mijnloonbrief.be

PC 314 — PARITAIR COMITE VOOR HET KAPPERSBEDRIJF EN DE SCHOONHEIDSZORGEN

Minimumloon dat wij toetsen

€ 12,8934 per uur

PC 314: kappersbedrijf categorie I (12,8934 €/u op 01/12/2025), dus 2 123,11 €/maand bij 38 u. Het GGMMI (gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen, cao nr. 43) kan hoger liggen: het wordt op het TOTAAL van het loon gemeten en maakt het voorwerp uit van een afzonderlijke waarschuwing, niet van een weigering.

Bron: Databank Minimumlonen van de FOD Werkgelegenheid (salairesminimums.be, jcId 3140000, van kracht op 01/12/2025, indexering van 2 % in 12/2025), op 05/09/2026 geraadpleegd en integraal gelezen voor categorie I. Zie de commentaar hierboven voor de afstamming., salairesminimums.be: 38h > Général > Coiffure (montant horaire), categorie I — van kracht op 2025-12-01 de tekst lezen

Wat de loonbrief berekent

  • het minimumloon
  • de eindejaarspremie
  • de verplaatsingskosten
  • het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
  • de vermeldingen op de afrekening
  • de Dimona
  • de DmfA

Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen

  • de uurpremies
  • zondag en feestdagen
  • de tijdelijke werkloosheid
  • de sectorale bijdragen

Identiteit en indexering

  • Officiële benaming : PARITAIR COMITE VOOR HET KAPPERSBEDRIJF EN DE SCHOONHEIDSZORGEN
  • Registercode : 3140000
  • Statuten : bedienden en arbeiders

Wat het arbeidsreglement moet vermelden

Wekelijkse arbeidsduur: 38 uur

Sinds 1 juli 2002 is voor alle werknemers uit de sector de achtendertigurenweek ingevoerd.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 4 juin 2007 relative aux conditions de travail et de rémunération, art. 3 (durée indéterminée) · dépôt 83845/CO/314 · A.R. publié au M.B. du 05/05/2008, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 19 mars 2008 · gelezen op 2026-09-05

De bedrijven die wensen af te wijken van de toepassing van de achtendertigurenweek kunnen dit enkel mits het afsluiten van een collectieve arbeidsovereenkomst op bedrijfsniveau, neergelegd bij de Dienst voor collectieve arbeidsbetrekkingen en ter kennisstelling van het paritair comité. Deze collectieve arbeidsovereenkomst dient door minstens één van de sociale partners van werknemerszijde die in het paritair comité voor het kappersbedrijf en de schoonheidszorgen zetelen, te zijn medeondertekend.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 4 juin 2007 relative aux conditions de travail et de rémunération, art. 19 · dépôt 83845/CO/314 · A.R. publié au M.B. du 05/05/2008, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 19 mars 2008 · gelezen op 2026-09-05

De ondernemingen kunnen slechts een beroep doen op de mogelijkheden voorzien in collectieve arbeidsovereenkomst nr. 42 van 2 juni 1987 betreffende de invoering van nieuwe arbeidsregelingen, mits zij het paritair comité drie maanden voorafgaandelijk van hun intenties op de hoogte brengen en nadien op ondernemingsvlak een overeenkomst sluiten, ondertekend door minstens één van de in het paritair comité vertegenwoordigde syndicale organisaties. De onderneming brengt vervolgens jaarlijks aan het paritair comité verslag uit dat de positieve weerslag op de tewerkstelling aantoont.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 2 septembre 2010 relative aux nouveaux régimes de travail, art. 3 (en vigueur le 02/09/2010, durée indéterminée) · dépôt 101616/CO/314 · A.R. publié au M.B. du 03/02/2011, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 21 décembre 2010 · gelezen op 2026-09-05

In toepassing van de arbeidswet van 16 maart 1971 is het verboden, behoudens uitdrukkelijke afwijking die door de wetgeving wordt toegestaan, werknemers op zondagen en feestdagen tewerk te stellen. Voor alle arbeidsprestaties op zondagen en feestdagen wordt een toeslag van 50 pct. toegekend op de effectieve lonen en vergoedingen. De werknemers krijgen de garantie dat zij twaalf vrije zondagen per kalenderjaar behouden.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 4 mars 2020 relative à la fixation des conditions pour l'occupation de travailleurs le dimanche et les jours fériés, art. 2 à 4 (en vigueur le 04/03/2020, durée indéterminée) · dépôt 157769/CO/314 · A.R. publié au M.B. du 09/11/2020, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 23 septembre 2020 · gelezen op 2026-09-05

De arbeiders en arbeidsters die tot taak hebben de machines en het materieel te onderhouden en/of de bedrijfslokalen schoon te maken, mogen enkel binnen de volgende tijdsgrenzen worden tewerkgesteld: op normale weekdagen tussen 6 en 20 uur, op zon- en feestdagen tussen 7 en 10 uur.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 10 mars 2003 relative à la fixation du temps de travail pour le personnel d'entretien, art. 2 (en vigueur le 01/01/2003, durée indéterminée) · dépôt 66295/CO/314 · A.R. publié au M.B. du 29/01/2004, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 22 décembre 2003 · gelezen op 2026-09-05

In afwijking van het koninklijk besluit van 25 juni 1990 beschikt de werkgever, voor de deeltijdse werknemers van wie de overeenkomst in een wekelijkse arbeidsduur van minder dan 19 uur voorziet, over een krediet van drie bijkomende uren per kalendermaand, dat niet naar de volgende maanden kan worden overgedragen en geen recht op overloon geeft; het overloon is verschuldigd vanaf het vierde uur dat dit krediet overschrijdt. Voor wie in 19 uur of meer voorziet, bedraagt het krediet zes bijkomende uren per kalendermaand en is het overloon verschuldigd vanaf het zevende uur. Deeltijdse werknemers met een variabel uurrooster zijn aan dezelfde regels onderworpen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 24 septembre 2007 sur le travail supplémentaire des travailleurs à temps partiel, art. 3 à 5 (en vigueur le 01/10/2007, durée indéterminée) · dépôt 86229/CO/314 · A.R. publié au M.B. du 13/11/2008, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 12 août 2008 · gelezen op 2026-09-05

In de fitness- en afslankingscentra mag, voor de werknemers die tot groep 4 (de specialisten) behoren, de wekelijkse arbeidsduur van de deeltijds tewerkgestelde werknemer die in de arbeidsovereenkomst is overeengekomen, niet lager liggen dan tien uur indien hij is tewerkgesteld in een arbeidsregime van 5 dagen per week, en dan twaalf uur indien hij is tewerkgesteld in een arbeidsregime van 6 dagen per week. De duur van elke werkperiode mag niet korter zijn dan twee uur.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 28 mars 1994 relative à la durée du travail des travailleurs occupés à temps partiel, art. 2 et 3, publiée en annexe au Moniteur belge du 20 avril 1995, p. 10223-10224 (effets au 01/01/1994, durée indéterminée) · dépôt 35927/CO/314 · NUMAC 1995012952, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 18 janvier 1995 · gelezen op 2026-09-05

In afwijking van het voorgaande wordt, voor de werknemers van de fitness- en afslankingscentra van de categorieën 1 tot 4 van wie de functiebeschrijving zich uitsluitend beperkt tot het geven van individuele of collectieve lessen (instructeur-specialist), de minimale wekelijkse duur teruggebracht tot minimum 4 uur, met een minimum van één uur per prestatie. De ondernemingen die van deze afwijking gebruik willen maken, moeten een collectieve arbeidsovereenkomst sluiten die door minstens één van de in het paritair comité vertegenwoordigde syndicale organisaties is medeondertekend, en deze vervolgens ter informatie aan de voorzitter ervan voorleggen. De werknemers van die categorieën die ook andere taken uitvoeren, zijn van deze afwijking uitgesloten.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 28 janvier 2025 relative à la dérogation à la durée de travail minimale des travailleurs occupés à temps partiel, art. 2 et 4 (effets au 28/01/2025, durée indéterminée) · dépôt 191977/CO/314 · A.R. publié au M.B. du 19/06/2025, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 27 mai 2025 · gelezen op 2026-09-05

Vanaf het jaar 2020 hebben de werknemers recht op anciënniteitsverlof: 1 verlofdag vanaf 3 jaar anciënniteit in de onderneming, 2 verlofdagen vanaf 8 jaar, 3 verlofdagen vanaf 13 jaar, 4 verlofdagen vanaf 18 jaar en 5 verlofdagen vanaf 23 jaar; per volgende schijf van 5 jaar anciënniteit in de onderneming wordt een bijkomende verlofdag toegevoegd.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 18 novembre 2019 relative aux conditions de travail et de rémunération, art. 4 (effets au 18/11/2019, durée indéterminée ; remplace l'art. 4 de la CCT du 30 septembre 2015, 129870/CO/314) · dépôt 155884/CO/314 · A.R. publié au M.B. du 16/06/2020, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 16 avril 2020 · gelezen op 2026-09-05

Alle 177 paritaire comités

Een loonbrief maken voor PC 314