PC 203 — PARITAIR COMITE VOOR DE BEDIENDEN UIT DE HARDSTEENGROEVEN
Minimumloon dat wij toetsen
€ 2 803,87 per maand
PC 203: de gediende ondergrens is het laagste vakje van de schaal — categorie 1, anciënniteit 0 —, zijnde € 2.803,87/maand sinds 01/08/2026, in een stelsel van 38 u (art. 16). LET OP — WAAR DIT BEDRAG VANDAAN KOMT. De laatste algemeen verbindend verklaarde schaal is die van de cao van 19 juni 2024 (neerlegging 188379, koninklijk besluit van 15 december 2024): € 2.538,32/maand op 1 januari 2023. Maar diezelfde cao indexeert zelf, zonder nieuwe neerlegging: haar artikelen 8 tot 10 koppelen de schalen aan het indexcijfer en verhogen ze met 1 pct. zodra een stabilisatieschijf bereikt of overschreden is, op de eerste dag van de volgende maand. Sindsdien werden tien schijven bereikt. Leescontrole: de vijfde geeft precies € 2.667,79/maand, het bedrag dat de cao van 26 juni 2026 (neerlegging 201193) van haar kant publiceert als schaal van categorie 1 "op 1 januari 2025" — twee onafhankelijke documenten, hetzelfde cijfer. LET OP: die cao van 2026 heeft nog steeds geen koninklijk besluit en geen bericht van neerlegging in het Belgisch Staatsblad; het is dus niet zij die het bedrag tegenwerpelijk maakt, maar de indexeringsclausule van de overeenkomst van 2024; en de hier gehanteerde datum voor € 2.667,79 is 1 november 2024, die de clausule oplegt, terwijl haar eigen tabel 1 januari 2025 draagt. De andere categorieën liggen hoger: 2.885,97 (cat. 2), 3.232,81 (cat. 3A-3AD), 3.473,98 (cat. 3BT), 3.503,94 (cat. 4A), 3.918,65 (cat. 4T) en 4.117,04 (cat. 5AD-5T) op 1 januari 2025, op dezelfde manier te indexeren. De anciënniteit doet de categorieën 1 en 2 pas vanaf het 4e jaar stijgen; de categorieën 3 en 4 pas vanaf het 6e.
Bron: CAO van 19 juni 2024 tot vaststelling van de algemene regels die van toepassing zijn op de loon- of arbeidsvoorwaarden (PC 203), neerlegging 188379, ALGEMEEN VERBINDEND VERKLAARD bij koninklijk besluit van 15/12/2024 (B.S. van 03/01/2025), bericht van neerlegging in het B.S. van 09/07/2024 — zij is het die het tegengeworpen bedrag grondt. De CAO van 26 juni 2026 (neerlegging 201193) publiceert dezelfde tabel bijgewerkt op 01/01/2025 maar heeft noch koninklijk besluit noch bericht van neerlegging: zij dient als leescontrole, niet als grondslag, art. 2 (minimumbasisbarema's en loonschaal per anciënniteit), art. 8-9 (koppeling aan de index), art. 16 (arbeidsduur: 38 uur) (neerlegging 188379) — van kracht op 2023-01-01 de tekst lezen
Wat de loonbrief berekent
- het minimumloon
- de maaltijdcheques
- de Dimona
Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen
- het flexiloon
- de eindejaarspremie
- de uurpremies
- de ecocheques
- de verplaatsingskosten
- de sectorale bijdragen
- de vermeldingen op de afrekening
Identiteit en indexering
- Officiële benaming : PARITAIR COMITE VOOR DE BEDIENDEN UIT DE HARDSTEENGROEVEN
- Registercode : 2030000
- Statuten : bedienden
Wat het arbeidsreglement moet vermelden
Wekelijkse arbeidsduur: 38 uur
De arbeidsduur is vastgesteld op 38 uren per week.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 4 juin 2024 « Fixation des règles générales applicables aux conditions de rémunération ou de travail », chapitre IX, art. 16 — entrée en vigueur le 1er janvier 2023, terme au 31 décembre 2024, renouvelée par tacite reconduction sauf dénonciation moyennant un préavis de trois mois (art. 28). Le même article est repris mot pour mot à l'art. 16 de la CCT du 26 juin 2026 (dépôt 201193/CO/203), qui n'a pas encore d'arrêté royal · dépôt 188379/CO/203 · avis de dépôt M.B. du 9 juillet 2024 · A.R. publié au M.B. du 3 janvier 2025, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 15 décembre 2024 · gelezen op 2026-09-06
De uitbetaling van het dubbel vakantiegeld gebeurt vóór 20 juni van het refertejaar. De eindejaarspremie wordt uitbetaald op het einde van het dienstjaar, of op de gewone datum van uitbetaling voor de ondernemingen die deze eindejaarspremie reeds toekenden.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 4 juin 2024 « Fixation des règles générales applicables aux conditions de rémunération ou de travail », chapitre V, art. 12, et chapitre IV, art. 11, dernier alinéa — entrée en vigueur le 1er janvier 2023, terme au 31 décembre 2024, renouvelée par tacite reconduction sauf dénonciation moyennant un préavis de trois mois (art. 28). Rubrique 3° retenue parce que ces deux clauses fixent l'ÉPOQUE d'un paiement dû par l'employeur, et rien d'autre : elles ne règlent ni la durée des vacances ni le montant de la prime · dépôt 188379/CO/203 · avis de dépôt M.B. du 9 juillet 2024 · A.R. publié au M.B. du 3 janvier 2025, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 15 décembre 2024 · gelezen op 2026-09-06
De eerste dag anciënniteitsverlof wordt toegekend na 2 jaar voltooide anciënniteit, de tweede na 5 jaar voltooide anciënniteit, de volgende om de vijf jaar. Voor de berekening van de anciënniteit worden vanaf de indiensttreding de tewerkstellingsperiodes onder contracten van bepaalde duur, vervangingsovereenkomsten en interimcontracten gelijkgesteld. De toepassingsmodaliteiten worden vastgesteld op het vlak van de ondernemingen.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 4 juin 2024 « Fixation des règles générales applicables aux conditions de rémunération ou de travail », chapitre XI, art. 18 — entrée en vigueur le 1er janvier 2023, terme au 31 décembre 2024, renouvelée par tacite reconduction sauf dénonciation moyennant un préavis de trois mois (art. 28). Le plafond de sept jours pour 30 années d'ancienneté qu'elle portait est levé par la convention du 26 juin 2026 — voir l'élément suivant · dépôt 188379/CO/203 · avis de dépôt M.B. du 9 juillet 2024 · A.R. publié au M.B. du 3 janvier 2025, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 15 décembre 2024 · gelezen op 2026-09-06
Vanaf 1 januari 2026 is er geen plafond meer voor de toekenning van de anciënniteitsverlofdagen : het is mogelijk om 8 verlofdagen per jaar te verkrijgen na 35 jaar anciënniteit, 9 dagen na 40 jaar anciënniteit, en zo verder. Voor de berekening van de anciënniteit worden vanaf de indiensttreding ook de tewerkstellingsperiodes in opleidings-inschakelingsstage (PFI) gelijkgesteld, naast de overeenkomsten voor bepaalde duur, de overeenkomsten voor een duidelijk bepaald werk, de vervangingsovereenkomsten en de uitzendovereenkomsten ; deze methode geldt eveneens voor de toepassing van alle wettelijke en conventionele bepalingen die op de anciënniteit gebaseerd zijn. Vanaf 1 mei 2026 kan de werknemer, in geval van arbeidsongeschiktheid voorafgaand aan inhaalrustdagen of reeds opgenomen extralegale verlofdagen, die dagen recupereren, collectieve verloven uitgezonderd, als de periode van ongeschiktheid ze overlapt.