PC 149.03 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE EDELE METALEN
Minimumloon dat wij toetsen
€ 16,17 per uur
PSC 149.03 (edele metalen): categorie A (hulpwerkman), regime 38 u/week, € 16,17/u op 01/01/2026. De vijf andere categorieën geven recht op meer (spanningen 104 · 108 · 120 · 125 · 130 %): B geoefende 16,82 · C geoefende met ervaring 17,46 · D geschoolde 19,40 · E volledig geschoolde 20,21 · F geschoolde buiten categorie 21,02 €/u. LET OP: dit bedrag is BEREKEND, niet gelezen. Het laatste door een administratie gepubliceerde barema is dat van de FOD WASO op 01/02/2022 (€ 13,67/u; zijn databank volgt dit subcomité niet meer sinds 01/09/2022); het laatste bij cao gepubliceerde barema is dat van 01/11/2021 (cao van 18/11/2021, neerlegging 169711: A € 13,00/u). Sindsdien beweegt het barema ZONDER nieuwe neerlegging — +10,44 % op 01/02/2023 (nationaal akkoord 2023-2024, neerlegging 181342), daarna telkens op 1 januari vanaf 2024 door art. 6 van de cao « loonvorming » van 28/06/2023 (neerlegging 181343), algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 20/12/2023 (Belgisch Staatsblad van 19/02/2024). De toegepaste reeks is geen rekenkeuze: art. 3bis van het koninklijk besluit van 24 december 1993 legt de afgevlakte gezondheidsindex op aan ALLE collectieve arbeidsovereenkomsten die de lonen aan een prijsindexcijfer koppelen. De meting bevestigt dat: op de afgevlakte index herspeeld reproduceert de clausule tot op de cent de twaalf schalen die de FOD voor dit subcomité tussen 2013 en 2022 heeft gepubliceerd; op de gewone gezondheidsindex of op het algemene indexcijfer geen enkele. Laat het geldende barema bevestigen door het Fonds voor Bestaanszekerheid der Edele Metalen vooraleer u een loon vastlegt.
Bron: CAO van 28/06/2023 "Détermination du salaire" (neerlegging 181343/CO/149.03, K.B. van 20/12/2023 — B.S. 19/02/2024), die de CAO van 16/06/2011 wijzigt (neerlegging 104916/CO/149.03, K.B. van 01/12/2011 — B.S. 02/02/2012), toegepast op het barema van de CAO van 18/11/2021 (neerlegging 169711/CO/149.03) met de afgevlakte gezondheidsindex gepubliceerd door Statbel (basis 2013), CAO 181343 art. 6 (aanpassing op 1 januari op de sociale indexen van december, zoals verbeterd door het erratum van de griffie van 11/10/2023) en art. 7 (vierde decimaal, afronding op de dichtstbijzijnde eurocent); CAO 169711 art. 2 en zijn loonschaal (pagina 1/3, kolom « semaine 38 h/u », datum 01/11/2021); nationaal akkoord 2023-2024 (neerlegging 181342) art. 7 voor de reële indexeringen van 5,15 % en 10,44 % (neerlegging 181343) — van kracht op 2026-01-01 de tekst lezen
Wat de loonbrief berekent
- het minimumloon
- de maaltijdcheques
- de verplaatsingskosten
- de sectorale bijdragen
- de Dimona
Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen
- de eindejaarspremie
- het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
- de tijdelijke werkloosheid
Identiteit en indexering
- Officiële benaming : PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE EDELE METALEN
- Registercode : 1490300
- Onder comité PC 149
- Statuten : arbeiders
- Indexering : 01 — laatst toegepast 2026-01-01
Wat het arbeidsreglement moet vermelden
Wekelijkse arbeidsduur: 38 uur
De wekelijkse arbeidsduur werd met één uur verminderd en teruggebracht tot 39 uur per week vanaf 1 juli 1985, en vervolgens met één uur verminderd en teruggebracht tot 38 uur per week vanaf 1 juli 1986.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 7 mars 1985, « Durée du travail », chapitre II, section 1re, art. 2, prise en application de l'article 38 de la loi de redressement du 22 janvier 1985 et conformément à l'article 28, § 1er, de la loi du 16 mars 1971 sur le travail — publiée en annexe au Moniteur belge du 22 juin 1985, p. 9443-9444 ; en vigueur le 1er janvier 1985 et valable pour une durée INDÉTERMINÉE (art. 8), à l'exception des articles 5 à 7 qui ont cessé le 31 décembre 1986 · NUMAC 1985012435 (A.R. et annexe) · F. 85 — 1120 · antérieure au registre en ligne du SPF, qui ne remonte pas au-delà du 01/12/1998 · PDF du Moniteur sans couche de texte, lu en images, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 3 juin 1985 · gelezen op 2026-09-05
Andere toepassingsmodaliteiten van de vermindering van de arbeidsduur kunnen op het vlak van de ondernemingen worden vastgesteld bij collectieve arbeidsovereenkomst tussen de partijen. Die collectieve arbeidsovereenkomst moet ter inlichting, via haar voorzitter, aan het paritair comité worden meegedeeld. De vermindering van de arbeidsduur mag geen loonsvermindering tot gevolg hebben.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 7 mars 1985, « Durée du travail », chapitre II, section 1re, art. 3 et art. 4 — publiée en annexe au Moniteur belge du 22 juin 1985, p. 9444 · NUMAC 1985012435 (A.R. et annexe) · lu en images, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 3 juin 1985 · gelezen op 2026-09-05
Onverminderd gunstiger toestanden op het vlak van de ondernemingen of op gewestelijk vlak hebben de arbeiders recht op 1 dag verlof na 5 jaar anciënniteit in de onderneming, 2 dagen na 10 jaar en 3 dagen na 20 jaar. De anciënniteit moet bereikt zijn op 30 juni van het beschouwde jaar. De arbeider behoudt deze dag of dagen anciënniteitsverlof gedurende de jaren volgend op het jaar waarin hij 5, 10 of 20 jaar anciënniteit heeft bereikt. Elke dag anciënniteitsverlof wordt door de werkgever betaald op basis van het normale loon, berekend met inachtneming van het koninklijk besluit van 18 april 1974 tot bepaling van de algemene wijze van uitvoering van de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 18 novembre 2021, « Congé d'ancienneté », art. 2 §§ 1er à 3 et art. 3, conclue en exécution de l'article 12 de l'accord national 2021-2022 du 18 novembre 2021 — en vigueur le 1er novembre 2021, conclue pour une durée indéterminée (art. 4), remplace la CCT du 26 septembre 2017 (dépôt 142128/CO/149.03) · dépôt 169710/CO/149.03 · avis de dépôt au M.B. du 8 février 2022, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 3 juillet 2022 · gelezen op 2026-09-05
Elk bedrijf dat ressorteert onder de bevoegdheid van het paritair subcomité neemt de volgende non-discriminatieclausule op in zijn arbeidsreglement, met naleving van de procedure vastgelegd door de wet van 8 april 1965 : « Werknemers en werkgevers zijn ertoe gehouden alle regels van welvoeglijkheid, goede zeden en beleefdheid in acht te nemen, inclusief ten aanzien van bezoekers. Dit impliceert ook een zich onthouden van elke vorm van racisme en discriminatie en een bejegenen van iedereen met dezelfde nodige menselijke eerbied voor éénieders waardigheid, gevoelens en overtuiging. Verboden is bijgevolg elke vorm van verbaal racisme en seksisme, alsook het verspreiden van racistische en seksistische lectuur en pamfletten. Er is binnen de onderneming evenmin plaats voor stigmatisering en vernedering van holebi's en transgenders. Ook elke discriminatie op grond van leeftijd, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, geboorte, fortuin, geloof of levensbeschouwing, politieke overtuiging, syndicale overtuiging, gezondheidstoestand, een handicap, fysieke of genetische eigenschappen en sociale origine, geslacht, nationaliteit, een zogenaamd ras, huidskleur, afkomst, nationale of etnische afstamming is verboden. » De opname in het arbeidsreglement diende uiterlijk op 31 december 2019 te gebeuren.
Rubriek 6° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 11 février 2019, « Reprise de la clause de non-discrimination dans le règlement de travail », art. 2, 3 et 4 — en vigueur le 1er janvier 2019, conclue pour une durée indéterminée (art. 5). Rubrique 6° retenue faute de rubrique propre : la clause définit des manquements, et la sous-commission impose expressément son insertion au règlement de travail. · dépôt 150640/CO/149.03 · avis de dépôt au M.B. du 7 mars 2019, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 16 juin 2019 · gelezen op 2026-09-05
Paritair comité 149 : de andere comités
PC 149.03 is een onderafdeling van paritair comité 149. Dezelfde familie telt: