PC 320: Paritair comité voor de begrafenisondernemingen
mijnloonbrief.be past het minimumloon van PC 320 automatisch toe op de loonbrief van elke werknemer van dit comité.
Minimumloon dat wij toetsen
€ 13,34 per uur (stelsel van 38 u per week)
PC 320: laagste kolom van elke groep in de tabel van art. 5 (cao van 16/04/2026, neerlegging 199635), bij 0 jaar — 13,34 €/u voor de arbeiders (categorie 1) en 2 252,93 €/maand voor de bedienden (categorie 2, de eerste categorie met bedienden) sinds 01/07/2026, na de indexering van 2,05 % van art. 8 (13,07 €/u en 2 207,67 €/maand op 01/01/2026), in een stelsel van 38 u/week. De hogere categorieën en de anciënniteitstredes (1 tot 20 jaar) geven recht op meer: vul de categorie van de werknemer in op zijn fiche.
Bron: CAO van 16 april 2026 betreffende de loon- en arbeidsvoorwaarden (PC 320 — Begrafenisondernemingen), art. 1 (toepassingsgebied), art. 5 (barema bedienden), art. 6 (barema arbeiders), art. 10 (regime) (neerlegging 199635), van kracht op 01/07/2026 (cao van kracht sinds 01/01/2026) de tekst lezen
Minimumloon per categorie
De loonschaal van PC 320 telt 6 vakken. Bedragen nagekeken op 13/10/2026.
Laagste minimum uurloon: Arbeider — categorie 1, € 13,34 per uur; hoogste: Arbeider — categorie 3, € 14,88 per uur.
Laagste minimum maandloon: Bediende — categorie 2, € 2 252,93 per maand; hoogste: Bediende — categorie 4, € 2 720,64 per maand.
mijnloonbrief.be past op de loonbrief het minimum toe van het vak dat u voor de werknemer kiest; zonder keuze wordt het eerste niveau van de loonschaal gecontroleerd: het laagste van de gewone vakken (volwassene, instapniveau); een lager voorwaardelijk vak (jongere, opleiding, afwijking) geldt enkel als u het kiest.
| Vak | Minimum |
|---|---|
| Arbeider — categorie 1 | € 13,34/u |
| Bediende — categorie 2 | € 2 252,93/maand |
| Arbeider — categorie 2 | € 13,70/u |
| Bediende — categorie 3 | € 2 452,60/maand |
| Arbeider — categorie 3 | € 14,88/u |
| Bediende — categorie 4 | € 2 720,64/maand |
6 vakken stijgen nog met de anciënniteit in de onderneming: de tabel toont hun instapbedrag, de loonbrief berekent de trap vanaf de datum van indiensttreding.
Wat het vak bepaalt: Functiecategorie volgens de cao van 16/04/2026 (nr. 199635/CO/320, art. 3)
Wat de loonbrief berekent
- het minimumloon
- de Dimona
Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen
- het flexiloon
- de eindejaarspremie
- de uurpremies
- de maaltijdcheques
- de verplaatsingskosten
- het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
- zondag en feestdagen
- de tijdelijke werkloosheid
- de sectorale bijdragen
- de vermeldingen op de afrekening
- de DmfA
Identiteit en indexering
- Officiële benaming : PARITAIR COMITE VOOR DE BEGRAFENISONDERNEMINGEN
- FOD-code : 3200000
- Statuten : arbeiders en bedienden
- Indexering : 01, 07 — laatst toegepast 01/07/2026
Wat het arbeidsreglement moet vermelden
Wekelijkse arbeidsduur: 38 uur
Referteperiode : de effectieve arbeidsduur mag 38 uur overschrijden en worden gecompenseerd met verlofdagen ; in het stelsel van grote flexibiliteit moet het gemiddelde van 38 uur worden nageleefd over een referteperiode van één jaar
De normale wekelijkse arbeidsduur bedraagt gemiddeld 38 uur. Hij kan gespreid worden over de 7 dagen van de week. De arbeidstijdregeling wordt bepaald op het vlak van de ondernemingen in onderling overleg tussen de werknemers en de werkgevers. De werkelijke wekelijkse arbeidsduur kan derhalve 38 uur overschrijden en worden gecompenseerd met verlofdagen, met dien verstande dat de voorkeur wordt gegeven aan de verlofdagen teneinde „brugdagen” te scheppen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 16 avril 2026 relative aux conditions de rémunération et de travail, art. 10 · dépôt 199635/CO/320 · avis de dépôt publié au M.B. du 26 mai 2026 (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · pas d'arrêté royal à ce jour
