PC 127 — PARITAIR COMITE VOOR DE HANDEL IN BRANDSTOFFEN
Geen sectoraal barema toegepast
PC 127 is erkend en gedocumenteerd, maar er wordt hier geen sectorale loonschaal toegepast. Meestal is dat geen achterstand van ons: de FOD Werk actualiseert sinds september 2022 enkel nog de barema's van de comités met meer dan 2 000 werknemers, en waar er nog een schaal bestaat, is die soms ouder — en dus lager — dan het interprofessioneel gewaarborgd minimum. In dat geval blijft dat minimum de beste bescherming, en het is dat wat de loonbrief toepast.
De afrekening vermeldt duidelijk welke sectorale elementen niet werden toegepast. Publiceert uw comité een schaal die wij niet hebben gezien? Zeg het ons — wij lezen ze.
Wat de loonbrief berekent
- de maaltijdcheques
- de Dimona
Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen
- het minimumloon
- de eindejaarspremie
- de uurpremies
- de ecocheques
- de verplaatsingskosten
- zondag en feestdagen
- de tijdelijke werkloosheid
- de sectorale bijdragen
Identiteit en indexering
- Officiële benaming : PARITAIR COMITE VOOR DE HANDEL IN BRANDSTOFFEN
- Registercode : 1270000
- Statuten : arbeiders
- Indexering : 01 — laatst toegepast 2026-01-01
Wat het arbeidsreglement moet vermelden
Wekelijkse arbeidsduur: 40 uur
Hoger dan 38 uur: de arbeidsduurvermindering gebeurt hier via rustdagen waarvan het comité de data vaststelt. Een reglement dat 38 uur vermeldt, stemt noch met het uurrooster noch met die rustdagen overeen.
Referteperiode : het gemiddelde wordt berekend over een referteperiode van één jaar die begint op 1 oktober en eindigt op 30 september van het volgende jaar ; over die periode bedraagt het totaal 2 080 uren, met inbegrip van de gelijkgestelde dagen, de verlofdagen en de compensatiedagen
De maximumgrens van de wekelijkse arbeidsduur, vastgesteld bij artikel 19 van de arbeidswet van 16 maart 1971, blijft vastgesteld op veertig uren. Sinds 1 januari 2003 wordt de arbeidsduurvermindering tot 38 uur per week doorgevoerd onder de vorm van maximum twaalf compensatiedagen per jaar, aan de deeltijdse arbeiders toegekend naar rata van hun prestaties. Deze compensatiedagen worden vergoed door het « Sociaal Fonds voor de ondernemingen van handel in brandstoffen », waarvan de raad van beheer de modaliteiten van toekenning en betaling bepaalt ; zij worden individueel genomen, rekening houdend met de noodwendigheden van de arbeidsorganisatie en volgens de gebruikelijke procedure op ondernemingsvlak.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 17 décembre 2007 relative à la durée de travail et à la flexibilité, art. 3 § 1er et art. 4 §§ 1er à 4 (en vigueur le 1er octobre 2007, durée indéterminée) · dépôt 87003/CO/127 · avis de dépôt MB 21/03/2008 · A.R. publié MB 10/10/2008, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 30 juillet 2008 · gelezen op 2026-09-05
In de nieuwe arbeidsregeling mag de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur, berekend over een periode van één jaar, niet meer dan 40 uur bedragen ; veertig uur vermenigvuldigd met 52 weken geeft 2 080 uren, waarin de gelijkgestelde dagen, de verlofdagen en de compensatiedagen zijn begrepen. Deze referteperiode begint op 1 oktober en eindigt op 30 september van het volgende jaar. Zolang de arbeidsduur 12 uren per dag of 2 080 uren over de referteperiode niet overschrijdt, is geen toeslag voor overuren verschuldigd.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 17 décembre 2007 relative à la durée de travail et à la flexibilité, art. 5 §§ 1er à 3 · dépôt 87003/CO/127 · avis de dépôt MB 21/03/2008 · A.R. publié MB 10/10/2008, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 30 juillet 2008 · gelezen op 2026-09-05
In de loop van de referteperiode mag de totale duur van de verrichte arbeid op geen enkel ogenblik de toegelaten gemiddelde wekelijkse arbeidsduur, vermenigvuldigd met het aantal reeds verstreken weken, met meer dan 65 uren overschrijden. Uitsluitend om het hoofd te bieden aan een buitengewone vermeerdering van werk (art. 25 van de arbeidswet van 16 maart 1971) of aan werkzaamheden vereist wegens een onvoorziene noodzakelijkheid (art. 26 § 1, 3° van dezelfde wet) wordt dit meerurenkrediet sinds 1 oktober 2013 op 143 uren gebracht. Alle uren die boven het normale dag- of weekuurrooster worden gepresteerd, zowel voltijds als deeltijds, geven recht op inhaalrust binnen dezelfde referteperiode, die in ieder geval moet worden toegekend zodra de grens wordt overschreden en vooraleer de werknemer opnieuw meeruren kan presteren. Het aantal uren dat de werknemer kan laten uitbetalen in plaats van in te halen, wordt op 130 uren per kalenderjaar gebracht.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 17 décembre 2007 relative à la durée de travail et à la flexibilité, art. 7, 8 et 9 §§ 1er à 4 ; CCT du 29 janvier 2014 relative à la durée de travail et à la flexibilité, art. 3 (en vigueur le 1er octobre 2013, durée indéterminée) · dépôt 87003/CO/127 (A.R. du 30 juillet 2008, M.B. du 10/10/2008) — dépôt 120646/CO/127 · avis de dépôt MB 15/04/2014 · A.R. publié MB 28/11/2014, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 9 octobre 2014 · gelezen op 2026-09-05
Een beroep op de buitengewone vermeerdering van werk (art. 25 van de arbeidswet) vereist steeds de voorafgaande toestemming van de syndicale afvaardiging, of van de sociale inspectie bij ontstentenis van een syndicale afvaardiging, en de betrokken werknemers moeten ten minste 24 uur op voorhand worden verwittigd. Bij werkzaamheden vereist wegens een onvoorziene noodzakelijkheid (art. 26 § 1, 3°) moet de syndicale afvaardiging slechts voorafgaandelijk toestemmen indien mogelijk, maar zij moet in elk geval worden geïnformeerd ; bij ontstentenis van een syndicale afvaardiging volstaat een melding achteraf aan de sociale inspectie. Van deze melding wordt een kopie gezonden aan de voorzitter van het paritair comité.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 17 décembre 2007 relative à la durée de travail et à la flexibilité, art. 10 · dépôt 87003/CO/127 · avis de dépôt MB 21/03/2008 · A.R. publié MB 10/10/2008, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 30 juillet 2008 · gelezen op 2026-09-05
Voor de arbeiders en arbeidsters van het rijdend personeel dat tankstations en/of depots bevoorraadt, zijn nachtprestaties de prestaties die zich tussen 20 uur en 6 uur situeren, met uitsluiting van de werknemers wier prestaties zich uitsluitend tussen 6 uur en 24 uur situeren en van diegenen wier prestaties gewoonlijk vanaf 5 uur aanvangen. Deze werknemers hebben recht op een nachtvergoeding waarvan het bedrag niet lager mag zijn dan dat van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 49 van 21 mei 1991 en dat gekoppeld is aan het indexcijfer van de consumptieprijzen. De invoering van een arbeidsregeling met nachtprestaties moet de wettelijke procedures en het kader van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 46 van 23 maart 1990 volgen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 14 janvier 2020 fixant une indemnité financière pour travail de nuit, art. 1er, 2, 3 et 4 (en vigueur le 1er janvier 2020, durée indéterminée) · dépôt 159521/CO/127 · avis de dépôt MB 11/08/2020 · A.R. publié MB 11/08/2021, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 1er juillet 2021 · gelezen op 2026-09-05
Paritair comité 127 : de andere comités
Onder dit paritair comité vallen de volgende onderafdelingen: