PC 340 — PARITAIR COMITE VOOR DE ORTHOPEDISCHE TECHNOLOGIEEN
Minimumloon dat wij toetsen
€ 15,391 per uur · € 2 258,71 per maand
PC 340: ondergrens arbeider = categorie C.1, prothesen en orthesen (15,3910 €/u op 01/07/2026; orthopedische schoeisel B.1: 16,0985 €/u; bandagisten D.1: 15,4900 €/u). Ondergrens bediende = klasse A, 0 jaar ervaring, minder dan 1 jaar anciënniteit (2 258,71 €/maand); vanaf 1 jaar anciënniteit 2 324,72 €. ⚠️ Bedienden jonger dan 21 jaar: verlaagd barema naar leeftijd (vanaf 1 694,02 € op 16 jaar, klasse A); studenten: apart maandbarema naar leeftijd (vanaf 1 447,25 € op 16 jaar, klasse A). Overgenomen uit de officiële tabel van de FOD Werkgelegenheid (salairesminimums.be, PC 3400000), geïndexeerd resultaat van de cao's 123392/CO/340 (arbeiders, 03/07/2014), 124310/CO/340 (jongeren en mechanisme, 23/10/2014, volledig gelezen) en 132457/CO/340 (bedienden, 18/12/2015) — niet door ons herberekend.
Bron: CAO van 23 oktober 2014 tot vaststelling van de sectorale minimumbarema's op basis van de beroepservaring, aangevuld met de officiële tabel van de FOD die uit de CAO's 123392, 124310, 132457 en 157675/CO/340 volgt, art. 2 (barema's I en II) en art. 5 (jongeren); laagste categorie/klasse (neerlegging 124310) — van kracht op 2026-07-01 de tekst lezen
Wat de loonbrief berekent
- het minimumloon
- de Dimona
Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen
- de eindejaarspremie
- de ecocheques
- de verplaatsingskosten
- de tijdelijke werkloosheid
- de sectorale bijdragen
Identiteit en indexering
- Officiële benaming : PARITAIR COMITE VOOR DE ORTHOPEDISCHE TECHNOLOGIEEN
- Registercode : 3400000
- Statuten : arbeiders en bedienden
- Indexering : 01, 04, 07, 10 — laatst toegepast 2026-07-01
Wat het arbeidsreglement moet vermelden
Dit paritair comité stelt geen wekelijkse arbeidsduur vast voor zijn hele toepassingsgebied. Neem de 38 uur van een model niet zomaar over: lees hieronder wat het comité wél schrijft.
Het paritair comité stelt geen algemene wekelijkse arbeidsduur vast. De enige roostervermelding van zijn basisconventie dient voor het referteloon van de regelmatige thuiswerker : « dit aantal uren wordt vastgesteld op acht uur per dag voor vijf werkdagen per week » (artikel 1, laatste lid) — een berekeningsbasis van het salaris, geen opgelegd rooster voor de sector. De vermeldingen « (38 u/week — 38 h/semaine) » boven de salarisbijlagen zeggen op welke basis de uurtarieven werden berekend, niet welk rooster geldt. Het rooster blijft dat van het arbeidsreglement van de onderneming, binnen de wettelijke grens van 38 uur per week (wet van 10 augustus 2001, artikel 2, § 2).
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 3 juillet 2014 concernant les conditions de travail des ouvriers, art. 1er, dernier alinéa (durée indéterminée) ; aucune des 79 conventions du registre ne dispose sur la durée du travail (dépouillement des thèmes du 05/09/2026, reconfirmé le 14/09/2026) · dépôt 123392/CO/340 · A.R. du 10 avril 2015, publié au M.B. du 13 mai 2015, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 10 avril 2015 · gelezen op 2026-09-14
Arbeiders — de eindejaarspremie wordt betaald tussen 15 en 31 december van het jaar waarop de premie betrekking heeft. Wanneer evenwel de arbeidsovereenkomst in de loop van het jaar wordt verbroken, geschiedt de betaling tegelijkertijd met de laatste uitbetaling van het loon. Gunstiger toepassingsmodaliteiten die in gewesten en ondernemingen bestaan, blijven behouden.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 3 juillet 2014 concernant les conditions de travail des ouvriers, art. 4, qui rend « intégralement d'application » les art. 6 à 9 de la CCT du 18 mai 2009 relative aux conditions de travail des ouvriers et ouvrières de la SCP 128.06 — le délai de paiement est à l'art. 8, la clause de faveur à l'art. 9 (en vigueur le 1er avril 2014, durée indéterminée) · dépôt 123392/CO/340 · A.R. publié au M.B. du 13 mai 2015 · texte incorporé : dépôt 94250/CO/128.06, A.R. du 19 avril 2010, M.B. du 18 novembre 2010, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 10 avril 2015 · gelezen op 2026-09-05
Bedienden — behoudens andere bepalingen overeengekomen op ondernemingsvlak wordt de eindejaarspremie uiterlijk betaald hetzij bij het indienen van de maatschappelijke rekeningen, hetzij op het einde van het burgerlijk jaar, dit wil zeggen in de maand december.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 18 décembre 2015 concernant les conditions de rémunération pour les employés, art. 2, § 2, dernière phrase (durée indéterminée) · dépôt 132457/CO/340 · A.R. publié au M.B. du 10 avril 2017, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 23 mars 2017 · gelezen op 2026-09-05
Met ingang van 1 januari 2018 worden de anciënniteitsverlofdagen voor arbeiders en bedienden als volgt vastgesteld : 1 dag vanaf 5 tot 9 jaar anciënniteit, 2 dagen van 10 tot 14 jaar, 3 dagen van 15 tot 19 jaar, 4 dagen van 20 tot 24 jaar en 5 dagen van 25 tot 29 jaar. Daarbij komt, vanaf de leeftijd van 50 jaar, 1 dag leeftijdsverlof. Het aantal dagen wordt pro rata het tewerkstellingscoëfficiënt toegekend. Voor de arbeiders die op 31 december 2017 in dienst zijn in een onderneming van het paritair comité blijft het vroegere systeem van hoofdstuk VIII van de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 mei 2009 van het PSC 128.06 van toepassing.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 2 octobre 2017 relative à l'octroi de jours de congé d'ancienneté et d'un jour de congé d'âge, art. 2, §§ 1er à 3, et art. 3 (en vigueur le 1er janvier 2018, durée indéterminée) · dépôt 142328/CO/340 · A.R. publié au M.B. du 25 juin 2018 · erratum du SPF Emploi corrigeant l'art. 4 du texte français, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 11 juin 2018 · gelezen op 2026-09-05
Op vraag van één of meerdere ondertekenende werknemersorganisaties kan een vakbondsafvaardiging worden opgericht in elke onderneming voor zover ten minste 25 pct. van de werknemers gesyndiceerd zijn, met een minimum van 17 aangesloten werknemers voor de ondernemingen die 45 tot 69 werknemers tewerkstellen. Het aantal afgevaardigden volgt de personeelsbezetting : van 45 tot 69 werknemers waarvan minstens 17 gesyndiceerd, maximum 2 afgevaardigden ; van 70 tot 99 werknemers, 3 afgevaardigden ; van 100 tot 149, 4 afgevaardigden ; van 150 tot 199, 5 afgevaardigden ; van 200 tot 249, 6 afgevaardigden ; van 250 tot 349, 8 afgevaardigden ; en verder één afgevaardigde meer per begonnen schijf van 200 werknemers, met als maximum 10 afgevaardigden. Er kan maar één vakbondsafvaardiging opgericht worden in een groep van ondernemingen waarvoor een gemeenschappelijke ondernemingsraad werd opgericht.
Rubriek 13° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 27 avril 2017 fixant le statut de la délégation syndicale, art. 6, 7 et 9 (effets au 27 avril 2017, durée indéterminée — art. 32), modifiée par la CCT du 30 octobre 2018 (art. 25 et annexe 2) · dépôt 139308/CO/340 · A.R. publié au M.B. du 7 décembre 2017 · modification : dépôt 149046/CO/340, A.R. du 5 février 2019, M.B. du 20 février 2019, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 12 novembre 2017 · gelezen op 2026-09-05
Het individueel krediet voor het opleidingsrecht wordt overeenkomstig het volgende groeipad ingevoerd : in 2023, 2024 en 2025 een krediet van 3 opleidingsdagen per jaar voor een voltijds tewerkgestelde arbeider ; in 2026, 2027 en 2028 een krediet van 4 opleidingsdagen ; vanaf 2030 een krediet van 5 opleidingsdagen. Het aantal dagen wordt berekend pro rata het arbeidsregime en het aantal dagen tewerkstelling tijdens het kalenderjaar, overeenkomstig artikel 50, § 3, van de wet van 3 oktober 2022. Alle andere modaliteiten van het individueel opleidingsrecht worden uitgewerkt op ondernemingsniveau. De ondernemingen die minder dan 20 werknemers tewerkstellen vallen buiten het toepassingsgebied van deze overeenkomst.
Rubriek 18° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 29 septembre 2023 concernant la formation, conclue en exécution du chapitre 12 de la loi du 3 octobre 2022, art. 1er et 2 (effets au 1er janvier 2023, durée indéterminée). ⚠️ Le texte publié saute l'année 2029 : il écrit « en 2026, 2027 et 2028 » puis « à partir de 2030 ». La lacune est dans la convention, elle n'est pas comblée ici. · dépôt 183383/CO/340 · A.R. publié au M.B. du 12 avril 2024 · erratum du SPF Emploi renumérotant les art. 4 et 5, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 24 mars 2024 · gelezen op 2026-09-05