mijnloonbrief.be

PC 149.02 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR HET KOETSWERK

Minimumloon dat wij toetsen

€ 16,20 per uur

PSC 149.02 (koetswerk): A.1 handlanger (spanning 100) € 16,20/u op 01/02/2026, stelsel van 38 u/week (indexering van 2,04 % in februari 2026, gepubliceerd door de FOD Werkgelegenheid op minimumlonen.be — cao van 18/06/2009, neerlegging 94262, art. 5, algemeen verbindend verklaard bij KB van 02/06/2010, BS van 06/08/2010; basisrooster cao van 02/12/2021, neerlegging 169729, algemeen verbindend verklaard bij KB van 29/06/2022, BS van 13/12/2022). Volledig rooster van de zeven categorieën, op dezelfde datum: A.2 (105 %) 17,01 · B.1 (111,5 %) 18,06 · B.2 (116,5 %) 18,87 · C (122,5 %) 19,85 · D (130 %) 21,06 · E (140 %) 22,68.

Bron: CAO van 2 december 2021 betreffende de uurlonen (neerlegging 169729/CO/149.02), op 01/02/2026 geherindexeerd bedrag gepubliceerd door de FOD Werkgelegenheid op salairesminimums.be (jcId 0f79eafc8abd430b95327b50c267a15b), art. 2 en tabel « CATÉGORIES / Tension / 38h semaine »; art. 4 dat voor de indexering verwijst naar de CAO van 18/06/2009 (neerlegging 94262) — bedrag 2026 gelezen op de pagina salairesminimums.be, tabel « Salaires horaires minima », categorie A.1 (neerlegging 169729) — van kracht op 2026-02-01 de tekst lezen

Wat de loonbrief berekent

  • het minimumloon
  • de Dimona

Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen

  • het flexiloon
  • de eindejaarspremie
  • de ecocheques
  • de verplaatsingskosten
  • het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
  • de tijdelijke werkloosheid
  • de sectorale bijdragen
  • de DmfA

Identiteit en indexering

  • Officiële benaming : PARITAIR SUBCOMITE VOOR HET KOETSWERK
  • Registercode : 1490200
  • Onder comité PC 149
  • Statuten : arbeiders
  • Indexering : 02 — laatst toegepast 2026-02-01

Wat het arbeidsreglement moet vermelden

Wekelijkse arbeidsduur: 38 uur

Referteperiode : het gemiddelde van 38 uur wordt op jaarbasis berekend

Vanaf 1 januari 2003 mag de conventionele arbeidsduur in de ondernemingen van de sector gemiddeld niet meer dan 38 uur per week bedragen op jaarbasis.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 4 juillet 2001, « Durée du travail », chapitre II, art. 2, conclue en exécution de l'article 16 de l'accord national 2001-2002 du 7 mai 2001 — en vigueur le 1er janvier 2003, conclue pour une durée indéterminée (art. 4), remplace la CCT du 10 juin 1999 (dépôt 55558/CO/149.02, qui fixait 38 h 30) · dépôt 60372/CO/149.02 · avis de dépôt au M.B. du 16 janvier 2002 · PDF sans couche de texte, articles lus en images, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 4 septembre 2002 · gelezen op 2026-09-05

Andere toepassingsmodaliteiten inzake de verkorting van de arbeidsduur kunnen op het vlak van de bij artikel 1 bedoelde ondernemingen worden vastgesteld bij collectieve arbeidsovereenkomst tussen de partijen. Die collectieve arbeidsovereenkomst moet ter inlichting, door bemiddeling van haar voorzitter, aan het Paritair Subcomité voor het koetswerk worden voorgelegd.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 4 juillet 2001, « Durée du travail », chapitre II, art. 3 · dépôt 60372/CO/149.02 · avis de dépôt au M.B. du 16 janvier 2002 · lu en images, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 4 septembre 2002 · gelezen op 2026-09-05

Onverminderd gunstiger regelingen op ondernemingsvlak heeft elke arbeider recht op anciënniteitsverlof : 1 dag verlof na 10 jaar anciënniteit in de onderneming, 2 dagen na 15 jaar, 3 dagen na 20 jaar en 4 dagen na 25 jaar. Voor deeltijdse arbeiders wordt het recht toegekend in verhouding tot hun arbeidsstelsel op het ogenblik van opname van het verlof. De dagen worden toegekend vanaf het kalenderjaar waarin de arbeider de vereiste anciënniteit bereikt, en het recht is recurrent : de arbeider behoudt deze dagen tijdens de jaren volgend op het jaar waarin hij de nodige anciënniteit bereikt. Bij overgang van de onderneming blijft de opgebouwde anciënniteit behouden. Elke dag van het anciënniteitsverlof wordt door de werkgever betaald op basis van het normale loon, berekend met inachtneming van het koninklijk besluit van 18 april 1974 tot bepaling van de algemene wijze van uitvoering van de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 12 septembre 2019, « Congé d'ancienneté », art. 2 §§ 1er et 2, art. 3, art. 4 et art. 6, conclue en exécution de l'article 15 de l'accord national 2019-2020 du 26 juin 2019 — en vigueur le 1er juillet 2019, conclue pour une durée indéterminée (art. 8), remplace la CCT du 6 octobre 2017 (dépôt 142810/CO/149.02) · dépôt 154729/CO/149.02 · avis de dépôt au M.B. du 4 novembre 2019, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 4 février 2020 · gelezen op 2026-09-05

Paritair comité 149 : de andere comités

PC 149.02 is een onderafdeling van paritair comité 149. Dezelfde familie telt:

Alle 177 paritaire comités

Een loonbrief maken voor PC 149.02

Comités in dezelfde familie