PC 152.02 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE GESUBSIDIEERDE INRICHTINGEN VAN HET VRIJ ONDERWIJS VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP EN DE DUITSTALIGE GEMEENSCHAP
Minimumloon dat wij toetsen
€ 2 233,61 per maand
PSC 152.02: categorie 1, 0 jaar anciënniteit (de laagste van het barema) — 13,2455 EUR/u in een stelsel van 37 u/week, 12,8969 EUR/u in een stelsel van 38 u/week, op 01/07/2026. De categorieën 2 tot 5 en de anciënniteit boven 0 jaar geven recht op meer; buiten deze twee stelsels, raadpleeg het volledige barema van de cao.
Bron: CAO van 29 mei 2026 betreffende de loonvoorwaarden (PSC 152.02), art. 1 (toepassingsgebied, « ouvriers et ouvrières »), art. 2 §1 (tabellen van de minimumuurlonen, regimes 37 u en 38 u/week, categorieën 1 tot 5, anciënniteit 0 tot 29 jaar) (neerlegging 200382) — van kracht op 2026-07-01 de tekst lezen
Wat de loonbrief berekent
- het minimumloon
- de Dimona
Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen
- de eindejaarspremie
- de verplaatsingskosten
- de tijdelijke werkloosheid
- de sectorale bijdragen
Identiteit en indexering
- Officiële benaming : PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE GESUBSIDIEERDE INRICHTINGEN VAN HET VRIJ ONDERWIJS VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP EN DE DUITSTALIGE GEMEENSCHAP
- Registercode : 1520200
- Onder comité PC 152
- Statuten : arbeiders
Wat het arbeidsreglement moet vermelden
Wekelijkse arbeidsduur: 37 uur
Lager dan het wettelijke maximum van 38 uur. Een reglement dat 38 uur vermeldt, is voor dit comité onwettig.
Referteperiode : het wekelijks gemiddelde van 37 uur moet worden nageleefd over een jaar van 12 opeenvolgende maanden ; het referentiejaar loopt in beginsel van de eerste dag van het schooljaar tot en met de dag vóór de eerste dag van het daaropvolgende schooljaar, tenzij in het arbeidsreglement een afwijking is opgenomen
Vanaf 1 november 2003 bedraagt de wekelijkse arbeidsduur vermeld in artikel 19 van de arbeidswet van 16 maart 1971 gemiddeld 37 uren per week. Deze arbeidstijdverkorting mag geen loonsverlaging teweegbrengen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 5 mai 2003, « Durée du temps de travail et sur la flexibilité », chapitre II, art. 3, §§ 1er à 3 (date reportée du 1er septembre au 1er novembre 2003 par l'art. 2 de la CCT du 28 août 2003, dépôt 68886/CO/152, A.R. du 24 août 2005) — conclue au sein de la CP 152 pour une durée indéterminée (art. 14), transférée à la SCP 152.02 par l'art. 3 de la CCT du 27 novembre 2015 (dépôt 132360/CO/152.02, A.R. du 20 janvier 2017) · dépôt 67169/CO/152 · A.R. publié au M.B. du 9 janvier 2006 · avis de dépôt au M.B. du 15 septembre 2003, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 6 décembre 2005 · gelezen op 2026-09-05
Het referentiejaar waarover het wekelijks gemiddelde moet worden nageleefd loopt in beginsel van de eerste dag van het schooljaar tot en met de dag vóór de eerste dag van het daaropvolgende schooljaar, tenzij in het arbeidsreglement een afwijking is opgenomen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 5 mai 2003, art. 8, alinéa 3, tel que remplacé par l'art. 2 de la CCT du 21 juin 2022 « Temps de travail et flexibilité », vu l'entrée en vigueur du décret du 30 mars 2022 relatif à l'adaptation des rythmes scolaires en Communauté française — effets au 29 août 2022, durée indéterminée (art. 3) · dépôt 177755/CO/152.02 · avis de dépôt au M.B. du 3 février 2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 15 juin 2023 · gelezen op 2026-09-05
Vanaf 1 november 2003 bedraagt het aantal voltijdse arbeidsuren over het referentiejaar 1.924 uren, met inbegrip van de uren die gelijkgesteld worden met arbeidstijd en de uren betreffende een periode van schorsing van de uitvoering van de overeenkomst bepaald door de wet van 3 juli 1978. In het arbeidsreglement zal het aantal arbeidsuren over het referentiejaar voor alle flexibele arbeidstijdregelingen, met inbegrip van de deeltijdse arbeidstijdregelingen, precies worden vermeld. Geen enkel overloon is verschuldigd voor zover het jaarlijks gemiddelde van de arbeidstijden wordt nageleefd binnen de grenzen vastgesteld door de artikelen 10, 11 en 12 van de overeenkomst, zonder afbreuk te doen aan de toepassing van de wet van 16 maart 1971.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 5 mai 2003, chapitre III, art. 9 (date reportée au 1er novembre 2003 par l'art. 2 de la CCT du 28 août 2003) · dépôt 67169/CO/152 · transférée à la SCP 152.02 par la CCT du 27 novembre 2015 (dépôt 132360/CO/152.02), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 6 décembre 2005 · gelezen op 2026-09-05
Vanaf 1 november 2003 bedraagt de normale dagelijkse arbeidsgrens in een voltijdse tewerkstelling 7 uur 24 minuten en de normale wekelijkse arbeidsgrens in een voltijdse tewerkstelling 37 uren. In het arbeidsreglement worden de normale dagelijkse grens en de normale wekelijkse grens voor alle flexibele arbeidstijdregelingen, met inbegrip van de deeltijdse, precies vermeld. Het aantal uren dat boven of beneden de normale dagelijkse arbeidsgrens mag worden gepresteerd wordt vastgesteld in het arbeidsreglement en mag in ieder geval niet meer dan 2 uren bedragen. Het aantal uren dat boven de normale wekelijkse arbeidsgrens mag worden gepresteerd wordt vastgesteld in het arbeidsreglement en mag in ieder geval niet meer dan 5 uren bedragen, zonder dat de arbeidsduur meer mag bedragen dan 42 uren.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 5 mai 2003, chapitre III, art. 10 et 11 (date reportée au 1er novembre 2003 par l'art. 2 de la CCT du 28 août 2003) · dépôt 67169/CO/152 · transférée à la SCP 152.02 par la CCT du 27 novembre 2015 (dépôt 132360/CO/152.02), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 6 décembre 2005 · gelezen op 2026-09-05
De modaliteiten van de arbeidstijdverkorting worden vrij bepaald binnen elke inrichting : zij kan worden uitgevoerd ofwel door een effectieve wekelijkse arbeidsvermindering, ofwel door een gelijkwaardige vermindering door de toekenning van betaalde inhaalrustdagen over het referentiejaar, ofwel door een combinatie van beide. De deeltijdse werknemers genieten dezelfde collectieve arbeidstijdverkorting naar rato van hun arbeidstijd ; de binnen de inrichting bepaalde modaliteiten kunnen evenwel voorzien in de voortzetting van dezelfde arbeidsduur met een perequatie van het loon. De invoering van het stelsel gebeurt in elke inrichting door een wijziging van het arbeidsreglement, waarvoor het akkoord noodzakelijk is van de personeelsafgevaardigde die de categorie van de arbeiders vertegenwoordigt in de ondernemingsraad.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 5 mai 2003, chapitre II, art. 4, 5 et 6, ce dernier renvoyant à la loi du 10 août 2001 et à l'arrêté royal du 27 septembre 2001 · dépôt 67169/CO/152 · transférée à la SCP 152.02 par la CCT du 27 novembre 2015 (dépôt 132360/CO/152.02), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 6 décembre 2005 · gelezen op 2026-09-05
De flexibiliteit mag niet van die aard zijn dat zij eenzijdig een individuele wijziging oplegt van de situatie die bestaat op het ogenblik van de inwerkingtreding ervan, van de werknemers met een overeenkomst voor onbepaalde tijd of met opeenvolgende overeenkomsten voor bepaalde tijd, waarbij deze werknemers gelijk welk nadeel zouden ondervinden. De praktische toepassingsmodaliteiten worden, bij gebreke van een ondernemingsraad, in overleg met de vakbondsafvaardiging bepaald, en bij gebreke van een vakbondsafvaardiging in overleg met de gewestelijke secretaris van één van de vertegenwoordigde vakorganisaties. Wanneer er noch een ondernemingsraad noch een vakbondsafvaardiging is, wordt het ontwerp van wijziging van het arbeidsreglement met deze modaliteiten door de werkgever, voorafgaand aan het overleg en aan het aanplakken, bekendgemaakt aan de gewestelijke secretaris van één van die vakorganisaties.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 5 mai 2003, chapitre III « Flexibilité », art. 7, pris en application des articles 20bis et 26bis de la loi du 16 mars 1971 sur le travail · dépôt 67169/CO/152 · transférée à la SCP 152.02 par la CCT du 27 novembre 2015 (dépôt 132360/CO/152.02), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 6 décembre 2005 · gelezen op 2026-09-05
Tijdens de korte vakantieperiodes in het onderwijs — de halftrimestriële en trimestriële vakanties van Kerstmis en Pasen — is de werkgever ertoe gehouden de werknemers aan het werk te houden met waarborg van betaling van het volledige loon. Het paritair subcomité legt dus geen collectieve sluiting op die op deze schoolvakanties is afgestemd. Tijdens de schoolvakantie van juli-augustus worden de ontslagen zoveel mogelijk beperkt ; de tijdens die periode ontslagen werknemers hebben voorrang bij wederindienstneming na die vakantie, en hun anciënniteit blijft doorlopen en verworven.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 24 septembre 2008, « Conditions de salaires et de travail des établissements et internats de l'enseignement libre subsidiés par la Communauté française », chapitre VII, art. 13 et 14 — conclue au sein de la CP 152 pour une durée indéterminée (art. 17), transférée à la SCP 152.02 par la CCT du 27 novembre 2015 (dépôt 132360/CO/152.02), où son inventaire annexé la cite au point 6. Seuls ses chapitres salariaux ont été relayés depuis, par les CCT « conditions de salaire » successives de la sous-commission ; son chapitre VII n'a jamais été abrogé au sein de la SCP 152.02. · dépôt 89627/CO/152 · A.R. publié au M.B. du 14 avril 2009 · avis de dépôt au M.B. du 2 décembre 2008, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 9 mars 2009 · gelezen op 2026-09-05
Het recht op deconnectie is het recht van de werknemer om buiten de overeengekomen arbeidstijden niet verbonden te zijn met zijn professionele digitale hulpmiddelen. Indien de werknemer zijn e-mails moet raadplegen, op een platform moet werken of enig ander digitaal werk moet verrichten, gebeurt dit binnen zijn arbeidstijd ; de voltijdse werknemer raadpleegt de digitale hulpmiddelen minstens eenmaal per dag, terwijl deeltijdse werknemers slechts een verbindingsplicht hebben in verhouding tot hun prestatiebreuk. Tijdens de weekends, de verlofdagen, de jaarlijkse vakantie en de periodes van schorsing van de arbeidsovereenkomst is de werknemer niet verplicht zich te verbinden noch zijn professionele mailbox te raadplegen. Dienstmededelingen worden in beginsel verstuurd via het professionele e-mailadres en tijdens de arbeidstijd van de werknemer zoals vermeld in de arbeidsovereenkomst of, bij gebreke daarvan, in het arbeidsreglement.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 25 septembre 2024, « Devoir de connexion et droit à la déconnexion dans les relations professionnelles », art. 2, 3 et 4 — conclue pour une durée indéterminée · dépôt 190689/CO/152.02 · avis de dépôt au M.B. du 22 novembre 2024, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 17 décembre 2024 · gelezen op 2026-09-05
Paritair comité 152 : de andere comités
PC 152.02 is een onderafdeling van paritair comité 152. Dezelfde familie telt: