PC 303.01 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE FILMPRODUCTIE
Geen sectoraal barema toegepast
PC 303.01 is erkend en gedocumenteerd, maar er wordt hier geen sectorale loonschaal toegepast. Meestal is dat geen achterstand van ons: de FOD Werk actualiseert sinds september 2022 enkel nog de barema's van de comités met meer dan 2 000 werknemers, en waar er nog een schaal bestaat, is die soms ouder — en dus lager — dan het interprofessioneel gewaarborgd minimum. In dat geval blijft dat minimum de beste bescherming, en het is dat wat de loonbrief toepast.
De afrekening vermeldt duidelijk welke sectorale elementen niet werden toegepast. Publiceert uw comité een schaal die wij niet hebben gezien? Zeg het ons — wij lezen ze.
Wat de loonbrief berekent
- de Dimona
- de DmfA
Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen
- het minimumloon
- de maaltijdcheques
- de verplaatsingskosten
- zondag en feestdagen
- de sectorale bijdragen
Identiteit en indexering
- Officiële benaming : PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE FILMPRODUCTIE
- Registercode : 3030100
- Onder comité PC 303
- Statuten : arbeiders en bedienden
Wat het arbeidsreglement moet vermelden
Wekelijkse arbeidsduur: 38 uur
Referteperiode : het jaar, of de bepaalde duur van de arbeidsovereenkomst wanneer die voor bepaalde duur is gesloten ; op die periode moet de gemiddelde arbeidsduur van 38 uur per week worden bereikt
De wekelijkse arbeidsduur omvat 38 uren, gespreid over 5 of 6 dagen per week. Op basis van de wet van 17 maart 1987 en van collectieve arbeidsovereenkomst nr. 42 van 2 juni 1987 wordt overeengekomen dat de grenzen van de dagelijkse en wekelijkse arbeidsduur, zoals vastgesteld in de arbeidswet van 16 maart 1971, artikel 19, lid 1, overschreden kunnen worden met maximaal 3 uur per dag en 15 uur per week ; in totaal kunnen per week 53 uren worden gepresteerd. Deze uren zijn geen overuren en worden betaald op basis van het overeengekomen loon, voor zover de gemiddelde arbeidsduur berekend op jaarbasis of op basis van de bepaalde duur van de arbeidsovereenkomst niet meer dan 38 uur per week is. De toegelaten overschrijdingen worden verricht naar goeddunken van de producent. Indien de productie een dienstblad vereist waarin de arbeidsregeling van de volgende dag wordt vastgesteld, moet dit ten laatste een half uur vóór het einde van het werk worden meegedeeld, en het werkplan wordt door de producent aan de vakbondsafgevaardigde van de technische ploeg meegedeeld.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 30 octobre 2012 fixant les conditions de travail et de rémunération des travailleurs occupés dans les entreprises de production de films, chapitre VI « Durée du travail » — remplace la CCT du 12 février 2009 (91584/CO/303.01) ; art. 32 : durée indéterminée, dénonciation par préavis de trois mois, art. 24 et art. 25, al. 1er à 3 · dépôt 112308/CO/303.01 · avis de dépôt M.B. du 7 décembre 2012, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 17 juin 2013 · gelezen op 2026-09-06
Tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst geldt hetzij de maatschappelijke zetel van de productiemaatschappij, hetzij de door de producent gekozen productieplaats als referentiepunt. De tijd nodig voor de verplaatsingen, heen en terug, binnen een straal van 35 km ten opzichte van het referentiepunt wordt niet aangerekend als arbeidstijd en wordt niet betaald. Het eerste uur van de verplaatsing buiten deze 35 km wordt betaald aan 100 % van het basisloon, maar wordt niet aangerekend als arbeidstijd ; de tijd nodig voor elke verplaatsing van een straal van meer dan 35 km en meer dan één uur wordt wel beschouwd als arbeidstijd en als dusdanig betaald. Wanneer de producent voor het verblijf zorgt, zijn dezelfde regels van toepassing, maar dan geschiedt de berekening vanaf de verblijfplaats. Nachtarbeid is toegelaten overeenkomstig artikel 37 van de arbeidswet van 16 maart 1971 en artikel 5 van het koninklijk besluit van 24 december 1968. Tussen twee prestaties moet een rustpauze van elf uren in acht worden genomen ; voor machinisten, elektriciens en werknemers die decors bouwen, en uitsluitend bij prestaties voor de overgang nacht-dag of dag-nacht, mag de onderbreking tussen twee van deze arbeidsprestaties tot 10 uren worden herleid. De tijd die aan de maaltijden wordt besteed, wordt niet beschouwd als arbeidstijd, maar mag per maaltijd niet meer dan twee uren omvatten, behoudens akkoord van de vakbondsafgevaardigde of, bij ontstentenis daarvan, van de representatieve werknemersorganisaties.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 30 octobre 2012 fixant les conditions de travail et de rémunération des travailleurs occupés dans les entreprises de production de films, chapitre VI « Durée du travail » — remplace la CCT du 12 février 2009 (91584/CO/303.01) ; art. 32 : durée indéterminée, dénonciation par préavis de trois mois, art. 25, al. 4 à 8 — le 6e alinéa néerlandais tel que rectifié par l'erratum du greffe joint au dépôt · dépôt 112308/CO/303.01 · avis de dépôt M.B. du 7 décembre 2012, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 17 juin 2013 · gelezen op 2026-09-06
In geval de opnamen het vereisen en na de werknemers hiervan voor akkoord op de hoogte gebracht te hebben via de vakbondsafvaardiging, is werken op zon- en feestdagen toegelaten en worden deze prestaties, buiten de overuren, betaald op basis van het in de overeenkomst voorziene loon, voor zover compensatierust wordt toegekend — één dag indien meer dan 4 uur werd gewerkt, een halve dag indien minder dan 4 uur werd gewerkt — binnen de 6 weken volgend op de betreffende zon- of feestdag. Compensatierust wordt niet als arbeidstijd beschouwd. Het loon voor de overuren gepresteerd op een zon- of feestdag wordt met 100 pct. verhoogd op basis van het in de overeenkomst voorziene loon.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 30 octobre 2012 fixant les conditions de travail et de rémunération des travailleurs occupés dans les entreprises de production de films, chapitre VI « Durée du travail » — remplace la CCT du 12 février 2009 (91584/CO/303.01) ; art. 32 : durée indéterminée, dénonciation par préavis de trois mois, art. 25, al. 9 et 10 · dépôt 112308/CO/303.01 · avis de dépôt M.B. du 7 décembre 2012, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 17 juin 2013 · gelezen op 2026-09-06
De betaling van het loon geschiedt op het einde van de maand. Indien de arbeidsovereenkomst of de verlenging ervan verstrijkt in de loop van een week, worden de lonen voor dat gedeelte van de week pro rata betaald.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 30 octobre 2012 fixant les conditions de travail et de rémunération des travailleurs occupés dans les entreprises de production de films, chapitre VI « Durée du travail » — remplace la CCT du 12 février 2009 (91584/CO/303.01) ; art. 32 : durée indéterminée, dénonciation par préavis de trois mois, art. 16 · dépôt 112308/CO/303.01 · avis de dépôt M.B. du 7 décembre 2012, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 17 juin 2013 · gelezen op 2026-09-06
Uitsluitend ondernemingen die geen bedrijfseigen regeling hebben vastgelegd via het arbeidsreglement of een collectieve arbeidsovereenkomst op ondernemingsvlak — elke werknemer heeft recht op deconnectie, dat wil zeggen het recht om niet bereikbaar te zijn buiten het op hem van toepassing zijnde uurrooster of de overeengekomen uren van bereikbaarheid, ook tijdens periodes van gewettigde afwezigheid en van schorsing van de arbeidsovereenkomst. Onder uurrooster worden de uurroosters verstaan die vermeld zijn in het arbeidsreglement en/of de individuele arbeidsovereenkomst, met inbegrip van alle tijdelijke afwijkingen zoals overuren of wachtdiensten en concrete invullingen van variabele uurroosters. Een werknemer kan niet gesanctioneerd worden voor digitale onbereikbaarheid buiten zijn werkuren of periodes van gewettigde afwezigheid. Omdat in de sector verschillende collega's op verschillende dagen van de week of op verschillende uren van de dag werken, moet iedereen, inclusief de leidinggevenden, dit respecteren. De ondernemingen engageren zich om hun werknemers niet te storen buiten deze uurroosters, behalve in uitzonderlijke omstandigheden, namelijk een dringend probleem dat zonder tussenkomst van de werknemer onmogelijk kan opgelost worden ; voor een wachtdienst of een terugbelsysteem buiten de planning worden vooraf specifieke regels afgesproken. In geval van ziekte dient de werknemer zich beschikbaar te houden van de arbeidsgeneesheer en werkt hij mee om het werk door collega's tijdens zijn afwezigheid op te vangen. De werkgever neemt de nodige maatregelen met betrekking tot de organisatie van het werk zodat de werknemer zich kan deconnecteren. Het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk beslist over het al dan niet opnemen van het recht op deconnectie in de risicoanalyse. De concrete afspraken worden vastgelegd in het arbeidsreglement, via de daartoe voorziene procedure, of in een collectieve arbeidsovereenkomst.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 19 juin 2023 relative au droit à la déconnexion, art. 1er à art. 6 — conclue en application du chapitre 2, section 2 de la loi du 26 mars 2018 relative au renforcement de la croissance économique et de la cohésion sociale ; art. 7 : durée indéterminée à partir du 1er mars 2023, dénonciation par préavis de six mois · dépôt 180950/CO/303.01 · avis de dépôt M.B. du 1er août 2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 12 novembre 2023 · gelezen op 2026-09-06
In ondernemingen met minder dan 20 werknemers beschikt elke werknemer over een opleidingsrecht van gemiddeld 3 opleidingsdagen per jaar, waarvan 1 op individuele basis ingevuld wordt. In ondernemingen met minstens 20 werknemers beschikt elke werknemer over een individueel opleidingsrecht van 3 opleidingsdagen per jaar vanaf 1 januari 2024, van 4 opleidingsdagen per jaar vanaf 1 januari 2026 en van 5 opleidingsdagen per jaar vanaf 1 januari 2028. De werkgever deelt jaarlijks het opleidingskrediet mee aan elke werknemer, hetzij schriftelijk, hetzij op elektronische wijze. Kortere vormingsinitiatieven die geen volledige dag duren, worden geteld in uren in plaats van in dagen. De niet-opgebruikte opleidingsdagen worden overgedragen naar het daaropvolgende jaar zonder dat dit het saldo in mindering brengt van het opleidingskrediet in dat volgende jaar ; op het einde van elke vijfjaarlijkse periode, waarvan de eerste aanvangt op 1 januari 2024, wordt het saldo van het beschikbare opleidingskrediet op nul gezet. Indien een werknemer niet voltijds wordt tewerkgesteld en/of niet door een arbeidsovereenkomst is verbonden gedurende het hele kalenderjaar, wordt het aantal opleidingsdagen pro rata berekend volgens de formule A x B x C, waarbij A overeenkomt met het aantal toegekende opleidingsdagen in de onderneming voor een voltijdse werknemer, B met het arbeidsregime van de werknemer in verhouding tot een voltijds arbeidsregime en C met het aantal maanden tewerkstelling in de onderneming gedeeld door twaalf ; elke begonnen maand wordt beschouwd als een volledig gepresteerde maand. Bij ontslag door de werkgever heeft de werknemer recht op opname van het opleidingskrediet ; bij ontslag wegens dringende redenen heeft hij noch het recht het op te nemen, noch recht op uitbetaling ervan.
Rubriek 18° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 25 septembre 2023 relative à la formation, art. 5 — conclue en exécution du chapitre 12 « Investir dans la formation », art. 50 à 63 de la loi du 3 octobre 2022 portant des dispositions diverses relatives au travail ; art. 10 : entrée en vigueur le 1er janvier 2024, durée indéterminée. Seul son article 9 (cotisation) a été remplacé depuis, par la CCT du 26 mars 2024 (dépôt 187709, A.R. du 6 octobre 2024) ; l'article 5 est inchangé · dépôt 184981/CO/303.01 · avis de dépôt M.B. du 16 janvier 2024, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 4 juillet 2024 · gelezen op 2026-09-06
Het arbeidsreglement verwijst naar de sectorale overeenkomst die het klein verlet bij overlijden uitbreidt. Bij overlijden van de echtgeno(o)t(e), van de wettelijk samenwonende partner, van een kind van de werknemer of van een kind van de echtgeno(o)t(e) of van de wettelijk samenwonende partner heeft de werknemer recht op twaalf dagen afwezigheid met behoud van zijn normaal loon : de wettelijke tien dagen rouwverlof, aangevuld met twee bijkomende sectorale dagen. Die dagen worden als volgt opgenomen : drie dagen, door de werknemer te kiezen tijdens de periode die begint met de dag van het overlijden en eindigt op de dag van de begrafenis, en negen dagen, door de werknemer te kiezen binnen het jaar na de dag van het overlijden. Bij overlijden van de vader of de moeder van de werknemer, van de vader of de moeder van zijn echtgeno(o)t(e), of van de vader of de moeder van zijn wettelijk samenwonende partner heeft hij recht op vijf dagen : de wettelijke drie dagen, aangevuld met twee sectorale dagen, waarvan drie op te nemen tussen de dag van het overlijden en de dag van de begrafenis en twee binnen het jaar dat volgt. Op vraag van de werknemer en mits akkoord van de werkgever kan worden afgeweken van de periodes waarin deze dagen moeten worden opgenomen. Deze afwezigheden worden gelijkgesteld met dagen klein verlet. De werknemer verwittigt de werkgever zo spoedig mogelijk en gebruikt de dagen voor het doel waarvoor zij zijn toegestaan ; de werkgever kan een passend bewijsstuk vragen. Een ruimere regeling die op ondernemingsniveau reeds bestaat, blijft behouden.
Rubriek 16° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 17 juin 2026 relative à l'extension du petit chômage en cas de décès (congé de deuil), art. 3 à art. 7 — conclue en exécution du protocole d'accord du 6 mai 2026 et dans le respect de l'A.R. du 12 septembre 2025 ; art. 8 : entrée en vigueur le 1er janvier 2026, durée indéterminée. ⚠️ Aucun arrêté royal à la lecture du 6 septembre 2026 : l'opposabilité repose sur l'article 26 de la loi du 5 décembre 1968, quinze jours après l'avis de dépôt · dépôt 200776/CO/303.01 · avis de dépôt M.B. du 17 août 2026 · gelezen op 2026-09-06
Paritair comité 303 : de andere comités
PC 303.01 is een onderafdeling van paritair comité 303. Dezelfde familie telt: