mijnloonbrief.be

PC 323 — PARITAIR COMITE VOOR HET BEHEER VAN GEBOUWEN, DE VASTGOEDMAKELAARS EN DE DIENSTBODEN

Minimumloon dat wij toetsen

€ 2 260,15 per maand

PC 323: categorie 1, 0 jaar ervaring (2 260,15 €/maand op 01/01/2026, regime 38 u). De categorieën 2 tot 7 en de anciënniteit (tot 26 jaar) geven recht op meer. Bij een overeengekomen uurloon legt art. 6 van de cao van 13/01/2026 de formule op (maandloon × 3) : (13 × 38), afgerond op 4 decimalen.

Bron: CAO van 13 januari 2026 "concernant les salaires" (PC 323), art. 1 (toepassingsgebied), art. 3 §1 en art. 7 (tabel van de minimumlonen, categorie 1, 0 jaar beroepservaring), art. 5 (indexering), art. 6 (uurformule) (neerlegging 197438) — van kracht op 2026-01-01 de tekst lezen

Wat de loonbrief berekent

  • het minimumloon
  • de Dimona

Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen

  • het flexiloon
  • de eindejaarspremie
  • de verplaatsingskosten
  • het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
  • zondag en feestdagen
  • de tijdelijke werkloosheid
  • de sectorale bijdragen
  • de vermeldingen op de afrekening
  • de DmfA

Identiteit en indexering

  • Officiële benaming : PARITAIR COMITE VOOR HET BEHEER VAN GEBOUWEN, DE VASTGOEDMAKELAARS EN DE DIENSTBODEN
  • Registercode : 3230000
  • Statuten : arbeiders en bedienden
  • Indexering : 01 — laatst toegepast 2026-01-01

Wat het arbeidsreglement moet vermelden

Wekelijkse arbeidsduur: 38 uur

Referteperiode : het kalenderjaar, of elke andere periode van 12 opeenvolgende maanden : het aantal te werken uren bedraagt 52 maal de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van de onderneming

De wekelijkse arbeidsduur, voorzien in artikel 19 van de arbeidswet van 16 maart 1971, wordt vastgelegd op 38 uur voor de groepen bedienden, arbeiders en conciërges, alsook, in afwijking van artikel 3 § 3 van dezelfde wet, voor de groep dienstboden.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 29 janvier 2024 relative à la durée du travail, art. 2 §§ 1er et 2 · dépôt 186323/CO/323 · A.R. publié au M.B. du 4 novembre 2024, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 1er octobre 2024 · gelezen op 2026-09-05

In de ondernemingen waar de gemiddelde arbeidsduur op jaarbasis per week 38 uur of minder bedraagt, mag de normale arbeidsduur, zoals vastgesteld in het arbeidsreglement, worden verkort of verlengd en mag het normale uurrooster worden vervangen door bijzondere uurroosters, overeenkomstig de bepalingen van artikel 20bis van de arbeidswet van 16 maart 1971. Het aantal te werken uren over het kalenderjaar, of over elke andere periode van 12 opeenvolgende maanden, wordt vastgesteld op 52 maal het aantal uren gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van de onderneming op jaarbasis. De wekelijkse arbeidsduur waarin door bijzondere uurroosters wordt voorzien, kan naar rata maximum vijf uur langer zijn dan de arbeidsduur voorzien in het normale uurrooster, en de dagelijkse arbeidsduur maximum één uur langer. De bijzondere uurroosters worden ingevoerd en toegepast krachtens de procedure voorzien in artikel 6 van deze overeenkomst en artikel 14bis van de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 29 janvier 2024 relative à la durée du travail, art. 4 §§ 1er à 6 · dépôt 186323/CO/323 · A.R. publié au M.B. du 4 novembre 2024, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 1er octobre 2024 · gelezen op 2026-09-05

In uitvoering van de wet van 17 maart 1987 en van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 42 kunnen de ondernemingen, in afwijking van de wet van 16 maart 1971, nieuwe arbeidsregimes instellen. De grenzen van de dagelijkse arbeidsduur voorgeschreven door de artikelen 19, eerste lid, 20, 20bis en 27 van de arbeidswet kunnen worden overschreden op voorwaarde dat deze arbeidstijd niet meer beloopt dan 12 uren per dag. Wanneer de werkgever voornemens is nieuwe arbeidsregelingen in te voeren, moet hij voorafgaandelijk aan de werknemers schriftelijke informatie verstrekken omtrent het soort arbeidssysteem en omtrent de factoren die de invoering ervan rechtvaardigen ; die informatie wordt gegeven aan de ondernemingsraad, bij ontstentenis daarvan aan de vakbondsafvaardiging, bij ontstentenis daarvan aan elke werknemer individueel.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 29 janvier 2024 relative à la durée du travail, art. 5 § 1er et art. 6 · dépôt 186323/CO/323 · A.R. publié au M.B. du 4 novembre 2024, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 1er octobre 2024 · gelezen op 2026-09-05

In badplaatsen, luchtkuuroorden en toeristische centra zoals bepaald in het koninklijk besluit van 23 mei 1972 mogen alle ondernemingen op zon- of feestdagen werknemers tewerkstellen. Zij mogen er ook een arbeidsregime organiseren van 10 uur dagprestaties op voorwaarde dat maximaal 4 dagen per week wordt gewerkt ; een vijfde dag mag worden gewerkt op voorwaarde dat een weekgrens van 50 uur in acht wordt genomen, dat de oproeping van de werknemer een prestatie van ten minste 5 uur omvat en dat voor de gewerkte uren een bijkomende compensatie wordt toegekend van 1 uur boven 40 tot en met 44 uur, 2 uur boven 44 tot en met 48 uur en 3 uur boven 48 tot en met 50 uur. Het regime kan anders worden gemoduleerd, mits minimum één prestatie van 10 uur per dag wordt voorzien en de arbeidsduur op een totaal van 4 dagen ten minste 36 uur beloopt of ten minste gelijk is aan de van toepassing zijnde conventionele arbeidsduur. Elke onderneming kan eveneens een arbeidsregime van 12 uur per dag, gespreid over drie dagen per week, invoeren, dat recht geeft op een voltijds loon.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 29 janvier 2024 relative à la durée du travail, art. 5 § 2 · dépôt 186323/CO/323 · A.R. publié au M.B. du 4 novembre 2024, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 1er octobre 2024 · gelezen op 2026-09-05

In de ondernemingen die niet gevestigd zijn in badplaatsen, luchtkuuroorden of toeristische centra mogen werknemers op zondag worden tewerkgesteld onder twee cumulatieve voorwaarden : maximaal zes zondagen per kalenderjaar, en voor het organiseren van of deelnemen aan beurzen, opendeurdagen, kijkdagen, tentoonstellingen en andere gelijkaardige, occasionele activiteiten. Een tewerkstelling op zondag binnen dit kader geeft recht op een compensatie, hetzij onder de vorm van een toeslag gelijk aan 50 pct. van het verschuldigde loon voor de op zondag gepresteerde uren, hetzij in de vorm van extra inhaalrust gelijk aan 50 pct. van de op zondag gepresteerde arbeidstijd.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 29 janvier 2024 relative à la durée du travail, art. 5 § 3 · dépôt 186323/CO/323 · A.R. publié au M.B. du 4 novembre 2024, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 1er octobre 2024 · gelezen op 2026-09-05

Aangezien de activiteit van de onderneming zowel werkuren 's avonds als tijdens het weekend rechtvaardigt, onder meer om de algemene vergadering van de mede-eigendom te leiden of bij te wonen en in de toeristische sector, worden de overuren in onderling overleg en in gelijke mate gerecupereerd op andere dagen, zodanig dat in het betrokken kalenderjaar het gemiddelde van 38 uur per week niet wordt overschreden, waarbij steeds oog moet worden gehouden voor de continuïteit van de dienst. De verplaatsingsduur tussen twee werkposten wordt als arbeidstijd beschouwd.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 29 janvier 2024 relative à la durée du travail, art. 7 et 9 · dépôt 186323/CO/323 · A.R. publié au M.B. du 4 novembre 2024, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 1er octobre 2024 · gelezen op 2026-09-05

Deeltijdse arbeid voor bedienden bedraagt minimum 13 uur per week, gespreid over minimum 3 uur per dag ; de overeenstemmende loonschaal wordt gedeeld door 38 en vermenigvuldigd met het aantal per week gepresteerde uren. Deeltijds werk voor arbeiders bedraagt eveneens minimum 13 uur per week en 3 uur per dag, maar kan gespreid worden over meerdere werkposten, afhankelijk van de werkplanning in de beheerde gebouwen. Afwijkingen zijn enkel mogelijk mits een ondernemings-cao ondertekend door een vakbondssecretaris en goedgekeurd door het paritair comité.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 29 janvier 2024 relative à la durée du travail, art. 8 · dépôt 186323/CO/323 · A.R. publié au M.B. du 4 novembre 2024, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 1er octobre 2024 · gelezen op 2026-09-05

Voor de conciërges en de dienstboden wordt in elke onderneming afgesproken of de wekelijkse arbeidsduur van 38 uur wordt gerealiseerd hetzij via de toekenning van onbetaalde compensatiedagen om op jaarbasis tot gemiddeld 38 uur te komen, hetzij via een wekelijkse effectieve arbeidsduur van 38 uur zonder compensatiedagen. Wordt geopteerd voor een arbeidsregeling met onbetaalde compensatiedagen, dan hebben de werknemers die het ganse jaar in dienst zijn van dezelfde werkgever recht op zes dagen in een regime van 39 uur per week en op twaalf dagen in een regime van 40 uur per week ; wie in de loop van het jaar in dienst komt of uit dienst gaat, heeft recht op één of twee compensatiedagen per schijf van twee maanden dienst. Voor de vaststelling van het aantal dagen wordt rekening gehouden met de effectieve prestaties, de periodes van jaarlijkse vakantie, de feestdagen en alle schorsingen van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst die recht geven op betaling van gewaarborgd loon ten laste van de werkgever. De dagen worden genomen overeenkomstig de afspraken tussen de werkgever en de werknemer op ondernemingsvlak ; het saldo dat in het betrokken jaar niet is opgenomen, wordt verder uitgeput in de loop van het eerste kwartaal van het daaropvolgende jaar.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 29 janvier 2024 relative à la durée du travail, art. 10 et 11 · dépôt 186323/CO/323 · A.R. publié au M.B. du 4 novembre 2024, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 1er octobre 2024 · gelezen op 2026-09-05

Onverminderd de bepalingen van de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen, maakt de individuele arbeidsovereenkomst van de huisbewaarders melding van het uur van aanvang en beëindiging van iedere dagelijkse arbeidsprestatie. De uit te voeren taken mogen echter buiten die uren worden verricht wanneer de uitvoering binnen de voorziene werktijden onmogelijk wordt gemaakt door een omstandigheid of een feit dat onafhankelijk is van de wil van de huisbewaarder of van zijn werkgever. De uren van verplichte aanwezigheid zonder effectieve arbeid mogen 20 pct. van de duur van de effectieve prestaties niet overschrijden en moeten op nauwkeurige wijze in de individuele arbeidsovereenkomst worden vastgelegd. Wanneer zij een fysieke aanwezigheid of bereikbaarheid van de huisbewaarder vereisen, worden zij vergoed aan het gewone uurloon en moeten zij als arbeidstijd worden beschouwd ; wanneer zij enkel een telefonische of digitale bereikbaarheid vereisen, waarbij de werknemer zich vrij kan verplaatsen, worden zij vergoed aan één derde van het uurloon. Het totaal aantal uren van effectieve arbeid en van verplichte aanwezigheid zonder effectieve arbeid mag 38 uur per week niet overschrijden, of 39 of 40 uur naargelang het gekozen regime. Buiten de werkuren of de uren van verplichte aanwezigheid is de huisbewaarder vrij van iedere verplichting ten aanzien van de werkgever.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 29 janvier 2024 relative à la durée du travail, art. 12 §§ 1er à 7 et 10 · dépôt 186323/CO/323 · A.R. publié au M.B. du 4 novembre 2024, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 1er octobre 2024 · gelezen op 2026-09-05

De werknemers die minstens 10 jaar anciënniteit in de sector hebben, hebben recht op één recurrente anciënniteitsdag per kalenderjaar, op een tweede vanaf 15 jaar, op een derde vanaf 20 jaar en, vanaf 1 januari 2027, op een vierde vanaf 25 jaar. De dag wordt bekomen in het kalenderjaar waarin de werknemer de vereiste anciënniteit bereikt. Onder anciënniteit in de sector wordt begrepen de totaliteit van de periodes dat de werknemer verbonden is geweest door een arbeidsovereenkomst met één of meerdere werkgevers die onder het paritair comité vallen. Deze dagen worden beschouwd als dagen vrijgesteld van arbeidsprestaties met behoud van loon en worden zo aangegeven bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid ; voor een voltijds tewerkgestelde werknemer wordt de dag uitbetaald aan een loon ten belope van 7,6 uur in een regeling van 5 dagen per week, en naar rata van de arbeidsregeling voor een deeltijdse werknemer. Regelingen op ondernemingsniveau die gelijkwaardig of voordeliger zijn, krijgen voorrang op de sectorale regeling.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 12 février 2026 concernant les journées d'ancienneté, art. 2 à 9 et art. 10, alinéa 2 · dépôt 198200/CO/323 · avis de dépôt publié au M.B. du 16 mars 2026 (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · pas d'arrêté royal à ce jour · gelezen op 2026-09-05

Alle 177 paritaire comités

Een loonbrief maken voor PC 323