mijnloonbrief.be

PC 215 — PARITAIR COMITE VOOR DE BEDIENDEN VAN HET KLEDING- EN CONFECTIEBEDRIJF

Minimumloon dat wij toetsen

€ 2 483,12 per maand

PC 215: ondergrens = Graad 1, Categorie I (de laagste cel van het barema), 37,30 u/week — 2.483,12 €/maand op 01/04/2026 (officiële FOD-tabel, salairesminimums.be, indexering van 1,43% in 4/2026). Basis: cao van 15/07/2005 (neerlegging 76000, functieclassificatie), sindsdien tweemaal per jaar geïndexeerd — 1 april en 1 oktober — volgens de cao van 10/06/2003 (neerlegging 67425, art. 2-3), en verhoogd met 1,1% op 01/10/2017 (neerlegging 143077) voor de baremiseerbare functies van de classificatie 2008 (neerlegging 88694). De hogere graden en categorieën lopen op tot 4.167,19 €/maand (Graad 5, Categorie IV) op dezelfde datum.

Bron: CAO van 10 juni 2003 betreffende de koppeling van de lonen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen (PC 215), aangevuld met de basisloonschaal van de CAO van 15/07/2005 (neerlegging 76000, functieclassificatie) en de officiële tabel van de FOD die uit de halfjaarlijkse indexering volgt, art. 2 en 3 van CAO 67425 (mechanisme: formule, afronding, vaste data); art. 4 zoals gewijzigd door CAO 76000 (basisloonschaal per graad en categorie) (neerlegging 67425) — van kracht op 2026-04-01 de tekst lezen

Wat de loonbrief berekent

  • het minimumloon
  • de maaltijdcheques
  • de Dimona

Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen

  • het flexiloon
  • de verplaatsingskosten
  • het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
  • de sectorale bijdragen

Identiteit en indexering

  • Officiële benaming : PARITAIR COMITE VOOR DE BEDIENDEN VAN HET KLEDING- EN CONFECTIEBEDRIJF
  • Registercode : 2150000
  • Statuten : bedienden
  • Indexering : 04, 10 — laatst toegepast 2026-04-01

Wat het arbeidsreglement moet vermelden

Wekelijkse arbeidsduur: 37 u 30

Lager dan het wettelijke maximum van 38 uur. Een reglement dat 38 uur vermeldt, is voor dit comité onwettig.

Referteperiode : de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van 37 uur 30 wordt op jaarbasis vastgesteld ; de recuperatieperiode van de overschrijdingen wordt tot maximum één jaar verlengd (artikel 26bis van de Arbeidswet van 16 maart 1971), en het theoretisch jaarvolume bedraagt 1 950 uren, met inbegrip van de betaalde feestdagen en de dagen van schorsing van de arbeidsovereenkomst

De gemiddelde wekelijkse arbeidsduur op jaarbasis bedraagt 37 uur en 30 minuten. De maximumgrens van de werkelijke wekelijkse arbeidsduur, vastgelegd bij artikel 19 van de Arbeidswet van 16 maart 1971, blijft vastgesteld op 40 uur.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 9 septembre 1991, « Durée du travail », art. 3 et 4, publiée en annexe au Moniteur belge du 8 juillet 1992, p. 15658 · NUMAC 1992012393 (A.R. et annexe) · en vigueur le 1er janvier 1991, conclue pour une durée indéterminée (art. 2) · remplace la CCT du 4 février 1987 (A.R. du 3 novembre 1987), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 5 juin 1992 · gelezen op 2026-09-05

De ondernemingen die een effectieve wekelijkse arbeidsduur toepassen die hoger is dan het gemiddelde van 37 uur 30, dienen inhaalrustdagen te verlenen : elke schijf van 30 minuten wekelijkse overschrijding geeft, bij volledige prestaties, recht op drie inhaalrustdagen per kalenderjaar. Worden die dagen collectief vastgelegd, dan geniet iedere bediende automatisch van die inhaalrust ; worden zij individueel genomen, dan wordt het recht pro rata van de effectief geleverde prestaties in het kalenderjaar vastgesteld, waarbij het theoretisch aantal met één zesde wordt verminderd per periode van acht weken zonder effectieve arbeidsprestaties, zonder de jaarlijkse vakantie in aanmerking te nemen. Voor deeltijdse bedienden wordt het recht volgens dezelfde modaliteiten vastgesteld, in verhouding tot hun arbeidsregeling.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 9 septembre 1991, « Durée du travail », art. 5, §§ 1er, 2, 3 et 5, publiée en annexe au Moniteur belge du 8 juillet 1992, p. 15658-15659 · NUMAC 1992012393 (A.R. et annexe) · conclue pour une durée indéterminée (art. 2), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 5 juin 1992 · gelezen op 2026-09-05

De inhaalrustdagen dienen te worden opgenomen uiterlijk op 31 januari van het jaar volgend op het kalenderjaar gedurende hetwelk ze verworven werden.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 9 septembre 1991, « Durée du travail », art. 5, § 4, publiée en annexe au Moniteur belge du 8 juillet 1992, p. 15659 · NUMAC 1992012393 (A.R. et annexe) · conclue pour une durée indéterminée (art. 2), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 5 juin 1992 · gelezen op 2026-09-05

Voor het bediendenpersoneel dat tewerkgesteld is in de productieafdeling van de onderneming zijn de wekelijkse arbeidsduur en de arbeidstijdregeling dezelfde als die van het werkliedenpersoneel.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 9 septembre 1991, « Durée du travail », art. 7, § 1er, publiée en annexe au Moniteur belge du 8 juillet 1992, p. 15659 · NUMAC 1992012393 (A.R. et annexe) · conclue pour une durée indéterminée (art. 2), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 5 juin 1992 · gelezen op 2026-09-05

Wanneer de arbeid met twee of meer ploegen is georganiseerd, mag de werkgever de wekelijkse arbeidsduur over de zes werkdagen van de week spreiden. Hij dient daartoe vooraf een verzoek te richten tot de voorzitter van het paritair comité ; het comité, of een door dit laatste afgevaardigd beperkt comité, spreekt zich binnen de acht dagen na ontvangst van dat verzoek uit en kan bijzondere toepassingsmodaliteiten vaststellen, alsmede de datum waarop het afwijkingsstelsel in werking treedt.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 9 septembre 1991, « Durée du travail », art. 8, §§ 1er et 2, publiée en annexe au Moniteur belge du 8 juillet 1992, p. 15659 · NUMAC 1992012393 (A.R. et annexe) · conclue pour une durée indéterminée (art. 2), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 5 juin 1992 · gelezen op 2026-09-05

In de ondernemingen die eigen detailwinkels uitbaten, mag de wekelijkse arbeidsduur over vijf werkdagen van de week worden gespreid, met dien verstande dat ook 's zaterdags wordt gewerkt. De werkgever mag daartoe onder het betrokken personeel een beurtstelsel invoeren ; de rustdagen worden door hem vastgesteld in overleg met de vakbonden, en hij is ertoe gehouden van het gebruik van die afwijking vooraf kennis te geven aan de voorzitter van het paritair comité, die de vertegenwoordigde organisaties hiervan in kennis stelt.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 9 septembre 1991, « Durée du travail », art. 9, publiée en annexe au Moniteur belge du 8 juillet 1992, p. 15659 · NUMAC 1992012393 (A.R. et annexe) · conclue pour une durée indéterminée (art. 2), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 5 juin 1992 · gelezen op 2026-09-05

Het theoretisch aantal te presteren arbeidsuren per jaar, met inbegrip van de betaalde feestdagen en de dagen van schorsing van de arbeidsovereenkomst, bedraagt 1 950 uren sedert het jaar 1985. In uitvoering van artikel 26bis van de Arbeidswet van 16 maart 1971 wordt de periode van recuperatie van overschrijdingen van de arbeidsduur verlengd tot een periode van maximum één jaar ; het vaststellen van de recuperatiedagen gebeurt door de ondernemingsraad, bij ontstentenis daarvan in overleg tussen werkgever en syndicale afvaardiging en, bij ontstentenis van een syndicale afvaardiging, in overleg tussen werkgever, werknemers en de plaatselijke afgevaardigden van de representatieve werknemersorganisaties. Die dagen dienen bij voorkeur collectief te worden vastgesteld indien alle werknemers van de onderneming of van de afdeling betrokken zijn.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 7 novembre 2006, « Introduction de nouveaux régimes de travail dans les entreprises », chapitre Ier, art. 3 et 4 · dépôt 81493/CO/215 · en vigueur le 1er janvier 2006, conclue pour une durée indéterminée (art. 19) · A.R. publié au Moniteur belge du 25 juillet 2007 · remplace la CCT du 13 février 1985 sur la durée de travail flexible (A.R. du 2 août 1985, Moniteur du 25 octobre 1985) et celle du 7 mars 1989 (A.R. du 29 janvier 1990), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 29 juin 2007 · gelezen op 2026-09-05

