mijnloonbrief.be

PC 300 — NATIONALE ARBEIDSRAAD

Geen sectoraal barema toegepast

PC 300 is erkend en gedocumenteerd, maar er wordt hier geen sectorale loonschaal toegepast. Meestal is dat geen achterstand van ons: de FOD Werk actualiseert sinds september 2022 enkel nog de barema's van de comités met meer dan 2 000 werknemers, en waar er nog een schaal bestaat, is die soms ouder — en dus lager — dan het interprofessioneel gewaarborgd minimum. In dat geval blijft dat minimum de beste bescherming, en het is dat wat de loonbrief toepast.

De afrekening vermeldt duidelijk welke sectorale elementen niet werden toegepast. Publiceert uw comité een schaal die wij niet hebben gezien? Zeg het ons — wij lezen ze.

Wat de loonbrief berekent

Nog niets voor dit comité.

Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen

  • het minimumloon
  • het flexiloon
  • de uurpremies
  • de maaltijdcheques
  • de ecocheques
  • de verplaatsingskosten
  • het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
  • zondag en feestdagen
  • de tijdelijke werkloosheid
  • de vermeldingen op de afrekening
  • de Dimona
  • de DmfA

Identiteit en indexering

  • Officiële benaming : NATIONALE ARBEIDSRAAD
  • Registercode : 3000000
  • Statuten : arbeiders en bedienden

Wat het arbeidsreglement moet vermelden

Dit paritair comité stelt geen wekelijkse arbeidsduur vast voor zijn hele toepassingsgebied. Neem de 38 uur van een model niet zomaar over: lees hieronder wat het comité wél schrijft.

De wekelijkse arbeidsduur zoals bedoeld in hoofdstuk III, afdeling 2 van de arbeidswet van 16 maart 1971 wordt, ten laatste in de loop van elk der beschouwde jaren, verminderd tot 42 uur in 1973, 41 uur in 1974 en 40 uur in 1975. In zeer uitzonderlijke gevallen kon de vermindering tot 41 uur in 1975 in plaats van 1974 worden ingevoerd, en de vermindering tot 40 uur op 1 januari 1976 in plaats van in 1975, waarbij het bestaan van het zeer uitzonderlijke geval bij eenparige beslissing van het paritair comité of, bij ontstentenis, van de ondernemingsraad wordt vastgesteld, bij ontstentenis in overleg met de syndicale afvaardiging, bij ontstentenis met het personeel of zijn vertegenwoordigers. Die overeenkomst blijft van kracht, maar zij bepaalt niet de arbeidsduur van vandaag : het wettelijke plafond is gedaald tot gemiddeld 38 uur per week, en het is dat plafond, of de kortere duur die het paritair comité van de werkgever vaststelt, dat in het arbeidsreglement moet staan.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT n° 14 du 22 novembre 1973 concernant la réduction de la durée hebdomadaire du travail, art. 3 à 5, telle que modifiée par la CCT n° 14 bis du 26 mars 1975 dont l'art. 1er abroge l'art. 6 — conclue pour une durée indéterminée, révisable ou dénonçable moyennant un préavis de six mois ; prise en exécution du point 6, a) de l'accord national interprofessionnel du 10 février 1975. Le plafond de 38 heures qui s'impose aujourd'hui n'est pas dans cette convention et n'est pas non plus à l'art. 19 de la loi du 16 mars 1971 : il est à l'art. 2 § 2 de la loi du 10 août 2001 relative à la conciliation entre l'emploi et la qualité de vie (NUMAC 2001012825), avec effet au 1er janvier 2003. · NUMAC 1975072204 · M.B. du 15 août 1975, p. 9943, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 22 juillet 1975 · gelezen op 2026-09-06

De tekst van collectieve arbeidsovereenkomst nr. 25 van 15 oktober 1975 over de gelijke beloning voor mannelijke en vrouwelijke werknemers wordt in bijlage bij het arbeidsreglement van de onderneming gevoegd. Die overeenkomst bepaalt dat gelijke beloning moet worden verzekerd voor gelijke arbeid of voor arbeid van gelijke waarde, in alle elementen en voorwaarden van het loon, met inbegrip van de systemen van functiewaardering, waarvan de criteria voor mannelijke en vrouwelijke werknemers gemeenschappelijk moeten zijn en zo opgesteld dat elke discriminatie is uitgesloten. Zij opent voor de werknemer die zich benadeeld acht een rechtsvordering, alsook een bescherming tegen ontslag en tegen de eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden om een reden die aan zijn klacht of zijn vordering wordt ontleend : bij gebreke van wederopneming bedraagt de vergoeding, naar keuze van de werknemer, hetzij een forfait gelijk aan het brutoloon van zes maanden, hetzij de werkelijk geleden schade waarvan hij de omvang bewijst.
Rubriek 16° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT n° 25 du 15 octobre 1975 sur l'égalité des rémunérations entre les travailleurs masculins et les travailleurs féminins, art. 8 (chapitre III « Publicité ») et art. 1er à 4 — durée indéterminée (art. 9), révisable ou dénonçable moyennant un préavis de six mois ; modifiée par la CCT n° 25 bis du 19 décembre 2001 (A.R. du 4 février 2002, M.B. du 12 mars 2002) et par la CCT n° 25 ter du 9 juillet 2008 (A.R. du 28 septembre 2008, M.B. du 14 octobre 2008). Le Conseil a demandé que les articles 1 à 9 soient rendus obligatoires : l'article 8 en fait partie. · NUMAC 1975120905 · M.B. du 25 décembre 1975, p. 16447, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 9 décembre 1975 · gelezen op 2026-09-06

De werkgever bepaalt de uitgangspunten en de doelstellingen van het preventief alcohol- en drugbeleid in zijn onderneming en werkt een beleids- of intentieverklaring uit die de krijtlijnen ervan bevat ; die elementen worden in het arbeidsreglement opgenomen. In een tweede fase, en voor zover de realisatie van die doelstellingen dit vereist, kan hij ze verder uitwerken door voor het geheel van het personeel regels op te stellen over de beschikbaarheid op het werk of niet van alcohol, over het binnenbrengen van alcohol en drugs en over het werkgerelateerd gebruik ervan ; door de procedures te bepalen die gevolgd moeten worden bij vaststelling van disfunctioneren op het werk ten gevolge van mogelijk alcohol- of druggebruik of bij de vaststelling van de overtreding van die regels ; en door de werkwijze en de procedure vast te leggen die bij vaststelling van werkonbekwaamheid van een werknemer gevolgd moeten worden inzake het vervoer van de betrokkene naar huis, zijn begeleiding en de kostenregeling. Indien het testen op alcohol of drugs deel uitmaakt van dat beleid, bepaalt de werkgever de nadere regels ervan — de aard van de testen, de doelgroepen, de procedures, de bevoegde personen, de tijdstippen en de mogelijke gevolgen van een positief resultaat. Al die maatregelen worden in het arbeidsreglement opgenomen ; zonder die opname mogen de testen niet worden afgenomen.
Rubriek 6° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT n° 100 du 1er avril 2009 concernant la mise en œuvre d'une politique préventive en matière d'alcool et de drogues dans l'entreprise, art. 3 §§ 3 à 5 et art. 8 — « Les mesures visées à l'article 3, §§ 3, 4 et 5 sont reprises dans le règlement de travail » / « De maatregelen bedoeld in artikel 3, §§ 3, 4 en 5 worden opgenomen in het arbeidsreglement ». Durée indéterminée, jamais modifiée. Le commentaire de l'article 8 précise que la déclaration de politique est publiée au règlement de travail en application de l'art. 14, 2° de la loi du 8 avril 1965, et que les mesures de la deuxième phase et la décision d'appliquer des tests y sont reprises selon la procédure ordinaire de modification des art. 11 à 13 de la même loi. · dépôt 91788/CO/300 · NUMAC 2009202709 · M.B. du 13 juillet 2009, p. 48072, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 28 juin 2009 · gelezen op 2026-09-06

Uitsluitend ondernemingen zonder ondernemingsraad en zonder comité voor preventie en bescherming op het werk — wanneer de werkgever door een bewakingsagent steekproefsgewijze uitgangscontroles ter voorkoming van diefstal laat uitvoeren, blijkt de toestemming van de betrokken werknemers uit de opname in het arbeidsreglement van het recht voor de werkgever om zulke controles te laten uitvoeren, in overeenstemming met artikel 12 van de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen. Dat recht kan ook blijken uit een op ondernemingsniveau afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst. Een uitgangscontrole op basis van het feit dat er redelijke gronden zijn om te denken dat de werknemer goederen heeft ontvreemd, kan daarentegen enkel worden uitgevoerd indien de betrokken werknemer daarvoor zijn toestemming geeft. De werkgever informeert de werknemers vooraf, bij ontstentenis van een overlegorgaan, over de perimeter van de onderneming of de arbeidsplaats, over de diefstalrisico's, over de maatregelen om die risico's te voorkomen of te verhelpen, en over de controlemethodes.
Rubriek 5° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT n° 89 du 30 janvier 2007 concernant la prévention des vols et les contrôles de sortie des travailleurs quittant l'entreprise ou le lieu de travail, art. 7 §§ 1er et 2 et art. 8 §§ 1er et 2 — durée indéterminée, jamais modifiée. Conclue en considération de ce que la loi du 8 avril 1965 prévoit des procédures d'information et de consultation spécifiques en matière de modification du règlement de travail. · dépôt 81952/CO/300 · NUMAC 2007200854 · M.B. du 11 mai 2007, p. 25838, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 25 avril 2007 · gelezen op 2026-09-06

De ontslagen werknemer die de concrete redenen die tot zijn ontslag hebben geleid wenst te kennen, richt zijn verzoek bij aangetekende brief tot de werkgever binnen een termijn van twee maanden nadat de arbeidsovereenkomst een einde heeft genomen ; wanneer de werkgever de overeenkomst met inachtneming van een opzeggingstermijn heeft beëindigd, richt de werknemer zijn verzoek binnen zes maanden na de betekening van de opzegging, zonder evenwel twee maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst te kunnen overschrijden. De werkgever antwoordt bij aangetekende brief binnen twee maanden na de ontvangst van het verzoek, en die brief moet de elementen bevatten die de werknemer toelaten de concrete redenen te kennen. De werkgever die uit eigen beweging die redenen reeds schriftelijk heeft meegedeeld, is niet verplicht te antwoorden. Bij gebrek aan antwoord, of bij een laattijdig of onvolledig antwoord, is de werkgever aan de werknemer een forfaitaire burgerlijke boete verschuldigd die overeenstemt met twee weken loon, cumuleerbaar met de vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag. Die regeling geldt onder meer niet tijdens de eerste zes maanden tewerkstelling, bij uitzendarbeid, bij studentenovereenkomsten, bij ontslag met het oog op werkloosheid met bedrijfstoeslag of op het wettelijk pensioen, bij definitieve stopzetting van de activiteit, bij sluiting van de onderneming en bij collectief ontslag.
Rubriek 4° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT n° 109 du 12 février 2014 concernant la motivation du licenciement, art. 2 et art. 4 à 7 — durée indéterminée, jamais modifiée. Elle remplit la rubrique 4° a) de l'art. 6 § 1er de la loi du 8 avril 1965 : c'est la procédure et ce sont les délais que l'employeur et le travailleur doivent respecter lorsque la relation de travail prend fin. · dépôt 119415/CO/300 · NUMAC 2014201545 · M.B. du 20 mars 2014, p. 22613, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 9 mars 2014 · gelezen op 2026-09-06

Uitsluitend ondernemingen met een ondernemingsraad — de algemene criteria die in geval van ontslag of wederindienstneming ingevolge economische of technische omstandigheden gevolgd moeten worden, worden door de ondernemingsraad vastgesteld, op voorstel van het ondernemingshoofd of van de werknemersafgevaardigden. Hetzelfde geldt voor de algemene criteria die gevolgd moeten worden bij de overgang van voltijds tewerkgestelde werknemers naar een deeltijdse arbeidsregeling en omgekeerd, wanneer die overgang uit dezelfde omstandigheden voortvloeit. Die criteria worden bij algemene regels vastgesteld, rekening houdend zowel met het belang van de onderneming als met het belang van de werknemers. Die bevoegdheid doet geen afbreuk aan de raadgevende opdracht van de raad inzake de algemene criteria van aanwerving, en zij beperkt noch de beslissingsbevoegdheid van het ondernemingshoofd inzake de organisatie en de werking van de onderneming, noch zijn gezag om te beslissen in welke onderdelen van de onderneming, voor welke functies en voor welke kwalificaties de ontslagen moeten gebeuren.
Rubriek 4° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT n° 9 du 9 mars 1972 coordonnant les accords nationaux et les conventions collectives de travail relatifs aux conseils d'entreprise conclus au sein du Conseil national du travail, art. 12 — pris en exécution de l'art. 15 de la loi du 20 septembre 1948 portant organisation de l'économie ; alinéa 2 inséré par la CCT n° 34 du 27 février 1981. Convention modifiée par la CCT n° 9 bis du 29 octobre 1991 (A.R. du 17 décembre 1991, M.B. du 10 janvier 1992), la CCT n° 9 ter du 27 février 2008 (A.R. du 5 juin 2008, M.B. du 18 juin 2008) et la CCT n° 9 quater du 27 juin 2012 (A.R. du 24 octobre 2012, M.B. du 8 novembre 2012) ; l'art. 12 n'a pas été touché par ces trois textes. · NUMAC 1972091237 · M.B. du 25 novembre 1972, p. 13148, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 12 septembre 1972 · gelezen op 2026-09-06

De werknemer die zes maanden anciënniteit heeft bij de werkgever die hem tewerkstelt, heeft het recht een aanpassing van zijn bestaande werkpatroon aan te vragen om voor een kind te zorgen, tot diens twaalfde verjaardag, of om voor een naaste te zorgen : werken op afstand zoals telewerk, een aanpassing van het werkrooster, of een vermindering van de arbeidstijd. Hij stelt de werkgever daar schriftelijk en drie maanden van tevoren van in kennis, hetzij bij aangetekende brief, hetzij door de overhandiging van een geschrift waarvan de werkgever een duplicaat ondertekent als bericht van ontvangst, hetzij op elektronische wijze mits ontvangstbevestiging. De werkgever geeft binnen een maand na de aanvraag een schriftelijk antwoord ; hij motiveert dat antwoord schriftelijk tenzij hij de aanvraag aanvaardt, en hij beoordeelt de aanvraag rekening houdend met de behoeften van de onderneming en, zo veel mogelijk, met die van de werknemer. Blijft het antwoord na een maand uit, dan kan de werknemer zijn aanvraag herhalen. Bij aanvaarding komen beide partijen de concrete uitvoeringsmodaliteiten overeen ; wanneer de gekozen regeling nog niet in de onderneming wordt toegepast en zij arbeidsvoorwaarden wijzigt die in een collectieve arbeidsovereenkomst of in het arbeidsreglement zijn geregeld, moet de passende procedure worden gevolgd om die instrumenten aan te passen. De werkgever kan de uitoefening van de flexibele werkregeling uitstellen om concrete en verantwoorde redenen die verband houden met de werking van de onderneming, die hij binnen een maand na de aanvraag schriftelijk meedeelt.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT n° 162 du 27 septembre 2022 instituant un droit à demander une formule souple de travail, art. 2, 4 à 7 et 10 à 13 — transposition des art. 9, 11, 12 et 14 de la directive (UE) 2019/1158 ; durée indéterminée ; adaptée par la CCT n° 162/1 du 24 janvier 2023 (dépôt 178038, A.R. du 7 avril 2023, NUMAC 2023201713, M.B. du 19 mai 2023). Le commentaire de l'art. 12 est explicite sur le règlement de travail : « Si le travailleur et l'employeur s'accordent sur une formule souple de travail qui n'est pas encore appliquée dans l'entreprise, et que cet arrangement modifie les conditions d'emploi qui sont régies dans une convention collective de travail ou un règlement de travail, la procédure appropriée doit être suivie pour adapter ces instruments. » · dépôt 176058/CO/300 · NUMAC 2022206335 · M.B. du 19 décembre 2022, p. 97670, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 7 novembre 2022 · gelezen op 2026-09-06

