PC 211 — PARITAIR COMITE VOOR DE PETROLEUMNIJVERHEID EN -HANDEL
Minimumloon dat wij toetsen
€ 27,7072 per uur · € 3 285,28 per maand
PC 211: laagste van de zes arbeiderscategorieën — « Opleidingstraject », € 27,7072/u op 01/09/2026, regime 38u (indexering van 0,169 % in 9/2026, gepubliceerd door de FOD Werkgelegenheid op minimumlonen.be — cao van 09/03/2026, neerlegging 198801, art. 12 §1 en 64-65; KB nog in behandeling op 12/09/2026 voor de ARBEIDERS, « Force obligatoire demandée: Oui » zonder KB- noch BS-datum — de indexeringsclausule is niettemin woordelijk identiek aan die van de reeds algemeen verbindend verklaarde cao 2023-2024, neerlegging 181534, KB van 2025-01-07). Voor bedienden, categorie 1, 0 jaar ervaring: € 3.285,28/maand als de werkgever 14 keer per jaar uitbetaalt (13de EN 14de maand), of het geherindexeerde equivalent bij 13 keer per jaar — cao van 09/03/2026, neerlegging 198800 (bijlage bedienden), op 01/09/2026 — voor DEZE bijlage vermeldt het register nu een koninklijk besluit van 31/08/2026, op 12/09/2026 nog zonder datum van bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. De hogere categorieën (tot € 30,1510/u, of aanzienlijk meer per maand naargelang de anciënniteit) geven recht op meer.
Bron: CAO "Conditions de salaire et de travail pour les années 2025-2026" van 9 maart 2026 (arbeiders, PC 211), neerlegging 198801; gekruist met haar bijlage "Barèmes basés sur l'expérience" (bedienden), neerlegging 198800 — op 01/09/2026 geherindexeerde bedragen gepubliceerd door de FOD Werkgelegenheid op salairesminimums.be (jcId e57b4f3ea1544ce8a77ea53ae2fe6225), pagina weergegeven « En vigueur au 01/09/2026 ». Het K.B. van de CAO ARBEIDERS (198801) is op 12/09/2026 nog in behandeling; de CAO BEDIENDEN (198800) draagt een K.B. van 31/08/2026, nog niet bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad (zie de hoofding van het bestand), art. 12 §1 en 64-65 (arbeiders, categorie « trajet de formation », regime 38u art. 6 §1); bijlage bedienden, tabel « payables 14 fois par an », categorie 1, 0 jaar beroepservaring — bedragen 2026 gelezen op de pagina salairesminimums.be, tabellen « Salaires indexés » en « PAYABLES : 14 x » (neerlegging 198801) — van kracht op 2026-09-01 de tekst lezen
Wat de loonbrief berekent
- het minimumloon
- de Dimona
Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen
- het flexiloon
- de eindejaarspremie
- de uurpremies
- de maaltijdcheques
- de verplaatsingskosten
- de sectorale bijdragen
Identiteit en indexering
- Officiële benaming : PARITAIR COMITE VOOR DE PETROLEUMNIJVERHEID EN -HANDEL
- Registercode : 2110000
- Statuten : arbeiders en bedienden
- Indexering : 01, 02, 03, 04, 05, 06, 07, 08, 09, 10, 11, 12 — laatst toegepast 2026-09-01
Wat het arbeidsreglement moet vermelden
Wekelijkse arbeidsduur: 38 uur
Referteperiode : twaalf maanden — annualisering van de arbeidsduur, in toepassing van artikel 26bis van de arbeidswet van 16 maart 1971
De wekelijkse arbeidsduur wordt bepaald op 38 uren. Twaalf dagen bij wijze van arbeidsduurvermindering worden toegekend (pro rata temporis van de effectieve prestaties, voor wie slechts een deel van het jaar in dienst is) ; deze arbeidsduur stemt overeen met een gemiddelde van 36 uren. Deze dagen worden vastgesteld op ondernemingsniveau, samen met de vertegenwoordigende werknemersinstanties, rekening houdend met de noodwendigheden van de dienst. Voor de laatste drie van die dagen geldt collectieve afwezigheid, tenzij in unaniem akkoord met de lokale ondernemingsraad wordt overeengekomen om ze niet collectief vast te leggen ; indien collectief vastgelegd, moeten die dagen als vrij van prestatie voor de betrokken werknemers geëerbiedigd worden. De twaalf dagen worden betaald volgens het regime « Petroleumakkoord-dagen » (PA-dagen). De « wettelijke » wekelijkse arbeidsduur blijft behouden op 38 uur.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 22 mai 2026, « Conditions de salaire et de travail pour les années 2025-2026 » (employés), effet au 1er janvier 2025, cesse de produire ses effets le 31 décembre 2026 ; elle remplace la CCT du 9 mars 2026 (198802/CO/211), art. 21 · dépôt 200273/CO/211 · avis de dépôt MB 29/06/2026 — opposable à tous les employeurs de la commission depuis le 14/07/2026 (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · articles identiques à ceux de la CCT du 3 juillet 2023 (dépôt 181535/CO/211), rendue obligatoire par A.R. du 14 décembre 2023, MB 05/01/2024 · gelezen op 2026-09-05
In het kader van de annualisering van de arbeidsduur wordt de compensatie van de gepresteerde overuren gespreid over een periode langer dan drie maanden. De periode waarin de arbeidsduur vastgesteld bij artikel 19 van de arbeidswet van 16 maart 1971 — of de lagere arbeidsduur vastgesteld bij een collectieve arbeidsovereenkomst — gemiddeld moet worden geëerbiedigd, wordt, bij toepassing van artikel 26bis van dezelfde wet, op twaalf maanden gebracht. Met betrekking tot het specifiek probleem van de « turn around » kan een regeling op ondernemingsvlak uitgewerkt worden.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 22 mai 2026, « Conditions de salaire et de travail pour les années 2025-2026 » (employés), effet au 1er janvier 2025, cesse de produire ses effets le 31 décembre 2026 ; elle remplace la CCT du 9 mars 2026 (198802/CO/211), art. 22 · dépôt 200273/CO/211 · avis de dépôt MB 29/06/2026 — opposable à tous les employeurs de la commission depuis le 14/07/2026 (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · articles identiques à ceux de la CCT du 3 juillet 2023 (dépôt 181535/CO/211), rendue obligatoire par A.R. du 14 décembre 2023, MB 05/01/2024 · gelezen op 2026-09-05
Ploegenarbeid — de regelmatige opeenvolgende ploegen zijn de dagploeg van 6 uur tot 14 uur, de namiddagploeg van 14 uur tot 22 uur en de nachtploeg van 22 uur tot 6 uur. Het ploegwerk uitgevoerd op de eerste vijf dagen van de week geeft aanleiding tot een premie van 9,50 pct. van het loon voor de dag- en namiddagploeg en van 35,5 pct. voor de nachtploeg ; het ploegenwerk op zaterdag voegt daar 22 pct. (dag en namiddag) of 50 pct. (nacht) aan toe, en dat op zondagen en feestdagen 100 pct. Alle niet vooraf geprogrammeerde arbeid in opeenvolgende ploegen is, gedurende een termijn van maximum zeven opeenvolgende werkdagen, gelegenheidsshiftarbeid en geeft aanleiding tot afzonderlijke premies.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 22 mai 2026, « Conditions de salaire et de travail pour les années 2025-2026 » (employés), effet au 1er janvier 2025, cesse de produire ses effets le 31 décembre 2026 ; elle remplace la CCT du 9 mars 2026 (198802/CO/211), art. 16, 17 et 19 · dépôt 200273/CO/211 · avis de dépôt MB 29/06/2026 — opposable à tous les employeurs de la commission depuis le 14/07/2026 (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · articles identiques à ceux de la CCT du 3 juillet 2023 (dépôt 181535/CO/211), rendue obligatoire par A.R. du 14 décembre 2023, MB 05/01/2024 · gelezen op 2026-09-05
De overlonen voor overuren zijn verschuldigd in geval van overschrijding van het gemiddelde der 38 uren. Slechts de overuren gepresteerd boven de dagelijkse en wekelijkse grenzen van de arbeidsduur die op het vlak van de onderneming bepaald zijn en die in de arbeidsreglementen opgenomen zijn, zullen aanleiding geven tot betaling met overloon. De plicht tot inhaalrust blijft behouden, en de omzetting van de overurentoeslag in bijkomende inhaalrust kan enkel op strikt vrijwillige basis. Overwerk op de eerste vijf dagen van de week wordt vanaf het vijfde overuur per dag betaald met een toeslag van 100 pct. ; overwerk op zaterdag met een toeslag van 50 pct. voor de eerste twee gepresteerde uren en van 100 pct. voor de volgende.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 22 mai 2026, « Conditions de salaire et de travail pour les années 2025-2026 » (employés), effet au 1er janvier 2025, cesse de produire ses effets le 31 décembre 2026 ; elle remplace la CCT du 9 mars 2026 (198802/CO/211), art. 25 et art. 18 · dépôt 200273/CO/211 · avis de dépôt MB 29/06/2026 — opposable à tous les employeurs de la commission depuis le 14/07/2026 (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · articles identiques à ceux de la CCT du 3 juillet 2023 (dépôt 181535/CO/211), rendue obligatoire par A.R. du 14 décembre 2023, MB 05/01/2024 · gelezen op 2026-09-05
Er worden aan de werknemers jaarlijks tien wettelijke feestdagen gewaarborgd. Deze waarborg sluit in : a) de invoering van een regeling waarbij een dag inhaalrust wordt gewaarborgd aan de bedienden die gedurende de feestdagen in ploegen werken ; b) een inhaalrust voor de bedienden die in ploegen werken wanneer een wettelijke feestdag met hun normale rust samenvalt ; c) een inhaalrust wanneer een wettelijke feestdag op een zaterdag valt.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 22 mai 2026, « Conditions de salaire et de travail pour les années 2025-2026 » (employés), effet au 1er janvier 2025, cesse de produire ses effets le 31 décembre 2026 ; elle remplace la CCT du 9 mars 2026 (198802/CO/211), art. 28 · dépôt 200273/CO/211 · avis de dépôt MB 29/06/2026 — opposable à tous les employeurs de la commission depuis le 14/07/2026 (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · articles identiques à ceux de la CCT du 3 juillet 2023 (dépôt 181535/CO/211), rendue obligatoire par A.R. du 14 décembre 2023, MB 05/01/2024 · gelezen op 2026-09-05
De afrekening die aan de bediende bij elke definitieve betaling van het loon overhandigd wordt, moet de volgende gegevens bevatten : 1° naam en adres van de werkgever ; 2° naam en voornaam van de bediende of zijn inschrijvingsnummer bij de werkgever ; 3° periode waarop de afrekening betrekking heeft ; 4° brutomaandloon ; 5° andere elementen van het loon, te weten overuren en premies ; 6° inhoudingen voor de sociale zekerheid ; 7° contractuele inhoudingen ; 8° bedragen vrijgesteld van inhoudingen voor de sociale zekerheid ; 9° belastbaar bedrag ; 10° bedrag van de bedrijfsvoorheffing ; 11° bedragen vrijgesteld van belastingen ; 12° af te trekken bedragen (overdracht van en beslag op loon, boeten), zo nodig in bijlage gedetailleerd te vermelden ; 13° netto te betalen bedrag in speciën.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 22 mai 2026, « Conditions de salaire et de travail pour les années 2025-2026 » (employés), effet au 1er janvier 2025, cesse de produire ses effets le 31 décembre 2026 ; elle remplace la CCT du 9 mars 2026 (198802/CO/211), art. 11 · dépôt 200273/CO/211 · avis de dépôt MB 29/06/2026 — opposable à tous les employeurs de la commission depuis le 14/07/2026 (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · articles identiques à ceux de la CCT du 3 juillet 2023 (dépôt 181535/CO/211), rendue obligatoire par A.R. du 14 décembre 2023, MB 05/01/2024 · gelezen op 2026-09-05
Twee halve verlofdagen worden toegekend de namiddag van Goede Vrijdag en de namiddag van de vooravond van Kerstmis. De bedienden die in twee of drie ploegen tewerkgesteld zijn op die data, behouden een recht op inhaalverlof waarvan de modaliteiten worden geregeld op het vlak van de ondernemingen. Indien de vooravond van Kerstmis samenvalt met een zaterdag of een zondag, zal die halve vakantiedag gegeven worden de vrijdagnamiddag die 24 december voorafgaat. Op het niveau van de onderneming kunnen afspraken worden gemaakt — binnen de ondernemingsraad, bij ontstentenis met de syndicale afvaardiging, bij ontstentenis volgens de modaliteiten voor het bepalen van een vervangingsdag voor een feestdag — voor een aanpassing op collectieve wijze van de namiddag van Goede Vrijdag naar de namiddag van 31 december.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 22 mai 2026, « Conditions de salaire et de travail pour les années 2025-2026 » (employés), effet au 1er janvier 2025, cesse de produire ses effets le 31 décembre 2026 ; elle remplace la CCT du 9 mars 2026 (198802/CO/211), art. 26, § 4 · dépôt 200273/CO/211 · avis de dépôt MB 29/06/2026 — opposable à tous les employeurs de la commission depuis le 14/07/2026 (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · articles identiques à ceux de la CCT du 3 juillet 2023 (dépôt 181535/CO/211), rendue obligatoire par A.R. du 14 décembre 2023, MB 05/01/2024 · gelezen op 2026-09-05
Sinds 1 januari 2006 wordt één (1) regionaal cultureel bepaalde vrije dag toegekend, te regelen door de ondernemingsraad en betaald op analoge wijze als de « Petroleumakkoord-dagen ». De opname is collectief te regelen in overleg met de ondernemingsraad en gebeurt naar analogie volgens de bepalingen inzake opname zoals aangegeven in de wetgeving inzake betaalde feestdagen.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 22 mai 2026, « Conditions de salaire et de travail pour les années 2025-2026 » (employés), effet au 1er janvier 2025, cesse de produire ses effets le 31 décembre 2026 ; elle remplace la CCT du 9 mars 2026 (198802/CO/211), art. 26, § 4bis · dépôt 200273/CO/211 · avis de dépôt MB 29/06/2026 — opposable à tous les employeurs de la commission depuis le 14/07/2026 (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · articles identiques à ceux de la CCT du 3 juillet 2023 (dépôt 181535/CO/211), rendue obligatoire par A.R. du 14 décembre 2023, MB 05/01/2024 · gelezen op 2026-09-05