mijnloonbrief.be

PC 339.03 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE ERKENDE MAATSCHAPPIJEN VOOR SOCIALE HUISVESTING VAN HET BRUSSELSE HOOFDSTEDELIJK GEWEST

Minimumloon dat wij toetsen

€ 14,5397 per uur · € 2 394,2056 per maand

PSC 339.03: geen enkele eigen cao legt een barema vast (22 cao's uit het register nagekeken per thema, geen enkele over becijferde verloning). De gehanteerde ondergrens is die van het MOEDERCOMITÉ (PC 339), waarvan het toepassingsgebied het Brusselse Gewest niet uitsluit: gewaarborgd minimum maandloon 2 394,2056 €, uurloon 14,5397 €/u op 01/08/2026 (basis 1 807,27 €/maand — 10,97 €/u op 05/12/2017, cao 144388/CO/339, sindsdien geïndexeerd via het spilindexmechanisme van cao 144396/CO/339, beide volledig gelezen). Overgenomen uit de officiële tabel van de FOD Werkgelegenheid (salairesminimums.be, PC 3390000) — niet door ons herberekend.

Bron: CAO van 05/12/2017 betreffende het sectoraal minimumloon (144388/CO/339, moedercomité, integraal gelezen), geïndexeerd overeenkomstig de CAO van 05/12/2017 betreffende het indexeringsmechanisme (144396/CO/339, integraal gelezen), art. 2 (gewaarborgd basisminimumloon) (neerlegging 144388) — van kracht op 2026-08-01 de tekst lezen

Wat de loonbrief berekent

  • het minimumloon
  • de Dimona

Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen

  • de maaltijdcheques
  • de verplaatsingskosten
  • de sectorale bijdragen

Identiteit en indexering

  • Officiële benaming : PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE ERKENDE MAATSCHAPPIJEN VOOR SOCIALE HUISVESTING VAN HET BRUSSELSE HOOFDSTEDELIJK GEWEST
  • Registercode : 3390300
  • Onder comité PC 339
  • Statuten : arbeiders en bedienden

Wat het arbeidsreglement moet vermelden

Dit paritair comité stelt geen wekelijkse arbeidsduur vast voor zijn hele toepassingsgebied. Neem de 38 uur van een model niet zomaar over: lees hieronder wat het comité wél schrijft.

Het paritair subcomité stelt zelf geen wekelijkse arbeidsduur vast : geen enkele van zijn conventies doet dat, en die over de loopbaaneindverlofdagen verwijst zelf « naar de uurregeling die van kracht is in de huisvestingsmaatschappij » om een verlofdag in uren om te rekenen (CAO van 28 februari 2024, artikel 8, § 3). Op het niveau van het moedercomité is de werkweek van 38 uur uit de CAO van 5 december 2017 de referentiebasis van het minimumloon — « voor de werknemers, tewerkgesteld in een werkweek van 38 uur » —, geen opgelegd rooster. Het rooster blijft dat van het arbeidsreglement van de onderneming, binnen de wettelijke grens van 38 uur per week (wet van 10 augustus 2001, artikel 2, § 2).
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 5 décembre 2017 relative au salaire minimum sectoriel (commission mère, champ : sociétés de logement social agréées), art. 2, §§ 1er et 2 ; CCT du 28 février 2024 concernant les jours de fin de carrière, art. 8, § 3 ; aucune des 22 conventions de la sous-commission ne dispose sur la durée du travail (dépouillement des thèmes du 05/09/2026, reconfirmé le 14/09/2026) · dépôt 144388/CO/339 · A.R. du 17 août 2018, publié au M.B. du 10 septembre 2018 · jours de fin de carrière : dépôt 186598/CO/339.03, opposable depuis le 17 avril 2024 (art. 26), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 17 août 2018 · gelezen op 2026-09-14

