PC 200 — AANVULLEND PARITAIR COMITE VOOR DE BEDIENDEN
Minimumloon dat wij toetsen
€ 2 242,80 per maand
PC 200: klasse A, 0 jaar ervaring (2 242,80 €/maand op 01/01/2026). De hogere klassen en de anciënniteit geven recht op meer.
Bron: Databank Minimumlonen van de FOD Werkgelegenheid (salairesminimums.be, jcId 2000000, van kracht op 01/01/2026, indexering van 2,21 % in 1/2026), geraadpleegd op 05/09/2026 — CAO van 09/06/2016 nr. 134426/CO/200 (loonschaal klasse A, basis 2016) en CAO van 09/06/2016 nr. 134420/CO/200 (koppeling aan de afgevlakte gezondheidsindex, mechanisme) voor de afstamming. Zie de commentaar hierboven., salairesminimums.be: tabel klasse A, kolom « 0 »; 134426: art. 4 (klasse A, 0 jaar, basis 2016); 134420: indexeringsmechanisme (neerlegging 134426) — van kracht op 2026-01-01 de tekst lezen
Wat de loonbrief berekent
- het minimumloon
- de eindejaarspremie
- de ecocheques
- de verplaatsingskosten
- de Dimona
- de DmfA
Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen
- de uurpremies
- zondag en feestdagen
- de sectorale bijdragen
- de vermeldingen op de afrekening
Identiteit en indexering
- Officiële benaming : AANVULLEND PARITAIR COMITE VOOR DE BEDIENDEN
- Registercode : 2000000
- Statuten : bedienden
- Indexering : 01 — laatst toegepast 2026-01-01
Wat het arbeidsreglement moet vermelden
Wekelijkse arbeidsduur: 38 uur
Referteperiode : het gemiddelde van 38 uur wordt op jaarbasis berekend
De gemiddelde wekelijkse arbeidsduur, berekend op jaarbasis, bedraagt 38 uur. De normale wekelijkse arbeidsduur wordt over vijf dagen gespreid, uitgezonderd in geval van dringende noodzaak omwille van de uitbating. In de ondernemingen die zowel bedienden als werklieden tewerkstellen, zijn de wekelijkse arbeidsduur en de arbeidstijdregeling van het bediendenpersoneel dat leiding geeft aan en toezicht houdt over de werklieden dezelfde als die van het werkliedenpersoneel.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 9 juin 2016, « Durée du travail », art. 2 et art. 3 § 1er · dépôt 134429/CO/200 · A.R. publié au M.B. du 27 juin 2017, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 13 mai 2017 · gelezen op 2026-09-05
Indien de activiteit van de onderneming een arbeidsduur van 40 uur per week noodzakelijk maakt, worden de inhaalrustdagen voor de verwezenlijking van de gemiddelde arbeidsduur op jaarbasis in dit arbeidsreglement vastgelegd.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 9 juin 2016, « Durée du travail », art. 3 § 2 · dépôt 134429/CO/200 · A.R. publié au M.B. du 27 juin 2017, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 13 mai 2017 · gelezen op 2026-09-05
Met het oog op de verwezenlijking van de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur dient rekening te worden gehouden met de inhaalrustdagen die op het vlak van de onderneming reeds aan alle bedienden worden toegekend bovenop de rustdagen die voortvloeien uit de wettelijke bepalingen en uit de sectorale collectieve arbeidsovereenkomsten van het Aanvullend Paritair Comité voor de bedienden : de eventuele plaatselijke feestdagen, de feestdagen van de gemeenschappen of de andere dagen die collectief aan alle werknemers worden toegekend.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 9 juin 2016, « Durée du travail », art. 4 · dépôt 134429/CO/200 · A.R. publié au M.B. du 27 juin 2017, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 13 mai 2017 · gelezen op 2026-09-05
Onverminderd de wettelijke bepalingen worden, in de ondernemingen of sectoren waar bij collectieve arbeidsovereenkomst specifieke regelingen werden overeengekomen op het stuk van de organisatie van de arbeidstijd voor de werklieden, dezelfde modaliteiten eveneens toegepast op het bediendenpersoneel van die ondernemingen of sectoren, voor zover dit personeel ressorteert onder het Aanvullend Paritair Comité voor de bedienden.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 9 juin 2016, « Durée du travail », art. 5 · dépôt 134429/CO/200 · A.R. publié au M.B. du 27 juin 2017, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 13 mai 2017 · gelezen op 2026-09-05
In uitvoering van artikel 26bis van de arbeidswet van 16 maart 1971 wordt de periode voor recuperatie van overschrijdingen van de arbeidsduur verlengd tot een periode van maximum één jaar. Die periode van één jaar is in principe een burgerlijk jaar, tenzij op ondernemingsvlak een andere periode van 12 maanden wordt bepaald. De overschrijdingen worden bij voorkeur gecompenseerd door volledige rustdagen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 9 juin 2016, « Durée du travail », art. 6 · dépôt 134429/CO/200 · A.R. publié au M.B. du 27 juin 2017, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 13 mai 2017 · gelezen op 2026-09-05
De normale arbeidsduur zoals vastgesteld in dit arbeidsreglement kan worden verkort of verlengd en het normale uurrooster kan worden vervangen door bijzondere uurroosters, overeenkomstig artikel 20bis van de arbeidswet van 16 maart 1971. Het aantal te werken uren over het kalenderjaar, of over elke andere periode van 12 opeenvolgende maanden, bedraagt 52 maal het aantal uren van de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van de onderneming op jaarbasis. De wekelijkse arbeidsduur waarin de bijzondere uurroosters voorzien mag maximum vijf uur, en de dagelijkse arbeidsduur maximum één uur, langer zijn dan die van het normale uurrooster.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 9 juin 2016, « Nouveaux régimes de travail », art. 4 · dépôt 134423/CO/200 · A.R. publié au M.B. du 18 mai 2017, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 2 mai 2017 · gelezen op 2026-09-05
De onderneming mag gedurende zes zon- of feestdagen per kalenderjaar personeel tewerkstellen ; binnen deze grenzen mag elke werknemer gedurende maximum zes zon- of feestdagen per jaar worden tewerkgesteld, volgens de in de onderneming geldende regels en bij ontstentenis daarvan op vrijwillige basis. Onverminderd de toepassing van de arbeidswet van 16 maart 1971 geeft deze tewerkstelling enkel recht op een inhaalrust gelijk aan 50 % van de op de zon- of feestdag gepresteerde arbeidstijd.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 9 juin 2016, « Nouveaux régimes de travail », art. 5.1 · dépôt 134423/CO/200 · A.R. publié au M.B. du 18 mai 2017, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 2 mai 2017 · gelezen op 2026-09-05
De onderneming kan een arbeidsregeling organiseren met dagprestaties van 10 uur, ten belope van maximum 4 dagen per week, behalve op zondag. Een vijfde dag mag worden gepresteerd op voorwaarde dat een weekgrens van 50 uur in acht wordt genomen, dat de oproeping van de werknemer een prestatie van ten minste 5 uur omvat, en dat een bijkomende compensatie wordt toegekend : 1 uur voor een globale arbeidsduur boven 40 tot en met 44 uur, 2 uur boven 44 tot en met 48 uur, 3 uur boven 48 tot en met 50 uur. De onderneming kan ook een regeling van 12 uur per dag invoeren, gespreid over drie dagen per week, die recht geeft op een voltijds loon ; valt een prestatie van 12 uur op een zondag of een feestdag, dan bedraagt de gemiddelde arbeidsduur 28 uur per week en kan de arbeid niet worden georganiseerd binnen een cyclus korter dan twee weken.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 9 juin 2016, « Nouveaux régimes de travail », art. 5.2 et 5.3 (conclue en exécution de la loi du 17 mars 1987 et de la CCT n° 42 du 2 juin 1987) · dépôt 134423/CO/200 · A.R. publié au M.B. du 18 mai 2017, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 2 mai 2017 · gelezen op 2026-09-05
De werkgever die beslist een van deze nieuwe arbeidsregelingen door te voeren, legt de juiste modaliteiten van deze nieuwe dienstregeling vast in overleg met de syndicale afvaardiging of, bij ontstentenis daarvan, met de betrokken bedienden. Het arbeidsreglement wordt automatisch in overeenstemming gebracht met de nieuwe arbeidsregeling die overeenkomstig deze procedure is ingevoerd.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 9 juin 2016, « Nouveaux régimes de travail », art. 7 (application de l'art. 5 de la loi du 17 mars 1987) · dépôt 134423/CO/200 · A.R. publié au M.B. du 18 mai 2017, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 2 mai 2017 · gelezen op 2026-09-05
Wat de inhaalrust betreft die moet worden toegekend voor de bedienden die op een feestdag zijn tewerkgesteld, kan de werkgever met de vertegenwoordigers van de vakorganisaties of, bij ontstentenis daarvan, met de betrokken bedienden overeenkomen dezelfde toekenningsmodaliteiten toe te passen als die welke voor de werklieden van de onderneming gelden.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 29 mai 1989 conclue au sein de la Commission paritaire nationale auxiliaire pour employés, concernant les conditions de travail et de rémunération, chapitre VIII, section C « Jours fériés », art. 29 — transférée à la CP 200 par la CCT du 1er avril 2015 (dépôt 126638) · enregistrée sous le n° 23740 · CCT NUMAC 1989052950, M.B. 31 août 1990, p. 16790 · A.R. NUMAC 1990012524, M.B. 31 août 1990, p. 16774, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 6 août 1990 · gelezen op 2026-09-05