PC 336 — PARITAIR COMITE VOOR DE VRIJE BEROEPEN
Minimumloon dat wij toetsen
€ 2 254,30 per maand
PC 336: uniek sectoraal minimum maandloon, 2 210,10 €/maand bruto voltijds op 01/04/2026 (geen schaal per categorie). Twee varianten NIET hier gecodeerd, bij gebrek aan een geschikt veld: de vrije beroepsbeoefenaar die het beroep als werknemer BINNENKOMT heeft een instapminimum van 103 % van dit bedrag (≈ 2 276,40 €, hoger, geen ondergrens); de student of de leerling in alternerende opleiding heeft een minimum van 95 % (≈ 2 099,60 €/maand — maandelijks, niet per uur, dus niet geschikt voor het veld `etudiantHoraire`). Geïndexeerd op de afgevlakte gezondheidsindex (wet van 2 augustus 1971); dit bedrag vervangt dat van de cao van 15/12/2025 (197223/CO/336), teken van een frequente herziening — vaker te controleren dan de andere PC's. Op 01/09/2026 bedraagt die ondergrens 2.254,30 EUR/maand (basisloon van 01/04/2026 × 1,02, officieel rooster van de FOD Werk).
Bron: CAO van 18 juni 2026 "concernant un salaire mensuel minimum sectoriel" (PC 336), neerlegging 200429, geregistreerd op 29/06/2026, uitwerking op 01/04/2026; vervangt de CAO van 15 december 2025 (neerlegging 197223), art. 3 § 1 (bedrag), art. 4 (indexering, afgevlakte gezondheidsindex), art. 5 (instaploon 103 %), art. 6 (studenten/alternerend leren 95 %) (neerlegging 200429) — van kracht op 2026-09-01 de tekst lezen
Wat de loonbrief berekent
- het minimumloon
- de verplaatsingskosten
- de Dimona
Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen
- de sectorale bijdragen
Identiteit en indexering
- Officiële benaming : PARITAIR COMITE VOOR DE VRIJE BEROEPEN
- Registercode : 3360000
- Statuten : bedienden
Wat het arbeidsreglement moet vermelden
Dit paritair comité stelt geen wekelijkse arbeidsduur vast voor zijn hele toepassingsgebied. Neem de 38 uur van een model niet zomaar over: lees hieronder wat het comité wél schrijft.
Referteperiode : één jaar, in principe het burgerlijk jaar, tenzij op ondernemingsvlak een andere periode van 12 maanden wordt bepaald
In uitvoering van artikel 26bis van de arbeidswet van 16 maart 1971 wordt de periode voor recuperatie van overschrijdingen van de arbeidsduur verlengd tot een periode van maximum één jaar. In principe is de periode van één jaar een burgerlijk jaar, tenzij een andere periode van 12 maanden wordt bepaald op ondernemingsvlak.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 1er juillet 2010, « Accord social 2010, volet organisation du travail », art. 2, en vigueur le 1er janvier 2010, durée indéterminée · dépôt 100478/CO/336 · NUMAC 2010206483 (A.R., Moniteur du 15/02/2011), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 12 janvier 2011 · gelezen op 2026-09-05