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 26 juin 2026 « Fixation des règles générales applicables aux conditions de rémunération ou de travail », chapitre XI, art. 18, et chapitre XXI, art. 28 — entrée en vigueur le 1er janvier 2025, terme au 31 décembre 2026, renouvelée par tacite reconduction ; remplace la convention du 4 juin 2024 (art. 31). ⚠️ Convention déposée et enregistrée, mais ni rendue obligatoire par arrêté royal ni suivie d'un avis de dépôt au Moniteur au 6 septembre 2026 : l'article 26 de la loi du 5 décembre 1968, qui étend les clauses de relations individuelles à tous les employeurs de l'organe quinze jours après cet avis, n'a pas encore pu jouer · dépôt 201193/CO/203 · déposée le 16 juillet 2026, enregistrée le 24 août 2026 — ni arrêté royal ni avis de dépôt au Moniteur au 6 septembre 2026 · gelezen op 2026-09-06
Op verzoek van één of van meerdere ondertekenende werknemersorganisaties wordt een vakbondsafvaardiging opgericht in de technische bedrijfseenheden. Zij bestaat uit gewone en plaatsvervangende afgevaardigden, van wie het aantal wordt vastgesteld naar rato van het aantal bedienden in de technische bedrijfseenheid : geen afgevaardigde bij minder dan 10 bedienden ; één gewone en één plaatsvervangende afgevaardigde van 10 tot 24 bedienden ; twee gewone en twee plaatsvervangende van 25 tot 50 bedienden ; drie gewone en drie plaatsvervangende vanaf 51 bedienden. Elke individuele klacht wordt aan de bedrijfsleider of diens vertegenwoordiger voorgelegd langs de gebruikelijke hiërarchische weg door de betrokken bediende, die op zijn verzoek wordt bijgestaan door een lid van de vakbondsafvaardiging ; de afvaardiging heeft het recht te worden ontvangen door de bedrijfsleider bij elk individueel geschil dat niet langs die weg kon worden opgelost, en bij elk collectief geschil. Elke onderneming stelt samen met de vakbondsafvaardiging een huishoudelijk reglement op dat de werking ervan bepaalt.
Rubriek 13° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 7 juin 2022 « Statut de la délégation syndicale », art. 7, art. 17, art. 18 et art. 20 — conclue en exécution de la CCT n° 5 ter du 21 décembre 1978 du Conseil national du travail ; entrée en vigueur le 1er janvier 2022, conclue pour une durée indéterminée, dénonciation par préavis de six mois (art. 26) ; remplace la CCT du 20 juin 2006 (dépôt 80335/CO/203) · dépôt 174553/CO/203 · avis de dépôt M.B. du 12 septembre 2022 · A.R. publié au M.B. du 7 juillet 2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 16 avril 2023 · gelezen op 2026-09-06
Voor trainingen door externe organisaties wordt een individueel opleidingspaspoort gemaakt. De nieuwe wettelijke verplichtingen op het vlak van opleiding zullen geïmplementeerd worden, betreffende het individuele recht op opleiding en het sectorale model van het bedrijfsopleidingsplan. De inhoud van de opleiding moet toegevoegde waarde bieden voor het bedrijf.
Rubriek 18° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 4 juin 2024 « Fixation des règles générales applicables aux conditions de rémunération ou de travail », chapitre XVI, art. 23 — entrée en vigueur le 1er janvier 2023, terme au 31 décembre 2024, renouvelée par tacite reconduction sauf dénonciation moyennant un préavis de trois mois (art. 28). Le même article est repris à l'art. 23 de la CCT du 26 juin 2026 · dépôt 188379/CO/203 · avis de dépôt M.B. du 9 juillet 2024 · A.R. publié au M.B. du 3 janvier 2025, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 15 décembre 2024 · gelezen op 2026-09-06