mijnloonbrief.be

PC 146 — PARITAIR COMITE VOOR HET BOSBOUWBEDRIJF

Minimumloon dat wij toetsen

€ 13,67 per uur

PC 146: bruto minimumuurloon van 13,67 €/u op 01/07/2026, en 13,78 €/u op 01/10/2026 (referentieregime 38u/week). Het bedrag van 11,01 €/u in art. 2 van de cao van 01/12/2021 is het VERTREKPUNT, niet de huidige ondergrens: art. 3 van die cao verwijst naar de cao van 11 juni 1975 (algemeen verbindend verklaard bij K.B. van 19/02/1976, B.S. van 22/04/1976 blz. 5119-5121), waarvan art. 3 de lonen VIER KEER PER JAAR aanpast, bij het begin van elk kalenderkwartaal, met de coëfficiënt van de afgevlakte gezondheidsindex van de twee eerste maanden van het vorige kwartaal (art. 4 en 5). Sindsdien zijn er vijftien aanpassingen geweest, en vielen vijf kwartalen in de dode zone van art. 6 (coëfficiënt tussen 0,9950 en 1,0050), die uitstelt zonder iets te verliezen. De tekst kent geen apart 'studenten'-regime: het laagste gepubliceerde tarief is dat van de MINDERJARIGE werknemers — 80 % op 17 jaar, 70 % op 16 jaar (art. 4), dus 9,57 €/u op 01/07/2026, hier als ondergrens weerhouden. ⚠️ Art. 3 zegt « vanaf de eerste WERKDAG » van het kwartaal waar de databank Minimumlonen van de FOD « eerste kalenderdag » schrijft: deze afrekening volgt de eerste kalenderdag.

Bron: CAO van 1 december 2021 "Conditions de salaire et de travail" (PC 146), art. 2 tot 4, en cao van 11 juni 1975 "koppeling van de lonen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen" (PC 146), art. 2 tot 7, algemeen verbindend verklaard bij K.B. van 19/02/1976, B.S. van 22/04/1976 blz. 5119-5121 (neerlegging 170526) — van kracht op 2021-12-01 de tekst lezen

Wat de loonbrief berekent

  • het minimumloon
  • de Dimona

Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen

  • het flexiloon
  • de eindejaarspremie
  • de uurpremies
  • de verplaatsingskosten

Identiteit en indexering

  • Officiële benaming : PARITAIR COMITE VOOR HET BOSBOUWBEDRIJF
  • Registercode : 1460000
  • Statuten : arbeiders
  • Indexering : 01, 04, 07, 10 — laatst toegepast 2026-10-01

Wat het arbeidsreglement moet vermelden

Wekelijkse arbeidsduur: 38 uur

Referteperiode : de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van 38 uur mag niet worden overschreden over een periode van 12 opeenvolgende maanden, waarbij de aanvang ervan steeds op 1 januari is vastgesteld

De maximumgrens van de wekelijkse arbeidsduur, vastgesteld bij artikel 19 van de arbeidswet van 16 maart 1971, wordt vanaf 1 april 1983 ingekort tot 38 uren, met perekwatie van de lonen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 2 décembre 1982, « réduction de la durée hebdomadaire du travail et utilisation de la modération salariale complémentaire pour l'emploi », chapitre II, art. 2 — entrée en vigueur le 1er avril 1983 et conclue pour une durée indéterminée (art. 5) ; elle remplace la CCT du 4 décembre 1973 (A.R. du 25 septembre 1974, M.B. du 29 octobre 1974). Texte antérieur au registre en ligne du SPF, lu au Moniteur en rendant les pages en image · NUMAC 1983012550 · M.B. du 6 septembre 1983, p. 11116 (arrêté) et p. 11117 (convention en annexe), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 6 juillet 1983 · gelezen op 2026-09-05

De 38 uren blijven de basis van het uurloon van de sector : de geldende sectorale collectieve arbeidsovereenkomst stelt het minimumuurloon vast « op basis van een wekelijkse arbeidsduur van 38 uren ».
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 1er décembre 2021, « conditions de salaire et de travail », art. 2 — conclue pour une durée indéterminée (art. 10), elle remplace la CCT du 29 janvier 2020 (dépôt 157635/CO/146) et produit ses effets au 1er décembre 2021 · dépôt 170526/CO/146 · avis de dépôt M.B. du 10 mars 2022 · A.R. publié au M.B. du 17 janvier 2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 6 août 2022 · gelezen op 2026-09-05

De grenzen van de arbeidsduur, vastgesteld bij artikel 19 van de arbeidswet van 16 maart 1971, kunnen worden overschreden onder de volgende cumulatieve voorwaarden : de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van 38 uur mag niet worden overschreden over een periode van 12 opeenvolgende maanden, waarbij de aanvang ervan steeds op 1 januari is vastgesteld ; het maximum aantal te presteren uren mag nooit meer bedragen dan 9 uren per dag en de dagelijkse schommelingen mogen nooit groter zijn dan 2 uur boven of beneden de normale dagelijkse arbeidsduur ; de wekelijkse schommelingen mogen nooit meer bedragen dan 5 uur boven of onder de normale wekelijkse arbeidsduur.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 29 novembre 2023, « introduction du régime de travail flexible », art. 2 § 1er — effet au 1er janvier 2024, durée déterminée jusqu'au 31 décembre 2027 inclus (art. 3) · dépôt 184883/CO/146 · avis de dépôt M.B. du 16 janvier 2024 · A.R. publié au M.B. du 4 octobre 2024, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 1er septembre 2024 · gelezen op 2026-09-05

De nieuwe uurroosters die voortvloeien uit de toepassing van de flexibele arbeidsregeling moeten het voorwerp uitmaken van een aanpassing van het arbeidsreglement volgens de bepalingen van artikel 6, 1°, van de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 29 novembre 2023, « introduction du régime de travail flexible », art. 2 § 2 · dépôt 184883/CO/146 · avis de dépôt M.B. du 16 janvier 2024 · A.R. publié au M.B. du 4 octobre 2024, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 1er septembre 2024 · gelezen op 2026-09-05

De rustdagen bepaald bij de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen en de periodes van schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomsten voorzien in de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten komen als arbeidsduur in aanmerking voor de berekening van de arbeidsduur die over een jaar moet worden nageleefd.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 29 novembre 2023, « introduction du régime de travail flexible », art. 2 § 3 · dépôt 184883/CO/146 · avis de dépôt M.B. du 16 janvier 2024 · A.R. publié au M.B. du 4 octobre 2024, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 1er septembre 2024 · gelezen op 2026-09-05

De minimale wekelijkse arbeidsduur van deeltijds tewerkgestelde werknemers, die door artikel 11bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten is vastgesteld op een derde van de wekelijkse arbeidsduur van de voltijds tewerkgestelde werknemers, is niet van toepassing wanneer de volgende cumulatieve voorwaarden kunnen worden aangetoond : de werknemer is tegelijk bij één of meerdere andere werkgevers tewerkgesteld, EN de som van de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur bij elk van deze werkgevers is gelijk aan of meer dan 1/3 van een voltijdse tewerkstelling ; onder voltijdse tewerkstelling wordt een gemiddelde van 38 uur per week begrepen. Het bewijs kan worden geleverd met de verklaring op eer die als bijlage bij de overeenkomst is gevoegd, ingevuld door alle betrokken werkgevers ; het wordt op de zetel van het bedrijf bijgehouden tot 5 jaar na uitdiensttreding van de werknemer.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 29 novembre 2023, « dérogation à la durée de travail minimale hebdomadaire (1/3 d'une occupation à temps plein) », art. 2 §§ 1er à 3 — effet au 1er janvier 2024, durée déterminée jusqu'au 31 décembre 2027 (art. 3) · dépôt 184913/CO/146 · avis de dépôt M.B. du 16 janvier 2024 · A.R. publié au M.B. du 18 juillet 2024, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 4 juillet 2024 · gelezen op 2026-09-05

Alle 177 paritaire comités

Een loonbrief maken voor PC 146