mijnloonbrief.be

PC 326 — PARITAIR COMITE VOOR HET GAS- EN ELEKTRICITEITSBEDRIJF

Geen sectoraal barema toegepast

PC 326 is erkend en gedocumenteerd, maar er wordt hier geen sectorale loonschaal toegepast. Meestal is dat geen achterstand van ons: de FOD Werk actualiseert sinds september 2022 enkel nog de barema's van de comités met meer dan 2 000 werknemers, en waar er nog een schaal bestaat, is die soms ouder — en dus lager — dan het interprofessioneel gewaarborgd minimum. In dat geval blijft dat minimum de beste bescherming, en het is dat wat de loonbrief toepast.

De afrekening vermeldt duidelijk welke sectorale elementen niet werden toegepast. Publiceert uw comité een schaal die wij niet hebben gezien? Zeg het ons — wij lezen ze.

Wat de loonbrief berekent

  • de Dimona

Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen

  • het minimumloon
  • het flexiloon
  • de eindejaarspremie
  • de uurpremies
  • de maaltijdcheques
  • de verplaatsingskosten
  • het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
  • zondag en feestdagen
  • de sectorale bijdragen
  • de DmfA

Identiteit en indexering

  • Officiële benaming : PARITAIR COMITE VOOR HET GAS- EN ELEKTRICITEITSBEDRIJF
  • Registercode : 3260000
  • Statuten : arbeiders en bedienden

Wat het arbeidsreglement moet vermelden

Wekelijkse arbeidsduur: 38 uur

Referteperiode : de week voor de normale uurroosters ; voor de werknemers tewerkgesteld in een regime van glijdend uurrooster wordt onder de 38 uur een gemiddelde wekelijkse arbeidsduur verstaan berekend op een referteperiode van maximum een jaar

Iedere werknemer moet 1 656,8 uren per jaar effectief presteren gespreid over 218 dagen ; de gelijkgestelde periodes voorzien in hoofdstuk 3 van de arbeidswet van 16 maart 1971 evenals de gronden van schorsing voorzien in de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten zijn in deze 1 656,8 uren inbegrepen, terwijl de 20 wettelijke verlofdagen en de 13 bijkomende vakantiedagen hiervan uitgesloten zijn. Iedere werknemer presteert gemiddeld 35,83 uren per week rekening houdend met de toekenning van die 13 bijkomende vakantiedagen die in mindering te brengen zijn op elke werktijdverkorting. Iedere werknemer presteert 38 uren per week. Iedere werknemer presteert 4 dagen van 7,75 uren van maandag tot donderdag en 1 dag van 7 uren op vrijdag of eventueel zaterdag indien deze dag beschouwd wordt als een gewone werkdag ; in de glijdende of alternatieve uurroosters wordt de werkelijk te presteren dagelijkse arbeidsduur aangepast. Voor elke schorsingsdag van de arbeidsovereenkomst worden 7,6 uren aangerekend.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 29 septembre 2003 relative aux conditions de travail et de salaire, chapitre 5, art. 5 § 1er · dépôt 72104/CO/326 · A.R. publié au M.B. du 20 octobre 2004, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 1er septembre 2004 · gelezen op 2026-09-06

De werknemers presteren 218 dagen per jaar ; de berekening gebeurt als volgt : 365 dagen min 52 zondagen, min 52 niet-gepresteerde dagen van de week, in principe de zaterdag, min 10 feestdagen, min 20 wettelijke vakantiedagen, min 13 bijkomende vakantiedagen die in mindering te brengen zijn op elke werktijdverkorting. Er bestaan 2 arbeidsregimes : het regime in discontinudienst, waarbij de werknemer 5 dagen per week presteert, en het regime in continudienst, waarbij de werknemer presteert in functie van vooropgestelde beurtrollen die zo nodig gespreid worden over 7 dagen per week.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 29 septembre 2003 relative aux conditions de travail et de salaire, chapitre 5, art. 5 § 2 · dépôt 72104/CO/326 · A.R. publié au M.B. du 20 octobre 2004, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 1er septembre 2004 · gelezen op 2026-09-06

De dagelijkse prestatiegrens bevindt zich tussen 6 uur en 20 uur. Elke ondernemingsraad bepaalt in het arbeidsreglement de uurroosters die normaal van toepassing zijn binnen de onderneming of de respectievelijke technische bedrijfseenheden. Iedere werknemer wordt aangeworven in het raam van een glijdend uurrooster voor zover en zodra een controleerbaar meetsysteem wordt opgesteld.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 29 septembre 2003 relative aux conditions de travail et de salaire, chapitre 5, art. 5 § 3, 1 et 2 · dépôt 72104/CO/326 · A.R. publié au M.B. du 20 octobre 2004, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 1er septembre 2004 · gelezen op 2026-09-06

Voor de werknemers tewerkgesteld in een regime van glijdend uurrooster verstaat men onder de wekelijkse arbeidsduur van 38 uur in de zin van artikel 5, § 1, punt 3, van de overeenkomst van 29 september 2003 een gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van 38 uur berekend op een referteperiode van maximum een jaar ; ook de wekelijkse grens van 38 uren waarboven er overuren zijn, wordt een gemiddelde berekend op die periode. De toepassingsmodaliteiten van deze uurroosters worden op ondernemingsniveau bepaald in het arbeidsreglement. In de bedrijven waar glijdende uurroosters bestaan, behoudt elke werknemer het recht om vrij begin- en einduur van de dag te kiezen, binnen de grenzen bepaald in het arbeidsreglement.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 1er février 2016 relative à la durée du travail pour les membres du personnel auxquels s'applique la CCT du 29 septembre 2003, art. 4, 5 et 6 · dépôt 132623/CO/326 · A.R. publié au M.B. du 8 mars 2017, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 2 février 2017 · gelezen op 2026-09-06

Van de op sectoraal niveau vastgelegde wekelijkse arbeidsduur kan worden afgeweken door een ondernemings-cao die ondertekend wordt door alle syndicale organisaties die vertegenwoordigd zijn in het paritair comité. Van die afwijking kan enkel gebruik gemaakt worden door een distributienetbedrijf dat, bovenop het eigen personeel, ook personeel overneemt of in dienst neemt, in het kader van de integratie van het distributienetbeheer, van een entiteit waarop een werkelijke wekelijkse arbeidsduur van 40 uren en een werkelijke dagelijkse arbeidsduur van 8 uren van toepassing was. Deze afwijking kan enkel leiden tot een verhoging van de werkelijke wekelijkse arbeidsduur tot 40 uur mits toekenning van de compenserende uren vermeld in de ondernemings-cao en mits wijziging van het arbeidsreglement, dat eveneens alle afgeleide verminderde arbeidsregelingen voor deeltijdse werknemers moet bevatten. Wanneer de ondernemings-cao wordt opgezegd of vervalt, zal de vroeger toepasselijke arbeidsduurregeling opnieuw van toepassing zijn.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 28 février 2019 relative à la durée de travail pour les membres du personnel auxquels s'applique la CCT du 29 septembre 2003, art. 3 et 6 · dépôt 151112/CO/326 · A.R. publié au M.B. du 10 juillet 2019, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 16 juin 2019 · gelezen op 2026-09-06

De laatste werkdag van de lopende maand van prestatie, of de voorafgaande werkdag indien de laatste werkdag op een zondag of op een feestdag valt, wordt het normale maandloon en de eventuele meerprestaties van de betrokken werknemer uitbetaald. De rechtzetting op basis van laattijdig ingevoerde elementen geschiedt op de laatste werkdag van de volgende maand.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 29 septembre 2003 relative aux conditions de travail et de salaire, chapitre 4, art. 4 § 5 · dépôt 72104/CO/326 · A.R. publié au M.B. du 20 octobre 2004, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 1er septembre 2004 · gelezen op 2026-09-06

De werknemers hebben, benevens de wettelijke jaarlijkse vakantie, recht op 13 bijkomende vakantiedagen die in mindering te brengen zijn op elke werktijdverkorting vastgelegd in het kader van artikel 28 van de arbeidswet van 16 maart 1971 ; er is conventioneel overeengekomen dat een verlofdag voor werktijdverkorting gelijk is aan 10 minuten van de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur op jaarbasis. De werknemer heeft het recht te beslissen om in de loop van het kalenderjaar het geheel of een gedeelte van deze 13 dagen op te nemen ; indien hij ze niet opneemt, wordt het loon dat betrekking heeft op de dagen die vóór 31 december niet opgenomen werden, betaald samen met het loon van de maand januari die volgt. De bovenwettelijke verlofdagen van een kalenderjaar kunnen worden opgenomen tot einde februari van het volgend jaar ; zij worden opgenomen in akkoord met de hiërarchie rekening houdend met de dienstnoodwendigheden, de wettelijke bepalingen en de door het arbeidsreglement vastgestelde bepalingen, en kunnen uitzonderlijk opgenomen worden voor een deel van de dag met een minimum van 2 uren. Voor een volledige dag worden, wat het voorziene uurrooster van de werknemer voor deze dag ook mag zijn, 7,6 uren aangerekend.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 29 septembre 2003 relative aux conditions de travail et de salaire, chapitre 8, art. 8 §§ 1er à 3 · dépôt 72104/CO/326 · A.R. publié au M.B. du 20 octobre 2004, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 1er septembre 2004 · gelezen op 2026-09-06

Alle 177 paritaire comités

Een loonbrief maken voor PC 326