PC 202.01 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE MIDDELGROTE LEVENSMIDDELENBEDRIJVEN
Minimumloon dat wij toetsen
€ 2 050,85 per maand
PSC 202.01: bedienden, laagste categorie, anciënniteit 0 (2 050,85 EUR per maand op 01/05/2026). De filiaalverantwoordelijken hebben eigen minima: 2 004,75 EUR per maand indien zij alleen met de verkoop belast zijn en door de werkgever gehuisvest worden.
Bron: databank Minimumlonen van de FOD Werkgelegenheid, loonschaal PSC 202.01 van kracht op 01/05/2026 — overgenomen uit baremes/minima-cp.ts bij de migratie naar het sjabloon, op 05/09/2026 identiek HERBEVESTIGD (zelfde bedrag, zelfde datum). Zoekopdracht van 05/09/2026 in het register van de FOD (jc 2020100): GEEN loon-CAO later dan nr. 170875/CO/202.01 van 20/12/2021 (loonschaal op index 106,14, januari 2022); CAO nr. 142303/CO/202.01 (indexering, 2017, nog van kracht, art. 2-7: +2 % per schijf van de over 2 maanden afgevlakte gezondheidsindex, basis 102,02) geeft het mechanisme, niet het resulterende bedrag op 01/05/2026., sectie 1.1.1 « Employés », anciënniteit 0 — van kracht op 2026-05-01
Wat de loonbrief berekent
- het minimumloon
- de Dimona
- de DmfA
Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen
- de eindejaarspremie
- de uurpremies
- de ecocheques
- de verplaatsingskosten
- zondag en feestdagen
- de sectorale bijdragen
- de vermeldingen op de afrekening
Identiteit en indexering
- Officiële benaming : PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE MIDDELGROTE LEVENSMIDDELENBEDRIJVEN
- Registercode : 2020100
- Onder comité PC 202
- Statuten : bedienden
- Indexering : 05 — laatst toegepast 2026-05-01
Wat het arbeidsreglement moet vermelden
Wekelijkse arbeidsduur: 36 u 30
Lager dan het wettelijke maximum van 38 uur. Een reglement dat 38 uur vermeldt, is voor dit comité onwettig.
De gemiddelde wekelijkse arbeidsduur bedraagt 36 uur 30. De weekgrens voor overloon in geval van prestatie van overuren blijft behouden op 38 uur per week.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 1er mars 2023, « Durée hebdomadaire du travail », chapitre II, art. 2 et 3 — en vigueur le 1er août 2017, conclue pour une durée indéterminée (art. 8) ; abroge les CCT du 4 septembre 2017 (142294/CO/202.01) et du 24 mars 2022 (173819/CO/202.01) · dépôt 178880/CO/202.01 · avis de dépôt au M.B. du 6 avril 2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 30 août 2023 · gelezen op 2026-09-05
Het arbeidsregime dient zowel voor de deeltijdse als voor de voltijdse werknemers als volgt georganiseerd te worden : ofwel gespreid over maximum 5 werkdagen per week, ofwel in het kader van een 6-dagenweek met toekenning van twee halve werkdagen rust binnen deze 6 dagen. Het regionaal overlegorgaan wordt ingelicht over het gekozen arbeidsregime.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 1er mars 2023, « Durée hebdomadaire du travail », chapitre IV, art. 5 et 6 · dépôt 178880/CO/202.01 · avis de dépôt au M.B. du 6 avril 2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 30 août 2023 · gelezen op 2026-09-05
De minimum arbeidsduur van de deeltijdse werknemers wordt vastgesteld op 15 uur per week. Het blijft echter mogelijk werknemers voor een lager aantal arbeidsuren per week tewerk te stellen binnen het kader van de wettelijk voorziene afwijkingen op de minimale wekelijkse arbeidsduur voorzien in artikel 11bis, vijfde tot negende lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 1er mars 2023, « Durée hebdomadaire du travail », chapitre III, art. 4 · dépôt 178880/CO/202.01 · avis de dépôt au M.B. du 6 avril 2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 30 août 2023 · gelezen op 2026-09-05
Voor de zondagprestaties bedoeld in artikel 3, eerste lid, tweede streepje, van het koninklijk besluit van 3 december 1987 wordt een loontoeslag van 50 % bovenop het normale loon voorzien. Deze toeslag is niet van toepassing op ondernemingen met een ondernemingsraad of een syndicale afvaardiging, mits een collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten op het niveau van de onderneming die de loon- en arbeidsvoorwaarden regelt voor die prestaties. Bij gebreke aan dergelijke collectieve arbeidsovereenkomst geldt een individuele regeling waarbij de bedoelde prestaties recht geven op een loontoeslag van minstens 100 % bovenop het normale loon.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 4 septembre 2017, « Complément salarial au travail du dimanche », chapitre II, art. 2 et 3 — en vigueur le 1er août 2017, durée indéterminée (art. 5) ; supprime et remplace l'article 19bis de la CCT du 4 juillet 2002 (64133/CO/202.01) · dépôt 142299/CO/202.01 · avis de dépôt au M.B. du 9 novembre 2017, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 29 juin 2018 · gelezen op 2026-09-05
In de firma's die meer dan 30 personen tewerkstellen wordt aan de bedienden, voor de duur van de arbeid verricht na negentien uur, een vergoeding toegekend welke met 25 % het gewone loon overschrijdt. Om uit te maken of een werkgever 30 of meer werknemers tewerkstelt, berekent men het gemiddelde van de tewerkstelling tijdens het 4de kwartaal van het kalenderjaar -2 en het 1ste tot en met het 3de kwartaal van het kalenderjaar -1, door het totaal aantal werknemers in dienst op het einde van ieder van die kwartalen te delen door het aantal kwartalen waarvoor een aangifte werd ingediend. Voor de berekening van het effectief wordt het deeltijds bediendepersoneel als een halve, respectievelijk een hele eenheid beschouwd naargelang in de arbeidsovereenkomst een arbeidsduur van respectievelijk minder of meer dan de helft van de wekelijkse arbeidsduur bedongen werd.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 4 septembre 2017, « Sursalaire pour les prestations de travail après dix-neuf heures », art. 2 et chapitre II, art. 3 — en vigueur le 1er août 2017, durée indéterminée (art. 5) ; supprime et remplace l'article 19 de la CCT du 4 juillet 2002 (64133/CO/202.01) · dépôt 142300/CO/202.01 · avis de dépôt au M.B. du 9 novembre 2017, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 13 juin 2018 · gelezen op 2026-09-05
Nachtarbeid is mogelijk voor de e-commerce activiteiten, met toepassing van de artikelen 37 en 38 van de arbeidswet van 16 maart 1971. In toepassing van artikel 38 worden op ondernemingsvlak de volgende elementen onderhandeld — via collectieve arbeidsovereenkomst of, voor ondernemingen zonder syndicale delegatie, via de procedure tot wijziging van het arbeidsreglement : het bepalen en oplijsten van welke activiteiten, en dus ook welke functies, onder de e-commerce activiteiten vallen ; welke vorm van nachtarbeid nodig is voor de onderneming ; met welke contracten de in dat kader aangeworven personeelsleden zullen worden tewerkgesteld en volgens welk arbeidsregime en uurrooster ; en de omkadering betreffende studentenarbeid.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 14 janvier 2016, « Introduction du travail de nuit pour des activités e-commerce », chapitres 3 et 4, art. 4 et 5 — conclue pour une durée indéterminée · dépôt 131109/CO/202.01 · avis de dépôt au M.B. du 12 février 2016, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 15 juillet 2016 · gelezen op 2026-09-05
Elke werknemer heeft het recht om aan zijn werkgever de vrijstelling van prestaties te vragen gedurende 8 weekends op een kalenderjaar, bovenop de hoofdvakantie ; bij een onvolledig kalenderjaar heeft hij daarop recht pro rata zijn periode van tewerkstelling. De werknemer kan het vrije weekend niet cumuleren met een inactiviteitsdag in diezelfde week : het gaat om een verschuiving van zijn gebruikelijke inactiviteitsdag naar het weekend, onverminderd het recht om die week een andere vrije dag te nemen. De opname van de vrije weekends gebeurt in onderling overleg met de directe hiërarchische overste. De maatregel is niet van toepassing tijdens de maanden juli, augustus en december, noch op weekends die volgen op een feestdag op vrijdag of die voorafgaan aan een feestdag op maandag, noch op flexi-jobs en studenten.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 23 juin 2026, « Weekends libres », chapitre 2, art. 2 — en vigueur le 1er juin 2026, conclue pour une durée indéterminée (art. 3) · dépôt 200897/CO/202.01 · pas encore d'arrêté royal ; avis de dépôt au M.B. du 17 août 2026, donc opposable à tous les employeurs de la sous-commission quinze jours plus tard par l'art. 26 de la loi du 5 décembre 1968 · gelezen op 2026-09-05
De bedienden die volledig of gedeeltelijk op commissieloon worden betaald kunnen elke maand aanspraak maken op de minima van de loonbarema's. De loonaanvullingen die daartoe eventueel door de werkgever moeten worden betaald, worden ambtshalve van het brutoloon afgehouden zodra en in de mate dat dit laatste die minima overschrijdt. Deze voorschotten zijn niet meer terugvorderbaar na het afsluiten van de jaarlijkse rekeningen, noch bij het einde van de arbeidsovereenkomst voor bedienden.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 20 décembre 2021, « Salaires », art. 19 — en vigueur le 1er janvier 2022, conclue pour une durée indéterminée (art. 21) ; remplace la CCT du 17 décembre 2020 (163734/CO/202.01). La fin de l'article a été recoupée sur la colonne néerlandaise, l'extraction de la colonne française étant tronquée. · dépôt 170875/CO/202.01 · avis de dépôt au M.B. du 18 mars 2022, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 15 décembre 2022 · gelezen op 2026-09-05
Paritair comité 202 : de andere comités
PC 202.01 is een onderafdeling van paritair comité 202. Dezelfde familie telt: