mijnloonbrief.be

PC 303.03 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE EXPLOITATIE VAN BIOSCOOPZALEN

Minimumloon dat wij toetsen

€ 13,9463 per uur

PSC 303.03 (bioscoopzalen): laagste bodem van de tabel. Arbeiders: categorie I 'schoonmaakpersoneel', 0 maanden dienst, weekregime 38 u — € 13,9463/u sinds 01/05/2026. Bedienden: categorie 1, 0 jaar anciënniteit, weekregime 38 u — € 2.279,69/maand op dezelfde datum. Hogere categorieën en anciënniteit geven recht op meer. LET OP — WAAR DEZE BEDRAGEN VANDAAN KOMEN, WANT ZE WORDEN NIET MEER GEPUBLICEERD. De laatst neergelegde loontabel is die van de cao van 22 oktober 2019 (neerlegging 156088): € 10,9966/u en € 1.797,53/maand. Maar uw cao indexeert zelf, en zonder nieuwe neerlegging: art. 10 van de cao van 22 oktober 2019 (neerlegging 155543), algemeen verbindend verklaard, laat de lonen met 2 pct. schommelen bij elke overschrijding van een stabilisatieschijf, en art. 11 legt de uitwerking op de eerste dag van de volgende maand. Sindsdien werden twaalf schijven overschreden. De databank Minimumlonen van de FOD publiceerde de eerste vijf — tot € 12,1411/u en € 1.984,61/maand op 01/08/2022 — en volgt dit subcomité niet meer sinds 1 september 2022, wat zij uitdrukkelijk vermeldt; de zeven volgende worden hier berekend op de schijven 113,13 · 115,39 · 117,70 · 120,05 · 122,45 · 124,90 · 127,40, overschreden door de afgevlakte gezondheidsindex, met de afrondingen van § 5 en § 6 van art. 10. Ga uw schaal na bij uw paritair comité; het gewaarborgd gemiddeld minimummaandinkomen (cao nr. 43) is u hoe dan ook bovendien verschuldigd.

Bron: CAO van 22 oktober 2019 betreffende de ervaringsbarema's die van kracht zijn in de sector van de exploitatie van bioscoopzalen, Hoofdstuk 2, art. 2 §1 (uurbarema arbeiders, categorie I) en Hoofdstuk 3, art. 3 §1 (maandbarema bedienden, categorie 1). De periodes na 01/10/2019 komen NIET uit een andere overeenkomst: het zijn de trappen die voortkomen uit de indexeringsclausule van de CAO van 22/10/2019, neerlegging 155543, art. 10 — 2 pct. per overschreden stabilisatieschijf. Hun bedragen zijn die welke de databank Minimumlonen van de FOD datum per datum heeft gepubliceerd, opgenomen op 10/09/2026 op veertien punten, alle overeenstemmend met de regel. (neerlegging 156088) — van kracht op 2019-10-01 de tekst lezen

Wat de loonbrief berekent

  • het minimumloon
  • de Dimona
  • de DmfA

Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen

  • het flexiloon
  • de eindejaarspremie
  • de uurpremies
  • de maaltijdcheques
  • de ecocheques
  • de verplaatsingskosten
  • het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
  • zondag en feestdagen
  • de sectorale bijdragen
  • de vermeldingen op de afrekening

Identiteit en indexering

  • Officiële benaming : PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE EXPLOITATIE VAN BIOSCOOPZALEN
  • Registercode : 3030300
  • Onder comité PC 303
  • Statuten : arbeiders en bedienden

Wat het arbeidsreglement moet vermelden

Wekelijkse arbeidsduur: 38 uur

Referteperiode : het gemiddelde van 38 uur wordt berekend over een periode van ten hoogste 6 maanden, hetzij van maart tot en met augustus, hetzij van september tot en met februari ; die periode mag tot maximaal 12 maanden worden verlengd bij een te registreren ondernemings-cao, uitsluitend in ondernemingen met een syndicale afvaardiging

De wekelijkse arbeidsduur bedraagt 38 uren.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 22 octobre 2019, « conditions de travail et de rémunération », chapitre V, art. 12 — entrée en vigueur le 1er janvier 2019, conclue pour une durée indéterminée, remplace la CCT du 16 octobre 2017 (dépôt 143011) · dépôt 155543/CO/303.03 · avis de dépôt M.B. du 9 décembre 2019 · A.R. publié au M.B. du 13 avril 2021, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 11 mars 2021 · gelezen op 2026-09-05

De grens van de arbeidsduur vastgesteld op 38 uur kan overschreden worden, op voorwaarde dat de wekelijkse arbeidsduur, berekend over een periode van ten hoogste 6 maanden (maart tot en met augustus en september tot en met februari), het gemiddelde van 38 uur niet overschrijdt.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 22 octobre 2019, « conditions de travail et de rémunération », chapitre V, art. 13 · dépôt 155543/CO/303.03 · avis de dépôt M.B. du 9 décembre 2019 · A.R. publié au M.B. du 13 avril 2021, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 11 mars 2021 · gelezen op 2026-09-05

De dagelijkse grens van de arbeidsduur mag overschreden worden op voorwaarde dat de arbeidsduur niet meer dan elf uur bedraagt (artikel 27, eerste lid, van de arbeidswet van 16 maart 1971). Op het vlak van de onderneming kan die grens op 12 uren worden gebracht indien de volgende drie voorwaarden vervuld zijn : uitsluitend in ondernemingen met een syndicale afvaardiging ; voor bepaalde functies, zonder veralgemening ; bij middel van een te registreren collectieve arbeidsovereenkomst te ondertekenen door de syndicale vrijgestelde van elke werknemersorganisatie die vertegenwoordigd is in de syndicale afvaardiging.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 22 octobre 2019, « conditions de travail et de rémunération », chapitre V, art. 14 et 15 · dépôt 155543/CO/303.03 · avis de dépôt M.B. du 9 décembre 2019 · A.R. publié au M.B. du 13 avril 2021, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 11 mars 2021 · gelezen op 2026-09-05

De wekelijkse grens van de arbeidsduur mag overschreden worden op voorwaarde dat de wekelijkse arbeidsduur niet meer dan 50 uur bedraagt (artikel 27, tweede lid, van de arbeidswet van 16 maart 1971) en over een periode van ten hoogste 6 maanden gemiddeld niet meer dan 38 uur bedraagt.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 22 octobre 2019, « conditions de travail et de rémunération », chapitre V, art. 16 · dépôt 155543/CO/303.03 · avis de dépôt M.B. du 9 décembre 2019 · A.R. publié au M.B. du 13 avril 2021, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 11 mars 2021 · gelezen op 2026-09-05

In de loop van een periode van 6 maanden mag op geen enkel ogenblik de totale duur van de verrichte arbeid de toegelaten gemiddelde duur van 38 uur, vermenigvuldigd met het aantal weken of delen van een week die reeds in die periode verlopen zijn, met meer dan 143 uren overschreden worden (artikel 26bis, § 1bis, eerste lid, van de arbeidswet van 16 maart 1971).
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 22 octobre 2019, « conditions de travail et de rémunération », chapitre V, art. 17 — le PDF déposé imprime « 6 semaines » en français là où le néerlandais dit « 6 maanden » ; les art. 13 et 16 tranchent pour six mois · dépôt 155543/CO/303.03 · avis de dépôt M.B. du 9 décembre 2019 · A.R. publié au M.B. du 13 avril 2021, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 11 mars 2021 · gelezen op 2026-09-05

Bij overschrijding van de grenzen van de normale arbeidsduur in toepassing van bovenstaande reglementering is er geen overloon verschuldigd (artikel 29, § 2, tweede lid, van de arbeidswet van 16 maart 1971).
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 22 octobre 2019, « conditions de travail et de rémunération », chapitre V, art. 18 · dépôt 155543/CO/303.03 · avis de dépôt M.B. du 9 décembre 2019 · A.R. publié au M.B. du 13 avril 2021, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 11 mars 2021 · gelezen op 2026-09-05

Gelet op de arbeidswet van 16 maart 1971, de wet van 17 maart 1987 betreffende de invoering van nieuwe arbeidsregelingen in de ondernemingen en cao nr. 42 van 2 juni 1987, en in uitvoering van het koninklijk besluit van 19 september 2005 tot vaststelling van de onderhandelingsprocedure tot verhoging van het quotum overuren waarvoor de werknemer kan afzien van inhaalrust, kunnen vanaf 1 januari 2012 afwijkingen op vlak van arbeidsduur vastgelegd worden op ondernemingsvlak. Deze afwijkingen mogen enkel betrekking hebben op de referteperiode waarin de arbeidsduur gemiddeld 38 uur moet bedragen, die verlengd mag worden tot maximaal 12 maanden. Wijzigingen kunnen enkel worden doorgevoerd in ondernemingen met een syndicale afvaardiging en dit via een te registreren collectieve arbeidsovereenkomst ondertekend door de syndicale vrijgestelde van elke werknemersorganisatie die vertegenwoordigd is in de syndicale afvaardiging.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 22 octobre 2019, « conditions de travail et de rémunération », chapitre V, art. 19 · dépôt 155543/CO/303.03 · avis de dépôt M.B. du 9 décembre 2019 · A.R. publié au M.B. du 13 avril 2021, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 11 mars 2021 · gelezen op 2026-09-05

Reglementaire regeling eigen aan de sector, onderscheiden van die van de collectieve arbeidsovereenkomst. De grenzen van de arbeidsduur vastgesteld bij de artikelen 19 en 20 van de arbeidswet van 16 maart 1971, of bij de toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomst, mogen worden overschreden op voorwaarde dat de wekelijkse arbeidsduur, berekend over een periode van ten hoogste vier maanden, gemiddeld de bij wet of collectieve arbeidsovereenkomst vastgestelde arbeidsduur niet overschrijdt. De arbeidsduur mag in geen geval meer dan elf uur per dag bedragen. De bij artikel 27 van de arbeidswet van 16 maart 1971 vastgestelde maximale wekelijkse arbeidsduur wordt op tweeënvijftig uur gebracht. Op geen enkel ogenblik in de loop van de periode van vier maanden mag de totale duur van de verrichte arbeid de gemiddelde duur van achtendertig uur, vermenigvuldigd met het aantal weken of delen van een week die reeds in die periode van vier maanden verlopen zijn, met meer dan vijfenzestig uur overschrijden.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — A.R. du 25 mai 1992 relatif à la durée du travail des travailleurs occupés dans les salles de cinéma ressortissant à la Sous-commission paritaire pour l'exploitation des salles de cinéma, art. 1er à 5 — pris sur la base des art. 23, 26bis et 27 de la loi du 16 mars 1971, entré en vigueur le 9 juillet 1992, abrogeant l'A.R. du 7 juillet 1988 ; aucune modification ni abrogation enregistrée à Justel au 5 septembre 2026 · NUMAC 1992012498 · M.B. du 9 juillet 1992, p. 15732, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 25 mai 1992 (le texte EST l'arrêté royal) · gelezen op 2026-09-05

Wat de ochtendvoorstellingen betreft, verbinden de werkgevers zich ertoe om op het vlak van de uitbatingen organisatorische regels vast te leggen, met name het opstellen van beurtrollen, en te zorgen voor betere en tijdige communicatie aan de betrokken werknemers.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 22 octobre 2019, « conditions de travail et de rémunération », chapitre VI, art. 20 · dépôt 155543/CO/303.03 · avis de dépôt M.B. du 9 décembre 2019 · A.R. publié au M.B. du 13 avril 2021, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 11 mars 2021 · gelezen op 2026-09-05

Nachtarbeid. De sectorale regeling geldt voor de werknemers in arbeidsregelingen met prestaties tussen 22 en 6 uur. Een financiële uurvergoeding komt bovenop het loon voor de dagen waarop die prestaties worden verricht. Daarenboven wordt een toeslag van 20 pct. op het uurloon gewaarborgd aan de werknemers die prestaties verrichten na 2 u 30 ; hij is dan verschuldigd voor de uren die reeds vanaf 22 uur worden verricht, en bedraagt 25 pct. vanaf het negende event per jaar per site.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 22 octobre 2019 relative au travail de nuit, art. 1er, 3 et 4 § 1er — conclue en application de l'article 36, point 2, de la loi du 16 mars 1971, durée indéterminée, remplace la CCT du 16 octobre 2017 · dépôt 155545/CO/303.03 · avis de dépôt M.B. du 9 décembre 2019 · A.R. publié au M.B. du 2 février 2021, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 13 décembre 2020 · gelezen op 2026-09-05

De mogelijkheid om werknemers na 2 u 30 tewerk te stellen, is beperkt tot acht nachtevenementen per kalenderjaar. Met nachtevenement wordt bedoeld : de nacht van het voor het publiek toegankelijke evenement, desgevallend en voor zover nodig voorafgegaan door één nacht van voorbereidingswerken. Mits toestemming van de syndicale delegatie kan dat aantal verhoogd worden tot maximum 12 per jaar ; in ondernemingen zonder syndicale delegatie kan dat mits toestemming van een syndicale vrijgestelde van een werknemersorganisatie die vertegenwoordigd is in het paritair subcomité. De werkgever brengt de voorzitter van het paritair subcomité minstens 14 kalenderdagen vóór het evenement op de hoogte. De werknemers verrichten de prestatie na 2 u 30 op vrijwillige basis.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 22 octobre 2019 relative au travail de nuit, art. 4 §§ 3 à 5 · dépôt 155545/CO/303.03 · avis de dépôt M.B. du 9 décembre 2019 · A.R. publié au M.B. du 2 février 2021, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 13 décembre 2020 · gelezen op 2026-09-05

Deeltijdse arbeid — functies van kassier, operateur en onthaalpersoneel. Bij toepassing van artikel 182 van de programmawet van 22 december 1989 mag de in het arbeidscontract overeengekomen wekelijkse arbeidsduur lager liggen dan één derde van die van de voltijds tewerkgestelde werknemers die in de onderneming tot dezelfde categorie behoren ; bij ontstentenis daarvan houdt men zich aan de arbeidsduur die in dezelfde bedrijfssector van toepassing is. De gemiddelde arbeidsduur van die contracten wordt per bedrijf naargelang de behoeften en op jaarbasis vastgesteld, waarbij een arbeidsduur van 50 uren op jaarbasis gewaarborgd blijft ; het loon is verschuldigd op basis van de in de overeenkomst vastgelegde wekelijkse arbeidsduur. Bij toepassing van artikel 189 van dezelfde programmawet mag elke werkperiode korter zijn dan drie uren, zonder minder dan één niet onderbroken uur te bedragen. Voor het toonbankpersoneel vereist die laatste afwijking bovendien een bespreking binnen de syndicale delegatie en een ondernemings-cao met de bevoegde regionale vakbondssecretarissen, neergelegd bij de voorzitter van het paritair subcomité en door dat subcomité goedgekeurd.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 27 juin 2007 relative aux mesures spécifiques concernant le travail à temps partiel, art. 2 à 5 — entrée en vigueur le 1er janvier 2009, durée indéterminée, remplace la CCT du 17 juin 2003 · dépôt 84179/CO/303.03 · avis de dépôt M.B. du 9 octobre 2007 · A.R. publié au M.B. du 6 décembre 2007, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 6 novembre 2007 · gelezen op 2026-09-05

Bijkomende prestaties van deeltijds tewerkgestelde werknemers. Overeenkomstig artikel 6 van het koninklijk besluit van 25 juni 1990 tot gelijkstelling van sommige prestaties van deeltijds tewerkgestelde werknemers met overwerk, en in afwijking van artikel 3 van hetzelfde besluit, moeten bij toepassing van een vast of een variabel werkrooster met inachtneming van een vaste wekelijkse arbeidsduur alle bijkomende prestaties die in de loop van een maand worden verricht met een toeslag worden betaald, met uitzondering van de eerste twintig uren per kalendermaand, op voorwaarde dat de werknemer daarmee instemt, dat er een syndicale afvaardiging is en dat die wordt geïnformeerd en controle uitoefent. Worden die voorwaarden niet nageleefd, dan is de overurentoeslag verschuldigd voor de bijkomende prestaties die een krediet van 12 uur per kalendermaand overschrijden.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 27 juin 2007 relative aux mesures spécifiques concernant le travail à temps partiel, art. 6 · dépôt 84179/CO/303.03 · avis de dépôt M.B. du 9 octobre 2007 · A.R. publié au M.B. du 6 décembre 2007, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 6 novembre 2007 · gelezen op 2026-09-05

De sectoreigen premie, toegekend rekening houdend met de eigenheden van deze sector — weekendactiviteit, flexibiliteit en polyvalentie —, wordt maandelijks betaald samen met het loon. De koopkrachtpremie wordt betaald met de loonafrekening van december, en de ecocheques worden met diezelfde loonafrekening van december toegekend.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 22 octobre 2019, « conditions de travail et de rémunération », chapitre III, art. 8 et 9 · dépôt 155543/CO/303.03 · avis de dépôt M.B. du 9 décembre 2019 · A.R. publié au M.B. du 13 avril 2021, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 11 mars 2021 · gelezen op 2026-09-05

Er wordt jaarlijks 1 extra verlofdag toegekend aan al wie 65 gewerkte dagen in de onderneming heeft opgebouwd in het betrokken kalenderjaar. Die dag wordt pro rata het arbeidsregime toegekend. In ondernemingen waar er reeds extra verlofdagen worden toegekend, kan hij via een ondernemings-cao omgezet worden in een gelijkwaardig voordeel ; die omzetting dient te gebeuren vóór 31 maart van het jaar waarin ze gebeurt.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 22 octobre 2019, « conditions de travail et de rémunération », chapitre VIII, art. 22 · dépôt 155543/CO/303.03 · avis de dépôt M.B. du 9 décembre 2019 · A.R. publié au M.B. du 13 avril 2021, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 11 mars 2021 · gelezen op 2026-09-05

Eindeloopbaanverlof. In uitvoering van collectieve arbeidsovereenkomst nr. 104 van 27 juni 2012 over de uitvoering van een werkgelegenheidsplan oudere werknemers in de onderneming, wordt eindeloopbaanverlof toegekend als volgt : 2 dagen vanaf 45 jaar ; 3e dag vanaf 50 jaar ; 4e dag vanaf 55 jaar ; 5e dag vanaf 60 jaar, vanaf 1 januari 2026. Het recht gaat in op 1 januari van het jaar volgend op het kalenderjaar waarin de leeftijd van 45, 50, 55 of 60 jaar werd bereikt. Deze dag wordt beschouwd als dag met vrijstelling van arbeidsprestatie met behoud van loon en als zodanig aangegeven aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 5 mars 2026 concernant le congé de fin de carrière, art. 3, remplaçant l'art. 21 de la CCT du 22 octobre 2019 — entrée en vigueur le 1er janvier 2026, durée indéterminée. Pas encore d'arrêté royal au 5 septembre 2026 : l'avis de dépôt ayant été publié au M.B. du 23 avril 2026, l'art. 26 de la loi du 5 décembre 1968 lie tous les employeurs de la sous-commission, pour les clauses de relations individuelles, depuis le 8 mai 2026 · dépôt 199079/CO/303.03 · avis de dépôt M.B. du 23 avril 2026 · gelezen op 2026-09-05

Paritair comité 303 : de andere comités

PC 303.03 is een onderafdeling van paritair comité 303. Dezelfde familie telt:

Alle 177 paritaire comités

Een loonbrief maken voor PC 303.03

Comités in dezelfde familie