mijnloonbrief.be

PC 337 — AANVULLEND PARITAIR COMITE VOOR DE NON-PROFITSECTOR

Geen sectoraal barema toegepast

PC 337 is erkend en gedocumenteerd, maar er wordt hier geen sectorale loonschaal toegepast. Meestal is dat geen achterstand van ons: de FOD Werk actualiseert sinds september 2022 enkel nog de barema's van de comités met meer dan 2 000 werknemers, en waar er nog een schaal bestaat, is die soms ouder — en dus lager — dan het interprofessioneel gewaarborgd minimum. In dat geval blijft dat minimum de beste bescherming, en het is dat wat de loonbrief toepast.

De afrekening vermeldt duidelijk welke sectorale elementen niet werden toegepast. Publiceert uw comité een schaal die wij niet hebben gezien? Zeg het ons — wij lezen ze.

Wat de loonbrief berekent

  • de Dimona

Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen

  • het minimumloon
  • de eindejaarspremie
  • de verplaatsingskosten
  • de sectorale bijdragen

Identiteit en indexering

  • Officiële benaming : AANVULLEND PARITAIR COMITE VOOR DE NON-PROFITSECTOR
  • Registercode : 3370000
  • Statuten : arbeiders en bedienden

Wat het arbeidsreglement moet vermelden

Dit paritair comité stelt geen wekelijkse arbeidsduur vast voor zijn hele toepassingsgebied. Neem de 38 uur van een model niet zomaar over: lees hieronder wat het comité wél schrijft.

Referteperiode : maximum zes maanden, en enkel indien de werkgever de sectorale CAO van 7 juli 2020 activeert door een ondernemings-CAO — het arbeidsreglement kan een kortere periode vaststellen, van minimaal één kwartaal

Wanneer de onderneming, door middel van een op ondernemingsniveau gesloten collectieve arbeidsovereenkomst, de afwijkingen van de sectorale collectieve arbeidsovereenkomst van 7 juli 2020 uitvoert, wordt de periode voor recuperatie van overschrijdingen van de arbeidsduur bepaald op maximum zes maanden, met toepassing van artikel 26bis van de arbeidswet van 16 maart 1971. De onderneming kan in het arbeidsreglement een kortere referentieperiode vaststellen (minimaal één kwartaal). Een semester loopt in principe van 1 januari tot 30 juni en van 1 juli tot 31 december, of, indien de onderneming het zo in haar arbeidsreglement bepaalt, een andere ononderbroken periode van zes maanden.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 7 juillet 2020, « Possibilité d'adaptation de certaines dispositions relatives au temps de travail », art. 3 et art. 4, §§ 1er et 2, en vigueur le 7 juillet 2020, durée indéterminée · dépôt 159669/CO/337 · NUMAC 2020205583 (A.R., Moniteur du 15/02/2021), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 7 janvier 2021 · gelezen op 2026-09-05

Wanneer de onderneming de sectorale collectieve arbeidsovereenkomst van 7 juli 2020 heeft geactiveerd, kan met toepassing van artikel 38ter, § 2, 4°, van de arbeidswet van 16 maart 1971 worden afgeweken van de bepaling dat de werknemers in elk tijdvak van vierentwintig uren recht hebben op ten minste elf opeenvolgende uren rust tussen de beëindiging en de hervatting van het werk. Deze afwijking is beperkt tot de volgende bijzondere gevallen, zoals bepaald op ondernemingsniveau: noodwendigheden van de dienstverlening; onvoorziene omstandigheden en overmacht.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 7 juillet 2020, « Possibilité d'adaptation de certaines dispositions relatives au temps de travail », art. 5 · dépôt 159669/CO/337 · NUMAC 2020205583 (A.R., Moniteur du 15/02/2021), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 7 janvier 2021 · gelezen op 2026-09-05

Wanneer de onderneming de sectorale collectieve arbeidsovereenkomst van 7 juli 2020 heeft geactiveerd, kan met toepassing van artikel 21 van de arbeidswet van 16 maart 1971, indien noodzakelijk, worden afgeweken van de bepaling dat de duur van elke werkperiode niet korter mag zijn dan drie uren, in de volgende gevallen: opleiding; teamvergaderingen; andere gevallen bepaald bij ondernemings-CAO.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 7 juillet 2020, « Possibilité d'adaptation de certaines dispositions relatives au temps de travail », art. 6 · dépôt 159669/CO/337 · NUMAC 2020205583 (A.R., Moniteur du 15/02/2021), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 7 janvier 2021 · gelezen op 2026-09-05

Een nieuwe arbeidsregeling ingevoerd in de zin van de wet van 17 maart 1987 en van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 42 kan afwijken van het verbod van arbeid op feestdagen, van de verplichting om feestdagen die met een zondag of een gewone inactiviteitsdag samenvallen te vervangen door een gewone activiteitsdag, en van de verplichting om de inhaalrust, toegekend na arbeid verricht op een feestdag, aan te rekenen op de arbeidsduur (artikelen 4, 6, 10 en 11, vierde lid, van de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen). Het gebruik van deze afwijkingen mag in geen geval een vermindering van het bij of krachtens artikel 4 van die wet vastgestelde aantal feestdagen tot gevolg hebben.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 7 juillet 2020, « Possibilité d'adaptation de certaines dispositions relatives au temps de travail », art. 7, 4° · dépôt 159669/CO/337 · NUMAC 2020205583 (A.R., Moniteur du 15/02/2021), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 7 janvier 2021 · gelezen op 2026-09-05

Opdat de werknemers over voldoende tijd zouden beschikken om hun professionele verplichtingen en hun privéleven met elkaar te verzoenen, worden de uurroosters hun minimaal twee weken vooraf kenbaar gemaakt; op ondernemingsvlak kan in dit arbeidsreglement een andere termijn bepaald worden. In afwijking van artikel 4, vierde lid, van de wet van 8 april 1965 mag er voor individuele werknemers niet worden afgeweken van de bepalingen van het arbeidsreglement die gewijzigd zijn ingevolge een nieuwe arbeidsregeling ingevoerd overeenkomstig de sectorale collectieve arbeidsovereenkomst van 7 juli 2020.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 7 juillet 2020, « Possibilité d'adaptation de certaines dispositions relatives au temps de travail », art. 9 et 10 · dépôt 159669/CO/337 · NUMAC 2020205583 (A.R., Moniteur du 15/02/2021), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 7 janvier 2021 · gelezen op 2026-09-05

Zonder afbreuk te doen aan de algemene reglementering inzake de jaarlijkse vakantie, heeft elke werknemer die hiervoor een aanvraag doet recht op de toekenning van een aaneensluitende vakantieperiode van drie opeenvolgende weken tijdens het kalenderjaar, inclusief drie weekends verbonden aan deze periode. De toekenning van die periode kan beperkt worden wegens organisatorische noodwendigheden, dit wil zeggen het verzekeren van de onontbeerlijke personeelsomkadering voor het functioneren van de dienst, nadat alle beschikbare ondersteunings- of vervangingsmogelijkheden binnen het bestaande organisatorisch kader zijn ingezet tijdens de betrokken vakantieperiode. Een weigering dient steeds schriftelijk en gemotiveerd te gebeuren; bij wijze van uitzondering hoeft een weigering van een aanvraag die niet ten minste twee weken van tevoren is ingediend, niet te worden gemotiveerd. De verlofplanning wordt tijdig opgemaakt omwille van de continuïteit van de dienstverlening.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 15 juin 2026, « Prise de vacances annuelles consécutives », art. 2 à 4, en vigueur le 1er septembre 2026, durée indéterminée · dépôt 200980/CO/337 · pas encore d'A.R. ; avis de dépôt au Moniteur du 17/08/2026, art. 26 de la loi du 5 décembre 1968 — opposable à tous les employeurs de la commission depuis le 1er septembre 2026 · gelezen op 2026-09-05

Alle 177 paritaire comités

Een loonbrief maken voor PC 337