mijnloonbrief.be

PC 302 — PARITAIR COMITE VOOR HET HOTELBEDRIJF

Minimumloon dat wij toetsen

€ 15,2097 per uur · € 2 504,53 per maand

PC 302: categorie I, 0 functiejaren (15,2097 €/u — 2 504,53 €/maand op 01/01/2026). Minderjarige student: 70 tot 90 % naargelang de leeftijd (gecodeerde ondergrens: 15 jaar, 10,6468 €/u); vanaf 18 jaar: 100 % van het barema.

Bron: GEEN CAO gevonden in het register van de FOD (jc 3020000, 304 CAO's bevraagd op 05/09/2026, laatste neerlegging 13/03/2026, geen enkele over de lonen) voor 15,2097 €/u, 2 504,53 €/maand of 10,6468 €/u. De mechanisme-CAO van 23/10/2007 nr. 85826/CO/302 (art. 2-3, nog van kracht) bewijst een automatische indexering elke 1 januari, maar niet dit precieze bedrag. Vijf niet-primaire beroepsbronnen (ACV-CSC/hetacv.be, Horeca Wallonie, Horeca Brussels, CGSLB, Aureus Social) dateren deze bedragen op 01/01/2026, nooit op 01/07/2026 hieronder — verschil hier NIET beslecht. Oud ijkpunt: hoofding van het oorspronkelijke bestand, « officiële cijfers opgenomen op 21/08/2026 op salairesminimums.be (FOD Werkgelegenheid) », studentenblok « PC 302, loonschaal op 01/07/2026, sectie 1.4 » — van kracht op 2026-07-01

Wat de loonbrief berekent

  • het minimumloon
  • het flexiloon
  • de ecocheques
  • de verplaatsingskosten
  • het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
  • zondag en feestdagen
  • de tijdelijke werkloosheid
  • de vermeldingen op de afrekening
  • de Dimona
  • de DmfA

Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen

  • de eindejaarspremie
  • de uurpremies
  • de sectorale bijdragen

Identiteit en indexering

  • Officiële benaming : PARITAIR COMITE VOOR HET HOTELBEDRIJF
  • Registercode : 3020000
  • Statuten : bedienden en arbeiders
  • Indexering : 01 — laatst toegepast 2026-01-01

Wat het arbeidsreglement moet vermelden

Wekelijkse arbeidsduur: 38 uur

Referteperiode : het gemiddelde van 38 uur wordt berekend over het kalenderjaar : gewerkte uren gedeeld door het aantal gewerkte weken van hetzelfde kalenderjaar

De gemiddelde arbeidsduur over het jaar bedraagt 38 uur gemiddeld per week, ongeacht het aantal tewerkgestelde werknemers. De gemiddelde wekelijkse arbeidsduur wordt berekend door het aantal gewerkte uren per kalenderjaar te delen door het aantal gewerkte weken in hetzelfde kalenderjaar.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT n° 7 du 25 juin 1997, « durée du travail et réduction de la durée du travail », art. 7, tel que remplacé par l'art. 3 de la CCT du 27 septembre 2001 (qui annule en outre l'art. 8, lequel faisait dépendre le régime du nombre de travailleurs) · CCT n° 7 enregistrée 45322/CO/302 · NUMAC 1999012257, M.B. 4 décembre 1999, p. 45187-45191 · modification dépôt 59231/CO/302, NUMAC 2003200217, M.B. 2 mai 2003, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 28 février 2003 (CCT n° 7 : A.R. du 25 mai 1999) · gelezen op 2026-09-05

In afwijking hiervan kan de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur worden berekend door het aantal gewerkte uren te delen door het aantal gewerkte weken over een lopend jaar in plaats van over het kalenderjaar — de referteperiode van artikel 13 is zelf van « kalenderjaar » naar « lopend jaar » overgegaan. Die afwijking veronderstelt de wijziging van dit arbeidsreglement volgens de wettelijke procedure, en het akkoord van de syndicale afvaardiging daar waar er een bestaat.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 20 septembre 2011, art. 2 : paragraphe ajouté à l'art. 7 de la CCT n° 7 du 25 juin 1997 et remplacement, à son art. 13, de « année civile » par « année courante » · dépôt 106718/CO/302 · NUMAC 2012206349, M.B. 28 février 2013, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 5 décembre 2012 · gelezen op 2026-09-05

Bij toepassing van artikel 26bis, § 1, van de arbeidswet van 16 maart 1971 mag de totale duur van de verrichte arbeid op geen enkel ogenblik, in de loop van de referteperiode, de toegelaten gemiddelde duur over het jaar, vermenigvuldigd met het aantal weken of delen van een week die in die periode reeds verlopen zijn, met meer dan 65 uur overschrijden.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT n° 7 du 25 juin 1997, art. 13 (« année civile » y étant remplacée par « année courante » par l'art. 2 de la CCT du 20 septembre 2011) · CCT n° 7 enregistrée 45322/CO/302 · NUMAC 1999012257, M.B. 4 décembre 1999, p. 45189 · modification dépôt 106718/CO/302, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 25 mai 1999 · gelezen op 2026-09-05

Bij toepassing van artikel 24, § 2, van de arbeidswet van 16 maart 1971 mag de arbeidsduur de in artikel 7 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 7 van 25 juni 1997 vastgestelde grenzen overschrijden met : 1° 6 uur per week voor de werknemers die met fooien of met bedieningsgeld worden betaald, op voorwaarde dat hun één rustdag per week wordt gewaarborgd ; 2° 5 uur per week en ten hoogste vijftig uur per kalenderjaar voor de werknemers die niet met fooien of met bedieningsgeld worden betaald.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT n° 7 du 25 juin 1997, art. 14 · enregistrée 45322/CO/302 · NUMAC 1999012257, M.B. 4 décembre 1999, p. 45189-45190, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 25 mai 1999 · gelezen op 2026-09-05

In de badplaatsen en de luchtkuuroorden, alsook in de toeristische centra, mag de arbeidsduur de in artikel 7 vastgestelde grenzen overschrijden met : 1° 6 uur per week tijdens de maanden juni en september, zonder dat de arbeidsduur 10 uur per dag mag overschrijden ; 2° 12 uur per week tijdens de periode van 24 december tot 1 januari, tijdens de paasvakantie, tijdens de week vóór en de week na Pinksteren, en tijdens de maanden juli en augustus.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT n° 7 du 25 juin 1997, art. 15 § 1er · enregistrée 45322/CO/302 · NUMAC 1999012257, M.B. 4 décembre 1999, p. 45190, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 25 mai 1999 · gelezen op 2026-09-05

De regeling bedoeld in artikel 20, § 2, eerste lid, van de arbeidswet van 16 maart 1971, die een dagelijkse grens van de arbeidsduur van tien uur vaststelt, wordt uitgebreid tot alle werknemers van de onderneming wanneer de meerderheid van de er tewerkgestelde werknemers hun woonplaats of verblijfplaats niet elke dag kunnen bereiken.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT n° 7 du 25 juin 1997, art. 16 · enregistrée 45322/CO/302 · NUMAC 1999012257, M.B. 4 décembre 1999, p. 45190, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 25 mai 1999 · gelezen op 2026-09-05

Bij toepassing van artikel 21 van de arbeidswet van 16 maart 1971 mag de minimale duur van elke werkperiode niet minder bedragen dan 2 uur in de ondernemingen waar het gebruik van die afwijking gemotiveerd gemeld is overeenkomstig artikel 10bis van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 7 van 25 juni 1997, en voor zover effectief gebruik wordt gemaakt van het geregistreerd kassasysteem als bedoeld in het koninklijk besluit van 30 december 2009 en dit kassasysteem bij de belastingadministratie is aangegeven.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT n° 7 du 25 juin 1997, art. 10, tel que remplacé par l'art. 2 de la CCT du 3 février 2022 · dépôt 173146/CO/302 · NUMAC 2022206894, M.B. 30 mars 2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 19 janvier 2023 · gelezen op 2026-09-05

