PC 318.01 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE DIENSTEN VOOR GEZINS- EN BEJAARDENHULP VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP, HET WAALSE GEWEST EN DE DUITSTALIGE GEMEENSCHAP
Minimumloon dat wij toetsen
€ 14,1265 per uur · € 2 326,17 per maand
PSC 318.01: functie nr. 1 (technicus oppervlakten, polyvalent arbeider/chauffeur, sociaal huishoudhulp — statuut arbeider), 0 jaar baremieke anciënniteit, 38-urenweek (14,1265 €/u of 2.326,17 €/maand op 01/01/2025). De 8 andere functies (administratief en sociaal, statuut bediende) en anciënniteit geven recht op meer — tot 27,7232 €/u in functie nr. 7. Cao van 24/11/2025, depot 197404/CO/318.01, bijlage 3.
Bron: CAO van 24/11/2025, "Fixation des conditions de travail, de rémunération et d'indexation de la rémunération", PSC 318.01, Art. 7 §3 en Bijlage 3 (neerlegging 197404) — van kracht op 2025-01-01 de tekst lezen
Wat de loonbrief berekent
- het minimumloon
- de Dimona
Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen
- de eindejaarspremie
- de uurpremies
- de verplaatsingskosten
- zondag en feestdagen
- de sectorale bijdragen
Identiteit en indexering
- Officiële benaming : PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE DIENSTEN VOOR GEZINS- EN BEJAARDENHULP VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP, HET WAALSE GEWEST EN DE DUITSTALIGE GEMEENSCHAP
- Registercode : 3180100
- Onder comité PC 318
- Statuten : arbeiders en bedienden
Wat het arbeidsreglement moet vermelden
Wekelijkse arbeidsduur: 38 uur
Diensten voor gezins- en bejaardenhulp erkend en gesubsidieerd door het Waalse Gewest — voltijdse werknemers die de leeftijd van 58 jaar hebben bereikt: 32 uur
CCT du 10 mars 2022 introduisant la réduction collective du temps de travail en Région wallonne, en appliquant un régime de travail de 32 heures par semaine (référence temps plein) pour les travailleurs ayant atteint l'âge de 58 ans et plus, art. 2 (en vigueur le 1er janvier 2022, durée indéterminée) · dépôt 173758/CO/318.01 · A.R. publié au M.B. du 17/04/2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 19 janvier 2023 · gelezen op 2026-09-05
Referteperiode : de vermindering tot 38 uur wordt verwezenlijkt door een inhaalrust die wekelijks wordt toegepast of, pro rata van de arbeidsregeling, door de toekenning van één volledige dag of tweemaal een halve dag per vier weken, zonder cumulatie
De arbeidsduur, die 40 uur bedroeg voor de door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde diensten, wordt vanaf 1 januari 1989 teruggebracht tot 38 uur zonder loonverlies; de uurlonen werden op 1 januari 1989 met 5,26 pct. verhoogd. De inhaalrust wordt wekelijks toegepast of pro rata van de arbeidsregeling, door de toekenning van één volledige dag of tweemaal een halve dag per vier weken, zonder cumulatie. Is er een strikt evenredige vermindering van de arbeidstijd voor deeltijdse werknemers, dan gebeuren de inhaalrusten wanneer de in te halen tijd ten minste één dag van vier uur bereikt of zoals bepaald in de arbeidsovereenkomst. De keuze tussen de wekelijkse rust en de inhaalrusten wordt beslist in de ondernemingsraad of, bij ontstentenis, met de syndicale afvaardiging. Het arbeidsreglement moet aan deze overeenkomst worden aangepast. De inhaalrusten worden genomen op verzoek van de gezins- en bejaardenhelp(st)ers, zonder dat de goede werking van de dienst wordt verstoord.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 20 janvier 1989 conclue au sein de la Commission paritaire pour les aides familiales et les aides seniors, « Conditions de travail », art. 1er, 2 et 3 (en vigueur le 1er janvier 1989, durée indéterminée ; champ d'application : les services subsidiés par la Communauté française) · dépôt 22089/CO/318 · NUMAC 1989012313, M.B. du 30 mai 1989, p. 9314-9315, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 25 avril 1989 · gelezen op 2026-09-05
Voor de diensten die gesubsidieerd worden door de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt het voltijds equivalent voor de gezins- en bejaardenhelp(st)ers en de huishoudhulpen, arbeiders of bedienden, vastgesteld op 38 uur per week. Vanaf 1 juni 2000 genieten die personeelsleden van een verlofkrediet gelijk aan twee uur per week wegens de zwaarte van de arbeid; voor de deeltijdse werknemers is dit verlofkrediet proportioneel.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 21 avril 2008 relative au temps de travail dans les services subsidiés par la COCOF, art. 1er à 3 (en vigueur le 21 avril 2008, durée indéterminée) · dépôt 88697/CO/318.01 · A.R. publié au M.B. du 26/02/2009, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 16 décembre 2008 · gelezen op 2026-09-05
In de door het Waalse Gewest erkende en gesubsidieerde diensten voor gezins- en bejaardenhulp wordt de grens van 38 uur per week teruggebracht tot 32 uur voor de voltijdse werknemers die de leeftijd van 58 jaar hebben bereikt, met integraal behoud van het loon en met compenserende aanwerving; daaruit volgt een evenredige verhoging van het uurloon met 18,75 pct. De nieuwe arbeidsregeling treedt in werking vanaf de eerste dag van de maand waarin de leeftijd van 58 jaar wordt bereikt. Voor de deeltijdse werknemers wordt de vermindering evenredig berekend op basis van 32sten, minstens afgerond naar het hogere half uur, en kan de werknemer vragen zijn oorspronkelijk aantal uren te behouden tot maximaal 32 uur per week, waarbij die arbeidstijd in 32sten wordt gewaardeerd. De vermindering wordt aangerekend op één of meer dagen van de week naar keuze van de werknemer, en de niet gepresteerde dag wordt in gemeen overleg vastgelegd met het oog op de continuïteit van de dienst. Het kader van de wekelijkse organisatie van de arbeidstijd voor de werknemers van 58 jaar en ouder moet in het arbeidsreglement worden opgenomen, dat moet worden aangepast om de toepassing van de overeenkomst mogelijk te maken. De werkgever deelt de nieuwe regeling schriftelijk mee aan de werknemer minstens drie maanden vóór de overgang, volgens het bij de overeenkomst gevoegde model.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 10 mars 2022 introduisant la réduction collective du temps de travail en Région wallonne — régime de 32 heures par semaine pour les travailleurs de 58 ans et plus, art. 2 à 6 et art. 11 · dépôt 173758/CO/318.01 · A.R. publié au M.B. du 17/04/2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 19 janvier 2023 · gelezen op 2026-09-05
Er kan worden afgeweken van de regel van een pauze van minimum een kwartier na zes uur prestatie: wanneer de arbeidstijd zes uur overschrijdt, krijgt de werknemer een pauze van minimaal één minuut. De werknemer duidt zelf, dagelijks en op een door de werkgever uitdrukkelijk als dusdanig aangeduid prestatieblad, het ogenblik aan waarop die pauze wordt genomen; de pauzetijd, ongeacht de duur ervan, wordt niet bezoldigd en niet in de arbeidsduur opgenomen. Die regeling geldt enkel voor de werknemers van wie de onderneming een ondernemings-cao heeft ondertekend die de beginselen van de kader-cao bekrachtigt, en die ondernemings-cao is pas van toepassing vanaf het ogenblik waarop de verwijzing naar de kader-cao in het arbeidsreglement van de instelling is opgenomen, zowel op het vlak van het principe als bij de uitvoering van de uurroosters, en waarop de arbeidsovereenkomsten en de uurroosters van de betrokken werknemers zijn aangepast met inachtneming van de geldende wettelijke bepalingen voor vaste of variabele uurroosters.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT-cadre du 23 mai 2016 relative au temps de pause journalier pour les aides familiaux(iales) et aides seniors ainsi que les ouvriers polyvalents et les aides ménagers(ères), art. 1er à 5 (en vigueur le 23 mai 2016, durée indéterminée) ; texte identique dans la CCT-cadre du 23 mai 2016 relative au temps de pause journalier pour les gardes à domicile et les gardes d'enfants malades (dépôt 134340, A.R. du 11 août 2017, M.B. du 06/09/2017) · dépôt 134339/CO/318.01 · A.R. publié au M.B. du 16/10/2017, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 30 août 2017 · gelezen op 2026-09-05
In de door het Waalse Gewest gesubsidieerde diensten voor gezins- en bejaardenhulp zijn onregelmatige prestaties van de gezins- en bejaardenhelp(st)ers de prestaties die op vraag van de dienst worden verricht tussen 6 en 8 uur 's morgens en tussen 18 uur en 21 uur 30 's avonds, alsook die verricht op zaterdag, zondag en feestdagen van 0 tot 24 uur. Een toeslag wordt toegepast op het werkelijke uurloon, pro rata de duur van de effectief geleverde prestaties: 26 pct. op zaterdag, 56 pct. op zon- en feestdagen van 0 tot 24 uur, 20 pct. voor de oncomfortabele uren van 6 tot 8 uur en van 18 tot 20 uur, en 35 pct. van 20 uur tot 21 uur 30, zaterdagen inbegrepen. Die toeslagen zijn niet onderling cumuleerbaar: de hoogste is van toepassing.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 19 novembre 2007 relative aux prestations irrégulières en Région wallonne, art. 2 et 3 (en vigueur le 1er janvier 2009, durée indéterminée) · dépôt 86136/CO/318.01 · A.R. publié au M.B. du 10/09/2008, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 18 mai 2008 · gelezen op 2026-09-05
Voor de thuisoppassers van de diensten gesubsidieerd door het Waalse Gewest, de Gemeenschappelijke en de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap wordt een loontoeslag van 20 pct. op het uurloon toegekend voor de prestaties verricht 's nachts tussen 20 uur en 6 uur. In de enkel door het Waalse Gewest gesubsidieerde diensten genieten de thuisoppassers bovendien, op het baremieke loon en pro rata de duur van de effectief gepresteerde of gelijkgestelde oncomfortabele uren, een toeslag van 26 pct. voor het werk op zaterdag, 56 pct. voor het werk op zondag en op feestdagen van 0 tot 24 uur, 35 pct. voor het nachtwerk tussen 20 uur en 6 uur op een weekdag of een zaterdag, en 20 pct. voor het werk 's morgens en 's avonds tussen 6 en 8 uur en tussen 18 en 20 uur; die toeslagen zijn onderling niet cumuleerbaar, noch met die voor nachtarbeid — de hoogste is van toepassing —, maar zij worden gecumuleerd met de toeslagen voor overuren voorzien in de arbeidswet van 16 maart 1971.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 20 février 2006 fixant les conditions de travail et de rémunération pour les prestations de nuit pour les gardes à domicile, art. 1er et 3 (en vigueur le 1er janvier 2006, durée indéterminée ; dépôt 78953, A.R. du 5 août 2006, M.B. du 13/09/2006), et CCT du 12 avril 2011 relative aux sursalaires dus pour les heures inconfortables pour les gardes à domicile, art. 4 à 9 (en vigueur le 1er janvier 2010, durée indéterminée) · dépôt 104549/CO/318.01 · A.R. publié au M.B. du 20/02/2013, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 5 décembre 2012 · gelezen op 2026-09-05
In de door het Waalse Gewest gesubsidieerde diensten voor gezins- en bejaardenhulp wordt aan de werknemers, bedienden en arbeiders met uitsluiting van de dienstenchequewerknemers, 1,5 verlofdag per voltijds equivalent toegekend vanaf 1 januari 2008 en 1,5 bijkomende verlofdag vanaf 1 januari 2009, samen drie dagen, waarvan de toepassingsmodaliteiten overeenstemmen met de wettelijke bepalingen inzake jaarlijkse vakantie. Die maatregel geldt evenredig voor de deeltijdse werknemers. De in de instellingen en diensten gesloten collectieve arbeidsovereenkomsten met gunstiger bepalingen blijven van toepassing; in de ondernemingen die reeds 28 verlofdagen of meer toekennen in een vijfdagenweek — 32 dagen in een zesdagenweek — kan een paritaire onderhandeling, geconcretiseerd door een ondernemings-cao, één, twee of drie bestaande verlofdagen omzetten in een gelijkwaardig voordeel indien wordt vastgesteld dat de maatregel onuitvoerbaar is zonder het dienstenaanbod aan de begunstigden te verminderen.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 19 novembre 2007 relative à l'octroi de jours de congé supplémentaires en Région wallonne, art. 1er à 6 (en vigueur le 19 novembre 2007, durée indéterminée) · dépôt 86137/CO/318.01 · A.R. publié au M.B. du 10/09/2008, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 18 mai 2008 · gelezen op 2026-09-05
In de diensten voor gezins- en bejaardenhulp van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die onder het PSC 318.01 en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie ressorteren, en onverminderd de algemene reglementering inzake jaarlijkse vakantie, heeft elke werknemer die daarom verzoekt recht op een periode van drie opeenvolgende weken vakantie; voor de werknemers die weekendprestaties leveren, omvat die periode drie opeenvolgende vrije weekends. Die toekenning kan worden beperkt door ernstige dienstnoodwendigheden, te verstaan als de noodzaak een beroep te doen op de werknemer om de onontbeerlijke omkadering te verzekeren voor de continuïteit van de dienst en het welzijn van de begunstigden, in het bijzonder in de kleinere structuren, en dit ondanks het beroep op de beschikbare ondersteunings- of vervangingsmogelijkheden. Op vraag van de werknemer motiveert de werkgever zijn eventuele weigering en stelt hij alternatieven voor. Het arbeidsreglement bepaalt de modaliteiten voor de toekenning van de individuele en collectieve vakantie, en de wensen moeten aan de werkgever worden overgemaakt met inachtneming van de paritair binnen de instelling vastgelegde procedure — termijnen, vorm van indiening en antwoord van de werkgever —, in een geest van billijkheid tussen alle werknemers.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 27 mars 2023 relative à l'octroi des vacances annuelles adoptée en exécution du protocole des accords du non-marchand de la Région de Bruxelles-Capitale, art. 1er à 4 (en vigueur le 1er mars 2023, durée indéterminée) · dépôt 179373/CO/318.01 · A.R. publié au M.B. du 22/08/2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 21 juillet 2023 · gelezen op 2026-09-05
In de diensten voor gezins- en bejaardenhulp die door de Duitstalige Gemeenschap worden gesubsidieerd, wordt aan de werknemers, arbeiders en bedienden, vanaf 1 januari 2021 één bijkomende verlofdag per jaar toegekend, bovenop de wettelijke verlofdagen. Die dag wordt toegekend in verhouding tot de arbeidstijd van de werknemer op het ogenblik van de opname en moet vóór het wettelijk verlof worden opgenomen, met uitzondering van het jaar 2021; de verloning ervan wordt berekend zoals die van de wettelijke verlofdagen, en de dag wordt in gemeen overleg tussen werknemer en werkgever opgenomen. Heeft de werknemer dat bijkomend verlof niet opgenomen, dan ontvangt hij op het einde van het vakantiejaar of bij zijn uitdiensttreding het loon dat overeenstemt met het betrokken aantal arbeidsuren, aan maximaal 7,6 uur per dag in een 38-urenweek, vermenigvuldigd met zijn normale uurloon, en overhandigt de werkgever hem een attest van het betaalde bedrag dat hij aan zijn volgende werkgever kan voorleggen. Bijkomende verlofdagen die individueel of collectief in de onderneming worden toegekend bovenop het voorgaande, blijven verworven.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 20 décembre 2021 relative à l'octroi d'un jour de vacances complémentaire (texte authentique en allemand), art. 1er à 8 (en vigueur le 1er janvier 2021, durée indéterminée) · dépôt 172255/CO/318.01 · A.R. publié au M.B. du 22/02/2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 9 octobre 2022 · gelezen op 2026-09-05
In de diensten voor gezins- en bejaardenhulp die gesubsidieerd worden door de Gemeenschappelijke en de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt aan de werknemers, arbeiders en bedienden, een bezoldigde gemeenschapsverlofdag toegekend, evenredig met de arbeidstijd, voor het feest van de Franse Gemeenschap vastgesteld op 27 september of voor dat van de Vlaamse Gemeenschap vastgesteld op 11 juli. De werknemer kiest vrij tot welke taalgemeenschap hij behoort.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 10 décembre 2001 relative à l'octroi d'un jour de congé pour la fête des Communautés francophone ou flamande, art. 1er à 3 (en vigueur le 1er janvier 2001, durée indéterminée ; sans arrêté royal, mais l'avis de dépôt a été publié au Moniteur le 11 décembre 2003, de sorte que l'article 26 de la loi du 5 décembre 1968 lie tous les employeurs de la sous-commission depuis le 26 décembre 2003, sauf clause écrite contraire du contrat individuel) · dépôt 68724/CO/318.01 · avis de dépôt M.B. du 11 décembre 2003 · gelezen op 2026-09-05
Paritair comité 318 : de andere comités
PC 318.01 is een onderafdeling van paritair comité 318. Dezelfde familie telt: