PC 333 — PARITAIR COMITE VOOR TOERISTISCHE ATTRACTIES
Minimumloon dat wij toetsen
€ 12,63 per uur · € 2 079,21 per maand
PC 333: klasse 1 (de laagste van de vier), laagste lijn van de sectorale loonschaal, € 1.422,04/maand oftewel € 8,64/u vanaf 01/07/2011 (CAO 104966/CO/333, art. 4 §1 en tabel). De klassen 2 tot 4 (tot € 1.710,00/maand in klasse 4) en de anciënniteit (tot 29 jaar) geven recht op meer. Geen recentere schaal werd teruggevonden in het register: een CAO over de koppeling aan de index bestaat (94393/CO/333, 2009) maar werd niet geopend — dit bedrag uit 2011 kan ruim overschreden worden door de werkelijk geldende bodem in 2026. Op 01/01/2026 publiceert het officiële rooster van de FOD Werk 12,63 EUR/u voor de klassen 1 tot 4, in een stelsel van 38 u (indexering van 2,21 % in 1/2026).
Bron: CAO 104966/CO/333 van 30/06/2011 (functieclassificatie en minimumbarema's), art. 4 §1 en tabel (neerlegging 104966) — van kracht op 2026-01-01 de tekst lezen
Wat de loonbrief berekent
- het minimumloon
- de maaltijdcheques
- de Dimona
Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen
- het flexiloon
- de eindejaarspremie
- de uurpremies
- de verplaatsingskosten
- het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
- zondag en feestdagen
- de sectorale bijdragen
- de vermeldingen op de afrekening
- de DmfA
Identiteit en indexering
- Officiële benaming : PARITAIR COMITE VOOR TOERISTISCHE ATTRACTIES
- Registercode : 3330000
- Statuten : arbeiders en bedienden
Wat het arbeidsreglement moet vermelden
Wekelijkse arbeidsduur: 38 uur
Referteperiode : één jaar, in principe het burgerlijk jaar, tenzij op ondernemingsvlak een andere periode van 12 maanden wordt bepaald
De arbeidsduur bedraagt gemiddeld 38 uur per week op jaarbasis. In toepassing van artikel 26bis van de arbeidswet van 16 maart 1971 wordt de referteperiode verlengd tot één jaar. In principe is die periode van één jaar een burgerlijk jaar, tenzij op ondernemingsvlak een andere periode van 12 maanden wordt bepaald.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 15 juin 2009 relative à la durée du travail et aux régimes de travail, chapitre III, art. 3 (effets au 1er janvier 2009, durée indéterminée) · dépôt 94391/CO/333 · A.R. publié au M.B. du 30 juin 2010, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 17 mars 2010 · gelezen op 2026-09-05
In uitvoering van artikel 2, 3°, en artikel 3 van de wet van 17 maart 1987 en van collectieve arbeidsovereenkomst nr. 42 gesloten in de Nationale Arbeidsraad, bedraagt de dagelijkse grens van de arbeidsduur maximum 11 uur en de wekelijkse grens maximum 50 uur.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 15 juin 2009 relative à la durée du travail et aux régimes de travail, chapitre IV, art. 4 · dépôt 94391/CO/333 · A.R. publié au M.B. du 30 juin 2010, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 17 mars 2010 · gelezen op 2026-09-05
Het werk op zon- en feestdagen wordt beschouwd als een normale werkdag, overeenkomstig de wet van 17 maart 1987 en collectieve arbeidsovereenkomst nr. 42 gesloten in de Nationale Arbeidsraad, die arbeidsprestaties op zon- en feestdagen toelaten in afwijking van de bepalingen van de wet van 16 maart 1971 en van de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen. Er wordt gebruik gemaakt van de afwijkingen voorzien in artikel 2, 1° en 5°, van de wet van 17 maart 1987.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 15 juin 2009 relative à la durée du travail et aux régimes de travail, chapitre V, art. 5 · dépôt 94391/CO/333 · A.R. publié au M.B. du 30 juin 2010, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 17 mars 2010 · gelezen op 2026-09-05
In afwijking van artikel 21 van de arbeidswet van 16 maart 1971, dat bepaalt dat de duur van elke werkperiode niet korter mag zijn dan drie uren, kan die duur worden herleid tot 2 uur per dag tijdens de periodes waarin de attractie niet voor het publiek open is, en dit voor het voederen en verzorgen van dieren en voor punctuele technische interventies.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 15 juin 2009 relative à la durée du travail et aux régimes de travail, chapitre « Durée minimale d'une période de travail », art. 6 · dépôt 94391/CO/333 · A.R. publié au M.B. du 30 juin 2010, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 17 mars 2010 · gelezen op 2026-09-05
Met toepassing van artikel 21 van de arbeidswet van 16 maart 1971 kunnen naar aanleiding van het onthaal van klanten de arbeidsprestaties tot 2 uur per dag worden verminderd voor de volgende functies: klasse 1 — basismedewerker toegangscontrole (parkingbewaker), basismedewerker algemeen onderhoud (onderhoud en tuinonderhoud), basisoperator-attractiebedienaar (bediende bij de toeristische dienst, onthaalmedewerker, winkelbediende en gids); klasse 2 — medewerker onthaal verkooppunt (medewerker bij de toeristische dienst en meertalige onthaalmedewerker), medewerker toerismebegeleider (meertalige gids en monitor). Dit stelsel van verminderde prestaties is van toepassing op werknemers met wie een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde of bepaalde duur van minstens 4 maanden, met een arbeidsregeling van minstens 19 uur per week, werd afgesloten.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 17 février 2026 relative à la réduction des prestations de travail, art. 2 (en vigueur le 1er mars 2026, durée indéterminée) · dépôt 198208/CO/333 · A.R. publié au M.B. du 4 août 2026, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 15 juillet 2026 · gelezen op 2026-09-05
Met inachtneming van het algemene wettelijke kader dat van toepassing is op de arbeidstijd en de wekelijkse rusttijd, is het aantal opeenvolgende dagen dat een werknemer gedurende een periode van twee kalenderweken mag werken, beperkt tot 7 dagen. Na deze periode van 7 ononderbroken werkdagen wordt een verplichte rustdag toegekend. Deze limiet kan echter worden overschreden op verzoek van de werknemer of de werkgever, in uitzonderlijke omstandigheden die verband houden met externe factoren waarop de attractie geen invloed heeft (bijvoorbeeld weersomstandigheden of reserveringen); de werknemer blijft vrij om dit te aanvaarden of te weigeren.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 10 mars 2026 relative à la durée du travail et aux régimes de travail, art. 3, insérant un art. 8 dans la CCT du 15 juin 2009 (94391/CO/333) — en vigueur le 1er mars 2026, durée indéterminée · dépôt 199095/CO/333 · avis de dépôt au M.B. du 23 avril 2026 · sans A.R. à ce jour : opposable à tous les employeurs de la commission depuis le 8 mai 2026 par l'art. 26 de la loi du 5 décembre 1968 · gelezen op 2026-09-05
De werkroosters worden meegedeeld: voor de werkdagen, uiterlijk 4 dagen voor het begin van de werkmaand; voor de werkuren, 4 dagen voor de werkdag, met de mogelijkheid om de termijn te verkorten tot 3 dagen in geval van uitzonderlijke omstandigheden die verband houden met externe factoren buiten de wil van de attractie (bijvoorbeeld weersomstandigheden of reserveringen).
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 17 février 2026 relative à la communication des horaires de travail, art. 2 (en vigueur le 1er mars 2026, durée déterminée jusqu'au 31 décembre 2027) · dépôt 198207/CO/333 · A.R. publié au M.B. du 4 août 2026, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 15 juillet 2026 · gelezen op 2026-09-05
Het intern overurenplafond wordt op 180 uur gebracht. Het aantal overuren waarvoor de werknemer kan afzien van inhaalrust wordt vastgelegd op 143 uur op het einde van de referentieperiode van één jaar.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 9 décembre 2021 relative à l'organisation du travail, art. 2 et 3 (d'application pour une durée indéterminée à partir du 1er janvier 2022) · dépôt 171573/CO/333 · A.R. publié au M.B. du 23 mars 2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 7 octobre 2022 · gelezen op 2026-09-05
Voor ondernemingen die na 1 januari 2009 worden opgericht, is het sectoraal arbeidsregime van toepassing mits de volgende voorwaarden zijn vervuld: indien de onderneming 50 of meer werknemers in dienst heeft, berekend overeenkomstig de wetgeving op de sociale verkiezingen, wordt het sectoraal arbeidsregime opgenomen in een collectieve arbeidsovereenkomst; indien de onderneming minder dan 50 werknemers in dienst heeft, wordt het sectoraal arbeidsregime opgenomen in het arbeidsreglement en wordt een kopie daarvan overgemaakt aan de voorzitter van het paritair comité, die de onderneming een ontvangstbewijs bezorgt.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 15 juin 2009 relative à la durée du travail et aux régimes de travail, chapitre II, art. 2, § 3 · dépôt 94391/CO/333 · A.R. publié au M.B. du 30 juin 2010, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 17 mars 2010 · gelezen op 2026-09-05
Er wordt anciënniteitsverlof ingevoerd: in ondernemingen met minstens 30 werknemers in voltijdse equivalenten krijgen de werknemers bij elke vijfde verjaardag van de arbeidsovereenkomst in de onderneming elk jaar een bijkomende extralegale verlofdag; in ondernemingen met minder dan 30 werknemers in voltijdse equivalenten wordt die dag elk jaar toegekend aan werknemers met een anciënniteit van ten minste 10 jaar, bij elke vijfde verjaardag van de arbeidsovereenkomst in de onderneming. De drempel van 30 voltijdse equivalenten wordt berekend op basis van het aantal voltijdse equivalenten dat bij de RSZ in PC 333 is aangegeven voor het jaar n-1 of, bij gebrek daaraan, n-2. Voor deeltijdse werknemers wordt dit verlof berekend naar rato van hun prestaties ten opzichte van de normale arbeidstijd van de voltijdse werknemers in het bedrijf. Het is beperkt tot 6 dagen per werknemer per jaar, ongeacht zijn anciënniteit, is niet cumuleerbaar met soortgelijke voordelen op basis van anciënniteit of leeftijd die al eerder binnen het bedrijf bestonden, en de vergoeding ervan wordt berekend volgens de wetgeving inzake wettelijke feestdagen.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 10 mars 2026 relative à l'introduction d'un congé d'ancienneté, art. 2 à 6 (en vigueur le 1er janvier 2026, durée indéterminée) · dépôt 199093/CO/333 · avis de dépôt au M.B. du 23 avril 2026 · sans A.R. à ce jour : opposable à tous les employeurs de la commission depuis le 8 mai 2026 par l'art. 26 de la loi du 5 décembre 1968 · gelezen op 2026-09-05
In het kader van de interprofessionele doelstelling inzake opleiding zoals voorzien door de wet van 3 oktober 2022 houdende diverse arbeidsbepalingen bedraagt het aantal opleidingsdagen voor een voltijds werknemer 2 dagen per jaar in de ondernemingen met minder dan 10 werknemers uitgedrukt in voltijdse equivalenten, 3 dagen per jaar in die met minstens 10 en minder dan 20 werknemers, en 5 dagen per jaar vanaf 1 januari 2026 in die met meer dan 20 werknemers. Voor deeltijdse werknemers of werknemers die niet gedurende het ganse kalenderjaar door een arbeidsovereenkomst zijn tewerkgesteld, wordt het opleidingsrecht vastgesteld overeenkomstig artikel 50, § 3, van dezelfde wet. De vormingen dienen kwalificerend te zijn; opleidingen op het gebied van veiligheid, ongevallenpreventie, digitale overgang en klantenbeheer krijgen voorrang, en de opleidingen zullen in het bijzonder op knelpuntberoepen in de sector gericht zijn.
Rubriek 18° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 17 février 2026 relative à la formation, art. 2 et 3 (en vigueur le 1er janvier 2026, cesse d'être en vigueur le 31 décembre 2027) · dépôt 198205/CO/333 · avis de dépôt au M.B. du 16 mars 2026 · sans A.R. à ce jour : opposable à tous les employeurs de la commission depuis le 31 mars 2026 par l'art. 26 de la loi du 5 décembre 1968 · gelezen op 2026-09-05