mijnloonbrief.be

PC 331 — PARITAIR COMITE VOOR DE VLAAMSE WELZIJNS- EN GEZONDHEIDSSECTOR

Minimumloon dat wij toetsen

€ 9,6214 per uur

PC 331 (Vlaamse welzijns- en gezondheidssector): categorie 1, 0 jaar dienst — 9,6214 EUR/u op 01/07/2026, stelsel van 38 u. Bedrag gepubliceerd door de databank van de FOD Werk voor de deelsector 3310099 (instellingen zonder specifieke cao), de enige van de vijf deelsectoren met een rooster in euro; de centra voor geestelijke gezondheidszorg (3310002) vallen onder IFIC-schalen en de IFIC-barema's (3310004) zijn vandaag niet gepubliceerd. Elk dienstjaar en elke hogere categorie geven recht op meer, tot 14,7627 EUR/u. Het gewaarborgd minimuminkomen van de cao nr. 43 blijft daarbovenop verschuldigd.

Bron: Databank "Minimumlonen" van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, subsector 3310099 van het paritair comité 3310000 (administratieve primaire bron), sectie 1.1 « Salaire horaire 38h/semaine », categorie 1, 0 dienstjaar — van kracht op 2026-07-01 de tekst lezen

Wat de loonbrief berekent

  • het minimumloon
  • de Dimona

Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen

  • de eindejaarspremie
  • de uurpremies
  • de verplaatsingskosten
  • zondag en feestdagen
  • de sectorale bijdragen

Identiteit en indexering

  • Officiële benaming : PARITAIR COMITE VOOR DE VLAAMSE WELZIJNS- EN GEZONDHEIDSSECTOR
  • Registercode : 3310000
  • Statuten : arbeiders en bedienden

Wat het arbeidsreglement moet vermelden

Geen enkele arbeidsduur geldt voor het hele paritair comité: hij verschilt per activiteit. Elke arbeidsduur hieronder geldt voor het toepassingsgebied dat erbij vermeld staat.

voltijdse kinderbegeleiders in de gezinsopvang-werknemers, en de werkgevers die hen tewerkstellen: 50 uur
CCT du 1er décembre 2025 relative au statut de travailleur salarié de l'accompagnateur d'enfants en accueil familial, art. 7 — « L'accompagnateur d'enfants en accueil familial occupé à temps plein travaille en principe 50 heures par semaine, réparties sur 5 jours » · dépôt 197201/CO/331 · A.R. publié au M.B. du 15 juin 2026, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 25 mai 2026 · gelezen op 2026-09-06

De tewerkstellingsbreuk wordt bepaald door de arbeidstijd : deeltijds werken kan enkel door minder dagen te werken. De voltijdse kinderbegeleider in de gezinsopvang werkt in principe 50 uren per week, verspreid over 5 dagen. Elke kinderbegeleider in de gezinsopvang-werknemer, voltijds en deeltijds, vangt gemiddeld 4 kinderen per dag op op kwartaalbasis, waarbij die ratio blijft gelden als kwaliteitscriterium. Een effectieve inhaalrust moet in overleg gepland worden zodra de 55 uren per week gemiddeld op kwartaalbasis overschreden worden ; de inhaalrust gebeurt in volledige dagen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 1er décembre 2025 relative au statut de travailleur salarié de l'accompagnateur d'enfants en accueil familial, art. 7 · dépôt 197201/CO/331 · A.R. publié au M.B. du 15 juin 2026, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 25 mai 2026 · gelezen op 2026-09-06

In toepassing van artikel 182, 2°, derde alinea, van de programmawet van 22 december 1989 mag in de instellingen die onder het paritair comité ressorteren de wekelijkse arbeidsduur van deeltijds tewerkgestelde werknemers lager liggen dan één derde van de wekelijkse arbeidsduur van de voltijds tewerkgestelde werknemers die tot dezelfde categorie behoren, op voorwaarde ofwel dat deze werknemers reeds vóór 31 december 2008 een deeltijdse tewerkstelling hadden die lager lag dan één derde, ofwel dat dit noodzakelijk is opdat, zonder herverdeling van de globale tewerkstellingstijd van de in dienst zijnde werknemers die eenzelfde functie vervullen, deze niet groter zou zijn dan die welke vereist is door de reglementering betreffende de erkenning of de financiering van de instelling.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 5 octobre 2009 relative au travail à temps partiel et à la durée minimale des prestations de travail, art. 2 · dépôt 96084/CO/331 · A.R. publié au M.B. du 17 août 2010, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 13 juin 2010 · gelezen op 2026-09-06

In toepassing van artikel 189 van de programmawet van 22 december 1989 mag in de instellingen die onder het paritair comité ressorteren de duur van elke werkperiode korter zijn dan drie uren, op voorwaarde ofwel dat door de betrokken werknemers reeds vóór 31 december 2008 een werkperiode korter dan drie uren gepresteerd werd, ofwel dat dit verantwoord is wegens de financiering van een werkperiode korter dan drie uren die overeenstemt met de beperkte omvang van het werk en dat deze prestaties, opgenomen in het arbeidsreglement, in het uurrooster voorzien zijn.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 5 octobre 2009 relative au travail à temps partiel et à la durée minimale des prestations de travail, art. 3 · dépôt 96084/CO/331 · A.R. publié au M.B. du 17 août 2010, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 13 juin 2010 · gelezen op 2026-09-06

Zonder afbreuk te doen aan de algemene reglementering inzake de jaarlijkse vakantie heeft elke werknemer die hiervoor een aanvraag doet recht op de toekenning van een aaneensluitende vakantieperiode van minstens drie opeenvolgende weken tijdens het kalenderjaar, inclusief drie weekends verbonden aan deze periode. Deze toekenning kan uitzonderlijk beperkt worden wegens organisatorische noodwendigheden, waaronder wordt verstaan het verzekeren van de onontbeerlijke personeelsomkadering voor het functioneren van de dienst, nadat alle beschikbare ondersteunings- of vervangingsmogelijkheden zijn ingezet. Omwille van de continuïteit van de dienstverlening dient de verlofplanning tijdig te worden opgemaakt ; hiertoe worden in de ondernemingsraad, het comité voor preventie en bescherming op het werk en de syndicale afvaardiging samen met de werkgever, of bij ontstentenis in het arbeidsreglement, afspraken gemaakt.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 19 avril 2021 relative au régime des vacances annuelles, art. 3 et 4, conclue en exécution du Vlaams Intersectoraal Akkoord « VIA6 » du 30 mars 2021 · dépôt 165177/CO/331 · A.R. publié au M.B. du 24 mars 2022, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 21 novembre 2021 · gelezen op 2026-09-06

Aan de voltijdse kinderbegeleider in de gezinsopvang-werknemer worden jaarlijks 10 bijkomende verlofdagen toegekend ; voor de deeltijdse werknemers wordt dat aantal pro rata de tewerkstellingsbreuk toegekend. Voor de nieuwe onthaalouders die in de loop van het kalenderjaar in het statuut stappen, worden de verlofdagen pro rata toegekend op basis van de effectief gepresteerde maanden, waarbij de periode van gewaarborgd loon met gepresteerde maanden wordt gelijkgesteld. Deze bijkomende verlofdagen moeten worden opgenomen in het kalenderjaar zelf en kunnen niet worden overgedragen naar het volgende kalenderjaar ; op ondernemingsniveau kunnen verdere opnamemodaliteiten worden afgesproken.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 1er décembre 2025 relative au statut de travailleur salarié de l'accompagnateur d'enfants en accueil familial, art. 8 · dépôt 197201/CO/331 · A.R. publié au M.B. du 15 juin 2026, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 25 mai 2026 · gelezen op 2026-09-06

Alle 177 paritaire comités

Een loonbrief maken voor PC 331