Bij toepassing van artikel 11bis, zevende lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten mag de wekelijkse arbeidsduur van de deeltijdse werknemer niet minder bedragen dan 10 uur in de ondernemingen waar het gebruik van die afwijking gemotiveerd gemeld is overeenkomstig artikel 10bis van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 7 van 25 juni 1997.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT n° 7 du 25 juin 1997, art. 9, abrogé et remplacé par l'art. 2 de la CCT du 20 décembre 2017 (texte tel que corrigé par l'erratum du greffe) · dépôt 144670/CO/302 · A.R. publié au M.B. du 29 août 2018, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 17 août 2018 · gelezen op 2026-09-05

De werknemers die op zondag worden tewerkgesteld in de badplaatsen en de kuuroorden, alsook in de toeristische centra, hebben krachtens artikel 66, 1°, van de arbeidswet van 16 maart 1971 recht op inhaalrust. Indien de tewerkstelling plaatsvond tussen 15 juni en 31 juli, wordt de inhaalrust toegekend tussen 15 juni en 31 augustus van hetzelfde kalenderjaar. Indien de tewerkstelling plaatsvond tussen 1 augustus en 15 september, wordt zij toegekend tussen 1 augustus en 15 oktober van hetzelfde kalenderjaar. In ieder geval moet de inhaalrust worden toegekend vóór het verstrijken van de arbeidsovereenkomst.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT n° 7 du 25 juin 1997, art. 18, tel que remplacé par l'art. 2 de la CCT du 20 août 1999 · dépôt 53169/CO/302 · A.R. publié au M.B. du 16 mai 2001, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 28 mars 2001 · gelezen op 2026-09-05

Het overloon dat krachtens artikel 29, § 1, van de arbeidswet van 16 maart 1971 voor overuren verschuldigd is, kan in onderling akkoord tussen de werknemer en de werkgever worden vervangen door bijkomende inhaalrust. Elk overuur betaald met een toeslag van 50 % geeft dan recht op een half uur inhaalrust, en elk overuur betaald met een toeslag van 100 % op één uur inhaalrust.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT n° 7 du 25 juin 1997, art. 20 · enregistrée 45322/CO/302 · NUMAC 1999012257, M.B. 4 décembre 1999, p. 45191, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 25 mai 1999 · gelezen op 2026-09-05

Onverminderd de reglementaire bepalingen betreffende de arbeid van vrouwen en van kinderen beneden 18 jaar, moet een ononderbroken rustperiode van 10 uur worden gewaarborgd tussen de stopzetting en de hervatting van de arbeid.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT n° 7 du 25 juin 1997, art. 19 · enregistrée 45322/CO/302 · NUMAC 1999012257, M.B. 4 décembre 1999, p. 45190, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 25 mai 1999 · gelezen op 2026-09-05

In uitvoering van artikel 38ter, § 2, 4°, van de arbeidswet van 16 maart 1971 kan, in de ondernemingen waar een continue dienst moet worden verzekerd en waar de werknemers in opeenvolgende ploegen worden tewerkgesteld, de rusttijd van de werknemers tewerkgesteld in de referentiefuncties receptionist (306), nachtreceptionist en nachtboekhouder (821) worden teruggebracht tot 8 uur bij wijziging van uurrooster of wissel van ploegen. De maximum drie verloren rusturen worden automatisch gerecupereerd tijdens de periode waarin de tijd tussen twee werkroosters dat toelaat.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 27 août 2001 relative au temps de repos de certains travailleurs occupés en équipes successives, art. 2 (texte tel que corrigé par l'erratum du greffe) · dépôt 58944/CO/302 · A.R. publié au M.B. du 2 mai 2003, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 14 février 2003 · gelezen op 2026-09-05

Alle 177 paritaire comités

Een loonbrief maken voor PC 302