mijnloonbrief.be

PC 306 — PARITAIR COMITE VOOR HET VERZEKERINGSWEZEN

Minimumloon dat wij toetsen

€ 1 944,59 per maand

PC 306 (verzekeringsondernemingen): bedienden, categorie 1, ervaringscoëfficiënt -5 — 1.944,59 EUR/maand op 01/01/2026 (indexering van 2,23125 % in 1/2026, officieel rooster van de FOD Werk). Dat is het laagste vakje van het rooster; de categorieën 2 tot 4B en elke hogere ervaring geven recht op meer. Het gewaarborgd minimuminkomen van de cao nr. 43 blijft daarbovenop verschuldigd.

Bron: Databank "Minimumlonen" van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, paritair comité 3060000 (administratieve primaire bron), sectie 1 « PERSONNEL : EMPLOYES », categorie 1, jaren beroepservaring -5 — van kracht op 2026-01-01 de tekst lezen

Wat de loonbrief berekent

  • het minimumloon
  • de Dimona
  • de DmfA

Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen

  • de eindejaarspremie
  • de maaltijdcheques
  • de ecocheques
  • de verplaatsingskosten
  • zondag en feestdagen
  • de tijdelijke werkloosheid
  • de sectorale bijdragen

Identiteit en indexering

  • Officiële benaming : PARITAIR COMITE VOOR HET VERZEKERINGSWEZEN
  • Registercode : 3060000
  • Statuten : bedienden

Wat het arbeidsreglement moet vermelden

Wekelijkse arbeidsduur: 35 uur

Lager dan het wettelijke maximum van 38 uur. Een reglement dat 38 uur vermeldt, is voor dit comité onwettig.

Referteperiode : De week in de normale regeling. Voor de werknemers die in alternatieve uurregelingen worden tewerkgesteld, wordt de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur bereikt over het kalenderjaar of over elke andere door de ondernemingsraad bepaalde periode van twaalf opeenvolgende maanden, waarbij het aantal te presteren arbeidsuren 52 keer de wekelijkse arbeidsduur van de normale regeling bedraagt.

De conventionele wekelijkse arbeidsduur bedraagt 35 uur sinds 1 januari 2001, na aanpassing van het arbeidsreglement. De effectieve arbeidsduur die de voltijds tewerkgestelde werknemer presteert, werd op 1 januari 2001 verminderd met 40 minuten per week en op 31 december 2001 bijkomend verminderd met 10 minuten per week ; het verschil tussen die effectieve arbeidsduur en de conventionele arbeidsduur wordt aangezuiverd met compensatiedagen, waarvan het aantal in 2001 met één eenheid en na 31 december 2001 met twee eenheden wordt verminderd. De arbeidsreglementen van de ondernemingen worden dienovereenkomstig aangepast, zonder dat over het principe noch over de omvang van die effectieve vermindering opnieuw wordt onderhandeld ; bij blokkering van die aanpassing op het niveau van de ondernemingsraad wordt een oplossing gezocht binnen het paritair comité, overeenkomstig de wet van 8 april 1965 op de arbeidsreglementen. Die verminderingen doen geen afbreuk aan de werking van de alternatieve uurregelingen en zijn niet van toepassing op de werknemers die in verschoven uurregelingen zijn tewerkgesteld.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 21 juin 1999 relative à l'accord sectoriel 1999-2001, chapitre II « Réduction du temps de travail », points 1 à 3 et commentaire — la réduction conventionnelle prend effet au 1er janvier 2001 ; la convention elle-même a cessé d'être en vigueur le 31 décembre 2001 (point VI), mais l'article 2 de la CCT du 4 octobre 2007 (dépôt 85760, durée indéterminée) renvoie toujours à elle comme au texte qui fixe la durée hebdomadaire du travail · dépôt 51357/CO/306, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 12 juin 2002, M.B. du 7 novembre 2002 · gelezen op 2026-09-05

