PC 312 — PARITAIR COMITE VOOR DE WARENHUIZEN
Minimumloon dat wij toetsen
€ 16,234 per uur
PC 312: uitvoerende bedienden, minimummaandloon vanaf 18 jaar (2 099,39 EUR per maand op 01/05/2026 — het omvat de conventionele premies en toeslagen, met uitzondering van die voor late opening en overuren op zaterdag); arbeiders, categorie 1 bij aanwerving, rooster Carrefour (16,234 EUR per uur), het laagste van de twee in de sector. De barema's worden gepubliceerd voor een stelsel van 35 uur per week.
Bron: CAO van 13 januari 2022 betreffende de lonen — stelt het algemene barema vast op 01/01/2022 en het barema Carrefour op 01/07/2019 (gezondheidsindex, basis 2013); stelt het bedrag op 01/05/2026 NIET letterlijk vast, ongewijzigd overgenomen uit baremes/minima-cp.ts. Op 05/09/2026 identiek HERBEVESTIGD door salairesminimums.be (FOD Werkgelegenheid): dezelfde twee bedragen (2099,39 €/mois en 16,2340 €/h), dezelfde datum van uitwerking., Art. 2, Bijlage 1 (algemeen barema 'B', bedienden, maandelijks) en Art. 9, Bijlage 2 (barema 'C' Carrefour, arbeiders, per uur) (neerlegging 176499) — van kracht op 2026-05-01 de tekst lezen
Wat de loonbrief berekent
- het minimumloon
- de Dimona
- de DmfA
Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen
- het flexiloon
- de eindejaarspremie
- de uurpremies
- de maaltijdcheques
- de ecocheques
- de verplaatsingskosten
- het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
- zondag en feestdagen
- de sectorale bijdragen
- de vermeldingen op de afrekening
Identiteit en indexering
- Officiële benaming : PARITAIR COMITE VOOR DE WARENHUIZEN
- Registercode : 3120000
- Statuten : arbeiders en bedienden
Wat het arbeidsreglement moet vermelden
Wekelijkse arbeidsduur: 35 uur
Lager dan het wettelijke maximum van 38 uur. Een reglement dat 38 uur vermeldt, is voor dit comité onwettig.
Referteperiode : de vermindering met één uur bovenop de 36 uur wordt toegekend in de vorm van zes compensatiedagen op jaarbasis; bijzondere wekelijkse arbeidsduren en bijzondere verdelingen van de dagelijkse arbeidsduur zijn slechts toegelaten indien, op het einde van de in overleg op ondernemingsvlak overeengekomen periode, de arbeidsduur de vastgestelde grenzen gemiddeld niet overschrijdt
De wekelijkse arbeidsduur bedraagt zesendertig uur, verdeeld over vier en een halve werkdag per week. Op 1 januari 2001 werd de wekelijkse arbeidsduur op 35 uren gebracht met behoud van loon; deze arbeidsduurvermindering wordt toegekend in de vorm van compensatiedagen, genomen in onderling akkoord volgens de modaliteiten die in de onderneming gelden inzake bovenwettelijk verlof, waarbij de vermindering met één uur overeenstemt met zes compensatiedagen op jaarbasis. De ondernemingen die deze arbeidsduurvermindering op een andere wijze wensen door te voeren, kunnen dit na overleg op het vlak van het bedrijf. Bij vertrek uit de onderneming worden de reeds verworven en niet opgenomen compensatiedagen in aanmerking genomen en uitbetaald pro rata van de gewerkte dagen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 23 novembre 2021 relative au temps de travail, art. 2 et 3 — en vigueur le 23 novembre 2021, durée indéterminée, aucune fin de validité au registre · dépôt 173140/CO/312 · A.R. publié au MB du 27/03/2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 8 janvier 2023 · gelezen op 2026-09-05
In december mag de wekelijkse arbeidsduur op 39 uur worden gebracht; de uren die in december boven de wekelijkse arbeidsduur worden verricht, worden gecompenseerd volgens de modaliteiten die door de onderneming worden vastgesteld in overleg met de ondernemingsraad of de vakbondsafvaardiging. De overlonen voor overuren, vastgesteld bij artikel 29, § 1 van de arbeidswet van 16 maart 1971, worden betaald vanaf het zevenendertigste wekelijkse arbeidsuur.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 23 novembre 2021 relative au temps de travail, art. 4 et 6 · dépôt 173140/CO/312 · A.R. publié au MB du 27/03/2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 8 janvier 2023 · gelezen op 2026-09-05
Het jaarlijks urenkrediet, vastgesteld in artikel 4 van het besluit van de Regent van 29 maart 1949 tot regeling van de wekelijkse arbeidsduur van het in de kleinhandelsondernemingen tewerkgestelde personeel, wordt tot twaalf uren beperkt. Die twaalf uren worden betaald zonder overloon en worden niet gecompenseerd. Zij worden gebruikt ten belope van tien uren voor de opening van de traditionele winkels, dit wil zeggen met dienst, na achttien uur ter gelegenheid van belangrijke commerciële gebeurtenissen zoals de feesten van de maand december, Pasen, Pinksteren, Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaart, Allerheiligen, koopjes en promoties, en ten belope van twee uren voor de inventarissen; de ondernemingen die de tien uren niet gebruiken, kunnen het kredietgedeelte voor de inventarissen opvoeren tot vier uren. Het krediet mag niet worden gebruikt voor werkzaamheden in verband met de verhuizing van afdelingen of voor veranderingen, noch om de winkels open te houden na achttien uur dertig; die grens mag evenwel worden overschreden ter gelegenheid van bijzondere regionale omstandigheden, na overleg met de vakbondsafvaardiging.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 23 novembre 2021 relative au temps de travail, art. 8, 9, 10 et 11 · dépôt 173140/CO/312 · A.R. publié au MB du 27/03/2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 8 janvier 2023 · gelezen op 2026-09-05
Sinds 1 januari 2020 hebben de werknemers met vier jaar anciënniteit in de onderneming een individueel recht op een minimale dagelijkse arbeidsduur van vier uur. De uurroosters van de voltijdse en deeltijdse werknemers tewerkgesteld met een variabel uurrooster moeten ten minste drie weken op voorhand voor de vierde week worden meegedeeld. Het vrijwillige personeel, met uitzondering van de categorieën V, VI en VII, dat zijn arbeidsprestaties wenst te herleiden tot 32 uur per week, kan dat doen, met prestaties gespreid over vier of vijf dagen in functie van de lokale werkorganisatie en in overleg met de lokale syndicale afvaardiging, en met een aan 32 uren aangepast loon.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 23 novembre 2021 relative au temps de travail, art. 7, 14 et 15 · dépôt 173140/CO/312 · A.R. publié au MB du 27/03/2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 8 janvier 2023 · gelezen op 2026-09-05
De minimum contractuele arbeidsduur van de deeltijds tewerkgestelde werknemers bedraagt achttien uur per week; in geval van tijdskrediet kan de wekelijkse arbeidsduur 17,5 uur bedragen. Die arbeidsduur wordt gespreid over ten hoogste vijf dagen per week, met een minimum van drie uur per dag en zonder onderbroken uurrooster. Sinds 1 januari 2012 hebben de werknemers met vijf jaar anciënniteit in de onderneming een individueel recht op een minimale dagelijkse arbeidsduur van vier uur. Alle deeltijdse werknemers met een arbeidsovereenkomst voor ten hoogste vierentwintig uur per week hebben, op hun schriftelijk verzoek, het recht om hun prestaties te spreiden over vier dagen per week.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 21 septembre 2015 relative au travail à temps partiel, art. 2 — en vigueur le 1er janvier 2016, durée indéterminée, aucune fin de validité au registre · dépôt 129830/CO/312 · A.R. publié au MB du 12/12/2016, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 6 novembre 2016 · gelezen op 2026-09-05
Voor de werknemers wier wekelijkse arbeidsduur verdeeld is over werkdagen met een vaste arbeidsregeling, komt de tijdwaarde van een feestdag overeen met de tijdwaarde van een werkdag of beurtdag, of van een dag bestaande uit een halve werkdag en een halve beurtdag; voor de werknemers die het stelsel van de glijdende arbeidstijdregeling hebben aanvaard, komt zij overeen met het gemiddelde van zeven uur twaalf minuten. Op de vooravond van of de zaterdag vóór Kerstdag, Nieuwjaar, Pasen en Pinksteren zullen de winkels met late openingsuren om negentien uur hun deuren sluiten.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 21 septembre 2015 relative aux absences et petits chômages, art. 5 et 6 — en vigueur le 1er janvier 2016, durée indéterminée, aucune fin de validité au registre · dépôt 130053/CO/312 · A.R. publié au MB du 13/06/2016, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 13 mai 2016 · gelezen op 2026-09-05
