mijnloonbrief.be

PC 120.01 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE TEXTIELNIJVERHEID UIT HET ADMINISTRATIEF ARRONDISSEMENT VERVIERS

Geen sectoraal barema toegepast

PC 120.01 is erkend en gedocumenteerd, maar er wordt hier geen sectorale loonschaal toegepast. Meestal is dat geen achterstand van ons: de FOD Werk actualiseert sinds september 2022 enkel nog de barema's van de comités met meer dan 2 000 werknemers, en waar er nog een schaal bestaat, is die soms ouder — en dus lager — dan het interprofessioneel gewaarborgd minimum. In dat geval blijft dat minimum de beste bescherming, en het is dat wat de loonbrief toepast.

De afrekening vermeldt duidelijk welke sectorale elementen niet werden toegepast. Publiceert uw comité een schaal die wij niet hebben gezien? Zeg het ons — wij lezen ze.

Wat de loonbrief berekent

  • de Dimona

Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen

  • het minimumloon
  • de uurpremies
  • de maaltijdcheques
  • de ecocheques
  • de verplaatsingskosten
  • zondag en feestdagen
  • de tijdelijke werkloosheid
  • de sectorale bijdragen
  • de DmfA

Identiteit en indexering

  • Officiële benaming : PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE TEXTIELNIJVERHEID UIT HET ADMINISTRATIEF ARRONDISSEMENT VERVIERS
  • Registercode : 1200100
  • Onder comité PC 120
  • Statuten : arbeiders

Wat het arbeidsreglement moet vermelden

Dit paritair comité stelt geen wekelijkse arbeidsduur vast voor zijn hele toepassingsgebied. Neem de 38 uur van een model niet zomaar over: lees hieronder wat het comité wél schrijft.

Vrijwillige overuren — sinds 1 april 2026 geldt EEN enkel wettelijk contingent: maximaal 360 uren per kalenderjaar en per werknemer, voor alle sectoren (art. 25bis, § 1, eerste lid, van de arbeidswet van 16 maart 1971, van 100 op 360 uren gebracht door de wet van 18 mei 2026, NUMAC 2026/201466, BS 01/06/2026, 2e uitg., p. 29768 ; in werking op 1 april 2026, art. 8 van die wet), en op 240 van de 360 uren is geen bijkomende bezoldiging (art. 29, § 1) verschuldigd (art. 25bis, § 3). Art. 19 van de cao van 16 januari 2024 — reeds art. 22 van de cao van 18 november 2019 — hield het sectorale plafond op 180 uren, genomen op art. 25bis, § 1, tweede lid: dat lid is door dezelfde wet AFGESCHAFT (art. 2, 2°) en het sectorale plafond heeft geen grondslag meer. Onopgeklare punt: art. 28, § 1 laat een algemeen verbindend verklaarde cao toe de maxima van dezelfde afdeling te verlagen — of een cao de vrijwillige uren onder 360 kan plafonneren wordt door geen enkele gelezen tekst geregeld; zolang niets dat beslist, wordt hier geen sectoraal plafond onder het wettelijk contingent getoond.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — Loi du 18 mai 2026 portant modifications relatives au régime des heures supplémentaires volontaires et du Code pénal social, art. 2, 2° (NUMAC 2026/201466, MB 01/06/2026, éd. 2, p. 29768-29769, lue le 16/09/2026 sur l'extrait archivé) ; CCT du 16 janvier 2024 (CCT générale), chapitre VIII « Organisation du travail », art. 19 — citée pour ce qu'elle dit de son plafond, sa clause d'heures volontaires étant prise sur une habilitation abrogée ; même règle à l'art. 22 de la CCT du 18 novembre 2019 (157049/CO/120.01) et à la CCT du 16 décembre 2021 (173817/CO/120.01) · dépôt 186304/CO/120.01 · avis de dépôt MB 11/03/2024 · A.R. du 26 septembre 2024 publié au MB le 04/11/2024 ; la convention s'applique du 1er janvier 2023 au 31 décembre 2024 inclus (art. 25) et aucune CCT générale postérieure n'était enregistrée au 05/09/2026, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 26 septembre 2024 · gelezen op 2026-09-05

Procedure voor het vastleggen van de jaarlijkse vakantie — uiterlijk op 15 september stuurt het bestuur van de federatie aan de woordvoerders, de voorzitter en de secretaris van het paritair subcomité een aanbeveling die beperkt is tot drie opeenvolgende weken jaarlijkse vakantie in juli/augustus, waarbij de werkgever en de werknemer voor de overblijvende vakantiedagen tot een individueel akkoord komen ; die aanbeveling zegt niets over de dagen ter vervanging van feestdagen die op een zaterdag of zondag vallen, waarover een akkoord binnen de onderneming moet worden gesloten en, bij gebreke daaraan, de wetgeving geldt (vervanging door de eerstvolgende werkdag). Uiterlijk op 1 oktober maken de woordvoerders hun akkoord of niet-akkoord per e-mail bekend aan de voorzitter, met kopie aan de secretaris en het bestuur van de federatie ; geen reactie wordt beschouwd als een impliciet akkoord. Bij akkoord stuurt het bestuur van de federatie de ondernemingen een omzendbrief die de aanbeveling betekent ; bij niet-akkoord wordt de aanbeveling opgesteld binnen het paritair subcomité, dat daartoe vergadert. Elke aanvraag tot afwijking verloopt nadien via sociaal overleg in de ondernemingsraad — bij gebrek aan een unaniem akkoord geldt de oorspronkelijke aanbeveling — en, bij gebrek aan OR, CPBW of vakbondsafvaardiging, op individuele basis, elektronisch naar de secretaris van het subcomité, die ze ter goedkeuring aan de leden bezorgt.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 18 novembre 2019 (Convention collective générale), chapitre XIV « Vacances annuelles », art. 26, applicable à partir du 1er janvier 2020 ; procédure maintenue pour 2023 et 2024 par l'art. 23 de la CCT du 16 janvier 2024 (186304/CO/120.01) · dépôt 157049/CO/120.01 · avis de dépôt MB 11/03/2020 · A.R. du 20 décembre 2020 publié au MB le 05/02/2021 ; convention conclue du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2020 (art. 28), sa procédure de vacances étant maintenue pour 2023 et 2024 par l'art. 23 de la CCT du 16 janvier 2024, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 20 décembre 2020 · gelezen op 2026-09-05

Anciënniteitsdagen — aan de arbeider of arbeidster met een ononderbroken anciënniteit van ten minste 15 jaar in dezelfde onderneming wordt EEN betaalde dag afwezigheid toegekend in de loop van elk kalenderjaar ; een tweede betaalde dag wordt toegekend vanaf 25 jaar ononderbroken anciënniteit in dezelfde onderneming, welke voorwaarde met ingang van 1 januari 2024 wordt vervangen door 20 jaar ; ten slotte wordt aan elke werknemer van minstens 55 jaar 1 anciënniteitsverlofdag toegekend (« rimpeldag » genoemd), op voorwaarde dat hij in de onderneming geen enkele anciënniteitsverlofdag heeft gekregen krachtens de eerste twee punten. Deze dagen zijn niet cumuleerbaar met bestaande en gunstigere stelsels op ondernemingsvlak, en het loon voor die dagen wordt ten laste genomen door de werkgever. Voor de anciënniteit tellen de tewerkstellingsperioden met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur, als « PFI » en als uitzendkracht bij de gebruiker mee, voor zover de tewerkstelling als uitzendkracht beantwoordt aan artikel 37/4 van de wet van 3 juli 1978. Wordt een arbeider ontslagen wegens een herstructurering ten gevolge van een sluiting of een faillissement zoals bedoeld in artikel 9 van het K.B. van 7 december 1992, dan blijft de verworven anciënniteit behouden indien hij binnen de zes maanden (182 kalenderdagen) in dienst treedt bij een nieuwe werkgever van PSC 120.01.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 16 janvier 2024 (CCT générale), chapitre X « Jours d'ancienneté », art. 21, §§ 1er à 5 ; il modifie l'art. 48 de la CCT du 18 juin 2001 pour les ouvriers de la S-CP 120.01, elle-même enregistrée sous le n° 59342/CO/120, qui accordait un jour dès 20 ans et un deuxième dès 25 ans · dépôt 186304/CO/120.01 · avis de dépôt MB 11/03/2024 · A.R. du 26 septembre 2024 publié au MB le 04/11/2024 ; la convention s'applique du 1er janvier 2023 au 31 décembre 2024 inclus (art. 25) et aucune CCT générale postérieure n'était enregistrée au 05/09/2026, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 26 septembre 2024 · gelezen op 2026-09-05

Vakbondsafvaardiging — de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 september 1976 betreffende het statuut van de syndicale afvaardiging van het vroegere Paritair Comité nr. 123 wordt opgeheven en vervangen door de cao van 3 mei 1972 van het paritair comité nr. 120 voor de textielnijverheid en het breiwerk. Voor de berekening van de drempel bepaald in artikel 1 van die cao van 3 mei 1972 met het oog op de oprichting van een syndicale afvaardiging in de ondernemingen wordt vanaf 1 oktober 2000 ook rekening gehouden met de uitzendkrachten ; daarbij worden de uitzendkrachten die arbeiders vervangen van wie de uitvoering van de arbeidsovereenkomst geschorst is, niet meegeteld.
Rubriek 13° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 18 juin 2001 pour les ouvriers de la S-CP 120.01, chapitre XIV « Délégation syndicale », art. 44 et 45 · dépôt 59342/CO/120 (classée au registre sous la CP 120 nationale et sous le titre « exécution de l'accord interprofessionnel 2001-2002 ») · dépôt du 28/06/2001, enregistrement du 24/10/2001 · aucun arrêté royal ; les clauses de relations individuelles lient tous les employeurs de l'organe quinze jours après l'avis de dépôt (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · gelezen op 2026-09-05

Paritair comité 120 : de andere comités

PC 120.01 is een onderafdeling van paritair comité 120. Dezelfde familie telt:

Alle 177 paritaire comités

Een loonbrief maken voor PC 120.01

Comités in dezelfde familie