mijnloonbrief.be

PC 220 — PARITAIR COMITE VOOR DE BEDIENDEN UIT DE VOEDINGSNIJVERHEID

Minimumloon dat wij toetsen

€ 2 267,83 per maand

PC 220: ondergrens van 2 267,83 €/maand voltijds op 01/01/2026 — groentenijverheid, categorie 1, 0 jaar loopbaan, de laagste van de twee schalen van het comité. De andere takken van de voedingsnijverheid beginnen hoger, op 2 333,06 €/maand. Het barema telt 7 loonklassen en stijgt met de LOOPBAAN (alle effectieve prestaties, in België of in het buitenland, ongeacht functie, statuut, contract, arbeidsregime en sector): 26 periodieke verhogingen in de klassen 1 tot 4, 25 in de klassen 5 tot 7, tot 4 363,42 €/maand. Studenten: het gewaarborgd loon bedraagt 90 % van het laagste loon van de klasse die met de functie overeenstemt — toegepast op de bovenstaande ondergrens, 2 041,05 €/maand; deze software berekent dat niet. Er wordt geen uurloon en geen wekelijks referentieregime gepubliceerd: reken dit bedrag niet om naar een uurtarief.

Bron: CAO van 28 april 2026 "Modification de la CCT du 1er février 2010 introduisant un nouveau barème sectoriel pour les employés" (PC 220), die bijlage 4 toevoegt aan de CAO van 11 februari 2010 (neerlegging 99195/CO/220); structuur van het barema en studentenregel gelezen in die CAO van 2010, bijlage 4, p. 3, tabel « Industrie des légumes — Barèmes minima au 1er janvier 2026 », kolom « Catégories 1 », rij « 0 an/jaar » (p. 2 voor de loonschaal « à l'exception de l'industrie des légumes »); CAO van 11/02/2010 art. 3 (7 loonklassen), art. 4 §1 (26 en 25 periodieke verhogingen), art. 4 §2 (definitie van de loopbaan), art. 8 (studenten aan 90 %) (neerlegging 199687) — van kracht op 2026-01-01 de tekst lezen

Wat de loonbrief berekent

  • het minimumloon
  • de Dimona

Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen

  • het flexiloon
  • de eindejaarspremie
  • de maaltijdcheques
  • de ecocheques
  • de verplaatsingskosten
  • het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
  • de tijdelijke werkloosheid
  • de sectorale bijdragen
  • de vermeldingen op de afrekening
  • de DmfA

Identiteit en indexering

  • Officiële benaming : PARITAIR COMITE VOOR DE BEDIENDEN UIT DE VOEDINGSNIJVERHEID
  • Registercode : 2200000
  • Statuten : bedienden
  • Indexering : 01 — laatst toegepast 2026-01-01

Wat het arbeidsreglement moet vermelden

Dit paritair comité stelt geen wekelijkse arbeidsduur vast voor zijn hele toepassingsgebied. Neem de 38 uur van een model niet zomaar over: lees hieronder wat het comité wél schrijft.

Referteperiode : groentenconserven : het wekelijks gemiddelde wordt berekend over een periode van 52 weken ; buiten de groentenconserven legt het paritair comité een gemiddelde op zonder zelf de periode te bepalen, die aan de ondernemingsmodaliteiten wordt overgelaten

Onder voorbehoud van reeds bestaande en meer gunstige bepalingen op ondernemingsvlak, mag de effectieve conventionele arbeidsduur de 38 uren gemiddeld per week niet overschrijden en niet lager liggen dan 37 uren gemiddeld per week, volgens de modaliteiten bepaald op ondernemingsvlak in functie van de economische en sociale vereisten. In afwijking hiervan bedraagt voor de bedienden van de groentenconservennijverheid de wekelijkse arbeidsduur maximum 40 uren ; nochtans mag de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur, berekend over een periode van 52 weken, sinds 1 november 1987 niet meer dan 38 uur bedragen — bijvoorbeeld 40 uur per week gedurende zes maanden en 36 uur per week gedurende zes maanden.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 6 octobre 1997, « Conditions de rémunération et de travail des employés de l'industrie alimentaire », chapitre VI, art. 6, § 1er (MB 27/09/2000, p. 32980) ; elle remplace la CCT du 16 février 1993 (A.R. du 8 novembre 1993, MB 22/12/1993, NUMAC 1993012686) · enregistrement 47239/CO/220 du 2 mars 1998 · NUMAC 2000012612 · MB 27/09/2000, p. 32976 à 32985 · art. 25 : effets au 1er janvier 1997, prorogée par tacite reconduction pour des périodes consécutives d'un an sauf dénonciation ; aucun arrêté royal ne l'a abrogée (art. 33-34 de la loi du 5 décembre 1968), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 3 septembre 2000 · gelezen op 2026-09-05

De normale wekelijkse arbeidsduur dient over ten hoogste vijf dagen te worden verdeeld, behoudens dwingende exploitatienoodzaak. Wordt op de zesde of de zevende dag gewerkt, dan wordt die arbeid vergoed op basis van een bedrag dat het normale uurloon, verhoogd met de wettelijke toeslagen, met ten minste 25 pct. overschrijdt. De ondernemingen die over een gunstiger regeling beschikken, behouden hun stelsel.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 6 octobre 1997, « Conditions de rémunération et de travail des employés de l'industrie alimentaire », chapitre VI, art. 6, § 2 (MB 27/09/2000, p. 32980) · enregistrement 47239/CO/220 du 2 mars 1998 · NUMAC 2000012612 · MB 27/09/2000, p. 32976 à 32985 · art. 25 : effets au 1er janvier 1997, prorogée par tacite reconduction pour des périodes consécutives d'un an sauf dénonciation ; aucun arrêté royal ne l'a abrogée (art. 33-34 de la loi du 5 décembre 1968), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 3 septembre 2000 · gelezen op 2026-09-05

In alle ondernemingen die zowel bedienden als arbeiders tewerkstellen, zijn de wekelijkse arbeidsduur en het arbeidsregime van het bediendepersoneel dat de arbeiders omkadert en controleert dezelfde als die welke op het arbeiderspersoneel worden toegepast. Bovendien wordt de werkgevers die zowel arbeiders als bedienden tewerkstellen aanbevolen voor de bedienden geen langere wekelijkse arbeidsduur toe te passen dan voor de arbeiders.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 6 octobre 1997, « Conditions de rémunération et de travail des employés de l'industrie alimentaire », chapitre VI, art. 6, §§ 3 et 4 (MB 27/09/2000, p. 32980) · enregistrement 47239/CO/220 du 2 mars 1998 · NUMAC 2000012612 · MB 27/09/2000, p. 32976 à 32985 · art. 25 : effets au 1er janvier 1997, prorogée par tacite reconduction pour des périodes consécutives d'un an sauf dénonciation ; aucun arrêté royal ne l'a abrogée (art. 33-34 de la loi du 5 décembre 1968), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 3 septembre 2000 · gelezen op 2026-09-05

Wat de inhaalrust betreft die moet worden toegekend aan de bedienden die op een feestdag werken, kunnen de werkgevers met de vertegenwoordigers van de vakorganisaties of, bij ontstentenis daarvan, met de betrokken bedienden overeenkomen dezelfde toekenningsmodaliteiten toe te passen als die welke voor de arbeiders van de onderneming gelden. Die werkgevers, of hun beroepsorganisatie, brengen het paritair comité op de hoogte van de bijzondere bepalingen die voor hun arbeiders werden overeengekomen. Het paritair comité stelt zelf geen vervangingsdag voor een feestdag vast : die bepaling blijft onderworpen aan de trapsgewijze regeling van artikel 6 van de wet van 4 januari 1974.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 6 octobre 1997, « Conditions de rémunération et de travail des employés de l'industrie alimentaire », chapitre X, art. 10 (MB 27/09/2000, p. 32983) · enregistrement 47239/CO/220 du 2 mars 1998 · NUMAC 2000012612 · MB 27/09/2000, p. 32976 à 32985 · art. 25 : effets au 1er janvier 1997, prorogée par tacite reconduction pour des périodes consécutives d'un an sauf dénonciation ; aucun arrêté royal ne l'a abrogée (art. 33-34 de la loi du 5 décembre 1968), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 3 septembre 2000 · gelezen op 2026-09-05

Voor de werkneemsters in de weekendploeg die 12 uur per arbeidsdag presteren, wordt het recht op borstvoedingspauzes in de zin van collectieve arbeidsovereenkomst nr. 80 van 27 november 2001, gewijzigd door collectieve arbeidsovereenkomst nr. 80bis van 13 oktober 2010, opgetrokken naar drie pauzes van een half uur per arbeidsdag. De werkneemster kan de pauzes in één, twee of drie keer opnemen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 16 décembre 2025 « Introduction d'une convention collective de travail d'entreprise en matière de travail intérimaire et en vue de l'amélioration de la faisabilité du travail », art. 9, entrée en vigueur le 1er janvier 2026, durée indéterminée ; elle remplace la CCT du 22 février 2022 (176482/CO/220) · dépôt 197220/CO/220 · avis de dépôt MB 12/02/2026 · A.R. publié MB 04/09/2026, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 5 août 2026 · gelezen op 2026-09-05

Behoudens andere schikkingen overeengekomen op het vlak van de onderneming wordt de eindejaarspremie betaald vóór 25 december van het lopend kalenderjaar voor de bedienden in dienst op 1 december ; voor de andere bedienden op het ogenblik dat zij de onderneming verlaten.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 21 octobre 2025 relative à la prime de fin d'année, art. 7, entrée en vigueur le 1er janvier 2025, durée indéterminée ; elle remplace la CCT du 16 mai 2022 (174581/CO/220, A.R. du 7 avril 2023, MB 17/05/2023) · dépôt 196130/CO/220 · avis de dépôt MB 27/11/2025 · A.R. publié MB 19/02/2026, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 8 février 2026 · gelezen op 2026-09-05

Per dag van ongewettigde afwezigheid mag een bepaald percentage worden afgetrokken van het bedrag van de eindejaarspremie, percentage dat door de ondernemingsraad, de syndicale afvaardiging of het arbeidsreglement wordt vastgesteld. Zonder een langs een van die drie wegen vastgesteld percentage mist de inhouding een grondslag.
Rubriek 6° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 21 octobre 2025 relative à la prime de fin d'année, art. 5, entrée en vigueur le 1er janvier 2025, durée indéterminée ; la même règle figurait déjà à l'art. 4, § 1er, de la CCT du 6 octobre 1997 tel que remplacé par la CCT du 25 octobre 2010 (102443/CO/220, A.R. du 19 juin 2011, MB 23/08/2011, p. 48316) · dépôt 196130/CO/220 · avis de dépôt MB 27/11/2025 · A.R. publié MB 19/02/2026, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 8 février 2026 · gelezen op 2026-09-05

Eindeloopbaandagen — de bedienden met 5 jaar anciënniteit bij de huidige werkgever hebben recht op 1 eindeloopbaandag per kalenderjaar vanaf 55 jaar, 2 dagen vanaf 57 jaar, 6 dagen vanaf 59 jaar en 8 dagen vanaf 62 jaar ; deze aantallen mogen niet gecumuleerd worden. Vanaf 59 jaar moeten de bestaande conventionele verlofdagen op bedrijfsvlak aangerekend worden op 2 van de 6 of 8 dagen. Deze dagen worden beschouwd als dagen met vrijstelling van arbeidsprestaties met behoud van loon en als zodanig aangegeven aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. Zij worden pro rata toegekend aan de deeltijds tewerkgestelde bedienden en aan die wier arbeidsovereenkomst in de loop van het kalenderjaar een einde neemt, waarbij het aantal wordt afgerond op de hogere dag of halve dag, en het volledig aantal wordt toegekend op 1 januari van het kalenderjaar waarin de bediende de vereiste leeftijd en anciënniteit bereikt. Bovendien heeft de bediende die tijdens een kalenderjaar minstens drie maanden ouderschapsverlof opneemt, in het daaropvolgende kalenderjaar recht op één bijkomende verlofdag — ouderschapsverlof opgenomen in een 1/10e-onderbreking opent dat recht niet.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 16 décembre 2025 concernant les jours de congé sectoriel, art. 2 à 7 (erratum du SPF Emploi corrigeant, à l'art. 8, « article 6 » en « article 7 »), entrée en vigueur le 1er janvier 2026, durée indéterminée ; elle remplace la CCT du 20 novembre 2023 (184873/CO/220) · dépôt 197217/CO/220 · avis de dépôt MB 12/02/2026 — opposable à tous les employeurs de la commission depuis le 27/02/2026 (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · aucun arrêté royal à ce jour · gelezen op 2026-09-05

Aan de bediende wordt vanaf 20 jaar anciënniteit minstens één bijkomende verlofdag toegekend.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 6 octobre 1997, « Conditions de rémunération et de travail des employés de l'industrie alimentaire », art. 8 (MB 27/09/2000) · enregistrement 47239/CO/220 du 2 mars 1998 · NUMAC 2000012612 · MB 27/09/2000, p. 32976 à 32985 · art. 25 : effets au 1er janvier 1997, prorogée par tacite reconduction pour des périodes consécutives d'un an sauf dénonciation ; aucun arrêté royal ne l'a abrogée (art. 33-34 de la loi du 5 décembre 1968), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 3 septembre 2000 · gelezen op 2026-09-05

Alle 177 paritaire comités

Een loonbrief maken voor PC 220