mijnloonbrief.be

PC 330 — PARITAIR COMITE VOOR DE GEZONDHEIDSINRICHTINGEN EN -DIENSTEN

Minimumloon dat wij toetsen

€ 2 186,73 per maand

PC 330 (gezondheidsinrichtingen en -diensten): gewaarborgd minimum maandloon van 2 186,73 €/maand voltijds op 01/01/2024 (cao van 22/01/2024, neerlegging 185732/CO/330, art. 17), ongeacht de categorie. De schalen per categorie (werklieden-, administratief, technisch/paramedisch en kaderpersoneel) publiceren hogere JAARLONEN vanaf anciënniteit 0 (vanaf 26 982,85 €/jaar, hier niet gedetailleerd). ⚠️ Deze cao geldt NIET voor instellingen met een specifieke cao — in de praktijk past het grootste deel van de sector vandaag het IFIC-loonmodel toe (functieclassificatie op basis van punten), ingevoerd via tientallen afzonderlijke cao's (168118, 168119, 168120, 175249, 180873, 187933, 189896…) die in deze golf niet zijn geopend: de werkelijke ondergrens van een IFIC-werknemer kan van dit bedrag afwijken, naargelang functie en anciënniteit. LET OP — DIT BEDRAG DATEERT VAN 2024 EN WERD HIER NIET GEÏNDEXEERD; DIT IS WAAROM, EN WAT U MOET NAGAAN. Art. 13 van dezelfde cao koppelt "de loonschalen" aan de spilindex 125,6 (basis 2013) en verhoogt ze met 2 pct. telkens de volgende spilindex bereikt wordt, op basis van het viermaandelijks gemiddelde van de gezondheidsindexcijfers. Sindsdien werden vier spilindexen bereikt: 128,11 in april 2024, 130,67 in januari 2025, 133,28 in december 2025 en 135,95 in juni 2026. Toegepast op het gewaarborgd minimumloon zouden zij € 2.366,93/maand geven. Deze controle past ze niet toe, om twee redenen: het bedrag van art. 17 is een gewaarborgd minimum en geen "loonschaal", en de cao zegt nergens vanaf welke dag een bereikte spilindex uitwerking heeft. Wij weigeren dus geen loon op grond van een cijfer dat de tekst niet geeft — maar betaalt u voltijds minder dan € 2.366,93/maand, laat uw schaal dan bevestigen door uw paritair comité. 🚨 EN DIT BEDRAG VAN 2024 LIGT AL ONDER HET INTERPROFESSIONEEL GGMMI GEMETEN OP 15/08/2026 (2 233,61 €): gebruik dit nooit alleen als weigeringsdrempel, neem het hoogste van beide met het geldende GGMMI.

Bron: CAO van 22 januari 2024 "Conditions de rémunération et de travail" (PC 330), neerlegging 185732/CO/330, registratie 01/02/2024 — een erratum van 20/01/2024 verbetert een waarde in de omzettingstabel in bijlage, zonder gevolg voor art. 17, art. 1 (statuten); art. 13 (indexering, spilindex); art. 17 (gewaarborgd minimumloon); art. 18 (inwerkingtreding 01/01/2024) (neerlegging 185732) — van kracht op 2024-01-01 de tekst lezen

Wat de loonbrief berekent

  • het minimumloon
  • de Dimona

Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen

  • het flexiloon
  • de eindejaarspremie
  • de uurpremies
  • de maaltijdcheques
  • de ecocheques
  • de verplaatsingskosten
  • het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
  • zondag en feestdagen
  • de sectorale bijdragen
  • de vermeldingen op de afrekening
  • de DmfA

Identiteit en indexering

  • Officiële benaming : PARITAIR COMITE VOOR DE GEZONDHEIDSINRICHTINGEN EN -DIENSTEN
  • Registercode : 3300000
  • Statuten : arbeiders en bedienden

Wat het arbeidsreglement moet vermelden

Dit paritair comité stelt geen wekelijkse arbeidsduur vast voor zijn hele toepassingsgebied. Neem de 38 uur van een model niet zomaar over: lees hieronder wat het comité wél schrijft.

Referteperiode : de referteperiode kan worden verlengd tot maximaal zes opeenvolgende maanden of 26 opeenvolgende weken; de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur moet op het einde van die periode gerespecteerd zijn

In uitvoering van artikel 2 van het koninklijk besluit van 14 april 1988 betreffende de arbeidsduur in de instellingen die geneeskundige, profylactische of hygiënische verzorging verlenen, kan de referteperiode worden verlengd tot een periode van maximaal zes opeenvolgende maanden of 26 opeenvolgende weken; in dat geval dient de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur op het einde van die periode gerespecteerd te zijn. Op het einde van de eerste drie opeenvolgende maanden of de eerste dertien opeenvolgende weken kan een contingent van maximum vijftig uren, gepresteerd boven de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur, worden overgedragen naar de volgende drie maanden of dertien weken. Het begrip zes opeenvolgende maanden of 26 opeenvolgende weken valt niet noodzakelijk samen met een kalendersemester, maar dient in dat geval identiek te zijn voor alle werknemers binnen de voorziening.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 13 septembre 2021 relative à l'organisation du travail et à la stabilité des horaires, art. 6 (hôpitaux hors catégoriels, centres de psychiatrie légale, centres de revalidation conventionnés INAMI, soins infirmiers à domicile, services du sang de la Croix-Rouge, centres médico-pédiatriques, maisons médicales) ; texte identique à l'art. 6 de la CCT du 10 janvier 2022 (dépôt 172903, A.R. du 07/11/2022, M.B. du 29/03/2023 — hôpitaux catégoriels, MRPA/MRS, MSP, IHP, centres de revalidation), de la CCT du 1er juin 2022 pour le secteur non marchand wallon (dépôt 176063, A.R. du 23/05/2023, M.B. du 20/06/2023) et de la CCT du 13 juin 2022 pour le secteur non marchand bruxellois (dépôt 176481, A.R. du 16/04/2023, M.B. du 25/05/2023) · dépôt 167707/CO/330 · A.R. publié au M.B. du 17/01/2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 21 août 2022 · gelezen op 2026-09-05

De uurroosters worden in drie stappen opgemaakt. Stap 1 — het geplande uurrooster, dat betrekking heeft op één maand, wordt opgemaakt op basis van een raadpleging van de werknemers en van de noden van de dienst; het respecteert de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur over een periode van ten hoogste drie opeenvolgende maanden of dertien opeenvolgende weken (artikel 2 van het koninklijk besluit van 14 april 1988) dan wel vier weken (artikel 3 van hetzelfde besluit). Stap 2 — het geplande uurrooster wordt, op papier of elektronisch, één maand vóór de aanvang van de maand waarop het betrekking heeft, geafficheerd; wijziging is enkel mogelijk met gemeenschappelijk akkoord van werkgever en werknemer, behalve wanneer geen akkoord kon worden gevonden nadat de werkgever de redelijkerwijs te verwachten inspanningen heeft geleverd en alle mogelijke oplossingen, waaronder het gebruik van de mobiele equipes, heeft uitgeput. Stap 3 — zeven kalenderdagen vóór de aanvang van de week is het uurrooster definitief voor de volledige week en kan het enkel nog in gemeenschappelijk akkoord tussen werknemer en werkgever worden gewijzigd. De werknemersvertegenwoordiging wordt maandelijks geïnformeerd over de wijzigingen per dienst die zonder gemeenschappelijk akkoord werden doorgevoerd.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 13 septembre 2021 relative à l'organisation du travail et à la stabilité des horaires, art. 4 (texte identique dans les CCT parallèles 172903, 176063 et 176481) · dépôt 167707/CO/330 · A.R. publié au M.B. du 17/01/2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 21 août 2022 · gelezen op 2026-09-05

In uitvoering van artikel 38ter, § 2, 4°, van de arbeidswet van 16 maart 1971 kan de periode van elf uur rust tussen twee opeenvolgende arbeidsprestaties worden teruggebracht tot minstens negen uur wanneer een avonddienst onmiddellijk wordt gevolgd door een ochtenddienst, hetzij op schriftelijk verzoek van de werknemer, hetzij met zijn akkoord om tegemoet te komen aan specifieke dienstbehoeften of in onvoorziene omstandigheden, zoals een arbeidsongeschiktheid van een medewerker die moet worden vervangen. Die vermindering kan geen uurregeling op vaste of weerkerende basis zijn en kan pas voorkomen vanaf stap 2 van de opmaak van de uurroosters.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 13 septembre 2021 relative à l'organisation du travail et à la stabilité des horaires, art. 9 (texte identique dans les CCT parallèles 172903, art. 9, et 176063 / 176481, art. 8) · dépôt 167707/CO/330 · A.R. publié au M.B. du 17/01/2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 21 août 2022 · gelezen op 2026-09-05

Voor de instellingen die onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap of van de Vlaamse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vallen, kan de minimale en aaneensluitende duur van drie uur van een werkperiode, vastgesteld bij artikel 21 van de arbeidswet van 16 maart 1971, worden teruggebracht tot twee uur in uitzonderlijke situaties waarbij geen aansluiting van die arbeidsprestaties met de gangbare dienstroosters mogelijk is. Die verkorte duur kan geen uurregeling op vaste of weerkerende basis zijn, kan geen aanleiding geven tot onderbroken dienstroosters, kan niet worden aangewend tussen 22 uur en 7 uur, noch voor de vervanging van zieke werknemers of als oproepbaarheid. Per kalenderjaar kan een werknemer maximaal zes zulke arbeidsprestaties verrichten. Overschrijdt de werkelijke arbeidsprestatie twee uur, dan is de werkelijk gepresteerde arbeidstijd van toepassing. De verplaatsingen voor die prestaties worden vergoed als verplaatsingen om dienstredenen. Na elk semester informeert de werkgever de ondernemingsraad of, bij ontstentenis, het comité voor preventie en bescherming op het werk of, bij ontstentenis, de syndicale afvaardiging geanonimiseerd over het aantal en de aard van die prestaties.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 12 novembre 2018 relative à la durée minimale et continue de chaque période de travail, art. 3 à 8 (en vigueur le 01/07/2018, durée indéterminée) · dépôt 149440/CO/330 · A.R. publié au M.B. du 09/05/2019, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 22 avril 2019 · gelezen op 2026-09-05

Aan het personeel dat op zaterdag, zondag en feestdag, 's nachts of in onderbroken dienst moet werken, wordt een toeslag van 20 pct. op het werkelijke loon toegekend pro rata de duur van de effectief verrichte onregelmatige arbeidsprestaties. Een onderbroken dienst is een dienst bij dag die minstens vier achtereenvolgende uren wordt onderbroken; de toeslag geldt voor de prestaties verricht zowel vóór als na de onderbreking.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 22 janvier 2024 relative aux conditions de rémunération et de travail, art. 15 (en vigueur le 01/01/2024, durée indéterminée ; s'applique à l'ensemble de la commission, à l'exception des établissements et services pour lesquels une CCT spécifique a été conclue) · dépôt 185732/CO/330 · A.R. publié au M.B. du 29/10/2024, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 26 septembre 2024 · gelezen op 2026-09-05

Het geïndexeerde maandloon is gelijk aan het door twaalf gedeelde geïndexeerde jaarloon, met twee decimalen. Het geïndexeerde uurloon is gelijk aan het door 1 976 gedeelde jaarloon (in het stelsel van de 38-urenweek), met vier decimalen. De afronding gebeurt door het cijfer na de af te ronden decimaal te verwaarlozen als het lager is dan vijf, en door de af te ronden decimaal naar de hogere eenheid te brengen als dat cijfer gelijk is aan of hoger is dan vijf.
Rubriek 2° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 22 janvier 2024 relative aux conditions de rémunération et de travail, art. 13, § 2 · dépôt 185732/CO/330 · A.R. publié au M.B. du 29/10/2024, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 26 septembre 2024 · gelezen op 2026-09-05

Onverminderd de algemene reglementering inzake jaarlijkse vakantie heeft elke werknemer jaarlijks, op zijn vraag, recht op een minimumperiode van drie opeenvolgende weken vakantie; voor medewerkers die weekendprestaties leveren, omvat die periode drie opeenvolgende vrije weekends. Voor de werknemers die in een beurtrolsysteem van één weekend op twee zijn tewerkgesteld, houdt dit noch een recht in op vijf opeenvolgende vrije weekends, noch de verplichting om op jaarbasis meer dan 25 weekends te presteren. Die toekenning kan worden beperkt wegens ernstige dienstnoodwendigheden, te verstaan als het verzekeren van de onontbeerlijke personeelsomkadering voor het functioneren van de dienst, nadat de beschikbare ondersteuningsmiddelen tijdens de betrokken vakantieperiode reeds werden ingezet.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 14 décembre 2020 relative aux vacances annuelles, art. 3 (durée indéterminée ; règle reprise dans les CCT parallèles du 10 mai 2021 — dépôt 166002, A.R. du 19/09/2021, M.B. du 08/10/2021 —, du 1er juin 2022 pour le secteur non marchand wallon — dépôt 174724, A.R. du 18/04/2023, M.B. du 26/05/2023 — et du 13 juin 2022 pour le secteur non marchand bruxellois — dépôt 174727, A.R. du 16/04/2023, M.B. du 23/05/2023) · dépôt 163283/CO/330 · A.R. publié au M.B. du 13/08/2021, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 1er juillet 2021 · gelezen op 2026-09-05

Het arbeidsreglement bepaalt de procedure die de termijnen en de vorm vastlegt van de indiening van de vakantieaanvragen en van het antwoord van de werkgever, de voorrangscriteria en de bakens voor het opstellen van de individuele en collectieve verlofplanning. Om de continuïteit van de dienstverlening te verzekeren, wordt de verlofplanning tijdig opgesteld, in een geest van billijkheid tussen alle werknemers.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 1er juin 2022 relative aux vacances annuelles pour le secteur non marchand wallon, art. 4, § 2 (durée indéterminée) ; renvoi équivalent au règlement de travail, à défaut d'accord au sein des organes de concertation, à l'art. 4 de la CCT du 10 mai 2021 (dépôt 166002, A.R. du 19/09/2021, M.B. du 08/10/2021) · dépôt 174724/CO/330 · A.R. publié au M.B. du 26/05/2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 18 avril 2023 · gelezen op 2026-09-05

Alle 177 paritaire comités

Een loonbrief maken voor PC 330