Bij nieuwe arbeidsregelingen ingevolge tijdelijke vermeerdering van werk bedraagt het maximum aantal arbeidsuren per week in alle ondernemingen 42 uur 30, zijnde 5 uren boven de in de sector voorziene wekelijkse arbeidsduur van 37 uur 30 ; per dag mag het maximum aantal te presteren uren nooit meer dan 9 uur bedragen, en de toepassing van die regelingen is beperkt tot maximaal 60 uur per kalenderjaar. Voor de eerste 2 uren en 30 minuten die boven de in het arbeidsreglement voorziene arbeidsduur worden gepresteerd, wordt geen bijkomende vergoeding betaald ; voor de uren die 2 uren en 30 minuten tot 5 uren boven die arbeidsduur liggen, wordt een bijkomende vergoeding van 10 % op het basisloon betaald. De betrokken werknemers worden minstens 5 kalenderdagen op voorhand verwittigd.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 7 novembre 2006, « Introduction de nouveaux régimes de travail dans les entreprises », chapitre II, art. 8, 9 et 10 · dépôt 81493/CO/215 · en vigueur le 1er janvier 2006, conclue pour une durée indéterminée (art. 19), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 29 juin 2007 · gelezen op 2026-09-05

Mits goedkeuring door het paritair comité kunnen de nieuwe arbeidsregelingen ingevolge tijdelijke vermeerdering van werk ingevoerd worden op zaterdagvoormiddag tot 13 uur ; in dat geval worden de op zaterdagvoormiddag gepresteerde uren vergoed met een toeslag van 10 %, en worden de betrokken werknemers minstens zeven kalenderdagen op voorhand verwittigd. De begin- en einddatum van de « periodes van hoge activiteit » worden op het vlak van de onderneming vastgesteld ; hun totale duur mag per kalenderjaar niet meer dan zes maand bedragen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 7 novembre 2006, « Introduction de nouveaux régimes de travail dans les entreprises », chapitre II, art. 11 et 13, § 2 · dépôt 81493/CO/215 · en vigueur le 1er janvier 2006, conclue pour une durée indéterminée (art. 19), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 29 juin 2007 · gelezen op 2026-09-05

De wijzigingen aan het arbeidsreglement die nodig zijn voor de invoering van de nieuwe arbeidsregelingen worden door de ondernemingsraad aangebracht ; bij ontstentenis van een ondernemingsraad in overleg tussen werkgever en syndicale afvaardiging en, bij ontstentenis daarvan, tussen werkgever, werknemers en de plaatselijke afgevaardigden van de representatieve werknemersorganisaties.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 7 novembre 2006, « Introduction de nouveaux régimes de travail dans les entreprises », chapitre II, art. 13, § 1er · dépôt 81493/CO/215 · en vigueur le 1er janvier 2006, conclue pour une durée indéterminée (art. 19), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 29 juin 2007 · gelezen op 2026-09-05

Artikel 14 van de overeenkomst wijkt af van artikel 4, derde lid, van de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen en van artikel 51 van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, maar de twee gepubliceerde taalversies spreken elkaar tegen : de Nederlandse tekst bepaalt dat er « individueel niet worden afgeweken » mag van de bepalingen van het arbeidsreglement gewijzigd volgens de bij artikel 13, § 1, vastgestelde procedure, terwijl de Franse tekst het tegenovergestelde zegt (« il peut être dérogé individuellement »). Zolang die tegenstrijdigheid niet is beslecht, mag geen enkele individuele afwijking van de aldus gewijzigde bepalingen als verworven worden beschouwd.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 7 novembre 2006, « Introduction de nouveaux régimes de travail dans les entreprises », chapitre II, art. 14 — divergence entre les deux versions publiées au Moniteur belge du 25 juillet 2007, relevée sur le texte annexé à l'arrêté royal et non sur une extraction · dépôt 81493/CO/215 · en vigueur le 1er janvier 2006, conclue pour une durée indéterminée (art. 19), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 29 juin 2007 · gelezen op 2026-09-05

Wanneer in het kader van deze overeenkomst een nieuwe arbeidsregeling in een onderneming wordt ingevoerd, wordt het loon van de werknemers betaald overeenkomstig artikel 9bis van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers. Overeenkomstig artikel 9quater van dezelfde wet wordt de werknemer ingelicht over de staat van zijn prestaties met betrekking tot de dagelijkse en de wekelijkse arbeidsduur die hij moet verrichten.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 7 novembre 2006, « Introduction de nouveaux régimes de travail dans les entreprises », chapitre II, art. 15 · dépôt 81493/CO/215 · en vigueur le 1er janvier 2006, conclue pour une durée indéterminée (art. 19), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 29 juin 2007 · gelezen op 2026-09-05

Alle 177 paritaire comités

Een loonbrief maken voor PC 215