijziging in het uurrooster motiveert vijf dagen vóór die prestatie bekend is. In de andere gevallen dient de aanplakking te geschieden ten laatste 24 uur nadat de werkgever de reden van een wijziging van werkrooster heeft kunnen ter kennis nemen. Hij zal evenwel rekening houden met een kennisgevingstermijn van ten minste 12 uur vooraleer de prestatie een aanvang moet nemen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 21 juin 1993 concernant l'affichage d'un horaire de travail variable dans la culture des champignons, art. 1er et 2, publiée en annexe au Moniteur belge du 19 octobre 1994, p. 26406 · dépôt 35.192/CO/145 (enregistrée le 15 mars 1994) · NUMAC 1994912579 (A.R.), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 30 juillet 1994 · gelezen op 2026-09-05

Voor het seizoen- en gelegenheidspersoneel bedoeld in artikel 8bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969 mag de werkgever, in toepassing van artikel 5 § 1 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon, een deel van het nettoloon van hand tot hand uitbetalen onder de volgende voorwaarden : het in contanten betaalbare deel bedraagt maximaal 65,00 euro per week en mag nooit meer bedragen dan 50 pct. van het loon per maand ; de uitbetaling in contanten mag voor maximaal 8 weken per kalenderjaar gebeuren ; er wordt een kwitantie opgemaakt in twee exemplaren, in het Nederlands of het Frans ÉN in een taal die de werknemer begrijpt, door de werknemer ondertekend, waarvan één exemplaar hem onmiddellijk wordt overhandigd en het andere door de werkgever wordt bewaard ; de op de kwitantie vermelde bedragen worden op de loonfiche vermeld als voorschot. Is aan deze voorwaarden niet voldaan, dan geldt een onweerlegbaar vermoeden dat het voorschot niet is uitbetaald.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 15 décembre 2023 relative au paiement partiel en espèces du salaire pour le personnel saisonnier et occasionnel, art. 2 (prorogée par tacite reconduction pour des périodes consécutives d'un an, art. 3) · dépôt 185562/CO/145 · avis de dépôt au M.B. du 7 février 2024, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 16 septembre 2024 · gelezen op 2026-09-05

De seizoen- en gelegenheidswerknemers — het gelegenheidspersoneel tewerkgesteld als arbeider of arbeidster zoals bepaald in artikel 8bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969, met uitsluiting van de ondernemingen waarvan de hoofdactiviteit bestaat in het aanleggen en het onderhouden van parken en tuinen — die arbeid verrichten op een feestdag hebben, bovenop het gewone loon voor de effectief gewerkte uren, recht op een feestdagvergoeding gelijk aan het aantal op de feestdag gepresteerde uren vermenigvuldigd met het uurloon. Die feestdagvergoeding wordt betaald bij de eerste loonafrekening volgend op de gepresteerde feestdag.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 13 mai 2022 relative à l'indemnité complémentaire pour un jour férié pour les ouvriers saisonniers, art. 1er à 4 · dépôt 174200/CO/145 · avis de dépôt au M.B. du 5 août 2022, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 12 février 2023 · gelezen op 2026-09-05

Alle 177 paritaire comités

Een loonbrief maken voor PC 145