PC 326: Paritair comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf
mijnloonbrief.be past het minimumloon van PC 326 automatisch toe op de loonbrief van elke werknemer van dit comité.
Minimumloon dat wij toetsen
€ 15,5849 per uur (stelsel van 38 u per week) · € 2 576,20 per maand
PC 326: barema van de gebaremiseerde werknemers in dienst getreden vanaf 01/01/2002 (cao van 29/09/2003, neerlegging 72104), klasse 14-13 / zone HA1 bij 0 jaar baremieke anciënniteit — de laagste van het rooster —, 38-urenregeling, elke maand geïndexeerd op de afgevlakte gezondheidsindex (art. 4, § 4: aanpassing op de eerste dag van de volgende maand, daling met één maand immunisering). Hogere klassen en anciënniteit geven recht op meer: vul de functieklasse in op de fiche van de werknemer (vraag « Functieklasse ») zodat het minimum van zijn schijf en anciënniteit wordt toegepast; zonder antwoord geldt dit laagste vak. Een werknemer in dienst op 31/12/2001 valt onder de cao van 02/12/2004 tot waarborg van de rechten (neerlegging 74368), waarvan de FOD het barema niet publiceert. Bedragen berekend met de formule van art. 4, § 4 op de afgevlakte gezondheidsindex in basis 2025 (cao nr. 184, art. 4): in 2026 publiceert de databank van de FOD 3 tot 17 cent per maand minder voor dit vak (genoemd verschil, de tekst primeert); in de hoge vakken van september en oktober waar de FOD meer publiceert dan de formule, geldt het bedrag van de FOD.
Bron: Cao van 29 september 2003 betreffende de arbeids- en loonvoorwaarden van de gebaremiseerde werknemers in dienst getreden vanaf 01/01/2002, nr. 72104/CO/326 (KB van 01/09/2004, BS van 20/10/2004), verhoogd door de cao's « Sociale programmatie » nr. 157440/CO/326 (+1,1 % op 01/01/2019) en nr. 168872/CO/326 (+0,4 % op 01/01/2021); bedragen geconsolideerd door de databank « Minimumlonen » van de FOD Werk, subsector 3260020, Cao 72104: art. 4, § 1 (maandloon, bijlage 1), § 2 (uurloon = maandloon ÷ 165,3), § 4 (maandelijkse indexering op het viermaandelijks gemiddelde van de gezondheidsindex, daling met één maand immunisering); cao 168872: art. 3, § 1; rooster FOD 3260020, tabel 1, klasse 14-13 / HA1, anciënniteit 0 (neerlegging 72104), van kracht op 01/10/2026 de tekst lezen
Minimumloon per categorie
De loonschaal van PC 326 telt 9 vakken. Bedragen nagekeken op 17/10/2026.
Laagste minimum uurloon: Klassen 14 en 13 — schijf HA, « gewaarborgde norm » (kolom 14-13 / HA1 van de FOD), € 15,5849 per uur; hoogste: Klassen 2 en 1 — schijf A, « gewaarborgde norm » (kolom 2-1 / A1 van de FOD), € 26,3687 per uur.
mijnloonbrief.be past op de loonbrief het minimum toe van het vak dat u voor de werknemer kiest; zonder keuze wordt het eerste niveau van de loonschaal gecontroleerd: het laagste van de gewone vakken (volwassene, instapniveau); een lager voorwaardelijk vak (jongere, opleiding, afwijking) geldt enkel als u het kiest.
| Vak | Minimum |
|---|---|
| Klassen 14 en 13 — schijf HA, « gewaarborgde norm » (kolom 14-13 / HA1 van de FOD) | € 15,5849/u |
| Klassen 12 en 11 — schijf HB, « gewaarborgde norm » (kolom 12-11 / HB1 van de FOD) | € 15,8967/u |
| Klasse 10 — schijf G, « gewaarborgde norm » (kolom 10 / G1 van de FOD) | € 16,5357/u |
| Klasse 9 — schijf F, « gewaarborgde norm » (kolom 9 / F1 van de FOD) | € 17,5444/u |
| Klasse 8 — schijf E, « gewaarborgde norm » (kolom 8 / E1 van de FOD) | € 18,7479/u |
| Klasse 7 — schijf D, « gewaarborgde norm » (kolom 7 / D1 van de FOD) | € 20,1914/u |
| Klassen 6 en 5 — schijf C, « gewaarborgde norm » (kolom 6-5 / C1 van de FOD) | € 21,8492/u |
| Klassen 4 en 3 — schijf B, « gewaarborgde norm » (kolom 4-3 / B1 van de FOD) | € 23,8637/u |
| Klassen 2 en 1 — schijf A, « gewaarborgde norm » (kolom 2-1 / A1 van de FOD) | € 26,3687/u |
9 vakken stijgen nog met de anciënniteit in de onderneming: de tabel toont hun instapbedrag, de loonbrief berekent de trap vanaf de datum van indiensttreding.
Wat het vak bepaalt: Functieklasse van de gebaremiseerde werknemer in dienst getreden vanaf 01/01/2002 (cao van 29/09/2003, neerlegging 72104, art. 4, § 3 — kwalificatie van de functie). Leeg laten voor een werknemer in dienst op 31/12/2001 of een niet-gebaremiseerde werknemer.
Wat de loonbrief berekent
- het minimumloon
- de Dimona
Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen
- het flexiloon
- de eindejaarspremie
- de uurpremies
- de maaltijdcheques
- de verplaatsingskosten
- het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
- zondag en feestdagen
- de sectorale bijdragen
- de DmfA
Identiteit en indexering
- Officiële benaming : PARITAIR COMITE VOOR HET GAS- EN ELEKTRICITEITSBEDRIJF
- FOD-code : 3260000
- Statuten : arbeiders en bedienden
- Indexering : 01, 02, 03, 04, 05, 06, 07, 08, 09, 10, 11, 12 — laatst toegepast 01/10/2026
Wat het arbeidsreglement moet vermelden
Wekelijkse arbeidsduur: 38 uur
Referteperiode : de week voor de normale uurroosters ; voor de werknemers tewerkgesteld in een regime van glijdend uurrooster wordt onder de 38 uur een gemiddelde wekelijkse arbeidsduur verstaan berekend op een referteperiode van maximum een jaar
Iedere werknemer moet 1 656,8 uren per jaar effectief presteren gespreid over 218 dagen ; de gelijkgestelde periodes voorzien in hoofdstuk 3 van de arbeidswet van 16 maart 1971 evenals de gronden van schorsing voorzien in de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten zijn in deze 1 656,8 uren inbegrepen, terwijl de 20 wettelijke verlofdagen en de 13 bijkomende vakantiedagen hiervan uitgesloten zijn. Iedere werknemer presteert gemiddeld 35,83 uren per week rekening houdend met de toekenning van die 13 bijkomende vakantiedagen die in mindering te brengen zijn op elke werktijdverkorting. Iedere werknemer presteert 38 uren per week. Iedere werknemer presteert 4 dagen van 7,75 uren van maandag tot donderdag en 1 dag van 7 uren op vrijdag of eventueel zaterdag indien deze dag beschouwd wordt als een gewone werkdag ; in de glijdende of alternatieve uurroosters wordt de werkelijk te presteren dagelijkse arbeidsduur aangepast. Voor elke schorsingsdag van de arbeidsovereenkomst worden 7,6 uren aangerekend.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 29 septembre 2003 relative aux conditions de travail et de salaire, chapitre 5, art. 5 § 1er · dépôt 72104/CO/326 · A.R. publié au M.B. du 20 octobre 2004, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 1er septembre 2004
De werknemers presteren 218 dagen per jaar ; de berekening gebeurt als volgt : 365 dagen min 52 zondagen, min 52 niet-gepresteerde dagen van de week, in principe de zaterdag, min 10 feestdagen, min 20 wettelijke vakantiedagen, min 13 bijkomende vakantiedagen die in mindering te brengen zijn op elke werktijdverkorting. Er bestaan 2 arbeidsregimes : het regime in discontinudienst, waarbij de werknemer 5 dagen per week presteert, en het regime in continudienst, waarbij de werknemer presteert in functie van vooropgestelde beurtrollen die zo nodig gespreid worden over 7 dagen per week.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 29 septembre 2003 relative aux conditions de travail et de salaire, chapitre 5, art. 5 § 2 · dépôt 72104/CO/326 · A.R. publié au M.B. du 20 octobre 2004, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 1er septembre 2004
De dagelijkse prestatiegrens bevindt zich tussen 6 uur en 20 uur. Elke ondernemingsraad bepaalt in het arbeidsreglement de uurroosters die normaal van toepassing zijn binnen de onderneming of de respectievelijke technische bedrijfseenheden. Iedere werknemer wordt aangeworven in het raam van een glijdend uurrooster voor zover en zodra een controleerbaar meetsysteem wordt opgesteld.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 29 septembre 2003 relative aux conditions de travail et de salaire, chapitre 5, art. 5 § 3, 1 et 2 · dépôt 72104/CO/326 · A.R. publié au M.B. du 20 octobre 2004, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 1er septembre 2004
Voor de werknemers tewerkgesteld in een regime van glijdend uurrooster verstaat men onder de wekelijkse arbeidsduur van 38 uur in de zin van artikel 5, § 1, punt 3, van de overeenkomst van 29 september 2003 een gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van 38 uur berekend op een referteperiode van maximum een jaar ; ook de wekelijkse grens van 38 uren waarboven er overuren zijn, wordt een gemiddelde berekend op die periode. De toepassingsmodaliteiten van deze uurroosters worden op ondernemingsniveau bepaald in het arbeidsreglement. In de bedrijven waar glijdende uurroosters bestaan, behoudt elke werknemer het recht om vrij begin- en einduur van de dag te kiezen, binnen de grenzen bepaald in het arbeidsreglement.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 1er février 2016 relative à la durée du travail pour les membres du personnel auxquels s'applique la CCT du 29 septembre 2003, art. 4, 5 et 6 · dépôt 132623/CO/326 · A.R. publié au M.B. du 8 mars 2017, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 2 février 2017
Van de op sectoraal niveau vastgelegde wekelijkse arbeidsduur kan worden afgeweken door een ondernemings-cao die ondertekend wordt door alle syndicale organisaties die vertegenwoordigd zijn in het paritair comité. Van die afwijking kan enkel gebruik gemaakt worden door een distributienetbedrijf dat, bovenop het eigen personeel, ook personeel overneemt of in dienst neemt, in het kader van de integratie van het distributienetbeheer, van een entiteit waarop een werkelijke wekelijkse arbeidsduur van 40 uren en een werkelijke dagelijkse arbeidsduur van 8 uren van toepassing was. Deze afwijking kan enkel leiden tot een verhoging van de werkelijke wekelijkse arbeidsduur tot 40 uur mits toekenning van de compenserende uren vermeld in de ondernemings-cao en mits wijziging van het arbeidsreglement, dat eveneens alle afgeleide verminderde arbeidsregelingen voor deeltijdse werknemers moet bevatten. Wanneer de ondernemings-cao wordt opgezegd of vervalt, zal de vroeger toepasselijke arbeidsduurregeling opnieuw van toepassing zijn.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 28 février 2019 relative à la durée de travail pour les membres du personnel auxquels s'applique la CCT du 29 septembre 2003, art. 3 et 6 · dépôt 151112/CO/326 · A.R. publié au M.B. du 10 juillet 2019, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 16 juin 2019
De laatste werkdag van de lopende maand van prestatie, of de voorafgaande werkdag indien de laatste werkdag op een zondag of op een feestdag valt, wordt het normale maandloon en de eventuele meerprestaties van de betrokken werknemer uitbetaald. De rechtzetting op basis van laattijdig ingevoerde elementen geschiedt op de laatste werkdag van de volgende maand.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 29 septembre 2003 relative aux conditions de travail et de salaire, chapitre 4, art. 4 § 5 · dépôt 72104/CO/326 · A.R. publié au M.B. du 20 octobre 2004, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 1er septembre 2004
De werknemers hebben, benevens de wettelijke jaarlijkse vakantie, recht op 13 bijkomende vakantiedagen die in mindering te brengen zijn op elke werktijdverkorting vastgelegd in het kader van artikel 28 van de arbeidswet van 16 maart 1971 ; er is conventioneel overeengekomen dat een verlofdag voor werktijdverkorting gelijk is aan 10 minuten van de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur op jaarbasis. De werknemer heeft het recht te beslissen om in de loop van het kalenderjaar het geheel of een gedeelte van deze 13 dagen op te nemen ; indien hij ze niet opneemt, wordt het loon dat betrekking heeft op de dagen die vóór 31 december niet opgenomen werden, betaald samen met het loon van de maand januari die volgt. De bovenwettelijke verlofdagen van een kalenderjaar kunnen worden opgenomen tot einde februari van het volgend jaar ; zij worden opgenomen in akkoord met de hiërarchie rekening houdend met de dienstnoodwendigheden, de wettelijke bepalingen en de door het arbeidsreglement vastgestelde bepalingen, en kunnen uitzonderlijk opgenomen worden voor een deel van de dag met een minimum van 2 uren. Voor een volledige dag worden, wat het voorziene uurrooster van de werknemer voor deze dag ook mag zijn, 7,6 uren aangerekend.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 29 septembre 2003 relative aux conditions de travail et de salaire, chapitre 8, art. 8 §§ 1er à 3 · dépôt 72104/CO/326 · A.R. publié au M.B. du 20 octobre 2004, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 1er septembre 2004
Veelgestelde vragen
Wat is het minimumloon in PC 326?
