mijnloonbrief.be

PC 227 — PARITAIR COMITE VOOR DE AUDIOVISUELE SECTOR

Geen sectoraal barema toegepast

PC 227 is erkend en gedocumenteerd, maar er wordt hier geen sectorale loonschaal toegepast. Meestal is dat geen achterstand van ons: de FOD Werk actualiseert sinds september 2022 enkel nog de barema's van de comités met meer dan 2 000 werknemers, en waar er nog een schaal bestaat, is die soms ouder — en dus lager — dan het interprofessioneel gewaarborgd minimum. In dat geval blijft dat minimum de beste bescherming, en het is dat wat de loonbrief toepast.

De afrekening vermeldt duidelijk welke sectorale elementen niet werden toegepast. Publiceert uw comité een schaal die wij niet hebben gezien? Zeg het ons — wij lezen ze.

Wat de loonbrief berekent

  • de Dimona

Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen

  • het minimumloon
  • het flexiloon
  • de eindejaarspremie
  • de uurpremies
  • de maaltijdcheques
  • de ecocheques
  • de verplaatsingskosten
  • zondag en feestdagen
  • de tijdelijke werkloosheid
  • de sectorale bijdragen

Identiteit en indexering

  • Officiële benaming : PARITAIR COMITE VOOR DE AUDIOVISUELE SECTOR
  • Registercode : 2270000
  • Statuten : bedienden

Wat het arbeidsreglement moet vermelden

Wekelijkse arbeidsduur: 38 uur

Referteperiode : De week voor de werknemers van categorie A of C die niet aan de grote flexibiliteit onderworpen zijn ; het jaar voor de werknemers van categorie B of C die eraan onderworpen zijn, bij wie het gemiddelde van 38 uur op jaarbasis wordt bereikt.

De wekelijkse arbeidsduur wordt vastgesteld op 38 uur voor de werknemers van categorie A of C die niet aan de grote flexibiliteit onderworpen zijn. Voor de werknemers van categorie B of C die eraan onderworpen zijn, wordt de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van 38 uur op jaarbasis bereikt, en bedraagt de wekelijkse arbeidsduur dan maximaal 50 uur, verhoogd tot 60 uur gedurende maximum zes weken per trimester, en tot 84 uur in « uitzonderlijke omstandigheden » te definiëren op ondernemingsvlak volgens de modaliteiten van artikel 20 van de overeenkomst. Hun dagelijkse arbeidsduur kan op maximum 12 uur worden vastgesteld, waarbij inspanningen worden gedaan om wie 9 uur of langer per dag werkt tewerk te stellen in een stelsel van 4 dagen per week. Voor diegenen onder hen die tewerkgesteld zijn in een stelsel dat nachtprestaties omvat in de zin van artikel 17 § 1 van CAO nr. 46 van de Nationale Arbeidsraad, mag de arbeidsduur niet meer bedragen dan 50 uur per week, of 56 uur per week indien de prestaties over 7 dagen worden verdeeld a rato van 8 uur per dag.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 15 octobre 2010 relative à l'instauration de nouveaux régimes de travail dans les entreprises du secteur audiovisuel, préambule du chapitre IV et art. 4 § 1er à § 5 — conclue dans le cadre de la loi du 17 mars 1987, de la CCT n° 42 du Conseil national du travail et de l'article 38ter de la loi du 16 mars 1971 ; effet au 1er janvier 2011, durée indéterminée · dépôt 102428/CO/227, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 13 mars 2011 · gelezen op 2026-09-05

Uitsluitend werknemers onderworpen aan de grote flexibiliteit — zij mogen gedurende meer dan 7 opeenvolgende dagen tewerkgesteld worden, namelijk 21 opeenvolgende dagen. De inhaalrust voor een gewerkte zondag wordt hun toegekend binnen de 14 dagen volgend op de gewerkte periode van maximaal 21 opeenvolgende dagen, wat een afwijking uitmaakt op de normale termijn van artikel 16, eerste lid van de arbeidswet van 16 maart 1971 ; die inhaalrust wordt vastgelegd op weekdagen, van maandag tot zaterdag, in overleg met de werknemer. Er kan eveneens worden afgeweken van het principe van 11 uur rust binnen een tijdvak van 24 uur in « uitzonderlijke omstandigheden » te definiëren op ondernemingsvlak volgens de modaliteiten van artikel 20 van de overeenkomst — omstandigheden eigen aan die afwijking, onderscheiden van die welke eventueel reeds werden gedefinieerd in toepassing van artikel 4 § 3.2. Zulke afwijking mag maximaal 48 keer per jaar worden toegepast, en er zal steeds minstens 8 uur rust worden toegekend per tijdvak van 24 uur, mits er door de werkgever georganiseerde en betaalde, kwaliteitsvolle overnachting met ontbijt is voorzien in de omgeving van de prestatie ; indien die overnachting niet wordt aangeboden, wordt de minimale rust van 8 uur verhoogd met tweemaal de reële reistijd van de plaats van prestatie naar de woonplaats van de werknemer. De vrije dagen worden maximaal gegroepeerd en er worden maximaal volledig vrije weekends geprogrammeerd.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 16 novembre 2018, art. 2, remplaçant l'article 5 de la CCT du 15 octobre 2010 (102428/CO/227) telle que déjà modifiée par la CCT du 21 octobre 2011 (107068/CO/227, A.R. du 20 février 2013) — effet au 16 novembre 2018, durée indéterminée · dépôt 149222/CO/227 · M.B. du 6 février 2019, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 20 janvier 2019 · gelezen op 2026-09-05

Uitsluitend ondernemingen die geen eigen regeling hebben vastgelegd — elke werknemer heeft recht op deconnectie, dat wil zeggen het recht om niet bereikbaar te zijn buiten het op hem van toepassing zijnde uurrooster of de overeengekomen uren van bereikbaarheid, ook tijdens periodes van gewettigde afwezigheid en van schorsing van de arbeidsovereenkomst. Onder « uurrooster » worden de uurroosters verstaan die vermeld zijn in het arbeidsreglement en/of de individuele arbeidsovereenkomst, met inbegrip van tijdelijke afwijkingen zoals overuren of wachtdiensten. Een werknemer kan niet gesanctioneerd worden voor digitale onbereikbaarheid buiten zijn werkuren of periodes van gewettigde afwezigheid. De ondernemingen engageren zich om hun werknemers niet te storen buiten die uurroosters, behalve in uitzonderlijke omstandigheden — een dringend probleem dat zonder tussenkomst van de werknemer onmogelijk kan opgelost worden ; voor een wachtdienst of een terugbelsysteem buiten de planning worden vooraf specifieke regels afgesproken. In geval van ziekte dient de werknemer zich wel nog steeds beschikbaar te houden van de arbeidsgeneesheer en werkt hij mee om het werk door collega's tijdens zijn afwezigheid op te vangen. De werkgever neemt de nodige maatregelen met betrekking tot de organisatie van het werk zodat de werknemer zich kan deconnecteren, en de ondernemingen sensibiliseren hun werknemers om de hulpmiddelen van de onderneming niet te gebruiken buiten de genoemde uurroosters. Het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk beslist over het al dan niet opnemen van het recht op deconnectie in de risicoanalyse. De concrete afspraken worden vastgelegd in het arbeidsreglement, via de daartoe voorziene procedure, of in een collectieve arbeidsovereenkomst.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 12 mai 2023 relative au droit à la déconnexion, art. 1er à art. 6 — conclue en application du chapitre 2, section 2 de la loi du 26 mars 2018 relative au renforcement de la croissance économique et de la cohésion sociale ; durée indéterminée à partir du 1er mars 2023 · dépôt 179646/CO/227 · M.B. du 10 août 2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 21 juillet 2023 · gelezen op 2026-09-05

De voltijdse werknemer krijgt één dag anciënniteitsverlof per volbrachte schijf van vijf jaar bij dezelfde werkgever toegekend, met een maximum van 3 dagen wanneer hij tewerkgesteld wordt in een wekelijkse arbeidsregeling van 5 dagen. Onder anciënniteit wordt de periode verstaan gedurende dewelke de werknemer met één of meerdere arbeidsovereenkomsten en zonder onderbreking tewerkgesteld is geweest bij dezelfde werkgever ; voor de berekening wordt rekening gehouden met alle periodes van schorsing van de arbeidsovereenkomst, met uitzondering van de periodes van voltijdse schorsing van de arbeidsprestaties in het kader van tijdskrediet zonder motief. Het recht wordt voor het eerst uitgeoefend in de loop van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de vereiste anciënniteit wordt verworven. De anciënniteitsverlofdag is niet deelbaar ; hij wordt genomen na uitputting van de jaarlijkse vakantie en de feestdagen, op een in onderling overleg vastgelegde datum. Indien de werknemer zijn anciënniteitsdag(en) niet heeft uitgeput vóór 31 december van het betrokken kalenderjaar, verliest hij het voordeel ervan en kan hij ze niet overdragen naar het volgende kalenderjaar. Het loon van de anciënniteitsverlofdag wordt berekend volgens de berekeningsregels van het feestdagenloon.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 27 novembre 2014 relative au congé d'ancienneté, art. 1er à art. 6 et art. 11 — effet au 1er janvier 2015, durée indéterminée · dépôt 124790/CO/227 · M.B. du 14 octobre 2015, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 23 août 2015 · gelezen op 2026-09-05

Alle 177 paritaire comités

Een loonbrief maken voor PC 227