Onverminderd de algemene wetgeving inzake jaarlijkse vakantie heeft elke werknemer die hierom verzoekt recht op een periode van drie opeenvolgende weken vakantie, die ten minste drie opeenvolgende weekenden omvat ; dit recht kan eenmaal per kalenderjaar worden uitgeoefend. De toekenning kan worden beperkt wegens ernstige dienstvereisten, dit wil zeggen elke situatie waarin de continuïteit, de veiligheid en de kwaliteit van de werking van de dienst niet kunnen worden gewaarborgd zonder de aanwezigheid van het nodige personeel, en pas nadat alle redelijke mogelijkheden voor interne of externe ondersteuning zijn ingezet, vervangingen inbegrepen. Het arbeidsreglement legt de toepasselijke procedure vast : de termijnen en de vormen waarin de verlofaanvragen worden ingediend, de manier waarop de werkgever antwoordt, de prioriteitscriteria en de stappen voor het vastleggen van de individuele en collectieve vakantieplanningen, vastgesteld in het kader van het sociaal overleg. Bestaande gunstigere lokale regelingen of ondernemingspraktijken blijven behouden.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 25 mars 2026 relative à l'octroi de trois semaines de vacances annuelles consécutives, adoptée en exécution de l'accord-cadre 2025-2026, art. 3, 4 et 5 (en vigueur le 1er janvier 2026, durée indéterminée — art. 6) · dépôt 199298/CO/339.03 · pas d'arrêté royal au 05/09/2026 · avis de dépôt au M.B. du 7 mai 2026, donc opposable à tous les employeurs de la sous-commission depuis le 22 mai 2026 pour ce qu'elle règle des relations individuelles de travail (loi du 5 décembre 1968, art. 25 et 26) · gelezen op 2026-09-05

Vanaf 1 januari 2024 hebben de werknemers elk jaar recht op een bijkomende loopbaanverlofdag op de leeftijd van 55 jaar, 58 jaar, 60 jaar, 62 jaar en 64 jaar, op voorwaarde dat het totaal aantal verlofdagen van de werknemer — wettelijke, extralegale en conventionele dagen van alle aard — lager is dan 30 dagen per jaar. Deze dagen worden niet gecumuleerd : de gunstigste regeling is van toepassing. Zij moeten verplicht in het jaar worden opgenomen, en de verlofdag stemt in uren overeen met een dag van de uurregeling die van kracht is in de huisvestingsmaatschappij.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 28 février 2024 concernant les jours de fin de carrière, conclue en exécution de l'art. 9 de l'accord national 2023-2024 du 14 décembre 2023, art. 3 à 8 (effets au 1er janvier 2024, durée indéterminée — art. 9) · dépôt 186598/CO/339.03 · pas d'arrêté royal au 05/09/2026 · avis de dépôt au M.B. du 2 avril 2024, donc opposable à tous les employeurs de la sous-commission depuis le 17 avril 2024 (loi du 5 décembre 1968, art. 25 et 26) · gelezen op 2026-09-05

Een syndicale delegatie kan worden opgericht vanaf 30 werknemers. Het paritair subcomité voor de erkende maatschappijen voor sociale huisvesting van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest heeft de collectieve arbeidsovereenkomst die de uitvoeringsmodaliteiten vastlegt nog niet gesloten ; die moeten dus op ondernemingsvlak worden geregeld.
Rubriek 13° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 5 décembre 2017 relative au statut de la délégation syndicale, conclue au sein de la COMMISSION MÈRE et applicable à tous les employeurs des sociétés de logement social agréées, art. 2 et 3 (en vigueur le 5 décembre 2017, durée indéterminée) · dépôt 144481/CO/339 · A.R. publié au M.B. du 12 septembre 2018 · la sous-commission 339.03 ne porte aucune convention sur le sujet au 05/09/2026, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 17 août 2018 · gelezen op 2026-09-05

Paritair comité 339 : de andere comités

PC 339.03 is een onderafdeling van paritair comité 339. Dezelfde familie telt:

Alle 177 paritaire comités

Een loonbrief maken voor PC 339.03

Comités in dezelfde familie