Het verbod op nachtarbeid en het verbod op arbeid op zondagen en feestdagen wordt opgeheven voor de werknemers die worden ingeschakeld in wachtdiensten. Onder wachtdienst dient te worden verstaan de toestand waarin de werknemer zich plaatst om snel te kunnen worden bereikt door de werkgever en om aldus op korte termijn gevolg te kunnen geven aan iedere oproep tot het leveren van dringende prestaties inherent aan het beroep. De wachtdiensten worden omschreven op ondernemingsniveau en opgenomen in het arbeidsreglement : beginuur, einduur en op welke dag van de week. Voor zover er geen effectieve prestaties geleverd worden tijdens de wacht en voor zover de werknemer niet verplicht is om fysiek aanwezig te zijn op de werkplek, bij de werkgever of op een andere bepaalde plaats, worden de wachtdiensten niet als arbeidstijd beschouwd.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 16 avril 2026 relative aux conditions de rémunération et de travail, art. 11 § 1er, 1 · dépôt 199635/CO/320 · avis de dépôt publié au M.B. du 26 mai 2026 (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · pas d'arrêté royal à ce jour
Er wordt een forfaitaire wachtvergoeding betaald van één uurloon per schijf van 15 uur wachtdienst, gelijk aan het uurloon van categorie 1 in de 38-urenweek met 20 jaar anciënniteit ; voor nachtprestaties tussen 22 uur en 6 uur komt daar één uurloon per prestatie bij. De gepresteerde uren tijdens een wachtdienst worden betaald aan 100 pct., aan 150 pct. op zondag, en op een feestdag door het loon voor de feestdag verhoogd met een toeslag van 50 pct. Het loon voor de feestdag wordt betaald op de feestdag zelf. De recuperatie voor de uren gepresteerd op een feestdag wordt toegestaan binnen de 6 weken onder de vorm van bezoldigd compensatieverlof, zonder dat de totale kost meer dan 250 pct. mag bedragen ; bij prestaties van minder dan 4 uur wordt de recuperatie van een halve feestdag toegestaan, bij prestaties van 4 uur of meer die van een volledige feestdag. Verplaatsingen tijdens de wacht worden meegerekend als arbeidstijd.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 16 avril 2026 relative aux conditions de rémunération et de travail, art. 11 § 1er, 2 et 3 · dépôt 199635/CO/320 · avis de dépôt publié au M.B. du 26 mai 2026 (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · pas d'arrêté royal à ce jour
Het verbod op nachtarbeid en op arbeid op zon- en feestdagen wordt eveneens opgeheven voor kleine ondernemingen die maximum 2 voltijdse equivalenten met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur tewerkstellen. In die ondernemingen kunnen enkel werknemers met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur en met maximum halftijdse tewerkstelling arbeid verrichten gedurende de nacht of op zon- en feestdagen, en dit maximaal vijf maal per jaar ; de werknemer is vrij om al dan niet op deze vraag in te gaan en ontvangt hiervoor één extra uurloon per prestatie. Voor de gelegenheidswerknemers worden alle uren gepresteerd tijdens de nacht en op zon- en feestdagen vergoed aan 150 pct.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 16 avril 2026 relative aux conditions de rémunération et de travail, art. 11 §§ 2 et 3 · dépôt 199635/CO/320 · avis de dépôt publié au M.B. du 26 mai 2026 (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · pas d'arrêté royal à ce jour
Buiten de wachtdiensten, de gelegenheidswerknemers en de kleine ondernemingen geldt in de sector een verbod op nachtarbeid, zondagsarbeid en arbeid op wettelijke feestdagen. De onderneming kan piek-dal-uurroosters invoeren mits een aanpassing van het arbeidsreglement : maximum 11 uur per dag en 50 uur per week, maximum 6 dagen per week van maandag tot en met zaterdag, minstens één vrij weekend per maand, 150 pct. van het loon voor alle uren gepresteerd op een zondag, en het loon voor de feestdag verhoogd met 150 pct. voor alle uren gepresteerd op de feestdag, betaald op de feestdag zelf. Binnen de referteperiode van één jaar moet de gemiddelde wekelijkse arbeidstijd van 38 uur per week gerespecteerd worden en wordt maandelijks een loon toegekend dat overeenstemt met 38 uur per week.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 16 avril 2026 relative aux conditions de rémunération et de travail, art. 12 · dépôt 199635/CO/320 · avis de dépôt publié au M.B. du 26 mai 2026 (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · pas d'arrêté royal à ce jour
De feestdagen zijn 1 januari, Paasmaandag, 1 mei, Hemelvaartsdag, Pinkstermaandag, 21 juli, Tenhemelopneming (15 augustus), Allerheiligen (1 november), Wapenstilstand (11 november), Kerstmis (25 december) en 11 juli of 27 september of 15 november. Wanneer een feestdag met een zondag of een gewone inactiviteitsdag in de onderneming, doorgaans de zaterdag, samenvalt, moet hij voor- of nadien vervangen worden door een andere rustdag — de vervangingsdag — die noodzakelijkerwijs zal worden vastgesteld op een gewone activiteitsdag. In dat geval verliest de feestdag zijn karakter van feestdag en wordt de vervangingsdag de echte feestdag.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 16 avril 2026 relative aux conditions de rémunération et de travail, art. 13 · dépôt 199635/CO/320 · avis de dépôt publié au M.B. du 26 mai 2026 (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · pas d'arrêté royal à ce jour
De ondertekenende partijen stellen vast dat het in de uitvaartsector, zowel voor deeltijdse als voor voltijdse arbeid, vaak voorkomt dat het, wanneer met de werknemer schriftelijk een variabel werkrooster is overeengekomen, onmogelijk is de toe te passen dagelijkse werkroosters zeven werkdagen vooraf mee te delen. Overeenkomstig artikel 159 van de programmawet van 22 december 1989 wordt die termijn van zeven werkdagen ingekort tot het minimum van drie werkdagen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 16 avril 2026 relative aux conditions de rémunération et de travail, art. 18 et 19 · dépôt 199635/CO/320 · avis de dépôt publié au M.B. du 26 mai 2026 (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · pas d'arrêté royal à ce jour
Bij toepassing van artikel 182 van de programmawet van 22 december 1989 mag de wekelijkse arbeidsduur van de deeltijds tewerkgestelde arbeider die in de arbeidsovereenkomst is overeengekomen, lager liggen dan een derde van de wekelijkse arbeidsduur van de voltijds tewerkgestelde werknemers die in de onderneming tot dezelfde categorie behoren. Bij toepassing van artikel 189 van dezelfde wet mag de duur van elke werkperiode korter zijn dan drie uren, zonder minder dan één uur te bedragen. De gemiddelde arbeidsduur van die overeenkomsten wordt in de onderneming op jaarbasis vastgesteld, waarbij een arbeidsduur van 25 uren op jaarbasis wordt gewaarborgd.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 16 avril 2026 relative aux conditions de rémunération et de travail, art. 15 §§ 1er à 3 · dépôt 199635/CO/320 · avis de dépôt publié au M.B. du 26 mai 2026 (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · pas d'arrêté royal à ce jour
Bij toepassing van artikel 25bis van de arbeidswet, toegevoegd door de wet van 5 maart 2017 betreffende werkbaar en wendbaar werk, wordt het bijkomend krediet van 100 uren opgetrokken tot maximum 180 vrijwillige overuren op jaarbasis. Deze overschrijding van de arbeidsduur is slechts mogelijk op initiatief van de werknemer en met zijn voorafgaandelijk schriftelijk akkoord, voor een hernieuwbare periode van zes maanden, en in de mate dat de werkgever deze uren wenst te laten presteren.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 16 avril 2026 relative aux conditions de rémunération et de travail, art. 14 · dépôt 199635/CO/320 · avis de dépôt publié au M.B. du 26 mai 2026 (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · pas d'arrêté royal à ce jour
Aan de werknemers wordt één dag betaald verlof toegekend per schijf van vijf jaar anciënniteit in de onderneming, met een maximum van vijf dagen vanaf 25 jaar anciënniteit. Het anciënniteitsverlof is niet van toepassing op de gelegenheidswerknemers. Deze dagen worden genomen in overleg met de werkgever en rekening houdend met de arbeidsorganisatie in de onderneming. Daarnaast wordt sinds 1 januari 2014 aan de werknemers die de leeftijd van 50 jaar bereiken een bijkomende betaalde vrije dag toegekend, een tweede vanaf 55 jaar en een derde vanaf 60 jaar ; het recht ontstaat vanaf het ogenblik dat de werknemer die leeftijd effectief heeft bereikt en de dagen worden toegekend volgens het arbeidsregime waarin hij tewerkgesteld is.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 16 avril 2026 relative aux conditions de rémunération et de travail, art. 16 et 17 · dépôt 199635/CO/320 · avis de dépôt publié au M.B. du 26 mai 2026 (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · pas d'arrêté royal à ce jour
Veelgestelde vragen
Wat is het minimumloon in PC 320?
Het minimumloon dat mijnloonbrief.be in PC 320 controleert, bedraagt € 13,34 per uur (stelsel van 38 u per week), van kracht op 01/07/2026. Het is het eerste niveau van de loonschaal, het laagste van de gewone vakken; het minimum van elke werknemer hangt af van zijn vak in de loonschaal, en een lager voorwaardelijk vak (jongere, opleiding) geldt enkel als het gekozen is. Voor een werknemer van dit comité controleert de loonbrief de brutovergoeding tegenover dat minimum. Voorziet uw arbeidsovereenkomst of uw cao een hoger bedrag, dan is dat hogere bedrag verschuldigd. Verschijnt er een nieuwe tekst of een indexering, dan wordt het minimum bijgewerkt en verandert de vermelde datum. Op de pagina van het comité staan de cao, het artikel en het neerleggingsnummer waarop dit bedrag steunt, de datum vanaf wanneer het geldt en de sectorale elementen die de loonbrief niet toepast.
Hangt het minimumloon in PC 320 af van de categorie van de werknemer?
Ja. De loonschaal van PC 320 telt 6 vakken; bedragen nagekeken op 13/10/2026. Laagste minimum uurloon: Arbeider — categorie 1, € 13,34 per uur; hoogste: Arbeider — categorie 3, € 14,88 per uur. Laagste minimum maandloon: Bediende — categorie 2, € 2 252,93 per maand; hoogste: Bediende — categorie 4, € 2 720,64 per maand. mijnloonbrief.be past op de loonbrief het minimum toe van het vak dat u voor de werknemer kiest; zonder keuze wordt het eerste niveau van de loonschaal gecontroleerd: het laagste van de gewone vakken (volwassene, instapniveau); een lager voorwaardelijk vak (jongere, opleiding, afwijking) geldt enkel als u het kiest. Voorziet uw arbeidsovereenkomst of uw cao voor die categorie een hoger minimum, dan is dat hogere bedrag verschuldigd. Verschijnt er een nieuwe tekst of een indexering, dan wordt de loonschaal bijgewerkt en verandert de vermelde datum.
Welke tekst legt het barema van PC 320 vast?
Het barema dat mijnloonbrief.be toepast, komt uit CAO van 16 april 2026 betreffende de loon- en arbeidsvoorwaarden (PC 320 — Begrafenisondernemingen), art. 1 (toepassingsgebied), art. 5 (barema bedienden), art. 6 (barema arbeiders), art. 10 (regime) (neerlegging 199635), van kracht op 01/07/2026. Die tekst vormt de grondslag van het gecontroleerde minimum voor dit comité; de loonbrief vergelijkt het brutoloon van de werknemer met dat minimum, en de pagina geeft de cao en de neerlegging.
De informatie op deze pagina geldt voor elke werknemer, elk personeelslid, elke medewerker en elke bediende van PC 320.
Eerste werknemer onder PC 320? Stappen en echte kost
De werkgeverskost van een werknemer berekenen
De eerste loonbrief van elke maand is gratis, zonder bankkaart en zonder iets te installeren. De volgende kosten 5 euro excl. btw per stuk, zonder verplicht abonnement en zonder aansluitingskosten.