Alternatieve uurregelingen — teneinde een soepele arbeidsorganisatie mogelijk te maken, kan de normale arbeidsduur worden verhoogd of verminderd en kan de normale uurregeling worden vervangen door bijzondere uurregelingen, overeenkomstig artikel 20bis van de arbeidswet van 16 maart 1971. Die uurregelingen gelden enkel voor het voltijds personeel dat tewerkgesteld is in de informaticadiensten, in de interne diensten bij buitengewone werkoverlast als gevolg van onvoorziene gebeurtenissen buiten de onderneming, en in de zogenaamde specifieke diensten met cyclische activiteiten of waarvan de organisatie planbaar is ; die laatste diensten en de omstandigheden die ze rechtvaardigen worden op ondernemingsvlak bepaald in akkoord met de vakbondsafvaardiging. De wekelijkse arbeidsduur die in de alternatieve uurregelingen is vastgesteld, kan maximum vijf uur langer of korter zijn dan die van de normale regeling, en de dagelijkse arbeidsduur maximum twee uur, zonder meer dan negen uur per dag te bedragen, waarbij de arbeidstijd maximaal tot 18 uur mag lopen. De gemiddelde wekelijkse arbeidsduur blijft die van de normale regeling : het aantal individueel te presteren arbeidsuren per kalenderjaar of per elke andere door de ondernemingsraad bepaalde periode van twaalf opeenvolgende maanden bedraagt 52 keer de wekelijkse arbeidsduur van de normale regeling, en de overschrijdingen worden tijdens die periode gerecupereerd, in voorkomend geval door de toekenning van volledige rustdagen die met de wettelijke vakantie mogen worden gecumuleerd. De alternatieve uurregelingen worden bij aanplakking aangekondigd uiterlijk 14 werkdagen vóór hun inwerkingtreding, behoudens onvoorziene omstandigheden, waarbij de personeelsvertegenwoordigers in de ondernemingsraad of, bij ontstentenis, de leden van de vakbondsafvaardiging 2 werkdagen vooraf worden ingelicht. Binnen die grenzen kunnen prestaties op zaterdag worden voorzien voor het personeel van de informaticadiensten, zonder dat die werknemers meer dan twee opeenvolgende zaterdagen of meer dan twaalf zaterdagen over een periode van twaalf opeenvolgende maanden mogen worden tewerkgesteld ; zaterdagarbeid geeft recht op een salaristoeslag van 50 procent of op een gelijkwaardige inhaalrust, naar keuze van de werknemer, behoudens gunstiger bepalingen. De werkgever doet, behoudens overmacht, een beroep op vrijwilligers, en tegen een individueel geuite weigering van een werknemer kan geen verzet worden aangetekend.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 4 octobre 2007 relative à l'introduction des horaires alternatifs et des horaires décalés (petite flexibilité), sections 2 et 3, art. 2 à art. 11 — entrée en vigueur le 1er octobre 2007, durée indéterminée · dépôt 85760/CO/306, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 19 septembre 2008 · gelezen op 2026-09-05

Verschoven uurregelingen — teneinde de beschikbaarheid en de bereikbaarheid van de onderneming voor de cliënteel te verhogen, mag de normale arbeidstijdregeling vervangen worden door een verschoven uurregeling. Die geldt voor personen of diensten die, via telefonisch of rechtstreeks contact, diensten verlenen aan de cliënteel of aan de tussenpersonen voor het opmaken van contracten of voor het beheer van schadegevallen, alsook voor personen in ondersteunende diensten of functies die in de onderneming aanwezig moeten zijn opdat de eerstgenoemden optimaal kunnen werken. De betrokken diensten en het maximumaantal betrokken personen worden op ondernemingsvlak bepaald in akkoord met de vakbondsafvaardiging, zonder dat het geheel van de betrokken werknemers 5 procent van de werknemers mag overschrijden in ondernemingen met meer dan 200 werknemers, of 10 werknemers in ondernemingen met minder dan 200 werknemers ; het gaat om het aantal werknemers dat gedurende het kalenderjaar daadwerkelijk prestaties in een verschoven uurregeling verricht, en in geen geval om het aantal werknemers dat tegelijkertijd zulke prestaties verricht. De verschoven arbeidstijdregeling voorziet in vaste uurroosters, minstens 14 kalenderdagen op voorhand vastgelegd, die kunnen voorzien in arbeidsprestaties op weekdagen tussen 8 en 20 uur en op zaterdagen tussen 8 en 13 uur. De vaststelling van die uurroosters gebeurt door een wijziging van het arbeidsreglement overeenkomstig de wet van 8 april 1965, wat het akkoord vereist van alle in de onderneming vertegenwoordigde vakorganisaties ; de praktische uitvoering en de concrete toepassingsmodaliteiten vereisen bovendien een akkoord met de vakbondsafvaardiging.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 4 octobre 2007 relative à l'introduction des horaires alternatifs et des horaires décalés (petite flexibilité), section 4, art. 12 à art. 14 — entrée en vigueur le 1er octobre 2007, durée indéterminée · dépôt 85760/CO/306, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 19 septembre 2008 · gelezen op 2026-09-05

Vanaf 1 januari 2014 wordt de interne grens van de arbeidsduur die in de loop van de referteperiode moet worden nageleefd in het kader van de op jaarbasis berekende alternatieve uurregelingen, ingevoerd krachtens de sectorale collectieve arbeidsovereenkomst van 4 oktober 2007, op 130 uur gebracht. Die bepaling wordt genomen in toepassing van de wet van 17 augustus 2013 betreffende de modernisering van het arbeidsrecht en met inachtneming van de in het koninklijk besluit van 11 september 2013 vastgestelde onderhandelingsprocedures ; zij is voor onbepaalde duur gesloten, in tegenstelling tot de rest van het sectorakkoord dat haar draagt.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 13 février 2014 relative à l'accord sectoriel 2013-2014, point 4 « Modernisation du droit du travail », art. 15 — le point 12 de la convention range expressément cette disposition parmi celles conclues pour une durée indéterminée, alors que la convention elle-même a cessé d'être en vigueur le 31 décembre 2014 · dépôt 120816/CO/306, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 9 octobre 2014 · gelezen op 2026-09-05

Ondernemingen die, uiterlijk op 1 januari 2024, ter zake niet beschikten over een eigen collectieve arbeidsovereenkomst noch over modaliteiten in hun arbeidsreglement — het recht op deconnectie wordt erkend met het oog op het respecteren van de rust- en verlofperioden en op het vrijwaren van de balans tussen werk- en privéleven. Het betreft enerzijds het recht van de werknemer om niet ingelogd te zijn op zijn professionele digitale hulpmiddelen buiten de overeengekomen werkuren, vermeld in het arbeidsreglement, de individuele of de collectieve arbeidsovereenkomst : de werknemer is niet verplicht kennis te nemen van mails die aan hem gericht zouden zijn en erop te antwoorden buiten de normale werkuren of tijdens weekends of vrije dagen, en hetzelfde geldt voor zakelijke oproepen, sms'en of andere online berichten ; de uitzonderingen zijn de werknemers die een kritieke functie uitoefenen, de gevallen waarin vooraf andere overeenkomsten met de werknemer werden gesloten, en overmacht. Het betreft anderzijds het engagement om zich, voor zover mogelijk en tenzij aangetoond is dat er sprake is van een noodsituatie, te onthouden van het nemen van contact met werknemers en collega's buiten de werkuren, tijdens rusttijden, vakantie, verlof en schorsing van de arbeidsovereenkomst ; een noodsituatie is een situatie waarbij het functioneren van de organisatie, de dienst of personen ernstig verstoord kan raken, potentieel schade kan veroorzaken en die onmiddellijk of snel handelen vereist. De werknemer mag er geen nadeel van ondervinden als hij buiten zijn normale werkuren de telefoon niet opneemt of werkgerelateerde berichten niet leest, behalve bij een kritieke functie of een voorafgaand akkoord. De analyse van het risico van overconnectie en de preventie ervan maken deel uit van de verplichtingen van de onderneming inzake welzijn op het werk en preventie van psychosociale risico's.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT supplétive du 22 novembre 2023 relative à la déconnexion, art. 1er à art. 5 — conclue en application des art. 16, 17, 17/1 et 17/2 de la loi du 26 mars 2018 relative au renforcement de la croissance économique et de la cohésion sociale et des art. 29 à 32 de la loi du 3 octobre 2022 portant des dispositions diverses relatives au travail ; entrée en vigueur le 1er janvier 2023, durée indéterminée · dépôt 184862/CO/306, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 12 août 2024 · gelezen op 2026-09-05

Alle 177 paritaire comités

Een loonbrief maken voor PC 306