PC 310 — PARITAIR COMITE VOOR DE BANKEN
Minimumloon dat wij toetsen
€ 2 400,11 per maand
PC 310 (banken) — ondergrens = categorie 1, 0 jaar relevante beroepservaring, IDENTIEK voor arbeiders en bedienden (uitvoerend personeel): 2.400,11 EUR/maand op 01/09/2026 (1.481,10 EUR in mei-juni 2008, sindsdien om de twee maanden geïndexeerd op de gezondheidsindex — cao 88953 van 03/07/2008, Afdeling IV — en verhoogd door de cao's 154929 van 2019 en 175939 van 2022). Bevestigd door de SPF-pagina salairesminimums.be, « van kracht op 01/09/2026 ». De categorieën 2 tot 4 liggen op dezelfde datum hoger: categorie 2 = 2.552,43 EUR, categorie 3 = 2.595,94 EUR, categorie 4 = 2.732,59 EUR. KADERLEDEN vallen onder een afzonderlijke, hogere schaal, hier niet berekend.
Bron: CAO van 3 juli 2008 betreffende het loonsysteem in de banksector (PC 310), art. 10 (inwerkingtreding) en bijlage « barème d'expérience », categorie 1, 0 jaar beroepservaring (neerlegging 88953) — van kracht op 2008-05-01 de tekst lezen
Wat de loonbrief berekent
- het minimumloon
- de Dimona
Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen
- het flexiloon
- de eindejaarspremie
- de uurpremies
- de maaltijdcheques
- de ecocheques
- de verplaatsingskosten
- het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
- zondag en feestdagen
- de sectorale bijdragen
Identiteit en indexering
- Officiële benaming : PARITAIR COMITE VOOR DE BANKEN
- Registercode : 3100000
- Statuten : arbeiders en bedienden
- Indexering : 01, 03, 05, 07, 09, 11 — laatst toegepast 2026-09-01
Wat het arbeidsreglement moet vermelden
Wekelijkse arbeidsduur: 35 uur
Lager dan het wettelijke maximum van 38 uur. Een reglement dat 38 uur vermeldt, is voor dit comité onwettig.
Referteperiode : de arbeidsduur is vastgesteld op 1.620,6 uur per jaar, hetzij gemiddeld 35 uur per week
Een arbeidsduur van 35 uur per week wordt ingevoerd: sinds 1 januari 2001 is de arbeidsduur vastgesteld op 1.620,6 uur per jaar voor een voltijdse werknemer. Om die toe te passen kiest de werkgever ofwel voor een aanpassing van de normale wekelijkse arbeidsduur, die evenwel niet meer dan 37 uur per week mag bedragen behoudens vooraf bestaande toestanden, ofwel voor een aanpassing van het aantal bovenwettelijke verlofdagen of van het aantal vakantiedagen, waarbij de verlofdagen bepaald in de artikelen 57 laatste lid, 58 en 65 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 februari 1977 tot vaststelling van de arbeids- en loonvoorwaarden gewaarborgd blijven, ofwel voor een combinatie van beide mechanismen. De bepalingen inzake arbeidsduur zijn op de deeltijdse werknemers van toepassing naar verhouding van hun arbeidsregeling.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 9 décembre 1999 concernant l'introduction des 35 heures par semaine, art. 2 (§ 1er et § 2) et art. 3, remplaçant les art. 2 et 3 de la CCT du 22 avril 1959 concernant la durée du travail — en vigueur le 1er janvier 2000, durée indéterminée, aucune fin de validité au registre · dépôt 55350/CO/310 · A.R. publié au MB du 11/04/2002, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 22 janvier 2002 · gelezen op 2026-09-05
In toepassing van artikel 58 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 februari 1977 genieten de werknemers: in 2026, van 2 vrije dagen te kiezen in overeenstemming met de bedrijfsleiding; in 2027, van 2 vrije dagen te kiezen in overeenstemming met de bedrijfsleiding, waarvan 1 ter vervanging van zaterdag 1 mei; in 2028, van een vrije dag op dinsdag 26 december en van 1 vrije dag te kiezen in overeenstemming met de bedrijfsleiding. Voor het jaar 2026 wordt de regionale feestdag, vastgesteld overeenkomstig artikel 65 van dezelfde overeenkomst, die op een zondag valt voor de werknemers tewerkgesteld in het Waalse Gewest en op een zaterdag voor de werknemers tewerkgesteld in het Vlaamse Gewest, vervangen door een bijkomende vrije dag te kiezen in overeenstemming met de bedrijfsleiding; voor het jaar 2027 geldt hetzelfde voor de regionale feestdag die op een zondag valt voor de werknemers tewerkgesteld in het Vlaamse Gewest.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 23 avril 2025 concernant la fixation des journées de fermeture bancaire pour la période du 1er janvier 2026 jusqu'au 31 décembre 2028, art. 2 et 3 — en vigueur le 1er janvier 2026, cesse ses effets le 31 décembre 2028 · dépôt 193275/CO/310 · A.R. publié au MB du 17/11/2025, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 30 octobre 2025 · gelezen op 2026-09-05
De feestdagen die op een gewone inactiviteitsdag vallen, worden collectief vervangen door het paritair comité. Voor het jaar 2026 wordt de feestdag van 15 augustus, die op een zaterdag valt, vervangen door vrijdag 3 april, en de feestdag van 1 november, die op een zondag valt, door vrijdag 15 mei. Voor het jaar 2027 wordt de feestdag van 15 augustus, die op een zondag valt, vervangen door vrijdag 26 maart, de feestdag van 1 mei, die op een zaterdag valt, door 1 vrije dag, en de feestdag van 25 december, die op een zaterdag valt, door vrijdag 7 mei. Voor het jaar 2028 wordt de feestdag van 1 januari, die op een zaterdag valt, vervangen door vrijdag 14 april, en de feestdag van 11 november, die op een zaterdag valt, door vrijdag 26 mei.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — Décision du 23 avril 2025 de la Commission paritaire pour les banques concernant le remplacement des jours fériés en 2026, 2027 et 2028, art. 2, 3 et 4 (loi du 4 janvier 1974 sur les jours fériés, art. 6) · déposée avec la CCT sous le n° 193275/CO/310 · A.R. publié au MB du 17/11/2025, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 30 octobre 2025 · gelezen op 2026-09-05