PC 201 — PARITAIR COMITE VOOR DE ZELFSTANDIGE KLEINHANDEL
Minimumloon dat wij toetsen
€ 2 037,81 per maand
PC 201: groep 1, categorie 1, ervaring 0, onderneming met minder dan 20 werknemers (2 037,81 EUR per maand op 01/05/2026). Vanaf 20 werknemers, en in de categorieën 2 tot 4, ligt het barema hoger. De filiaalhouders hebben eigen minima: 1 990,82 EUR per maand indien zij alleen met de verkoop belast zijn en door de werkgever gehuisvest worden, verhoogd met een commissie van ten minste 3 % op de maandelijkse ontvangsten boven 12 314,70 EUR.
Bron: Databank Minimumlonen van de FOD Werkgelegenheid (salairesminimums.be, jcId 2010000, van kracht op 01/05/2026, indexering van 2 % in 5/2026), geraadpleegd op 05/09/2026 — CAO van 20/01/2022 nr. 172550/CO/201 (Lonen, structuur van de loonschaal, basis 2022) en CAO van 04/09/2017 nr. 142095/CO/201 (indexeringsmechanisme per spilindextrap) voor de afstamming. Zie de commentaar hierboven., salairesminimums.be: Employés > Groupe 1 > Personnel de vente (< 20 travailleurs), CAT.1; 172550: art. 5 (loonschaal per ondernemingsgrootte en categorie) (neerlegging 172550) — van kracht op 2026-05-01 de tekst lezen
Wat de loonbrief berekent
- het minimumloon
- de Dimona
- de DmfA
Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen
- de eindejaarspremie
- de uurpremies
- de ecocheques
- de verplaatsingskosten
- zondag en feestdagen
- de sectorale bijdragen
- de vermeldingen op de afrekening
Identiteit en indexering
- Officiële benaming : PARITAIR COMITE VOOR DE ZELFSTANDIGE KLEINHANDEL
- Registercode : 2010000
- Statuten : bedienden
- Indexering : 05 — laatst toegepast 2026-05-01
Wat het arbeidsreglement moet vermelden
Wekelijkse arbeidsduur: 38 uur
In de ondernemingen van de niet-voedingssector (NACE-codes 52121, 52122, 52320 tot en met 52740) die 20 werknemers of meer tewerkstellen, bedraagt de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur 38 uur. De weekgrens voor het overloon is vastgesteld op 38 uur, behalve voor de ondernemingen die de arbeidsduurvermindering geheel of gedeeltelijk toekennen in compensatiedagen : voor deze ondernemingen blijft de weekgrens voor het overloon vastgesteld op de contractueel bepaalde wekelijkse arbeidsduur. De bediende die wekelijks 39 uur presteert, heeft recht op 6 compensatiedagen op jaarbasis ; wie wekelijks 40 uur presteert, heeft recht op 12 compensatiedagen op jaarbasis. De compensatiedagen worden in onderling akkoord genomen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 30 novembre 2023 relative à la durée hebdomadaire du travail, art. 3, art. 4 et art. 5, entrée en vigueur le 1er janvier 2023, durée indéterminée ; remplace la CCT du 4 septembre 2017 (142091/CO/201) · dépôt 184683/CO/201 · avis de dépôt MB 16/01/2024 · A.R. publié MB 19/07/2024, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 4 juillet 2024 · gelezen op 2026-09-05
In de ondernemingen die minder dan 20 werknemers tewerkstellen, bedraagt de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur 38 uur en is de weekgrens voor het overloon vastgesteld op 39 uur. Om uit te maken of een werkgever 20 of meer werknemers tewerkstelt, moet het gemiddelde worden berekend van de tewerkstelling tijdens het 4de kwartaal van het kalenderjaar -2 en het 1ste tot en met het 3de kwartaal van het kalenderjaar -1, door het totaal aantal werknemers in dienst op het einde van ieder van die kwartalen te delen door het aantal kwartalen waarvoor een aangifte werd ingediend. Bij het eerste jaar van tewerkstelling is het in aanmerking te nemen aantal dat van de werknemers tewerkgesteld op de laatste dag van het eerste burgerlijk kwartaal waarvoor een aangifte bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid werd ingediend.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 30 novembre 2023 relative à la durée hebdomadaire du travail, art. 6 et art. 7, avec les modalités de calcul de l'effectif de l'art. 2 §§ 1er et 2 — entrée en vigueur le 1er janvier 2023, durée indéterminée · dépôt 184683/CO/201 · avis de dépôt MB 16/01/2024 · A.R. publié MB 19/07/2024, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 4 juillet 2024 · gelezen op 2026-09-05
Het arbeidsregime dient zowel voor de deeltijdse als voor de voltijdse werknemers als volgt te worden georganiseerd : ofwel gespreid over maximum 5 werkdagen per week ; ofwel in het kader van een 6-dagenweek, met toekenning van 2 halve werkdagen rust binnen deze 6 dagen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 30 novembre 2023 relative à la durée hebdomadaire du travail, art. 8 — entrée en vigueur le 1er janvier 2023, durée indéterminée · dépôt 184683/CO/201 · avis de dépôt MB 16/01/2024 · A.R. publié MB 19/07/2024, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 4 juillet 2024 · gelezen op 2026-09-05
In de winkels met meer dan 5 medewerkers heeft elke werknemer het recht om zijn werkgever vrijstelling van arbeidsprestaties te vragen gedurende 8 weekends per kalenderjaar, bovenop het hoofdverlof ; bij een onvolledig kalenderjaar wordt dit recht pro rata de tewerkstellingsperiode toegekend. De werknemer mag het vrije weekend niet cumuleren met een inactiviteitsdag in dezelfde week : het gaat om een verschuiving van zijn gebruikelijke inactiviteitsdag naar het weekend, onverminderd het recht om tijdens die week een andere vrije dag op te nemen, zoals een wettelijke verlofdag, een recuperatiedag of een dag klein verlet. De opname van de vrije weekends gebeurt in overleg met de rechtstreekse hiërarchische meerdere. Deze maatregel is niet van toepassing tijdens de maanden juli, augustus en december, noch op de weekends die volgen op een feestdag op vrijdag of voorafgaan aan een feestdag op maandag, noch op de flexi-jobs en de studenten.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 23 juin 2026 relative aux weekends libres, art. 2 §§ 1er à 3 — entrée en vigueur le 1er juin 2026, durée indéterminée · dépôt 200898/CO/201 · avis de dépôt MB 17/08/2026 : à défaut d'arrêté royal, cette clause de relations individuelles lie tous les employeurs de la commission depuis le 1er septembre 2026 (art. 25 et 26 de la loi du 5 décembre 1968), sauf clause écrite contraire dans le contrat individuel · gelezen op 2026-09-05
De volledig of gedeeltelijk met commissieloon betaalde bedienden kunnen elke maand aanspraak maken op de minima van de loonschalen. De loonsupplementen die aldus eventueel door de werkgever moeten worden betaald, worden ambtshalve afgehouden van het brutoloon van de volgende maanden, zodra en in de mate dat dit die minima overschrijdt. Deze voorschotten zijn niet meer terugvorderbaar bij de jaarlijkse afsluiting van de rekeningen, noch wanneer de arbeidsovereenkomst voor bedienden een einde neemt.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 20 janvier 2022 relative aux salaires, art. 20, entrée en vigueur le 1er janvier 2022 ; remplace la CCT du 20 décembre 2021 relative aux salaires · dépôt 172550/CO/201 · avis de dépôt MB 20/05/2022 · A.R. publié MB 22/03/2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 15 décembre 2022 · gelezen op 2026-09-05