Uitsluitend werkgevers die niet onder een sectorale of ondernemingsovereenkomst met een fietsvergoeding vallen — de tegemoetkoming van de werkgever is verschuldigd aan de werknemer die de verplaatsingen tussen zijn woonplaats en zijn plaats van tewerkstelling regelmatig met de fiets aflegt, namelijk met een rijwiel, een gemotoriseerd rijwiel of een speed pedelec in de zin van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, waarbij de twee laatste enkel in aanmerking komen wanneer zij elektrisch worden voortbewogen. De toekenning is beperkt tot een afstand van maximaal twintig kilometer per enkele rit. Het basisbedrag is 0,145 euro per met de fiets afgelegde kilometer, jaarlijks aangepast volgens het indexeringsmechanisme van artikel 178, § 3, eerste lid, 2° van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, zodat het het fiscaal maximaal vrijgestelde bedrag niet overschrijdt ; de overeenkomst zelf becijfert de vergoeding op 0,27 euro per kilometer voor het jaar 2023. De tegemoetkoming wordt gestort ter gelegenheid van de betaalperiode die in de onderneming gebruikelijk is. Om het bedrag ervan te bepalen vult de werknemer een verklaring op erewoord in en ondertekent hij ze, waarin hij het aantal met de fiets afgelegde kilometers en het betrokken aantal dagen in die maand vermeldt ; de frequentie van die verklaring en de modaliteiten voor de controle van de erin vermelde gegevens moeten door de werkgever worden vastgesteld.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT n° 164 du 24 janvier 2023 concernant l'intervention de l'employeur pour les déplacements effectués à vélo par le travailleur entre son domicile et son lieu de travail, art. 2 à 8 — convention SUPPLÉTIVE : son art. 2 § 2 réserve les conventions sectorielles et d'entreprise prévoyant une indemnité spécifique, dont les modalités et les montants s'appliquent alors. Durée indéterminée, en vigueur le 1er mai 2023. Le montant de 0,27 euro est celui que l'art. 6, alinéa 3 écrit POUR 2023 : le montant d'une autre année se calcule par la formule d'indexation du CIR 92 et n'est pas servi ici. · dépôt 178040/CO/300 · NUMAC 2023201711 · M.B. du 19 mai 2023, p. 46917, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 7 avril 2023 · gelezen op 2026-09-06

Wanneer de werkgever een systeem van controle op de elektronische onlinecommunicatiegegevens installeert, informeert hij vooraf en collectief de ondernemingsraad of, bij ontstentenis, het comité voor preventie en bescherming op het werk, bij ontstentenis de syndicale afvaardiging, bij ontstentenis de werknemers zelf, over alle aspecten van de controle. Hij informeert bovendien de betrokken werknemers individueel, op een drager van zijn keuze, op een effectieve, begrijpelijke en bijgewerkte wijze. De informatie betreft het controlebeleid en de prerogatieven van de werkgever en van het toezichthoudend personeel, de nagestreefde doeleinden, het al dan niet bewaren van persoonsgegevens met de plaats en de duur van de bewaring, en het al dan niet permanente karakter van de controle ; de individuele informatie betreft daarenboven het gebruik van het ter beschikking gestelde hulpmiddel met inbegrip van de grenzen aan het functionele gebruik, de rechten, plichten, verplichtingen en eventuele verbodsbepalingen bij het gebruik van de elektronische onlinecommunicatiemiddelen van de onderneming, en de in het arbeidsreglement voorziene sancties bij een tekortkoming. De geïnstalleerde controlesystemen worden regelmatig geëvalueerd.
Rubriek 2° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT n° 81 du 26 avril 2002 relative à la protection de la vie privée des travailleurs à l'égard du contrôle des données de communication électroniques en réseau, art. 7 à 10 — durée indéterminée, jamais modifiée. Son art. 9 § 2 fait de la mention des sanctions au règlement de travail le contenu obligatoire de l'information individuelle, et le commentaire de l'art. 8 rappelle que cette convention « ne dispense pas […] de l'application de la réglementation en la matière, prévoyant des mentions obligatoires au règlement de travail comme, par exemple, en matière de sanctions ». · dépôt 62432/CO/300 · NUMAC 2002012699 · M.B. du 29 juin 2002, p. 29489, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 12 juin 2002 · gelezen op 2026-09-06

Alle 177 paritaire comités

Een loonbrief maken voor PC 300