Het minimumloon dat mijnloonbrief.be in PC 326 controleert, bedraagt € 15,5849 per uur (stelsel van 38 u per week) en € 2 576,20 per maand, van kracht op 01/10/2026. Het is het eerste niveau van de loonschaal, het laagste van de gewone vakken; het minimum van elke werknemer hangt af van zijn vak in de loonschaal, en een lager voorwaardelijk vak (jongere, opleiding) geldt enkel als het gekozen is. Voor een werknemer van dit comité controleert de loonbrief de brutovergoeding tegenover dat minimum. Voorziet uw arbeidsovereenkomst of uw cao een hoger bedrag, dan is dat hogere bedrag verschuldigd. Verschijnt er een nieuwe tekst of een indexering, dan wordt het minimum bijgewerkt en verandert de vermelde datum. Op de pagina van het comité staan de cao, het artikel en het neerleggingsnummer waarop dit bedrag steunt, de datum vanaf wanneer het geldt en de sectorale elementen die de loonbrief niet toepast.
Hangt het minimumloon in PC 326 af van de categorie van de werknemer?
Ja. De loonschaal van PC 326 telt 9 vakken; bedragen nagekeken op 17/10/2026. Laagste minimum uurloon: Klassen 14 en 13 — schijf HA, « gewaarborgde norm » (kolom 14-13 / HA1 van de FOD), € 15,5849 per uur; hoogste: Klassen 2 en 1 — schijf A, « gewaarborgde norm » (kolom 2-1 / A1 van de FOD), € 26,3687 per uur. mijnloonbrief.be past op de loonbrief het minimum toe van het vak dat u voor de werknemer kiest; zonder keuze wordt het eerste niveau van de loonschaal gecontroleerd: het laagste van de gewone vakken (volwassene, instapniveau); een lager voorwaardelijk vak (jongere, opleiding, afwijking) geldt enkel als u het kiest. Voorziet uw arbeidsovereenkomst of uw cao voor die categorie een hoger minimum, dan is dat hogere bedrag verschuldigd. Verschijnt er een nieuwe tekst of een indexering, dan wordt de loonschaal bijgewerkt en verandert de vermelde datum.
Welke tekst legt het barema van PC 326 vast?
Het barema dat mijnloonbrief.be toepast, komt uit Cao van 29 september 2003 betreffende de arbeids- en loonvoorwaarden van de gebaremiseerde werknemers in dienst getreden vanaf 01/01/2002, nr. 72104/CO/326 (KB van 01/09/2004, BS van 20/10/2004), verhoogd door de cao's « Sociale programmatie » nr. 157440/CO/326 (+1,1 % op 01/01/2019) en nr. 168872/CO/326 (+0,4 % op 01/01/2021); bedragen geconsolideerd door de databank « Minimumlonen » van de FOD Werk, subsector 3260020, Cao 72104: art. 4, § 1 (maandloon, bijlage 1), § 2 (uurloon = maandloon ÷ 165,3), § 4 (maandelijkse indexering op het viermaandelijks gemiddelde van de gezondheidsindex, daling met één maand immunisering); cao 168872: art. 3, § 1; rooster FOD 3260020, tabel 1, klasse 14-13 / HA1, anciënniteit 0 (neerlegging 72104), van kracht op 01/10/2026. Die tekst vormt de grondslag van het gecontroleerde minimum voor dit comité; de loonbrief vergelijkt het brutoloon van de werknemer met dat minimum, en de pagina geeft de cao en de neerlegging.
De informatie op deze pagina geldt voor elke werknemer, elk personeelslid, elke medewerker en elke bediende van PC 326.
Eerste werknemer onder PC 326? Stappen en echte kost
De werkgeverskost van een werknemer berekenen
De eerste loonbrief van elke maand is gratis, zonder bankkaart en zonder iets te installeren. De volgende kosten 5 euro excl. btw per stuk, zonder verplicht abonnement en zonder aansluitingskosten.