mijnloonbrief.be

PC 321 — PARITAIR COMITE VOOR DE GROOTHANDELAARS-VERDELERS IN GENEESMIDDELEN

Minimumloon dat wij toetsen

€ 15,8179 per uur

PC 321: bedienden, categorie 1, ervaringsbarema 0 (2 262,56 EUR per maand op 01/06/2026); arbeiders, categorie I, startbarema (15,8179 EUR per uur, gepubliceerd voor een stelsel van 36 u 40 per week). De jongerenlonen zijn afgeschaft sinds 01/01/2010.

Bron: Databank Minimumlonen van de FOD Werkgelegenheid (salairesminimums.be, jcId 3210000, van kracht op 01/06/2026, indexering van 2 % in 6/2026), geraadpleegd op 05/09/2026 — CAO van 28/01/2022 nr. 173492/CO/321 (loonsverhoging, basis 2022) en CAO van 06/10/2009 nr. 95899/CO/321 (koppeling aan de gezondheidsindex, mechanisme) voor de afstamming. Zie de commentaar hierboven., salairesminimums.be: Employés > Général, CAT.1, expérience 0 (2.262,56); Ouvriers > 36h40/semaine > Général, tabel 2.1.1, categorie I, 0-5 jaar (15,8179) (neerlegging 173492) — van kracht op 2026-06-01 de tekst lezen

Wat de loonbrief berekent

  • het minimumloon
  • de Dimona

Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen

  • de eindejaarspremie
  • de uurpremies
  • de maaltijdcheques
  • de ecocheques
  • de verplaatsingskosten
  • zondag en feestdagen
  • de tijdelijke werkloosheid
  • de sectorale bijdragen
  • de vermeldingen op de afrekening

Identiteit en indexering

  • Officiële benaming : PARITAIR COMITE VOOR DE GROOTHANDELAARS-VERDELERS IN GENEESMIDDELEN
  • Registercode : 3210000
  • Statuten : arbeiders en bedienden

Wat het arbeidsreglement moet vermelden

Wekelijkse arbeidsduur: 36 u 40

Lager dan het wettelijke maximum van 38 uur. Een reglement dat 38 uur vermeldt, is voor dit comité onwettig.

De arbeidsduur wordt vastgesteld op 36 uur 40 minuten gemiddeld per week. De arbeidstijdregeling wordt bepaald op het vlak van de onderneming, hetzij door de ondernemingsraad, hetzij bij akkoord tussen de werkgever en de vakbondsafvaardiging of, bij ontstentenis hiervan, met de werknemers of hun afgevaardigden. De normale wekelijkse arbeidsduur wordt over vijf dagen gespreid, behalve in geval van verplichte uitbating krachtens de bestaande reglementering.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 4 novembre 2003 relative à la durée du travail, art. 2 et 4, publiée en annexe au Moniteur belge du 30 septembre 2004, p. 69737 · dépôt 69000/CO/321 · NUMAC 2004202648 · M.B. du 30 septembre 2004, p. 69736-69738, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 1er septembre 2004 · gelezen op 2026-09-05

In de ondernemingen die zowel werklieden en werksters als bedienden tewerkstellen, is de wekelijkse arbeidsduur en het uurrooster van het bediendenpersoneel dat leiding geeft aan en toezicht houdt over de werklieden en werksters, evenwel dezelfde als die van de werklieden.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 4 novembre 2003 relative à la durée du travail, art. 5, publiée en annexe au Moniteur belge du 30 septembre 2004, p. 69737 · dépôt 69000/CO/321 · NUMAC 2004202648, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 1er septembre 2004 · gelezen op 2026-09-05

Het presteren van overuren wordt tot het strikte minimum beperkt. Bij het presteren van overuren wordt, in overeenstemming met de wettelijke bepalingen ter zake, inhaalrust toegekend.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 4 novembre 2003 relative à la durée du travail, art. 3, publiée en annexe au Moniteur belge du 30 septembre 2004, p. 69737 · dépôt 69000/CO/321 · NUMAC 2004202648, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 1er septembre 2004 · gelezen op 2026-09-05

Het loon voor de overuren wordt op het ogenblik van de inhaalrust betaald.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 4 novembre 2003 relative à la durée du travail, art. 3, dernière phrase, publiée en annexe au Moniteur belge du 30 septembre 2004, p. 69737 · dépôt 69000/CO/321 · NUMAC 2004202648, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 1er septembre 2004 · gelezen op 2026-09-05

De voltijds tewerkgestelde arbeiders en bedienden die behoren tot de eerste drie categorieën van de beroepsclassificatie en die minstens 53 jaar zijn, hebben op hun verzoek het recht over te stappen naar een halftijds uurrooster, na akkoord over de te presteren werktijden. De werknemers met een technische functie moeten de aanvraag doen vóór het begin van het trimester voorafgaand aan het trimester waarin de overstap gebeurt ; wie een administratieve functie bekleedt, dient de aanvraag ten laatste zes maanden vooraf te doen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 4 novembre 2003 relative à la durée du travail, art. 6, publiée en annexe au Moniteur belge du 30 septembre 2004, p. 69737 · dépôt 69000/CO/321 · NUMAC 2004202648, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 1er septembre 2004 · gelezen op 2026-09-05

De uurroosters die betrekking hebben op de prestaties op zon- en feestdagen worden in het arbeidsreglement opgenomen, via de normale procedures tot aanpassing van het arbeidsreglement. De arbeid op zon- en feestdagen mag enkel tot doel hebben apothekers te beleveren die open zijn binnen de regeling van de wachtdienst van apothekers en erom verzoeken, en ziekenhuisofficina's te voorzien van geneesmiddelen in de gevallen die zulks vereisen. Hij wordt bij voorrang verricht door werknemers verbonden aan de werkgever in het kader van een arbeidsovereenkomst, met uitsluiting van studenten in het kader van een studentencontract behalve in de periode van 1 juli tot 30 september van elk jaar. Hij gebeurt op vrijwillige basis ; indien er niet genoeg vrijwillige werknemers gevonden worden, kan op ondernemingsvlak van dit principe afgeweken worden om in een rotatiesysteem te voorzien, in overleg met de syndicale afvaardiging of, bij ontstentenis daarvan, via het arbeidsreglement.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 29 juin 1999 relative au travail du dimanche et des jours fériés, art. 3, 4, 5 et 9, publiée en annexe au Moniteur belge du 2 mars 2001, p. 6687-6688 · dépôt 51847/CO/321 · NUMAC 2000013018, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 12 janvier 2001 · gelezen op 2026-09-05

Voor alle werkelijk gepresteerde uren op zon- en feestdagen geldt een toeslag van 100 pct. ; indien de werkelijk gepresteerde uren minder dan drie uur bedragen, wordt een minimum van drie uur uitbetaald, waarbij beide bepalingen niet cumulatief gelden. De betaling van de toeslag geschiedt onder vorm van recuperatie. Op het niveau van de onderneming kan van dit principe afgeweken worden, via een akkoord met de syndicale afvaardiging of, bij ontstentenis daarvan, via het arbeidsreglement.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 29 juin 1999 relative au travail du dimanche et des jours fériés, art. 6 et 7, publiée en annexe au Moniteur belge du 2 mars 2001, p. 6688 · dépôt 51847/CO/321 · NUMAC 2000013018, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 12 janvier 2001 · gelezen op 2026-09-05

De prestaties op zaterdag omvatten enkel de levering van farmaceutische producten en de prestaties die noodzakelijk zijn in het kader van de voorbereiding en afhandeling van deze leveringen. Het personeel nodig voor de prestaties op zaterdag wordt beperkt tot het vereiste minimum, nodig voor de levering van de farmaceutische producten. In de ondernemingen waar op ondernemingsvlak geen gelijkwaardige bedrijfsregeling over een toeslag voor werk op zaterdag bestaat, wordt een toeslag van 50 pct. betaald voor arbeidsprestaties na 13 uur op zaterdag ; voordeliger bedrijfsregelingen worden behouden.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 6 février 2014 relative au travail du samedi, art. 2 et 3 · dépôt 120821/CO/321 · A.R. publié au M.B. du 6 février 2015, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 8 janvier 2015 · gelezen op 2026-09-05

Werkgevers die in toepassing van artikel 22, 3°, van de arbeidswet van 16 maart 1971 de grenzen inzake arbeidsduur overschrijden voor het uitvoeren van werken van inventarissen en balansen, verbinden zich ertoe de inventariswerken veertien dagen op voorhand in te plannen zodat de werknemers tijdig worden geïnformeerd, en het uitvoeren ervan enkel op vrijwillige basis in te plannen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 24 mars 2026 relative aux travaux d'inventaire, art. 2 · dépôt 199315/CO/321 · avis de dépôt publié au M.B. du 7 mai 2026 (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · pas d'arrêté royal à ce jour · gelezen op 2026-09-05

Voor prestaties vóór 6 uur 30 en voor prestaties na 20 uur wordt een toeslag van 25 pct. bovenop het normale loon betaald.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 24 mars 2026 relative aux primes et sursalaires, art. 4 · dépôt 199314/CO/321 · avis de dépôt publié au M.B. du 7 mai 2026 (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · pas d'arrêté royal à ce jour · gelezen op 2026-09-05

Aan de werknemers worden anciënniteitsverlofdagen toegekend in functie van hun anciënniteit in de betrokken onderneming : 1 dag na 5 jaar, 2 dagen na 10 jaar, 3 dagen na 15 jaar, 4 dagen na 20 jaar, 5 dagen na 25 jaar, 6 dagen na 30 jaar en 7 dagen na 35 jaar anciënniteit. Daarnaast wordt elk jaar aan de werknemers één culturele verlofdag toegekend.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 24 mars 2026 relative aux absences, art. 2 et 4 · dépôt 199464/CO/321 · avis de dépôt publié au M.B. du 7 mai 2026 (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · pas d'arrêté royal à ce jour · gelezen op 2026-09-05

Vanaf 1 januari 2026 heeft de werknemer die uiterlijk in de loop van het lopende kalenderjaar de leeftijd van 55 jaar of ouder bereikt, recht op een rimpeldag. Het recht ontstaat op de eerste dag van de maand waarin de werknemer die leeftijd bereikt. De rimpeldag moet worden opgenomen binnen het betrokken kalenderjaar ; bij niet-opname kan de dag niet worden overgedragen noch uitbetaald, behalve bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst vóór de opname, in welk geval de dag bij de eindafrekening wordt uitbetaald. Hij wordt berekend volgens het tewerkstellingsregime op het moment van opname. De werkgever mag de opname van het recht op een rimpeldag niet willekeurig weigeren.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 24 mars 2026 relative aux absences, art. 3 § 2 · dépôt 199464/CO/321 · avis de dépôt publié au M.B. du 7 mai 2026 (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · pas d'arrêté royal à ce jour · gelezen op 2026-09-05

Alle 177 paritaire comités

Een loonbrief maken voor PC 321