In de winkels met meer dan vijf medewerkers heeft elke werknemer het recht om aan zijn werkgever de vrijstelling van prestaties te vragen gedurende acht weekends op een kalenderjaar, bovenop de hoofdvakantie, pro rata bij een onvolledig kalenderjaar. De werknemer kan het vrije weekend niet cumuleren met een inactiviteitsdag in dezelfde week: het gaat om een verschuiving van zijn gebruikelijke inactiviteitsdag naar het weekend. De opname van de vrije weekends gebeurt in onderling overleg met de directe hiërarchische overste. Deze maatregel is niet van toepassing tijdens de maanden juli, augustus en december, noch tijdens de veertien dagen van de schoolvakantie van Pasen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 21 septembre 2015 relative aux absences et petits chômages, art. 22 · dépôt 130053/CO/312 · A.R. publié au MB du 13/06/2016, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 13 mai 2016 · gelezen op 2026-09-05
Nachtarbeid is mogelijk voor de e-commerceactiviteiten, met toepassing van de artikelen 37 en 38 van de arbeidswet van 16 maart 1971. In de ondernemingen zonder syndicale delegatie worden de lijst van de activiteiten en functies die onder de e-commerce vallen, de nodige vorm van nachtarbeid, de contracten, arbeidsregimes en uurroosters van het in dat kader aangeworven personeel en de omkadering van de studentenarbeid onderhandeld via de procedure tot wijziging van het arbeidsreglement. De verslagen betreffende de voorafgaande overlegprocedure worden overgemaakt aan de voorzitter van het paritair comité, en de gewijzigde arbeidsreglementen worden hem door de inspectiediensten van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg bezorgd met het oog op een halfjaarlijks monitoringrapport.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 14 janvier 2016 relative à l'introduction de travail de nuit pour des activités e-commerce, art. 4, 5, 10 et 11 — en vigueur le 1er janvier 2016, durée indéterminée, aucune fin de validité au registre · dépôt 131111/CO/312 · A.R. publié au MB du 28/09/2016, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 30 août 2016 · gelezen op 2026-09-05
De werknemers wier anciënniteit in de onderneming ten minste tien jaar bedraagt en die recht hebben op vierentwintig wettelijke vakantiedagen, genieten bijkomende vakantie van twee dagen van tien tot en met twintig jaar anciënniteit en van drie dagen bij meer dan twintig jaar; de werknemers met ten minste tien jaar anciënniteit die recht hebben op minder dan vierentwintig wettelijke vakantiedagen, genieten bijkomende vakantiedagen zoals vastgesteld in de tabellen van de artikelen 8 en 9 van de overeenkomst. De anciënniteit moet verworven zijn op 31 december van het vakantiedienstjaar. De betaling van die dagen komt rechtstreeks ten laste van de onderneming. De data van de bijkomende vakantiedagen, die collectief of individueel kunnen worden genomen, worden per onderneming vastgesteld. Deze regeling is op de deeltijdse werknemers van toepassing onder dezelfde voorwaarden als voor de voltijdse werknemers.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 21 septembre 2015 relative aux absences et petits chômages, art. 7, 8, 9, 11, 12, 13 et 14 · dépôt 130053/CO/312 · A.R. publié au MB du 13/06/2016, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 13 mai 2016 · gelezen op 2026-09-05
De voltijds en deeltijds tewerkgestelde werknemers die verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde of bepaalde tijd en die het wettelijk vakantiegeld genieten, hebben recht op een bijkomend vakantiegeld, dat wordt uitgekeerd in de maand juni. Het bedrag ervan wordt vastgesteld door de artikelen 16 tot en met 19 van de overeenkomst en pro rata verminderd wanneer het wettelijk vakantiedienstjaar onvolledig is.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 21 septembre 2015 relative aux absences et petits chômages, art. 15 (montants aux art. 16 à 19, non repris ici : ce sont des montants de 2015, dont l'indexation n'a pas été vérifiée) · dépôt 130053/CO/312 · A.R. publié au MB du 13/06/2016, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 13 mai 2016 · gelezen op 2026-09-05