PC 226 — PARITAIR COMITE VOOR DE BEDIENDEN UIT DE INTERNATIONALE HANDEL, HET VERVOER EN DE LOGISTIEK
Minimumloon dat wij toetsen
€ 2 574,27 per maand
PC 226: klasse 1, 0 jaar anciënniteit (2 574,27 €/maand op 01/01/2026). Student: 90 % (2 316,84 €).
Bron: CAO van 12/01/2026, nr. 197452/CO/226, art. 6 ("Section 2 : Le barème des rémunérations minimums pour les employés"), tabel BARÈME JANVIER 2026, rij Classe 1, kolom 0 an, art. 6 (neerlegging 197452) — van kracht op 2026-01-01
Wat de loonbrief berekent
- het minimumloon
- de eindejaarspremie
- de verplaatsingskosten
- de vermeldingen op de afrekening
- de Dimona
- de DmfA
Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen
- de uurpremies
- de maaltijdcheques
- de ecocheques
- zondag en feestdagen
- de sectorale bijdragen
Identiteit en indexering
- Officiële benaming : PARITAIR COMITE VOOR DE BEDIENDEN UIT DE INTERNATIONALE HANDEL, HET VERVOER EN DE LOGISTIEK
- Registercode : 2260000
- Statuten : bedienden
- Indexering : 01 — laatst toegepast 2026-01-01
Wat het arbeidsreglement moet vermelden
Wekelijkse arbeidsduur: 37 uur
Lager dan het wettelijke maximum van 38 uur. Een reglement dat 38 uur vermeldt, is voor dit comité onwettig.
Referteperiode : bij ontstentenis van een op ondernemingsvlak gesloten overeenkomst legt het arbeidsreglement de modaliteit van de arbeidstijdvermindering vast: hetzij één uur per week, hetzij een halve dag compensatieverlof per maand
De conventionele arbeidstijd bedraagt 37 uur per week. In ondernemingen waar de op 31 december 1999 toepasselijke arbeidstijd reeds minder dan 38 uur per week bedroeg, wordt die arbeidstijd met één uur verminderd. De arbeidstijd wordt in beginsel gespreid over de eerste vijf dagen van de week.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 7 septembre 2009 relative à la durée de travail, art. 3 et 4 (effets au 07/09/2009, durée indéterminée) · dépôt 98613/CO/226 · A.R. publié au M.B. du 09/09/2010, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 30 juillet 2010 · gelezen op 2026-09-05
Afwijkingen van de algemene beginselen kunnen enkel worden ingevoerd door middel van een op ondernemingsvlak gesloten collectieve arbeidsovereenkomst. Bij ontstentenis van zulke overeenkomst worden de modaliteiten van de arbeidstijdvermindering vastgesteld in het arbeidsreglement, overeenkomstig de ter zake voorziene wettelijke procedures; in dat geval kan enkel voor één van volgende toepassingen worden geopteerd: hetzij één uur arbeidstijdvermindering op weekbasis, bij het begin of op het einde van de dag, hetzij de toekenning van een halve dag compensatieverlof per maand.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 7 septembre 2009 relative à la durée de travail, art. 5 · dépôt 98613/CO/226 · A.R. publié au M.B. du 09/09/2010, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 30 juillet 2010 · gelezen op 2026-09-05
De overurentoeslag is verschuldigd vanaf het 39ste prestatie-uur op weekbasis.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 7 septembre 2009 relative à la durée de travail, art. 7 · dépôt 98613/CO/226 · A.R. publié au M.B. du 09/09/2010, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 30 juillet 2010 · gelezen op 2026-09-05
In ondernemingen zonder tijdsregistratie wordt de arbeid die boven de grenzen van de arbeidstijd wordt verricht, voor de betaling afgerond naar het eerstvolgende hogere half uur of vol uur, naargelang het geval. Die afronding is niet van toepassing in ondernemingen die een systeem van tijdsregistratie toepassen.
Rubriek 2° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 7 septembre 2009 relative à la durée de travail, art. 6 · dépôt 98613/CO/226 · A.R. publié au M.B. du 09/09/2010, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 30 juillet 2010 · gelezen op 2026-09-05
Voor de bedienden die op bestendige wijze één of meer functies uitoefenen in de diensten bevrachtingen, verzendingen, manifest, laad- en losactiviteiten, of systeembediening van de informatica en telecommunicatie die noodzakelijk is voor de werking van die operationele diensten, kan de normale arbeidstijd worden vastgesteld op 1 924 uur per kalenderjaar (52 weken × 37 uur), proportioneel herleid bij deeltijdse tewerkstelling, bij indiensttreding in de loop van het kalenderjaar of bij een reeds lagere arbeidsregeling. Hij mag nooit meer bedragen dan 10 uur per dag (12 uur bij continuarbeid) noch 46 uur per week, en het aantal overuren mag nooit meer bedragen dan 65 uur per kalenderkwartaal. De invoering van deze bijzondere arbeidsregeling en de concrete omkaderingsmaatregelen — concrete uurroosters, referteperiode van de gemiddelde arbeidstijd, verwittigingstijd en eventuele toeslagen — worden bij het arbeidsreglement gevoegd.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 7 septembre 2009 relative à la durée de travail, art. 9 et 10 · dépôt 98613/CO/226 · A.R. publié au M.B. du 09/09/2010, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 30 juillet 2010 · gelezen op 2026-09-05
Onverminderd de wettelijke en reglementaire bepalingen moeten arbeid in ploegen, nachtarbeid zoals bedoeld in artikel 2, 2°, van de wet van 17 maart 1987, weekendwerk en prestaties op feestdagen of hun vervangingsdag worden vergoed met een bijzondere loontoeslag, vastgelegd bij een op ondernemingsvlak gesloten collectieve arbeidsovereenkomst, uiterlijk binnen de zes maanden volgend op de invoering van de bijzondere arbeidsregeling. Bestaande regelingen blijven van toepassing. Voor de toepassing van stand-byregelingen dienen op ondernemingsvlak schriftelijke afspraken te worden gemaakt, uiterlijk binnen de zes maanden na de invoering ervan.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 7 septembre 2009 concernant le supplément de salaire pour certaines prestations de travail, art. 2 et 3 (durée indéterminée) · dépôt 95863/CO/226 · A.R. publié au M.B. du 08/09/2010, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 13 juin 2010 · gelezen op 2026-09-05
Eén sectorale verlofdag wordt toegekend aan de bedienden die tijdens het vakantiedienstjaar twaalf maanden effectieve of gelijkgestelde prestaties hebben geleverd. Daarnaast worden vier halve verlofdagen toegekend, met vrijaf 's namiddags: tweede Nieuwjaarsdag (2 januari), Goede Vrijdag, Allerzielen (2 november) en tweede Kerstdag (26 december). Het staat de werkgever vrij 's voormiddags van de tweede Kerstdag verlof te geven ter vervanging van de namiddag van de tweede Nieuwjaarsdag. Wanneer Nieuwjaar, Allerheiligen of Kerstmis met een zondag samenvallen en door de dag nadien worden vervangen, en wanneer de tweede Nieuwjaarsdag, Allerzielen of de tweede Kerstdag met een zaterdag of een zondag samenvallen, wordt aan iedere bediende individueel een halve dag inhaalrust toegekend.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 5 septembre 2022 concernant les jours de congé sectoriel et le petit chômage, art. 2 et 3 (en vigueur le 01/01/2022, durée indéterminée) · dépôt 175247/CO/226 · A.R. publié au M.B. du 27/09/2024, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 1er septembre 2024 · gelezen op 2026-09-05
Er wordt een bijzondere verlofdag toegekend als regionale verlofdag op de data die bij decreet door de regionale cultuurraden zijn vastgesteld: 27 september in het Franstalige landsgedeelte, 11 juli in het Nederlandstalige landsgedeelte en 15 november in het Duitstalige landsgedeelte. Wanneer die dag met een zaterdag of een zondag samenvalt, wordt een vervangingsdag toegekend; de modaliteiten van toekenning en vervanging worden in onderling overleg op het vlak van de onderneming bepaald.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 5 septembre 2022 concernant les jours de congé sectoriel et le petit chômage, art. 4 · dépôt 175247/CO/226 · A.R. publié au M.B. du 27/09/2024, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 1er septembre 2024 · gelezen op 2026-09-05
Anciënniteitsverlof wordt als volgt toegekend: 1 werkdag bij 5 tot minder dan 10 jaar anciënniteit, 2 werkdagen bij 10 tot minder dan 15 jaar, 3 werkdagen bij 15 tot minder dan 20 jaar, 4 werkdagen bij 20 tot minder dan 25 jaar, 5 werkdagen bij 25 tot minder dan 30 jaar, 6 werkdagen bij 30 tot minder dan 35 jaar, 7 werkdagen bij 35 tot minder dan 40 jaar en 8 werkdagen vanaf ten minste 40 jaar anciënniteit.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 5 septembre 2022 concernant les jours de congé sectoriel et le petit chômage, art. 5 · dépôt 175247/CO/226 · A.R. publié au M.B. du 27/09/2024, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 1er septembre 2024 · gelezen op 2026-09-05