PC 120.03 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR HET VERVAARDIGEN VAN EN DE HANDEL IN ZAKKEN IN JUTE OF IN VERVANGINGSMATERIALEN
Geen sectoraal barema toegepast
PC 120.03 is erkend en gedocumenteerd, maar er wordt hier geen sectorale loonschaal toegepast. Meestal is dat geen achterstand van ons: de FOD Werk actualiseert sinds september 2022 enkel nog de barema's van de comités met meer dan 2 000 werknemers, en waar er nog een schaal bestaat, is die soms ouder — en dus lager — dan het interprofessioneel gewaarborgd minimum. In dat geval blijft dat minimum de beste bescherming, en het is dat wat de loonbrief toepast.
De afrekening vermeldt duidelijk welke sectorale elementen niet werden toegepast. Publiceert uw comité een schaal die wij niet hebben gezien? Zeg het ons — wij lezen ze.
Wat de loonbrief berekent
- de Dimona
Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen
- het minimumloon
- het flexiloon
- de eindejaarspremie
- de uurpremies
- de maaltijdcheques
- de verplaatsingskosten
- het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
- de tijdelijke werkloosheid
- de sectorale bijdragen
- de vermeldingen op de afrekening
Identiteit en indexering
- Officiële benaming : PARITAIR SUBCOMITE VOOR HET VERVAARDIGEN VAN EN DE HANDEL IN ZAKKEN IN JUTE OF IN VERVANGINGSMATERIALEN
- Registercode : 1200300
- Onder comité PC 120
- Statuten : arbeiders
Wat het arbeidsreglement moet vermelden
Wekelijkse arbeidsduur: 36 u 30
Lager dan het wettelijke maximum van 38 uur. Een reglement dat 38 uur vermeldt, is voor dit comité onwettig.
Referteperiode : 12 maanden, van 1 augustus van het huidige jaar tot 31 juli van het volgende jaar
De gemiddelde wekelijkse arbeidsduur is bepaald op 36 uur 1/2 en wordt gerealiseerd met prestaties van 38 uur/week en door toekenning van 72 inhaalrusturen op jaarbasis, bezoldigd door de werkgever. De gemiddelde wekelijkse arbeidsduur zal nageleefd worden over de referteperiode van 12 maanden, die een aanvang neemt op 1 augustus van het huidige jaar om te eindigen op 31 juli van het volgende jaar.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 30 janvier 2026 « Flexibilité », art. 3 et 4 ; règle identique depuis la CCT du 18 juin 2001 (dépôt 59645/CO/120, art. 2 et 3), qui la libellait « 36.30 heures … et l'octroi de 7,2 jours de repos de récupération annuellement » · dépôt 197744/CO/120.03 · avis de dépôt MB 25/02/2026 · A.R. du 18 mai 2026 publié au MB le 04/06/2026 ; la convention entre en vigueur le 1er janvier 2025 et cesse de produire ses effets le 31 décembre 2026 (art. 6), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 18 mai 2026 · gelezen op 2026-09-05
Flexibele uurroosters — ingevolge toepassing van artikel 20bis van de arbeidswet van 16 maart 1971, meer specifiek « kleine flexibiliteit », worden flexibele uurroosters ingevoerd, die beperkt zijn tot : 1° 2 UUR onder of boven de dagelijkse grens vastgesteld in het uurrooster, zonder dat de daggrens de 9 UUR overschrijdt ; 2° 5 uur onder of boven de weekgrens vastgesteld in het uurrooster, zonder dat de weekgrens de 43 UUR mag overschrijden.
Rubriek 16° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 30 janvier 2026 « Flexibilité », art. 2 · dépôt 197744/CO/120.03 · avis de dépôt MB 25/02/2026 · A.R. du 18 mai 2026 publié au MB le 04/06/2026 ; la convention entre en vigueur le 1er janvier 2025 et cesse de produire ses effets le 31 décembre 2026 (art. 6), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 18 mai 2026 · gelezen op 2026-09-05
Aankondiging van piek- en dalroosters — wanneer de werkgever wil overgaan tot dal- of piekrooster, zal hij, na overleg met de regionale vakbondssecretarissen, dit ter kennis brengen aan de werknemers door het uithangen van een bericht ten minste 7 kalenderdagen vooraf, met vermelding van de alternatieve uurroosters van toepassing. Dit bericht wordt als bijlage aan het arbeidsreglement beschouwd. Het zal aangeplakt blijven zolang de alternatieve uurregeling van toepassing is en bewaard worden tot 6 maanden na het einde van de periode gedurende welke de wekelijkse arbeidsduur moet worden nageleefd.
Rubriek 16° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 30 janvier 2026 « Flexibilité », art. 5 · dépôt 197744/CO/120.03 · avis de dépôt MB 25/02/2026 · A.R. du 18 mai 2026 publié au MB le 04/06/2026 ; la convention entre en vigueur le 1er janvier 2025 et cesse de produire ses effets le 31 décembre 2026 (art. 6), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 18 mai 2026 · gelezen op 2026-09-05
Tijdstip van betaling — de eindejaarspremie (5,33 pct. van het brutoloon verdiend tussen 1 december van het vorige jaar en 30 november van het lopende jaar, met een gewaarborgde minimumpremie van 12,39 EUR voor de werknemers van 21 jaar en ouder) en de aanvullende vakantievergoeding (3 pct. van hetzelfde brutoloon) worden betaald samen met de laatste loonuitbetaling van de maand december. De terugbetaling van de gedragen vervoerskosten (gemeenschappelijk vervoer, andere vervoermiddelen, verplaatsingsvergoeding van 1,00 EUR per effectief gewerkte dag en fietsvergoeding) geschiedt ten minste om de maand.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — Accord national du 30 janvier 2026, art. 19, 20, 21 et 34 — tous rangés par l'art. 47 parmi les articles à durée indéterminée ; mêmes règles aux art. 20, 21, 22 et 35 de la CCT nationale générale du 7 décembre 2021 (dépôt 175222/CO/120.03, A.R. du 18 juin 2023, MB 28/06/2023) · dépôt 199630/CO/120.03 · avis de dépôt MB 26/05/2026 — opposable à tous les employeurs de la sous-commission depuis le 10/06/2026 (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · aucun arrêté royal à ce jour ; la convention produit ses effets au 1er janvier 2025 et cesse le 31 décembre 2026, SAUF ses articles 1er à 2, 3 à 10, 19 à 25, 29 à 38, 40 à 41 et 47, conclus pour une DURÉE INDÉTERMINÉE et dénonçables moyennant six mois de préavis (art. 47) · gelezen op 2026-09-05
Anciënniteitsverlof — aan de werknemer die minstens 20 jaar ononderbroken anciënniteit in de sector heeft, wordt één dag bezoldigde afwezigheid toegekend in de loop van elk kalenderjaar, waarbij de werkgever voor die anciënniteitsdag het normale loon betaalt zoals voorzien in de wetgeving op de betaalde feestdagen ; vanaf 2026 wordt deze dag toegekend na 15 jaar ononderbroken anciënniteit in de sector. een tweede anciënniteitsdag, eerst toegekend vanaf 25 jaar, daarna vanaf 15 jaar in 2014, wordt sinds 2019 toegekend na 10 jaar ononderbroken anciënniteit in de sector ; de betaling ervan valt ten laste van het Fonds voor bestaanszekerheid voor het vervaardigen van en de handel in zakken in jute of in vervangingsmaterialen. Voor IBO en uitzendkrachten wordt de periode als uitzendkracht en IBO voorafgaand aan een contract van onbepaalde duur meegeteld voor het anciënniteitsverlof.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — Accord national du 30 janvier 2026, chapitre VII « Congé d'ancienneté », art. 36, §§ 1er et 2 — article à durée indéterminée par l'art. 47 · dépôt 199630/CO/120.03 · avis de dépôt MB 26/05/2026 — opposable à tous les employeurs de la sous-commission depuis le 10/06/2026 (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · aucun arrêté royal à ce jour ; la convention produit ses effets au 1er janvier 2025 et cesse le 31 décembre 2026, SAUF ses articles 1er à 2, 3 à 10, 19 à 25, 29 à 38, 40 à 41 et 47, conclus pour une DURÉE INDÉTERMINÉE et dénonçables moyennant six mois de préavis (art. 47) · gelezen op 2026-09-05
Klein verlet — bij overlijden van de partner, van een kind van de werknemer of van een kind van de partner van de werknemer worden DE wettelijk voorziene drie dagen klein verlet op vijf dagen gebracht sinds 1 juni 2005. Deze vijf dagen mogen genomen worden tussen de dag van het overlijden en tot en met de derde kalenderdag die de dag van de begrafenis volgt.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — Accord national du 30 janvier 2026, chapitre VIII « Petit chômage », art. 37 et 38 — articles à durée indéterminée par l'art. 47 · dépôt 199630/CO/120.03 · avis de dépôt MB 26/05/2026 — opposable à tous les employeurs de la sous-commission depuis le 10/06/2026 (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · aucun arrêté royal à ce jour ; la convention produit ses effets au 1er janvier 2025 et cesse le 31 décembre 2026, SAUF ses articles 1er à 2, 3 à 10, 19 à 25, 29 à 38, 40 à 41 et 47, conclus pour une DURÉE INDÉTERMINÉE et dénonçables moyennant six mois de préavis (art. 47) · gelezen op 2026-09-05
Vakbondsafvaardiging — in de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 december 1971 inzake het statuut van de syndicale afvaardiging (koninklijk besluit van 27 juli 1972, Belgisch Staatsblad van 19 oktober 1972), gewijzigd bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 maart 1989 (koninklijk besluit van 18 december 1989, Belgisch Staatsblad van 12 februari 1990), wordt in artikel 12 het getal 35 vervangen door 30 — de personeelsdrempel vanaf welke een syndicale afvaardiging wordt opgericht. Er wordt een artikel 12BIS toegevoegd : « Een recht om op het werk afwezig te zijn teneinde vormingscursussen te volgen, verstrekt door of op initiatief van de vakorganisaties, wordt erkend. Het aantal dagen afwezigheid toegestaan op het vlak van iedere onderneming bedraagt 2 arbeidsdagen per jaar en per effectief mandaat. De werkgevers betalen het normale loon voor deze afwezigheidsdagen op basis van de wetgeving inzake het loon voor de betaalde feestdagen. »
Rubriek 13° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 18 juin 2001 « statut de la délégation syndicale », art. 2 et 3, modifiant la CCT du 22 décembre 1971 ; son art. 1er en donne le champ : les employeurs et les ouvriers des entreprises ressortissant à la Sous-commission paritaire de la fabrication et du commerce de sacs en jute ou en matériaux de remplacement · dépôt 60760/CO/120 (classée au registre sous la CP 120 nationale, alors que son article 1er vise la SCP 120.03) · avis de dépôt MB 13/02/2002 — opposable à tous les employeurs de l'organe quinze jours plus tard (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · convention à durée indéterminée · aucun arrêté royal ; celui du 27 juillet 1972, qui a rendu obligatoire la convention de base du 22 décembre 1971, n'a jamais été abrogé (art. 33-34 de la même loi) · gelezen op 2026-09-05
Paritair comité 120 : de andere comités
PC 120.03 is een onderafdeling van paritair comité 120. Dezelfde familie telt: