mijnloonbrief.be

PC 332 — PARITAIR COMITE VOOR DE FRANSTALIGE EN DUITSTALIGE WELZIJNS- EN GEZONDHEIDSSECTOR

Minimumloon dat wij toetsen

€ 1 475,63 per maand

PC 332 (Franstalige en Duitstalige welzijns- en gezondheidssector): 1.475,63 EUR/maand op 01/07/2026, categorie 1 van de handarbeiders, jonger dan 18 jaar, stelsel van 38 u — het laagste vakje van subsector 3320099 (« instellingen waarvoor geen specifieke cao werd gesloten »), de residuaire en laagste van de vijf subsectoren. Vanaf 18 jaar en zonder anciënniteit bedraagt dezelfde categorie 1.553,24 EUR/maand. De vier andere subsectoren liggen hoger: 13,5679 EUR/u (Franse Gemeenschap), 14,4268 EUR/u (Waals Gewest), 13,8275 EUR/u (COCOF), 2.396,34 EUR/maand (Duitstalige Gemeenschap, waarvan het rooster bij de geschoolde arbeider begint). Bepaal uw subsector: de hogere categorieën en de anciënniteit geven recht op meer. Dit sectorale barema ligt onder het gewaarborgd minimuminkomen van de cao nr. 43, dat daarbovenop verschuldigd blijft.

Bron: Databank "Minimumlonen" van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, subsector 3320099 van PC 332 (administratieve primaire bron), die de sectorale CAO's van het paritair comité consolideert, sectie 1.1.1 « Barèmes de rémunération mensuelle minima », werknemers die doorgaans handenarbeid verrichten, categorie 1, rij « -18a » (regime 38 u) (neerlegging 175620) — van kracht op 2026-07-01 de tekst lezen

Wat de loonbrief berekent

  • het minimumloon
  • de Dimona

Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen

  • de eindejaarspremie
  • de uurpremies
  • de ecocheques
  • de verplaatsingskosten
  • het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
  • zondag en feestdagen
  • de sectorale bijdragen
  • de vermeldingen op de afrekening

Identiteit en indexering

  • Officiële benaming : PARITAIR COMITE VOOR DE FRANSTALIGE EN DUITSTALIGE WELZIJNS- EN GEZONDHEIDSSECTOR
  • Registercode : 3320000
  • Statuten : arbeiders en bedienden

Wat het arbeidsreglement moet vermelden

Dit paritair comité stelt geen wekelijkse arbeidsduur vast voor zijn hele toepassingsgebied. Neem de 38 uur van een model niet zomaar over: lees hieronder wat het comité wél schrijft.

Referteperiode : maximaal drie opeenvolgende maanden of maximaal dertien opeenvolgende weken wanneer de wekelijkse arbeidsduur variabel is ; in afwijking daarvan tot maximaal één jaar voor de uren arbeidstijdvermindering die worden uitgevoerd in de vorm van betaalde compensatiedagen

Voor de werknemers die tewerkgesteld zijn in het kader van een vast uurrooster blijft zowel de wekelijkse als de dagelijkse arbeidsduur constant en wordt deze vastgesteld in de arbeidsovereenkomst. Voor de werknemers die tewerkgesteld zijn in het kader van een variabel uurrooster kan de wekelijkse en/of dagelijkse arbeidsduur van week tot week en/of van dag tot dag variëren ; wanneer de wekelijkse arbeidsduur variabel is, moet de gemiddelde wekelijkse duur die over de referteperiode moet worden nageleefd in de arbeidsovereenkomst worden vermeld. In geval van variabel uurrooster moet elke werknemer vooraf door de werkgever op de hoogte worden gebracht van zijn arbeidstijdregeling door middel van een schriftelijk en gedateerd bericht dat de individuele arbeidstijdregeling voor een kalendermaand bepaalt ; dat bericht moet ten minste 20 kalenderdagen vóór het begin van de maand waarop het uurrooster betrekking heeft, elektronisch of op papier ter kennis worden gebracht. In geval van prestaties van overuren die recht geven op uren inhaalrust, wordt de inhaalrust in onderling overleg tussen de werknemer en de werkgever vastgesteld, en moet het aantal effectief gepresteerde overuren in de loop van de periode die door de betalingsfiche gedekt is, op die fiche worden vermeld.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 22 septembre 2023 relative à l'organisation du travail et à la stabilité des horaires, adoptée en exécution de l'accord-cadre 2021-2024 du 23 décembre 2021 pour le secteur non marchand bruxellois, art. 3 · dépôt 183403/CO/332 · A.R. publié au M.B. du 21 mai 2024, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 3 mai 2024 · gelezen op 2026-09-06

Voor de werknemers die gewoonlijk 's avonds en/of 's nachts, tussen 18 uur 's avonds en 6 uur 's morgens, onregelmatige prestaties moeten verrichten, omvat de arbeidstijdregeling minimaal één dag per week, tussen maandag en vrijdag, waarvoor in geen enkele avond- of nachtprestatie mag worden voorzien. Deze dag is vast en wordt op jaarbasis vastgelegd na gemeenschappelijk akkoord tussen de werkgever en de werknemer ; als het dringend noodzakelijk is, is een wijziging mogelijk met onderling akkoord van beide partijen. Onder werknemers die gewoonlijk 's avonds of 's nachts onregelmatige prestaties moeten verrichten, worden de werknemers verstaan die in de loop van het vorige trimester gemiddeld ten minste 3 dagen per week tussen 18 uur en 6 uur tewerkgesteld zijn geweest.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 22 septembre 2023 relative à l'organisation du travail et à la stabilité des horaires, art. 4 et son commentaire · dépôt 183403/CO/332 · A.R. publié au M.B. du 21 mai 2024, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 3 mai 2024 · gelezen op 2026-09-06

Wanneer de wekelijkse arbeidsduur variabel is, wordt zij gemiddeld over een referteperiode vastgesteld : de wekelijkse arbeidsduur kan dus van de ene week tot de andere variëren, voor zover op het einde van de referteperiode het gemiddelde wordt nageleefd. De referteperiode is maximaal drie opeenvolgende maanden of maximaal dertien opeenvolgende weken. In afwijking daarvan kan voor de uren arbeidstijdvermindering die worden toegekend krachtens de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 februari 2001 (nr. 57815) en die worden uitgevoerd in de vorm van betaalde compensatiedagen, de referteperiode worden verlengd tot maximaal één jaar.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 22 septembre 2023 relative à l'organisation du travail et à la stabilité des horaires, art. 5 · dépôt 183403/CO/332 · A.R. publié au M.B. du 21 mai 2024, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 3 mai 2024 · gelezen op 2026-09-06

Indien de instelling variabele uurroosters, onregelmatige prestaties, aanvullende uren of overuren kent, zet de werkgever de bepalingen van hoofdstuk III van de sectorale overeenkomst uiterlijk op 1 januari 2025 om in zijn arbeidsreglement, met naleving van de bepalingen inzake opstelling of wijziging van het arbeidsreglement in de artikelen 11 en 12 van de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen. De afspraken die op ondernemingsniveau al bestonden blijven van toepassing voor zover ze gunstiger zijn voor de werknemers, en ook die gunstigere lokale regeling wordt binnen dezelfde termijn en in dezelfde vormen omgezet in het arbeidsreglement. Binnen het lokale sociaal overleg wordt jaarlijks in een evaluatie van de opmaak van de uurroosters voorzien.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 22 septembre 2023 relative à l'organisation du travail et à la stabilité des horaires, art. 6 et 7 · dépôt 183403/CO/332 · A.R. publié au M.B. du 21 mai 2024, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 3 mai 2024 · gelezen op 2026-09-06

Voor de werkgevers en de werknemers die afhangen van het Waalse Gewest wordt sinds 1 januari 2009 een overloon toegekend : 26 % per gewerkt uur op zaterdag tussen 6 uur en 20 uur ; 35 % per gewerkt uur 's nachts tussen 20 uur en 6 uur, behalve op zon- en feestdagen ; 56 % per gewerkt uur op zon- en feestdagen tussen 0 uur en 24 uur. De overlonen die voordien werden uitgekeerd door of op grond van in de ondernemingen gesloten collectieve arbeidsovereenkomsten, het arbeidsreglement of het gebruik, kunnen hiermee niet gecumuleerd worden ; indien zij hoger zijn, is dat gunstiger stelsel van toepassing.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 7 décembre 2007 concernant les sursalaires pour prestations irrégulières prestées par le personnel du secteur francophone et germanophone de l'aide sociale et des soins de santé dépendant de la Région wallonne, art. 3 et 4 · dépôt 86812/CO/332 · A.R. publié au M.B. du 19 novembre 2008, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 9 septembre 2008 · gelezen op 2026-09-06

Voor de instellingen die erkend en/of gesubsidieerd zijn door de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest : zonder afbreuk te doen aan de algemene reglementering betreffende de jaarlijkse vakantie heeft iedere werknemer die hiertoe een aanvraag doet, recht op een periode van drie opeenvolgende weken vakantie ; voor de werknemers die weekendprestaties verrichten, omvat deze periode drie opeenvolgende vrije weekends. Die toekenning kan beperkt worden wegens ernstige dienstnoodwendigheden, namelijk de noodzaak om een beroep te doen op de werknemer om de onontbeerlijke personeelsomkadering voor het functioneren van de dienst te verzekeren en het welzijn van de begunstigden te waarborgen, in het bijzonder in de kleinere structuren, ondanks het beroep op de beschikbare steun of vervangingen. Op verzoek van de werknemer motiveert de werkgever zijn eventuele weigering en stelt hij alternatieven voor. Het arbeidsreglement bepaalt de nadere regels voor toekenning van de individuele en collectieve vakantie ; de wensen moeten aan de werkgever worden bekendgemaakt met naleving van de procedure die paritair is vastgesteld in de instelling.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 24 février 2023 relative à l'octroi des vacances annuelles, adoptée en exécution du protocole d'accord 2021-2024 du 23 décembre 2021 pour le secteur non marchand bruxellois, art. 2, 3 et 4 · dépôt 178881/CO/332 · A.R. publié au M.B. du 10 août 2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 21 juillet 2023 · gelezen op 2026-09-06

Alle 177 paritaire comités

Een loonbrief maken voor PC 332