mijnloonbrief.be

PC 311 — PARITAIR COMITE VOOR DE GROTE KLEINHANDELSZAKEN

Minimumloon dat wij toetsen

€ 15,748 per uur

PC 311: bedienden, categorie I, anciënniteit 0 tot 5, ervaring 0 (2 197,30 EUR per maand op 01/07/2026); arbeiders vanaf 16 jaar, categorie I (15,748 EUR per uur). De barema's worden gepubliceerd voor een stelsel van 35 uur per week.

Bron: CAO van 13 januari 2022 betreffende de lonen — stelt het barema per categorie vast op 01/01/2022 (gezondheidsindex 104,75, basis 2013); stelt het bedrag op 01/07/2026 NIET letterlijk vast, ongewijzigd overgenomen uit baremes/minima-cp.ts. Op 05/09/2026 identiek HERBEVESTIGD door salairesminimums.be (FOD Werkgelegenheid), dat preciseert zelf een indexeringscoëfficiënt (1,02) op de basisbedragen toe te passen bij gebrek aan een CAO die ze draagt, met een afrondingsrisico op de laatste decimaal dat het aanvaardt., Art. 2, Bijlage 1 (bedienden, maandelijks) en Art. 13, Bijlage 2 (arbeiders, per uur) (neerlegging 176498) — van kracht op 2026-07-01 de tekst lezen

Wat de loonbrief berekent

  • het minimumloon
  • de Dimona
  • de DmfA

Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen

  • het flexiloon
  • de eindejaarspremie
  • de uurpremies
  • de maaltijdcheques
  • de ecocheques
  • de verplaatsingskosten
  • de tijdelijke werkloosheid
  • de sectorale bijdragen
  • de vermeldingen op de afrekening

Identiteit en indexering

  • Officiële benaming : PARITAIR COMITE VOOR DE GROTE KLEINHANDELSZAKEN
  • Registercode : 3110000
  • Statuten : bedienden en arbeiders

Wat het arbeidsreglement moet vermelden

Wekelijkse arbeidsduur: 35 uur

Lager dan het wettelijke maximum van 38 uur. Een reglement dat 38 uur vermeldt, is voor dit comité onwettig.

Referteperiode : wanneer de werkgever de arbeidsduur op jaarbasis vermindert, wordt het gemiddelde van 35 uur bereikt door zes compensatiedagen per jaar; de wekelijkse grenzen kunnen voor het overige op basis van een gemiddelde worden vastgesteld, waarvan de periode en de modaliteiten op ondernemingsvlak worden bepaald

De wekelijkse arbeidsduur is vastgesteld op 36 uur. Sinds 1 januari 2001 wordt hij op 35 uur gebracht. De arbeidsduurvermindering wordt naar keuze van de werkgever doorgevoerd, hetzij door de duur van de prestaties per week tot 35 uur te verminderen — het uur arbeidsduurvermindering wordt dan op één dag in de week toegekend, en niet over meerdere dagen —, hetzij door de arbeidsduur per jaar te verminderen, door de toekenning van zes compensatiedagen per jaar waarvan de data in onderling akkoord worden vastgesteld volgens de aanvraagmodaliteiten die in de onderneming gelden voor de bovenwettelijke verlofdagen. Bij vertrek uit de onderneming worden de reeds verworven en niet opgenomen compensatiedagen in aanmerking genomen en uitbetaald pro rata van de gewerkte dagen. De contractuele arbeidsduur van de deeltijdse werknemers is op 1 januari 2001 ongewijzigd gebleven; de vermindering resulteert voor hen in een proportionele loonsverhoging van 2,857 pct.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 23 novembre 2021 relative à la durée du travail, art. 2 — en vigueur le 23 novembre 2021, durée indéterminée, aucune fin de validité au registre · dépôt 170259/CO/311 · A.R. publié au MB du 18/08/2022, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 26 juin 2022 · gelezen op 2026-09-05

De weekgrens vanaf dewelke overloon dient betaald te worden, blijft behouden op 36 uren per week. De wekelijkse arbeidsduur wordt gespreid over een maximum van vijf dagen per week. Deeltijdse werknemers met een arbeidsovereenkomst voor ten hoogste 24 uren per week hebben, op hun schriftelijk verzoek, het recht om hun prestaties te spreiden over vier dagen per week.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 23 novembre 2021 relative à la durée du travail, art. 3 et 4 · dépôt 170259/CO/311 · A.R. publié au MB du 18/08/2022, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 26 juin 2022 · gelezen op 2026-09-05

De grenzen van de wekelijkse arbeidsduur kunnen worden vastgesteld op basis van een gemiddelde, waarvan de periode en de modaliteiten ondernemingsgewijze dienen te worden bepaald in overleg met de ondernemingsraad, bij ontstentenis van dit orgaan het comité voor preventie en bescherming op het werk, bij ontstentenis daarvan de vakbondsafvaardiging. In afwijking hiervan mag, gedurende maximum drie maanden per jaar, de wekelijkse arbeidsduur 40 uur per week bedragen, hetzij voor het geheel, hetzij voor een gedeelte van de diensten van de onderneming; in dat geval hebben de werknemers recht op een gegroepeerd compensatieverlof gelijk aan het aantal uren die boven de wekelijkse arbeidsduur worden gepresteerd, tot een beloop van 40 uur. Die periode van drie maanden is splitsbaar per volledige maand.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 23 novembre 2021 relative à la durée du travail, art. 5 et 6 · dépôt 170259/CO/311 · A.R. publié au MB du 18/08/2022, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 26 juin 2022 · gelezen op 2026-09-05

De uurroosters van de voltijdse en deeltijdse werknemers tewerkgesteld met een variabel uurrooster moeten ten minste drie weken op voorhand voor de vierde week worden meegedeeld.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 23 novembre 2021 relative à la durée du travail, art. 7 · dépôt 170259/CO/311 · A.R. publié au MB du 18/08/2022, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 26 juin 2022 · gelezen op 2026-09-05

Behalve voor het schoonmaakpersoneel mogen de dagelijkse prestaties niet korter zijn dan drie uur. Voor de deeltijdse werknemers dienen de contractuele dagelijkse prestaties in de loop van de dag op ononderbroken basis te geschieden. Sinds 1 januari 2020 hebben de werknemers met vier jaar anciënniteit in de onderneming een individueel recht op een minimale dagelijkse arbeidsduur van vier uur. Tussen twee arbeidsprestaties wordt een minimale rustperiode per dag van twaalf uren voorzien, uitgezonderd bijzondere en occasionele situaties zoals de jaarlijkse inventariswerken, tenzij een andere regeling bij ondernemingsovereenkomst wordt overeengekomen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 23 novembre 2021 relative à la durée du travail, art. 8, 9, 10 et 11 · dépôt 170259/CO/311 · A.R. publié au MB du 18/08/2022, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 26 juin 2022 · gelezen op 2026-09-05

In de winkels met meer dan vijf medewerkers heeft elke werknemer het recht om aan zijn werkgever de vrijstelling van prestaties te vragen gedurende acht weekends op een kalenderjaar, bovenop de hoofdvakantie, pro rata bij een onvolledig kalenderjaar. De werknemer kan het vrije weekend niet cumuleren met een inactiviteitsdag in dezelfde week: het gaat om een verschuiving van zijn gebruikelijke inactiviteitsdag naar het weekend. De opname van de vrije weekends gebeurt in onderling overleg met de directe hiërarchische overste, die niet willekeurig kan weigeren. In de winkels met vijf personen of minder hebben de voltijdse werknemers met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur recht op vijf beurtrolverlofdagen op zaterdag, en de deeltijdse werknemers met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur op drie.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 23 novembre 2021 relative à la durée du travail, art. 12 et 13 · dépôt 170259/CO/311 · A.R. publié au MB du 18/08/2022, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 26 juin 2022 · gelezen op 2026-09-05

In de ondernemingen waarbinnen een syndicale delegatie werd samengesteld, kan de annualisering van de wekelijkse arbeidsduur bij toepassing van artikel 20bis van de arbeidswet van 16 maart 1971 slechts worden ingevoerd bij collectieve arbeidsovereenkomst gesloten op het niveau van die onderneming. In de ondernemingen waarbinnen geen syndicale afvaardiging werd samengesteld, moeten de voorstellen tot wijziging van het arbeidsreglement die de annualisering van de arbeidsduur inhouden, ter goedkeuring worden voorgelegd aan het paritair comité alvorens in werking te kunnen treden.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 23 novembre 2021 relative à la durée du travail, art. 14 · dépôt 170259/CO/311 · A.R. publié au MB du 18/08/2022, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 26 juin 2022 · gelezen op 2026-09-05

De wekelijkse arbeidsduur van de deeltijdse werknemers moet minstens achttien uur bedragen, behoudens de in de overeenkomst voorziene afwijkingen. In geval van tijdskrediet kan de wekelijkse arbeidsduur 17,5 uur bedragen. De overeenkomsten die een wekelijkse arbeidsduur van minder dan achttien uur voorzien, mogen enkel overeenkomsten voor onbepaalde duur zijn die beantwoorden aan de in de overeenkomst gestelde voorwaarden.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 6 décembre 2023 relative au travail à temps partiel, art. 2 et 3 — en vigueur le 1er janvier 2023, durée indéterminée, aucune fin de validité au registre · dépôt 185117/CO/311 · A.R. publié au MB du 20/09/2024, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 1er septembre 2024 · gelezen op 2026-09-05

Nachtarbeid is mogelijk voor de e-commerceactiviteiten, met toepassing van de artikelen 37 en 38 van de arbeidswet van 16 maart 1971. In de ondernemingen zonder syndicale delegatie worden de volgende elementen onderhandeld via de procedure tot wijziging van het arbeidsreglement: het bepalen en oplijsten van de activiteiten en functies die onder de e-commerceactiviteiten vallen, de vorm van nachtarbeid die nodig is, de contracten, arbeidsregimes en uurroosters van de in dat kader aangeworven personeelsleden, en de omkadering van de studentenarbeid. De toeslag voor nachtarbeid is minimaal gelijk aan die voorzien in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 49 gesloten in de Nationale Arbeidsraad.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 14 janvier 2016 relative à l'introduction de travail de nuit pour des activités e-commerce, art. 4, 5 et 8 — aucune fin de validité au registre · dépôt 131110/CO/311 · A.R. publié au MB du 21/09/2016, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 15 juillet 2016 · gelezen op 2026-09-05

De werknemers hebben op hun verzoek recht op drie opeenvolgende weken jaarlijkse vakantie. De verlofdagen die worden toegekend op grond van de anciënniteit in de onderneming bedragen twee dagen na vijf jaar, drie dagen na tien jaar, vier dagen na vijftien jaar, vijf dagen na twintig jaar en zes dagen na vijfentwintig jaar. Deze verlofdagen komen niet bovenop de bijzondere verlofdagen die in de ondernemingen bestaan, welke dus tot beloop daarvan worden opgeslorpt, en zij mogen niet tegelijkertijd met de jaarlijkse vakantie noch tijdens een belangrijke werkperiode worden genomen.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 5 novembre 2002 relative aux absences, art. 3 et 4 — en vigueur le 1er janvier 2002, durée indéterminée, aucune fin de validité au registre · dépôt 64576/CO/311 · A.R. publié au MB du 02/09/2003, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 2 juillet 2003 · gelezen op 2026-09-05

Alle 177 paritaire comités

Een loonbrief maken voor PC 311