mijnloonbrief.be

PC 150 — PARITAIR COMITE VOOR GEWOON POTTENGOED IN POTAARDE (SEDERT 01/01/2010 OPGEHEVEN)

Geen sectoraal barema toegepast

PC 150 is erkend en gedocumenteerd, maar er wordt hier geen sectorale loonschaal toegepast. Meestal is dat geen achterstand van ons: de FOD Werk actualiseert sinds september 2022 enkel nog de barema's van de comités met meer dan 2 000 werknemers, en waar er nog een schaal bestaat, is die soms ouder — en dus lager — dan het interprofessioneel gewaarborgd minimum. In dat geval blijft dat minimum de beste bescherming, en het is dat wat de loonbrief toepast.

De afrekening vermeldt duidelijk welke sectorale elementen niet werden toegepast. Publiceert uw comité een schaal die wij niet hebben gezien? Zeg het ons — wij lezen ze.

Wat de loonbrief berekent

  • de Dimona

Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen

  • het minimumloon
  • de eindejaarspremie
  • de uurpremies
  • de verplaatsingskosten
  • het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
  • de tijdelijke werkloosheid
  • de sectorale bijdragen

Identiteit en indexering

  • Officiële benaming : PARITAIR COMITE VOOR GEWOON POTTENGOED IN POTAARDE (SEDERT 01/01/2010 OPGEHEVEN)
  • Registercode : 1500000
  • Statuten : arbeiders en bedienden

Wat het arbeidsreglement moet vermelden

Dit paritair comité stelt geen wekelijkse arbeidsduur vast voor zijn hele toepassingsgebied. Neem de 38 uur van een model niet zomaar over: lees hieronder wat het comité wél schrijft.

De maximumgrens van de wekelijkse arbeidsduur wordt overeenkomstig artikel 19 van de arbeidswet van 16 maart 1971, gewijzigd bij de wet van 20 juli 1978, vanaf 1 december 1986 gebracht op zevenendertig uur en dertig minuten. De toepassingsmodaliteiten zullen worden uitgewerkt op het vlak van de ondernemingen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 31 janvier 1985, « Utilisation de la modération salariale pour l'emploi », chapitre IV « Réduction de la durée du travail », art. 4 — convention en vigueur du 1er janvier 1985 au 1er janvier 1987 (art. 7), ses obligations maintenues jusqu'au 1er janvier 1991 par la CCT du 2 mars 1989 « Consolidation des accords sur l'emploi », ch. II, art. 2 (A.R. du 29 septembre 1989, NUMAC 1989012705, M.B. du 11 octobre 1989, p. 17364) ; aucun texte postérieur de la commission ne re-fixe la durée hebdomadaire ; commission abrogée le 1er janvier 2010 · NUMAC 1985012487 · M.B. du 30 août 1985, arrêté p. 12413, art. 4 p. 12414 (F. 85 — 1618) · annexe non publiée par Justel, lue sur le fac-similé du Moniteur, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 20 juin 1985 · gelezen op 2026-09-05

Wanneer het werk in opeenvolgende ploegen wordt uitgevoerd, worden de volgende premies toegekend : 6 pct. van het loon voor de morgen- en namiddagploegen ; 16 pct. van het loon voor de nachtploegen ; 9,33 pct. van het loon voor de ploegen welke in continudienst werken.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 24 mai 2005, « Primes d'équipes », art. 2 — mêmes taux que la CCT du 25 mai 1999 « conditions de travail », art. 13 (dépôt 52555), la CCT du 26 février 2001 (dépôt 56805) et la CCT du 8 avril 2003 (dépôt 67766) — convention produisant ses effets le 1er janvier 2005 et cessant d'être en vigueur le 31 décembre 2006 ; commission abrogée le 1er janvier 2010 · dépôt 75132/CO/150 · déposée le 31 mai 2005 · avis de dépôt M.B. du 24 juin 2005 · A.R. publié au M.B. du 11 octobre 2006, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 15 juin 2006 · gelezen op 2026-09-05

Ten laatste op 15 december van elk kalenderjaar wordt een eindejaarspremie uitbetaald aan alle werklieden en werksters, op voorwaarde dat zij in de loop van het jaar hun arbeidsovereenkomst niet vrijwillig hebben verbroken, behoudens in geval van op pensioenstelling of toekenning van brugpensioen bij toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17. Voor de werklieden en werksters die in de loop van het kalenderjaar in dienst zijn getreden, wordt de premie berekend op basis van 1/12de van de maximumpremie per maand aanwezigheid ; een begonnen maand wordt als een volledige maand beschouwd.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 24 mai 2005, « Prime de fin d'année », art. 2 et art. 3, dernier alinéa — même échéance que la CCT du 25 mai 1999 « conditions de travail », art. 14 (dépôt 52555) — convention produisant ses effets le 1er janvier 2005 et cessant d'être en vigueur le 31 décembre 2006 ; commission abrogée le 1er janvier 2010 · dépôt 75131/CO/150 · déposée le 31 mai 2005 · avis de dépôt M.B. du 24 juin 2005 · A.R. publié au M.B. du 11 octobre 2006, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 15 juin 2006 · gelezen op 2026-09-05

Ongeacht het gebruikte vervoermiddel hebben de werklieden en werksters, vanaf de eerste kilometer, recht op een tegemoetkoming in de vervoerskosten gelijk aan de tegemoetkoming in de prijs van de treinkaart in toepassing van de wet van 27 juli 1962. De werklieden en werksters leggen een document voor waaruit de afgelegde afstand blijkt ; de werkgevers mogen, ten allen tijde, controleren of deze verklaring met de werkelijkheid strookt. Gunstiger bepalingen die in het vlak van de onderneming bestaan blijven behouden.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 26 février 2001, « Frais de transport », art. 2, 3 et 4 — remplace la CCT du 25 mai 1999 relative à la fixation de l'intervention des employeurs dans les frais de transport des ouvriers et ouvrières (dépôt 52550) ; produit ses effets le 1er janvier 2001 — convention à durée indéterminée, dénonçable moyennant un préavis de trois mois ; commission abrogée le 1er janvier 2010 · dépôt 56810/CO/150 · déposée le 27 février 2001 · avis de dépôt M.B. du 3 mai 2001 · A.R. publié au M.B. du 5 avril 2002, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 21 janvier 2002 · gelezen op 2026-09-05

De carensdag bedoeld bij artikel 52, § 1, tweede lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, wordt door de werkgever betaald.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 24 mai 2005, « Jour de carence », art. 2 — même règle que les CCT du 25 mai 1999 (dépôt 52554), du 26 février 2001 (dépôt 56801) et du 8 avril 2003 (dépôt 67767) — convention produisant ses effets le 1er janvier 2005 et cessant d'être en vigueur le 31 décembre 2006 ; commission abrogée le 1er janvier 2010 · dépôt 75128/CO/150 · déposée le 31 mai 2005 · avis de dépôt M.B. du 24 juin 2005 · A.R. publié au M.B. du 11 octobre 2006, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 15 juin 2006 · gelezen op 2026-09-05

De werklieden en werksters die werkloos worden gesteld wegens gebrek aan werk, die recht hebben op de werkloosheidsuitkeringen en die drie maanden anciënniteit in dezelfde onderneming tellen, kunnen aanspraak maken op een dagelijkse uitkering voor bestaanszekerheid, uitbetaald vanaf de eerste werkloosheidsdag en voor een onbeperkt aantal dagen per kalenderjaar. Het bedrag ervan wordt vastgesteld op 9,60 EUR in het raam van de vijfdagenweek vanaf 1 april 2005.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 24 mai 2005, « Allocation de sécurité d'existence », art. 2, 3, 4 et 6 — convention produisant ses effets le 1er janvier 2005 et cessant d'être en vigueur le 31 décembre 2006 ; commission abrogée le 1er janvier 2010 · dépôt 75130/CO/150 · déposée le 31 mai 2005 · avis de dépôt M.B. du 24 juin 2005 · A.R. publié au M.B. du 11 octobre 2006, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 1er juillet 2006 · gelezen op 2026-09-05

In geval van afdanking, uitgezonderd om dringende reden, wordt de eindejaarspremie toegekend op basis van 1/12de per maand of begonnen maand aanwezigheid, berekend op het uurloon van toepassing op de eerste van de maand waarin zij de onderneming verlaten.
Rubriek 4° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 24 mai 2005, « Prime de fin d'année », art. 4 — reprend l'art. 16 de la CCT du 25 mai 1999 « conditions de travail » (dépôt 52555), dont la colonne française renvoyait par erreur à « l'article 13 » au lieu de l'article 15 — convention produisant ses effets le 1er janvier 2005 et cessant d'être en vigueur le 31 décembre 2006 ; commission abrogée le 1er janvier 2010 · dépôt 75131/CO/150 · déposée le 31 mai 2005 · avis de dépôt M.B. du 24 juin 2005 · A.R. publié au M.B. du 11 octobre 2006, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 15 juin 2006 · gelezen op 2026-09-05

Het recht op bestaanszekerheidsuitkering vervalt : a) bij vrijwillige onderbreking van de arbeidsovereenkomst door de werkman of werkster en bij het sluiten van een nieuwe overeenkomst met een onderneming welke niet ressorteert onder het Paritair Comité voor gewoon pottengoed in potaarde ; b) bij doorzending wegens overtreding van het arbeidsreglement.
Rubriek 4° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 24 mai 2005, « Allocation de sécurité d'existence », art. 7 — mêmes termes qu'à l'art. 22 de la CCT du 25 mai 1999 « conditions de travail » (dépôt 52555) — convention produisant ses effets le 1er janvier 2005 et cessant d'être en vigueur le 31 décembre 2006 ; commission abrogée le 1er janvier 2010 · dépôt 75130/CO/150 · déposée le 31 mai 2005 · avis de dépôt M.B. du 24 juin 2005 · A.R. publié au M.B. du 11 octobre 2006, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 1er juillet 2006 · gelezen op 2026-09-05

Met ingang van 1 januari 1999 kunnen de werklieden en werksters die een anciënniteit van 5 jaar in de onderneming hebben, aanspraak maken op één bijkomende betaalde vakantiedag per jaar. Met ingang van 1 januari 1999 kunnen de werklieden en werksters die een anciënniteit van 10 jaar in de onderneming hebben, aanspraak maken op één bijkomende betaalde vakantiedag per jaar. Deze bijkomende vakantiedagen worden genomen onder dezelfde voorwaarden als de wettelijke vakantiedagen.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 25 mai 1999, « Octroi d'un jour de vacances supplémentaire en fonction de l'ancienneté », art. 2 §§ 1er à 3 — remplace la CCT du 10 avril 1997 de même objet (art. 3) ; entre en vigueur le 1er janvier 1999 — convention à durée indéterminée, dénonçable moyennant un préavis de trois mois ; commission abrogée le 1er janvier 2010 · dépôt 52553/CO/150 · déposée le 29 juin 1999 · avis de dépôt M.B. du 22 octobre 1999 · A.R. publié au M.B. du 30 mars 2001, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 17 novembre 2000 · gelezen op 2026-09-05

Alle 177 paritaire comités

Een loonbrief maken voor PC 150